Artikel 6 Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945
1. De werkgever behoeft voor de opzegging van de arbeidsverhouding voorafgaande toestemming van de Regionaal Directeur van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie.
2. De werkgever behoeft deze toestemming niet: a indien de opzegging onverwijld geschiedt om een dringende reden, onder gelijktijdige mededeling van die reden aan de werknemer;
b tijdens de proeftijd;
c indien de opzegging geschiedt ten gevolge van faillissement van de werkgever of toepassing ten aanzien van hem van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen.
3. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de toestemming als bedoeld in het eerste lid.
4. Alvorens een beslissing inzake het verlenen van toestemming krachtens het eerste lid wordt genomen, hoort de Regionaal Directeur van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie vertegenwoordigers van de in aanmerking komende organisaties van werkgevers en werknemers, behoudens in bij ministeriële regeling bepaalde gevallen.
5. Onze Minister kan een Regionaal Directeur van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie aanwijzingen geven met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheid tot het verlenen van toestemming als bedoeld in het eerste lid. Hij treedt daarbij niet in de besluitvorming in individuele gevallen.
6. Bij ministeriële regeling kunnen voorzieningen worden getroffen voor het geval een Regionaal Directeur van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie zijn uit dit artikel voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren nakomt.
7. De Regionaal Directeur van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie brengt aan Onze Minister verslag uit over de wijze waarop de bevoegdheid tot het verlenen van de toestemming is uitgeoefend. Bij ministeriële regeling worden hieromtrent nadere regels gesteld.
8. De Regionaal Directeur van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie is verplicht aan Onze Minister desgevraagd binnen een daartoe gestelde termijn en op de aangegeven wijze kosteloos alle opgaven te verstrekken betreffende de wijze waarop de bevoegdheid tot het verlenen van de toestemming is uitgeoefend.
9. Van het eerste lid kan bij ministeriële regeling voor bepaalde werknemers of groepen van werknemers voorwaardelijk of onvoorwaardelijk ontheffing of vrijstelling worden verleend.
10. Tegen beslissingen van de Regionaal Directeur van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie inzake het verlenen van toestemming op grond van het eerste lid staat geen beroep open bij het College van Beroep voor het Bedrijfsleven.
Ontslagbesluit (bedoeld in lid 3 van 6BBA)
(...)
Artikel 1:1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a Regionaal Directeur: de Regionaal Directeur van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie;
b werkgebied: een krachtens artikel 13 van de Arbeidsvoorzieningswet 1996 bepaald werkgebied;
c werkgever, werknemer en arbeidsverhouding: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, onderdelen b tot en met d, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945;
d Ontslagadviescommissie: de vertegenwoordigers van de voor de toepassing van artikel 6, vierde lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 in aanmerking komende organisaties van werkgevers en werknemers, die de Stichting van de Arbeid krachtens artikel 30, zesde en zevende lid, van de Arbeidsvoorzieningswet 1996 als representatieve organisaties in de desbetreffende regio heeft aangewezen;
e Arbeidsinspectie: de bevoegde directeur van het regionaal kantoor van de Arbeidsinspectie, bedoeld in artikel 4:5 van het Organisatie- en mandaatbesluit Arbeidsinspectie 1996;
f Landelijk instituut sociale verzekeringen: Het Landelijk instituut sociale verzekeringen genoemd in hoofdstuk 4 van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997.
Artikel 1:2
1. De beslissing inzake het verlenen van toestemming aan de werkgever voor opzegging van de arbeidsverhouding wordt genomen door de Regionaal Directeur binnen wiens werkgebied de betrokken werknemer zijn arbeid verricht of heeft verricht.
2. Indien de werkzaamheden van de werknemer zich uitstrekken over het gebied van meer dan één Regionaal Directeur, wordt de beslissing genomen door de Regionaal Directeur binnen wiens werkgebied de standplaats van de werknemer is gelegen. Indien de werknemer geen standplaats heeft, wordt de beslissing genomen door de Regionaal Directeur binnen wiens werkgebied de vestiging van de werkgever is gelegen van waaruit een eventuele opzegging zou uitgaan.
3. Indien het eerste en tweede lid geen uitsluitsel bieden over de vraag door welke Regionaal Directeur de beslissing dient te worden genomen, wordt de beslissing genomen door de Regionaal Directeur binnen wiens werkgebied de werknemer zich bij eventuele werkloosheid zou laten inschrijven als werkzoekend.
4. Indien een werkgever om bedrijfseconomische redenen de arbeidsverhouding met meerdere werknemers wenst op te zeggen en de toepassing van de voorgaande leden ertoe leidt dat de beslissingen worden genomen door verschillende Regionale Directeuren, stemmen deze de behandeling van de verzoeken om toestemming op elkaar af, waarbij de Regionaal Directeur binnen wiens werkgebied de hoofdvestiging van de werkgever is gelegen terzake als coördinator optreedt.
Artikel 1:3
1. De werkgebieden, bedoeld in artikel 1, onder d, van de Wet melding collectief ontslag zijn gelijk aan de werkgebieden van de Regionaal Besturen, zoals deze krachtens artikel 13 van de Arbeidsvoorzieningswet 1996 zijn vastgesteld.
2. Indien een Regionaal Directeur een melding van een collectief ontslag ontvangt, zendt hij hiervan een afschrift, vergezeld van een rapport waarin de gemelde gegevens en verdere bijzonderheden zijn samengevat, toe aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Artikel 2:1
Indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van het verzoek om toestemming voor opzegging van de arbeidsverhouding heeft de werkgever de gelegenheid het verzoek binnen acht dagen na mededeling hiervan door de Regionaal Directeur, aan te vullen. Deze termijn kan worden verlengd indien bijzondere omstandigheden dit noodzakelijk maken.
Artikel 2:2
1. Na ontvangst van een verzoek om toestemming voor opzegging van de arbeidsverhouding doet de Regionaal Directeur de werknemer hiervan onder vermelding van de ontvangstdatum van het verzoek schriftelijk mededeling en stelt hij de werknemer in de gelegenheid om binnen twee weken na deze mededeling verweer te voeren.
2. Na ontvangst van het verweer kan de Regionaal Directeur achtereenvolgens de werkgever en de werknemer in de gelegenheid stellen binnen tien dagen nogmaals hun zienswijze naar voren te brengen.
3. De in het eerste en tweede lid voor de werkgever en werknemer gestelde termijnen kunnen worden verlengd indien bijzondere omstandigheden dit noodzakelijk maken.
4. Indien de werkgever of de werknemer bezwaren heeft tegen het ter kennis brengen van vertrouwelijke gegevens aan de wederpartij, worden deze gegevens niet in beschouwing genomen bij de beoordeling van het verzoek en per omgaande teruggezonden.
Artikel 2:3
1. Indien aannemelijk is dat een verzoek om toestemming voor opzegging van de arbeidsverhouding verband houdt met de arbeidsomstandigheden kan de Regionaal Directeur de Arbeidsinspectie verzoeken een onderzoek naar de arbeidsomstandigheden van de betrokken werknemer in te stellen.
2. Binnen twee weken na ontvangst van het verzoek, bedoeld in het eerste lid, zendt de Arbeidsinspectie de Regionaal Directeur een rapport toe waarin de resultaten van het onderzoek zijn opgenomen.
3. De Regionaal Directeur kan de werkgever en de werknemer in de gelegenheid stellen binnen twee weken hun zienswijze op het rapport naar voren te brengen.
Artikel 2:4
Indien een advies als bedoeld in artikel 5:2 is uitgebracht kan de Regionaal Directeur de werkgever en de werknemer in de gelegenheid stellen binnen twee weken hun zienswijze op het advies naar voren te brengen.
Artikel 2:5
Na ontvangst van het in artikel 2:2, eerste lid, bedoelde verweer van de werknemer dan wel nadat de werkgever en werknemer hun zienswijze krachtens artikel 2:2, tweede lid, artikel 2:3, derde lid, of artikel 2:4 naar voren hebben gebracht, zendt de Regionaal Directeur een afschrift van het verzoek om toestemming en van de daarop betrekking hebbende gegevens en bescheiden voor advies aan de Ontslagadviescommissie.
Artikel 2:6
1. De artikelen 2:2 en 2:5 zijn niet van toepassing op een verzoek om toestemming voor opzegging van de arbeidsverhouding wegens bedrijfseconomische redenen indien bij het verzoek tevens een verklaring van de werknemer is bijgevoegd dat hij tegen de voorgenomen opzegging geen bezwaar heeft. De in de vorige volzin bedoelde verklaring wordt opgesteld overeenkomstig het in de bijlage C bij deze regeling opgenomen standaardformulier.
2. De Regionaal Directeur kan de werknemer in het in het eerste lid bedoelde geval in de gelegenheid stellen om binnen een week zijn zienswijze naar voren te brengen.
3. Zo spoedig mogelijk na ontvangst van het verzoek om toestemming dan wel nadat de werknemer in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen en de werknemer niet alsnog bezwaar maakt tegen de voorgenomen opzegging, neemt de Regionaal Directeur de beslissing op het verzoek.
4. Indien de werknemer alsnog bezwaar maakt tegen de voorgenomen opzegging zijn in afwijking van het eerste lid de artikelen 2:2 en 2:5 van toepassing.
5. De Regionaal Directeur legt de stukken die betrekking hebben op verzoeken om toestemming voor opzegging van de arbeidsverhouding waarop hij op grond van het derde lid een beslissing heeft genomen, ter inzage voor de Ontslagadviescommissie.
Artikel 2:7.
1. Indien de Regionaal Directeur toestemming voor opzegging van de arbeidsverhouding verleent, bepaalt hij daarbij gedurende welke termijn de toestemming geldt. Deze termijn, welke begint te lopen vanaf de bekendmaking van de toestemming, wordt op ten hoogste acht weken gesteld.
2. Behoudens de in artikel 4:5 genoemde voorwaarde kunnen aan de beslissing inzake het verlenen van toestemming geen voorwaarden worden verbonden.
Artikel 3:1.
De Regionaal Directeur beoordeelt of het voorgenomen ontslag redelijk is. Hij neemt daarbij in aanmerking de mogelijkheden en belangen van de betrokken werkgever en werknemer, en andere belangen voor zover de navolgende regels dit inhouden.
bedrijfseconomische redenen
Artikel 4:1.
1. Indien de werkgever aannemelijk heeft gemaakt dat op grond van bedrijfseconomische redenen een of meer arbeidsplaatsen dienen te vervallen, verleent de Regionaal Directeur toestemming voor opzegging van de arbeidsverhouding van de daarbij betrokken werknemers met inachtneming van de artikelen 4:2 tot en met 4:4.
2. In geval van een verzoek om toestemming tot opzegging van een uitzendovereenkomst als bedoeld in artikel 690 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek wordt bij de beoordeling van bedrijfseconomische redenen tevens bijlage B in acht genomen.
Artikel 4:2.
1. Per bedrijfsvestiging en per categorie uitwisselbare functies worden de werknemers met het kortste dienstverband het eerst voor ontslag in aanmerking gebracht.
2. In afwijking van het eerste lid is op een verzoek om toestemming tot opzegging van overeenkomst in de schoonmaaksector bijlage A en van een uitzendovereenkomst als bedoeld in artikel 690 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek bijlage B bij deze regeling van toepassing.
3. Indien de werkgever dit wenst, kan in geval van groepsontslagen van tien of meer werknemers tegelijkertijd binnen een werkgebied, het eerste en tweede lid worden toegepast per leeftijdsgroep. De in de eerste volzin bedoelde leeftijdsgroepen zijn de groepen van 15 tot 25 jaar, van 25 tot 35 jaar, van 35 tot 45 jaar, van 45 tot 55 jaar en van 55 jaar en ouder.
4. Indien de werkgever aannemelijk maakt dat een werknemer over zodanige bijzondere kennis of bekwaamheden beschikt, dat zijn ontslag voor het functioneren van de onderneming te bezwaarlijk zou zijn, kan de Regionaal Directeur deze werknemer bij de toepassing van het eerste en tweede lid buiten beschouwing laten.
5. De Regionaal Directeur kan toestemming weigeren ten aanzien van een werknemer die overeenkomstig het eerste of tweede lid voor ontslag in aanmerking komt, indien deze werknemer een zwakke arbeidsmarktpositie heeft, en dit niet het geval is met de werknemer die alsdan voor ontslag in aanmerking komt.
Artikel 4:3.
De Regionaal Directeur weigert toestemming voor opzegging van de arbeidsverhouding indien het aantal werknemers dat voor ontslag wordt voorgedragen groter is dan het aantal arbeidsplaatsen dat komt te vervallen, tenzij de werkgever aannemelijk kan maken dat dit onvermijdelijk is.
Artikel 4:4.
Indien toepassing van de artikelen 4:1 en 4:2 er toe leidt dat een of meer arbeidsgehandicapte werknemers als bedoeld in de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten, voor ontslag in aanmerking komen, kan toestemming te hunner aanzien slechts worden verleend indien is voldaan aan artikel 5:2, eerste lid onder b, en tweede lid.
Artikel 4:5.
Indien de Regionaal Directeur toestemming voor opzegging van de arbeidsverhouding wegens bedrijfseconomische redenen verleent, kan hij aan zijn toestemming de voorwaarde verbinden dat de werkgever binnen 26 weken na de bekendmaking van die toestemming geen werknemer in dienst zal nemen voor het verrichten van werkzaamheden van dezelfde aard, dan nadat hij degene voor wie de toestemming tot opzegging van de arbeidsverhouding wordt verleend, in de gelegenheid heeft gesteld zijn vroegere werkzaamheden op de bij de werkgever gebruikelijke voorwaarden te hervatten.
niet-bedrijfseconomische redenen
Artikel 5:1.
1. Indien de werkgever als grond voor de opzegging van de arbeidsverhouding aanvoert dat de werknemer in onvoldoende mate aan de gestelde functie-eisen voldoet en derhalve ongeschikt is voor zijn functie, kan de toestemming slechts worden verleend indien: a de werkgever deze ongeschiktheid aannemelijk heeft gemaakt, en
b is vastgesteld dat deze ongeschiktheid niet voortvloeit uit ziekte of gebreken van de werknemer, en
c de werkgever voldoende contact met de werknemer heeft gehad teneinde te trachten verbetering teweeg te brengen in diens functioneren, en
d aannemelijk is dat het disfunctioneren van de werknemer niet toe te schrijven is aan onvoldoende zorg voor de arbeidsomstandigheden van de zijde van de werkgever.
2. Met betrekking tot de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b wint de Regionaal Directeur, voorzover het verzoek om toestemming een arbeidsgehandicapte werknemer als bedoeld in de Wet op de reïntegratie arbeidsgehandicapten betreft, alvorens een beslissing te nemen, het advies in van het Landelijk instituut sociale verzekeringen.
3. Indien de werkgever als grond voor opzegging van de arbeidsverhouding aanvoert dat de werknemer de bedongen arbeid niet wil verrichten met een beroep op ernstig gewetensbezwaar, wordt de toestemming voor opzegging van de arbeidsverhouding slechts verleend indien de werkgever redelijkerwijs geen mogelijkheid heeft om de werknemer een aangepaste dan wel andere functie aan te bieden.
4. Indien de werkgever verwijtbaar handelen of nalaten van de zijde van de werknemer als grond voor opzegging van de arbeidsverhouding aanvoert, wordt de toestemming voor opzegging van de arbeidsverhouding slechts verleend, indien door de werkgever aannemelijk is gemaakt dat deze grond terecht is aangevoerd, en indien, gelet op dat handelen of nalaten, van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsverhouding te laten voortduren.
5. Indien de werkgever als grond voor opzegging van de arbeidsverhouding aanvoert, dat de relatie tussen de werknemer en de werkgever ernstig en duurzaam is verstoord, wordt de toestemming op die grond slechts verleend indien door de werkgever aannemelijk is gemaakt dat van zodanige verstoring inderdaad sprake is, en dat herstel van de relatie, al dan niet door middel van overplaatsing van de werknemer binnen de onderneming, niet mogelijk is.
Artikel 5:2.
1. Indien de werkgever als grond voor opzegging van de arbeidsverhouding aanvoert dat de werknemer tengevolge van ziekte of gebreken niet meer in staat is aan de gestelde functie-eisen te voldoen, kan de toestemming voor opzegging van de arbeidsverhouding slechts worden verleend indien de werkgever: a deze ongeschiktheid aannemelijk heeft gemaakt en aannemelijk is dat binnen zesentwintig weken geen herstel zal optreden, en
b aannemelijk heeft gemaakt dat hij redelijkerwijs niet de mogelijkheid heeft de werknemer te herplaatsen in een aangepaste dan wel andere functie binnen de onderneming welke voor die werknemer als passend kan worden beschouwd.
2. Alvorens een beslissing te nemen op een verzoek om toestemming tot opzegging van de arbeidsverhouding op de in het eerste lid genoemde grond wint de Regionaal Directeur het advies in van het Landelijk instituut sociale verzekeringen met betrekking tot de vraag of aannemelijk is dat binnen 26 weken geen herstel zal optreden en de vraag of een mogelijkheid als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, aanwezig kan worden geacht.
Bijzondere groepen
Artikel 6:1.
1. In geval van een verzoek om toestemming voor opzegging van de arbeidsverhouding van een werknemer die optreedt of minder dan twee jaar geleden is opgetreden als vertegenwoordiger bij de uitvoering van pré-akkoorden als bedoeld in artikel 13 van de Europese Richtlijn EU 94/45, kan toestemming voor opzegging van de arbeidsverhouding slechts worden verleend indien de werkgever aannemelijk heeft gemaakt dat het voorgenomen ontslag geen verband houdt met de activiteiten van de werknemer bij de uitvoering van de pré-akkoorden.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een werknemer die activiteiten verricht of minder dan twee jaar geleden heeft verricht ten behoeve van de oprichting van een ondernemingsraad of een personeelsvertegenwoordiging.
Artikel 7:1.
Bij de toepassing van de artikelen 4:1 tot en met 5:2 besteedt de Regionaal Directeur extra aandacht aan het tegengaan van discriminatie.
(.....)
Bijlage C.
werknemersverklaring-van-geen-bezwaar
Hierbij verklaar ik,
(naam en adres)
geen bezwaar te maken tegen het ontslag, dat op
(datum)
door mijn werkgever
(naam en adres)
is aangezegd vanwege bedrijfseconomische ontslagredenen.
Mijn huidige functie van
(functiebenaming)
vervul ik vanaf
(datum)
en ik ben sedert
(datum indiensttreding)
bij werkgever in dienst.
Bij deze ontslagaanzegging is door werkgever de algemene ontslagfolder verstrekt en is mij inzage verleend in, resp. een afschrift ter hand gesteld van de volgende stukken:
Het (aantal)
pagina's tellende ontslagverzoek gedateerd (datum),
alsmede de volgende bijlagen:
(benoemen)
De werkgever bevestigt in de persoon van
(naam)
deze informatieverstrekking middels onderstaande handtekening.
Datum:
Handtekening:
Ik ben mij ervan bewust, dat de werkgever mij niet kan verplichten om een verklaring van geen bezwaar te ondertekenen;
deze verklaring mijn reactie betreft op het ontslagverzoek en er vanuit het arbeidsbureau een verzoek om een schriftelijke reactie achterwege kan blijven;
na afgifte van een ontslagvergunning vanwege bedrijfseconomische ontslagredenen geen sprake is van verwijtbare werkloosheid en dat aanspraak bestaat op een ww-uitkering, mits aan alle overige eisen van de ww wordt voldaan.
Onderstaand beantwoord ik nog een aantal vragen, die verband houden met een mogelijk ontslagverbod.
|
|
Vragen |
ja |
nee |
|
1. |
Bent u lid van de personeelsvertegenwoordiging dan wel de ondernemingsraad of een van zijn commissies? |
||
|
2. |
Bent u lid van de Arbocommissie of van een bijzondere onderhandelingsgroep? |
||
|
3. |
Was u korter dan twee jaar voorafgaande aan de opzegging van de arbeidsverhouding lid van de personeelsvertegenwoordiging dan wel de ondernemingsraad of van een van zijn commissies? |
||
|
4. |
Was u korter dan twee jaar voorafgaande aan de opzegging lid van de Arbocommissie? |
||
|
5. |
Bent u werkzaam als mentor of als deskundige van de Arbeidsomstandighedenwet? |
||
|
6. |
Bent u thans op een kandidatenlijst voor de verkiezing van de ondernemingsraad dan wel van de personeelsvertegenwoordiging geplaatst? |
||
|
7. |
Bent u momenteel arbeidsongeschikt (ziek), geheel of gedeeltelijk, of hebt u op dit moment of had u korter dan 5 jaar geleden een arbeidsongeschiktheidsuitkering? |
||
|
8. |
Is/was voor het verrichten van uw werk een werkvoorziening (zoals een omscholingstraject, aanpassing van de werkplek etc.) nodig? |
||
|
9. |
Heeft u beperkingen ten gevolge van ziekte of gebreken bij het verrichten van uw werk? |
||
|
|
Zo ja, stemt u dan in met een arbeidshandicapbeoordeling door de uitvoeringsinstelling waarbij uw werkgever is aangesloten? |
||
|
10. |
Bent u zwanger? |
||
|
11. |
Hebt u bevallingsverlof? |
||
|
12. |
Vervult u momenteel uw militaire dienstplicht? |
Deze verklaring heb ik in vrijheid ondertekend en wel in de wetenschap dat het ontslag op grond van de in het ontslagverzoek opgenomen redenen onvermijdelijk is.
Datum:
Handtekening: