Onderdeel A2 Bijlagen
INHOUD
Bijlage A Salarisregeling Openbare Bibliotheken (ex artikel 9)
Bijlage B Regeling Overwerk en Overwerkvergoeding (ex artikel 10)
Bijlage C Regeling Toelage Onregelmatige Diensten (ex artikel 11)
Bijlage D Regeling Wachtgeld (ex artikel 76)
Bijlage D2 Regeling eenmalige vergoeding (ex artikel 76 A)
Bijlage E Regeling Studiefaciliteiten (ex artikel 66)
Bijlage F Nadere regeling van de Vaste Commissie van Advies inzake Arbeidsrechtelijke Geschillen (ex artikel 72)
Bijlage G (Vacant)
Bijlage H (Vacant) 148
Bijlage I Regeling Vergoeding Verhuiskosten (ex artikel 64)
Bijlage J Regeling Tegemoetkoming Woon-werkverkeer (ex artikel 64)
Bijlage K Regeling Medezeggenschap Werknemersvertegenwoordiging (ex artikel 69)
Bijlage L Regeling Meerkeuzesysteem Arbeidsvoorwaarden
Bijlage A
Salarisregeling Openbare Bibliotheken
Indeling
Hoofdstuk I - Algemene bepalingen
Hoofdstuk II - Structuur salarisschalen
Hoofdstuk III - Salarisregeling interne dienst, administratieve/secretariaatsfuncties
Hoofdstuk IV - Andere niet-bibliotheek-eigen functies
Hoofdstuk V - Bibliotheek-eigen functies in zelfstandige openbare bibliotheken
Hoofdstuk VI - Bibliotheek-eigen functies in provinciale bibliotheekcentrales en de Openbare Bibliotheek Amsterdam
Hoofdstuk VII - Functies in blindenbibliotheken
Hoofdstuk I
Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsbepalingen
a salarisschaal:
reeks van bedragen corresponderend met een vaste reeks volgnummers, zoals genoemd in hoofdstuk II artikel 13 van deze regeling;
b salaris:
het op de werknemer van toepassing zijnde bedrag uit de op hem van toepassing zijnde salarisschaal;
c salarisanciënniteit:
de tijd, die in aanmerking komt voor de vaststelling van het salaris van een werknemer op een hoger bedrag dan het voor een volwassene geldende minimum van de schaal, welke op zijn functie betrekking heeft;
d periodiek:
het verschil tussen opeenvolgende bedragen in de salarisschaal, corresponderend met opeenvolgende volgnummers;
e formatieplaats:
een functie van 36 uur per week uitgevoerd door een of meer werknemers;
f werknemer:
degene, die een arbeidsovereenkomst heeft aangegaan met een werkgever (artikel 1 lid 1 sub c Algemeen Gedeelte);
g medewerker:
de persoon die, hetzij als werknemer, hetzij als gedetacheerde, hetzij als vrijwilliger, in de bibliotheek werkzaam is;
h vrijwilliger:
de persoon die onbetaald en vrijwillig gedurende meer dan een halfjaar voor ten minste drie uur per week onder leiding werkzaam is in de openbare bibliotheek op vooraf afgesproken tijden;
i gedetacheerde:
de persoon die op basis van een arbeidsovereenkomst met een andere werkgever zijn overeengekomen functie feitelijk uitoefent in gezagsverhouding met de werkgever;
j Adj.directeur en directeur: degene die een arbeidsovereenkomst heeft aangegaan met de werkgever, met betrekking tot de functie van adjunct-directeur of respectievelijk directeur;
k opleidingsindicatie:
het bij een functie aangegeven niveau van opleiding dat is gewenst voor een functie.
l coördineren:
de activiteit waarbij de medewerker die coördineert, vanuit zijn functie bevoegd is de werkzaamheden van
medewerkers op elkaar te doen aansluiten zonder dat tussen de coördinerende medewerker en de overige
medewerkers een gezagsrelatie bestaat.
Artikel 2 Bepaling salaris
1 Het salaris van de werknemer wordt vastgesteld op basis van de door hem beklede functie, zoals opgenomen in de hoofdstukken III t/m VII van deze regeling en de daarbij behorende salarisschalen.
2 Het salaris van de werknemer, die 18 jaar of ouder is, wordt vastgesteld volgens de salarisbedragen corresponderend met de volgnummers, genoemd in hoofdstuk II artikel 13.
3 a Het salaris van de werknemer die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, wordt vastgesteld volgens de salarisbedragen per schaal corresponderend met de leeftijden, als genoemd in hoofdstuk II artikel 14 en 15.
b De werkgever is bevoegd hier in bijzondere omstandigheden ten gunste van de werknemer van af te wijken.
4 Bij zijn indiensttreding wordt het salaris van de werknemer in de regel vastgesteld op basis van het laagste volgnummer uit de op zijn functie van toepassing zijnde salarisschaal.
5 Het salaris van een werknemer in een niet-volledig dienstverband wordt vastgesteld met toepassing van een vermindering in evenredigheid met zijn werktijd.
6 Bij zijn indiensttreding kan indien daartoe aanleiding bestaat, in afwijking van het bepaalde in lid 2, aan een werknemer van 18 jaar en ouder extra salarisanciënniteit worden toegekend.
7 Indien een werknemer voorafgaand aan zijn indiensttreding reeds in een andere openbare bibliotheek of een andere onder de werkingssfeer van deze CAO vallende instelling in een zelfde, volgens dezelfde salarisschaal gehonoreerde functie werkzaam is geweest, wordt de in deze functie verworven salarisanciënniteit in de nieuwe functie gehandhaafd, onverlet het bepaalde in lid 6.
8 De tijd gedurende welke de werknemer verlof geniet ter vervulling van militaire dienst wordt in aanmerking genomen voor de vaststelling van de salarisanciënniteit.
9 Indien zich functieverzwarende omstandigheden voordoen kan de werkgever besluiten om in afwijking van de voor de functie geldende schaal de naast hogere schaal toe te passen.
10 Bij indiensttreding vindt inschaling plaats in de naast lagere salarisschaal, indien de werknemer bij aanstelling in de functie aantoonbaar nog niet voldoet aan de functie-eisen als aangegeven in de functieomschrijving.
Na een termijn van ten minste zes maanden en ten hoogste één jaar dient de werkgever vast te stellen of
inmiddels aan de genoemde functie-eisen wordt voldaan, waarna bij voortzetting van het dienstverband
inschaling op het functieniveau plaatsvindt.
Artikel 3 Periodieke verhoging
1 Het salaris van de werknemer wordt jaarlijks verhoogd met één periodiek tot het maximum van de schaal.
2 Een verhoging van het salaris gaat in met de eerste dag van de maand, waarin volgens het gestelde in deze Bijlage, de aanspraak is ontstaan.
c) De werkgever kan, met inachtneming van artikel 27 Wet OR, besluiten het toekennen van een periodieke
verhoging als bedoeld in lid 1 afhankelijk te stellen van een voldoende beoordeling die conform het gestelde in
artikel 50 van deze CAO is vastgesteld.
Artikel 4 Salaris bij bevordering naar hogere functie
1 Ingeval van bevordering naar een met een hogere salarisschaal gehonoreerde functie hetzij in dienst van dezelfde werkgever, hetzij bij overgang van de ene naar de andere openbare bibliotheek of andere onder de werkingssfeer van deze CAO vallende instelling, wordt de salarisanciënniteit in de nieuwe functie zodanig vastgesteld, dat het salaris in de nieuwe functie in de hogere salarisschaal wordt bepaald op ten minste het naast hogere salarisbedrag dan de betrokken werknemer op de dag van bevordering zou hebben genoten in zijn voorgaande functie.
2 De salarisanciënniteit bedoeld in het vorige lid moet (mede) worden uitgedrukt in het aantal maanden waarin
de betrokken werknemer in de oude functie salarisanciënniteit heeft verworven.
Artikel 5 Salaris bij overgang naar functie op gelijk niveau
Indien een werknemer door zijn werkgever in een andere, volgens dezelfde salarisschaal gehonoreerde functie
wordt te werk gesteld, wordt de in de verlaten functie verworven salarisanciënniteit gehandhaafd.
Artikel 6 Inhouden periodiek
1. Bij een negatieve beoordeling conform een beoordelingsregeling als bedoeld in artikel 50 van deze CAO kan de werkgever besluiten één jaarlijkse periodiek niet toe te kennen.
2 Toepassing van dit artikel mag niet leiden tot vermindering van het reeds toegekende salaris.
3 De werkgever kan met terugwerkende kracht, het niet toekennen van de periodiek intrekken.
4 De werkgever is verplicht de werknemer onverwijld mededeling te doen van de ingevolge dit artikel
genomen maatregelen, onder opgave van de daaruit voor de eerstvolgende verhoging van het salaris van de
werknemer voortvloeiende gevolgen. Deze mededeling wordt onder vermelding van de redenen schriftelijk bevestigd.
Artikel 7 Extra periodieken
1. Bij bijzonder goed functioneren van de werknemer, vastgesteld overeenkomstig een beoordelingsregeling als bedoeld in artikel 50 van deze CAO, kan de werkgever maximaal twee extra periodieken toekennen, waarbij het maximum van de schaal met maximaal twee periodieken overschreden kan worden.
2 Het bepaalde in het eerste lid mag slechts worden toegepast ten aanzien van een werknemer, die als zodanig ten minste een jaar bij dezelfde werkgever in dienst is geweest in dezelfde salarisschaal.
3 Het bepaalde in het eerste lid mag ten aanzien van dezelfde werknemer slechts worden herhaald na verloop
van twee jaar.
Artikel 8 Het begrip leiding geven aan
Indien in de omschrijving van een functie ter bepaling van de salarisschaal een aantal werknemers wordt genoemd waaraan leiding wordt gegeven wordt onder 'leiding geven' verstaan de situatie, waarbij de leidinggevende werknemer verantwoordelijk is voor:
- de organisatie van de eenheid, ook op langere termijn;
- de uitvoering van de werkzaamheden (kwantitatief, kwalitatief, budgettair, tijd enzovoort);
- de personele zorg voor het personeel (met name medeverantwoordelijkheid voor selectie, beoordeling,
oplossen problemen).
Artikel 8 A Het begrip dagelijkse leidinggeven aan
Indien in de omschrijving van een functie sprake is van dagelijkse leiding geven aan de werkzaamheden van de werknemers, wordt onder 'dagelijkse leiding geven' verstaan de situatie waarin de dagelijkse leiding gevende werknemer
- verantwoordelijk is voor de dagelijkse operationele leiding over de uitvoering van werkzaamheden (kwalitatief, kwantitatief, budgettair);
- zelf veelal meewerkt aan de uitvoering van de werkzaamheden (meewerkend voorman/voorvrouw);
- niet verantwoordelijk is voor de organisatie, ook op langere termijn, en de zorg voor het personeel als
bedoeld in artikel 8.
Artikel 9 Bepalingen aantal medewerkers waaraan leiding wordt gegeven
1 Indien in de omschrijving van een functie als bepalend voor de toepassing van een salarisschaal een aantal medewerkers wordt genoemd waaraan leiding wordt gegeven, tellen als medewerkers op de wijze als aangegeven in het tweede lid mee:
- degene, die op basis van een arbeidsovereenkomst in de instelling werkzaam is (werknemer);
- degene, die op basis van een detacheringsovereenkomst bij de instelling gedetacheerd is (gedetacheerde);
- degene, die als vrijwilliger in de instelling werkzaamheden verricht en die voldoet aan de in artikel 1 sub h genoemde omschrijving.
2 De vaststelling van het aantal medewerkers waaraan leiding wordt gegeven ter bepaling van de toepasselijke schaal geschiedt door toepassing van de volgende formule:
0,3 (w + ftv) + 0,7 (ftw), waarbij
w het aantal werknemers en gedetacheerden (aantal personen) betreft waaraan leiding wordt gegeven, ongeacht de omvang van het dienstverband;
ftv het aantal vrijwilligers betreft waaraan leiding wordt gegeven, omgerekend in full-time plaatsen;
ftw het aantal werknemers en gedetacheerden waaraan leiding wordt gegeven, omgerekend in full-time formatieplaatsen.
Bij de toepassing van deze formule tot vaststelling van het aantal medewerkers waaraan leiding wordt gegeven ter bepaling van de toepasselijke schaal vindt geen afronding plaats van de afzonderlijke componenten en eindtotaal.
3 Bij de vaststelling van het aantal medewerkers waaraan leiding wordt gegeven ter bepaling van de toepasselijke schaal kunnen de werknemer en de vrijwilliger genoemd onder lid 2 slechts één keer worden meegeteld namelijk bij de direct leidinggevende.
4 a Wanneer op een werknemer als gevolg van een vermindering van het aantal medewerkers waaraan leiding wordt gegeven een lagere salarisschaal zou moeten worden toegepast, vindt deze toepassing eerst plaats op het moment dat de hiervoor bedoelde situatie zonder onderbreking één vol jaar heeft geduurd.
b Toepassing van lid 4a leidt ertoe dat de werknemer wordt ingeschaald in de naast lagere schaal op hetzelfde volgnummer als waarop de werknemer was ingeschaald vóór de vermindering van het aantal medewerkers waaraan leiding wordt gegeven.
c Indien in de naast lagere schaal dit volgnummer niet voorkomt wordt de werknemer ingeschaald op hetzelfde volgnummer als waarop hij voorheen werd gesalarieerd.
5 Wanneer op een werknemer als gevolg van een toename van het aantal medewerkers waaraan leiding
wordt gegeven een hogere salarisschaal zou moeten worden toegepast, vindt deze toepassing eerst plaats op
het moment dat de hiervoor bedoelde situatie zonder onderbreking één vol jaar heeft geduurd.
Artikel 10 Niet-geregelde functies
1 Indien een functie niet genoemd wordt in deze salarisregeling dient de werkgever deze, ingeval de werkgever en de werknemer het niet eens zijn over de salarisschaal, ter bepaling van de salarisschaal voor te leggen aan het COAOB.
2 Bij het voorleggen van een functie als bedoeld in lid 1 geeft de werkgever een omschrijving van de werkzaamheden vereist voor de uitvoering van de betrokken functie.
3 Bij de bepaling van de salarisschaal sluit het COAOB zoveel mogelijk aan bij de inhoud en waardering van
de functies wel genoemd in deze salarisregeling.
Artikel 11 Niet-geregelde functies / de Regeling In- en Doorstroombanen voor Langdurig Werklozen.
1 Indien sprake is van een niet in deze salarisregeling geregelde functie én deze functie wordt uitgevoerd/gefinancierd in het kader van de Regeling In- en Doorstroombanen Langdurig Werklozen is schaal 1 van toepassing, waarbij als anciënniteit 0 (aanvang van de schaal in het eerste jaar van aanstelling) niet volgnummer 1 geldt, doch het Wettelijk Minimumloon.
In een zodanig geval dienen functiezwaarte en -inhoud, in vergelijking met de inhoud en waardering van de functies wel genoemd in de salarisregeling, een inschaling in schaal 1 te rechtvaardigen.
3 Toepassing van de inschaling zoals hiervoor weergegeven onder 1 is slechts mogelijk indien wordt voldaan
aan de voorwaarden die gelden voor de totstandkoming van een arbeidsplaats in het kader van de Regeling
In- en Doorstroombanen Langdurig Werklozen.
Artikel 11A Bepaling salaris adjunct-directeuren en directeuren
Op de bepaling van het salaris van de functies van adjunct-directeur en directeur zijn deze regeling en de
daarbij behorende salarisschalen niet van toepassing, uitgezonderd de algemene salarisverhogingen van de
CAO, uitgedrukt in een percentage vermeld in artikel 13.
Artikel 12 Toepassing algemene bepalingen
De hoofdstukken
I Algemene bepalingen en
II Structuur salarisschalen;
van deze salarisregeling zijn van toepassing op de functies genoemd in de volgende hoofdstukken:
III Salarisregeling interne dienst, administratieve/secretariaatsfuncties
IV Andere niet-bibliotheekeigen functies
V Bibliotheekeigen functies in zelfstandige openbare bibliotheken
VI Bibliotheekeigen functies in provinciale bibliotheekcentrales en de Openbare Bibliotheek Amsterdam
VII Functies in de blindenbibliotheken.
Artikel 13
Structuur salarisschalen
| nummers | 1-jan-02 | 1-jan-03 | 1-jan-04 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 |
| 1 | 1258,79 | 1284 | 1310 | 0 | ||||||
| 2 | 1288,74 | 1315 | 1341 | 0 | ||||||
| 3 | 1318,69 | 1345 | 1372 | 1 | ||||||
| 4 | 1347,73 | 1375 | 1403 | 1 | 0 | |||||
| 5 | 1378,58 | 1406 | 1434 | 2 | 0 | |||||
| 6 | 1407,63 | 1436 | 1465 | 3 | 2 | 1 | 0 | |||
| 7 | 1439,84 | 1469 | 1498 | 4 | 1 | |||||
| 8 | 1473,42 | 1503 | 1533 | 5 | 3 | 2 | 1 | |||
| 9 | 1516,53 | 1547 | 1578 | 6 | 4 | 2 | ||||
| 10 | 1562,37 | 1594 | 1626 | 7 | 5 | 3 | 2 | 0 | ||
| 11 | 1615,46 | 1648 | 1681 | 6 | 4 | 3 | ||||
| 12 | 1667,64 | 1701 | 1735 | 7 | 5 | 4 | 3 | 1 | ||
| 13 | 1717,56 | 1752 | 1787 | 6 | 5 | 4 | ||||
| 14 | 1770,65 | 1806 | 1842 | 7 | 6 | 5 | 2 | 0 | ||
| 15 | 1823,74 | 1860 | 1897 | 8 | 7 | 6 | 3 | |||
| 16 | 1875,93 | 1913 | 1951 | 8 | 7 | 4 | 1 | |||
| 17 | 1924,03 | 1963 | 2002 | 9 | 8 | 5 | ||||
| 18 | 1977,57 | 2017 | 2057 | 9 | 6 | 2 | ||||
| 19 | 2028,40 | 2069 | 2110 | 10 | 7 | 3 | ||||
| 20 | 2078,31 | 2120 | 2162 | 0 | 8 | 4 | ||||
| 21 | 2130,95 | 2174 | 2217 | 9 | 5 | |||||
| 22 | 2180,87 | 2224 | 2268 | 1 | 6 | |||||
| 23 | 2233,51 | 2278 | 2324 | 7 | ||||||
| 24 | 2290,23 | 2336 | 2383 | 2 | 8 | |||||
| 25 | 2346,04 | 2393 | 2441 | 3 | 9 | |||||
| 26 | 2395,05 | 2443 | 2492 | 4 | 0 | |||||
| 27 | 2451,32 | 2500 | 2550 | 5 | ||||||
| 28 | 2506,23 | 2556 | 2607 | 6 | 1 | |||||
| 29 | 2560,23 | 2611 | 2663 | 7 | ||||||
| 30 | 2610,60 | 2663 | 2716 | 8 | 2 | 0 | ||||
| 31 | 2664,60 | 2718 | 2772 | 9 | ||||||
| 32 | 2748,09 | 2803 | 2859 | 3 | 1 | |||||
| 34 | 2850,65 | 2908 | 2966 | 4 | 2 | |||||
| 36 | 2971,81 | 3031 | 3092 | 5 | 3 | |||||
| 38 | 3084,34 | 3146 | 3209 | 6 | 4 | 0 | ||||
| 40 | 3205,50 | 3270 | 3335 | 5 | 1 | |||||
| 42 | 3337,10 | 3404 | 3472 | 6 | 2 | |||||
| 44 | 3445,10 | 3514 | 3584 | 7 | 3 | |||||
| 46 | 3561,72 | 3633 | 3706 | 4 | ||||||
| 48 | 3677,89 | 3751 | 3826 | 5 | ||||||
| 50 | 3794,06 | 3870 | 3947 | 6 | 0 | |||||
| 52 | 3909,77 | 3988 | 4068 | 7 | 1 | |||||
| 54 | 4019,59 | 4100 | 4182 | 8 | 2 | |||||
| 56 | 4127,58 | 4210 | 4294 | 3 | 0 | |||||
| 58 | 4241,03 | 4326 | 4413 | 4 | 1 | |||||
| 60 | 4349,48 | 4436 | 4525 | 5 | 2 | 0 | ||||
| 62 | 4459,30 | 4548 | 4639 | 6 | 3 | 1 | ||||
| 64 | 4597,25 | 4689 | 4783 | 7 | 4 | 2 | ||||
| 66 | 4743,36 | 4838 | 4935 | 5 | 3 | |||||
| 68 | 4880,41 | 4978 | 5078 | 6 | 4 | |||||
| 70 | 5017,90 | 5118 | 5220 | 7 | 5 | |||||
| 72 | 5175,36 | 5279 | 5385 | 6 | ||||||
| 74 | 5312,86 | 5419 | 5527 | 7 | ||||||
| 76 | 5459,88 | 5569 | 5680 | 8 | ||||||
| 78 | 5618,71 | 5731 | 5846 | schaal | ||||||
| 80 | 5777,08 | 5893 | 6011 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 |
|
jeugdschalen |
minimum vakantietoeslag | |||||||||
| jeugd: | 1-jan-02 | 1-jan-03 | 1-jan-04 | 2002 | 2003 | 2004 | ||||
| leeftijd: | schaal 1 | |||||||||
| 15 jaar |
691,11 |
705 |
719 | >=18 jaar | 123,4 | 126 | 129 | |||
| 16 jaar |
787,31 |
803 |
819 | |||||||
| 17 jaar |
881,24 |
899 |
917 | |||||||
| schaal 2 | jeugd: | 2002 | 2003 | 2004 | ||||||
| 15 jaar |
708,35 |
723 |
737 | leeftijd: | ||||||
| 16 jaar |
804,55 |
821 |
837 | 15 jaar | 67,16 | 69 | 70 | |||
| 17 jaar |
902,12 |
920 |
938 | 16 jaar | 77,14 | 79 | 81 | |||
| 17 jaar | 86,67 | 88 | 90 | |||||||
| schaal 3 | ||||||||||
| 16 jaar |
842,67 |
860 |
877 | |||||||
| 17 jaar |
944,32 |
963 |
982 | |||||||
| schaal 4 | ||||||||||
| 16 jaar |
861,73 |
879 |
897 | |||||||
| 17 jaar |
964,74 |
984 |
1004 | |||||||
| schaal 5 | ||||||||||
| 17 jaar |
985,61 |
1005 |
1025 | |||||||
| schaal 6 | ||||||||||
| 17 jaar |
1094,06 |
1116 |
1138 | |||||||
Artikel 14
Salarisbedragen per maand in euro's voor de werknemer jonger dan 18 jaar:
[Zie onder artikel 13]
Artikel 15
Salarisbedragen per maand in euro's voor de werknemer jonger dan 18 jaar:
[Zie onder artikel 13]
Artikel 15A
Salarisbedragen per maand in euro's voor de werknemer jonger dan 18 jaar:
[Zie onder artikel 13]
Hoofdstuk III
Salarisregeling interne dienst, administratieve/secretariaatsfuncties
Artikel 16
Functies
In dit hoofdstuk is een zevental verschillende functieniveaus opgenomen die, afhankelijk van de aard en het
niveau van de te verrichten taken, in oplopende functiezwaarte worden gehonoreerd volgens de schalen 2, 3,
4, 6, 7, 8 en 9. Deze functieniveaus worden aangeduid als Ao, Aa, Ab, Ac, Ad, Ae en Af.
Artikel 17
Algemene functiekarakteristiek
Voor ieder van de zeven onderscheiden functieniveaus wordt in algemene bewoordingen weergegeven aan
welke algemene kenmerken de werkzaamheden, verricht binnen het desbetreffende niveau, voldoen. Deze
'algemene functiekarakteristiek' geeft het werk- en denkniveau aan.
Artikel 18
Functievarianten
De werkzaamheden die binnen een der in artikel 16 bedoelde functieniveaus worden verricht, kunnen
uiteenlopend van aard zijn. Daarom worden deze onderverdeeld in een of meer 'functievarianten', die gericht
zijn op dezelfde soort werkzaamheden en die per functieniveau worden aangeduid als variant Ao-1, Aa-1,
Ao-2, Aa-2 enzovoort.
Artikel 19
Vaststelling functieniveau en functievariant(en)
De vaststelling van het op de werknemer van toepassing zijnde functieniveau en de daarbij behorende
functievariant worden bepaald door de, door de werknemer in hoofdzaak uitgevoerde werkzaamheden.
Artikel 20
Individuele arbeidsovereenkomst
1 In de individuele arbeidsovereenkomst tussen werkgever en werknemer dient te worden vastgelegd:
a welk functieniveau voor de werknemer geldt, alsmede welke van de binnen dit functieniveau bestaande functievariant op de werknemer van toepassing is;
b al de op de werknemer van toepassing zijnde functievarianten indien de werknemer werkzaamheden verricht die tot meer dan één functievariant binnen eenzelfde functieniveau behoren;
c een nadere individuele taakomschrijving, indien deze met betrekking tot de door de werknemer te verrichten werkzaamheden door de werkgever wordt vastgesteld.
2 De in lid 1 sub c bedoelde nadere taakomschrijving moet zowel in overeenstemming zijn met de algemene
kenmerken, genoemd in de bij het desbetreffende functieniveau behorende algemene functiekarakteristiek, als
met hetgeen gesteld is bij de van toepassing verklaarde functievariant.
Artikel 21
Overzicht functieniveaus en functievarianten
Dit hoofdstuk kent de volgende functieniveaus met de daarbij behorende schaal en functievarianten:
| Functieniveaus | Ao | Aa | Ab | Ab+ | Ac | Ad | Ae | Af |
| Schaal | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 |
| Functievarianten | Ao-1 | Aa-1 | Ab-1 | Ab+-1 | Ac-1 | Ad-1 | Ae-1 | Af-1 |
| Ao-2 | Aa-2 | Ab-2 | Ab+-2 | Ac-2 | Ad-2 | Ae-2 | Af-2 | |
| Ao-3 | Aa-3 | Ab-3 | Ab+-3 | Ac-3 | Ad-3 | Ae-3 | ||
| Ao-4 | Aa-4 | Ab-4 | Ab+-4 | Ac-4 | Ad-4 | Ae-4 | ||
| Aa-5 | Ab-5 | Ab+-5 | Ac-5 | Ae-5 | ||||
| Aa-6 | Ab-6 | Ac-6 | ||||||
| Aa-7 | Ab-7 | |||||||
| Ab-8 |
Artikel 22
Ao Aankomende interne dienst, administratief-ondersteunende en secretariaatsfuncties
Schaal 2
Algemene functiekarakteristiek
Werkzaamheden - onder directe begeleiding - waarvan de opdrachten duidelijk zijn bepaald door aanwijzingen en instructies en die bestaan uit:
- variërende, veelal op afzonderlijke aanwijzingen verrichte, enkelvoudige handelingen, of
- een volgens vast patroon verricht eenvoudig samenstel van enkelvoudige handelingen, dan wel
- combinaties van beide.
De benodigde vaardigheden voor de functie kunnen door ervaring in de praktijk of door interne opleiding
worden verworven.
Vier functievarianten
Variant Ao-1
Administratief-ondersteunende hulpwerkzaamheden waaronder:
- eenvoudig schrijfwerk (adressen, paklijsten e.d.);
- invullen of bijhouden van eenvoudige registers, lijsten, kaarten e.d.;
- maken van kopieën met eenvoudig te bedienen apparatuur;
- het verstrekken van kantoorbenodigdheden.
Variant Ao-2
Typewerkzaamheden en werkzaamheden met aan typemachines verwante apparatuur, waarbij aan de bedieningsvaardigheid nauwelijks eisen worden gesteld, waaronder:
- het van basisdocumenten (bonnen, formulieren e.d.) overtypen of intoetsen van veelal eenregelige boekinggegevens (inschrijvingen, reserveringen, voorraadmutaties e.d.).
Variant Ao-3
Eenvoudige reprografische werkzaamheden
- Fotokopiëren van boek- en tijdschriftenpagina's, brieven, documenten e.d., waarbij instelling van de apparatuur moet plaatsvinden, gericht op verkleinen, vergroten, sorteren, dubbelzijdig fotokopiëren e.d.
- Machinaal sorteren, bundelen en/of inbinden van drukwerk, waarbij machines moeten worden ingesteld op papiermaat en dikte van bundeling.
- Schoonhouden, smeren en bijvullen (toner, papier) van de kopieer-, snij-, vouw- en bindapparatuur e.d. en het opheffen van eenvoudig te verhelpen storingen.
- Bijhouden van eenvoudige administraties ten aanzien van de gemaakte kopieën.
Variant Ao-4
Portierswerkzaamheden
- Tijdens de openingstijden verwijzen van bezoekers en verstrekken van standaardinlichtingen.
- Openen en afsluiten van de gebouwen.
Artikel 23
Aa Interne dienst- en administratief-ondersteunende en secretariaatsfuncties
Schaal 3
Algemene functiekarakteristiek
Werkzaamheden - onder directe begeleiding - waarvan de opdrachten duidelijk zijn bepaald door aanwijzingen en instructies, alsmede die afzonderlijk of in combinatie een afgeronde taak vormen en als zodanig de eis stellen van:
- vaardige verrichting (bepaald door handigheid, zorgvuldigheid) en enige 'organisatie van het eigen werk', alsmede
- een zodanige kennis van de te verrichten werkzaamheden, dat ten aanzien van de uit te voeren handelingen op zich als regel geen detailuitleg of -aanwijzingen nodig zijn.
Algemene eenvoudige kennis is vereist van de (administratieve) procedures en werkwijzen alsmede praktische
ervaring met de procedures en werkwijzen binnen het onderdeel van de organisatie, waar de betrokken
werknemer is tewerk gesteld.
Zeven functievarianten
Variant Aa-1
Administratief-ondersteunende (variërende) hulpwerkzaamheden met name in het kader van bestelling, verwerking en verhuur van media waaronder:
- typen van in het Nederlands gestelde, niet moeilijk leesbare, teksten, dan wel van formulieren, bonnen, lijsten of overzichten, naar voorgeschreven of gebruikelijke indeling en aan de hand van duidelijk leesbaar en geordend materiaal;
- in/uitschrijven van post;
- telefoon aannemen, doorverbinden, 'standaard'-inlichtingen geven e.d.;
- 'opvangen' en doorverwijzen van bezoekers;
- opbergen/opzoeken van stukken, volgens eenvoudige ingangen of code, in dossiers e.d.
Variant Aa-2
Typewerkzaamheden en werkzaamheden met aan typemachines verwante apparatuur, waarbij het gaat om het, naar voorgeschreven of gebruikelijke indeling, vaardig typen van in het Nederlands gestelde teksten op schrijfmachines, tekstverwerkende of data-entry apparatuur, alsmede waarbij eventuele tempo verstorende knelpunten, zoals bijvoorbeeld ten aanzien van de leesbaarheid van het concept, de tekstindeling, ontbrekende gegevens e.d., reeds door voorbewerking zijn opgeheven en de machinebediening beperkt blijft tot de eenvoudiger (routine)handelingen, waaronder:
- het aan de hand van een duidelijk concept of voorgecodeerd/bewerkt materiaal, typen van
standaardbrieven, formulieren, staten e.d. op schrijfmachines of tekstverwerkers, waarbij het manipuleren met
tekstgedeelten beperkt blijft tot het toevoegen, afvoeren, wijzigen en herschikken van tekstdelen.
Variant Aa-3
Het met vaardigheid verrichten van (een samenstel van) hulpwerkzaamheden ten behoeve van post- en archiefzaken, zoals onder meer:
- het op aanwijzingen of volgens eenvoudige coderingen opzoeken/opbergen van dossiers e.d.;
- het verzorgen van de interne postbezorging;
- het op nummer, letter, datum e.d. sorteren/op volgorde plaatsen van poststukken, kaarten, fiches;
- het bedienen van een machinale briefopener, adresseermachine, reproductie-, frankeer-, microfilmapparaat.
Variant Aa-4
Magazijnbeheer met name in het kader van bestelling, verwerking en verhuur van media
- Het doelmatig indelen van voorraadmagazijnen.
- Bijhouden van inventarisatielijsten.
- Bijhouden van de voorraad kantoorbenodigdheden en het verstrekken hiervan.
- Assisteren bij verhuiswerkzaamheden.
Variant Aa-5
Entree- en bewakingszorg, ook buiten openingstijden
- Het te woord staan van bezoekers en het verstrekken van standaardinlichtingen.
- Surveilleren en houden van (nachtelijke) controlerondes zowel binnen als buiten de gebouwen.
- Openen en afsluiten van de gebouwen.
- Toezicht houden op de orde en veiligheid binnen de gebouwen.
- Signaleren van (vaak op meldpanelen aangegeven) storingen en afwijkingen aan installaties en
beveiligingstechnische voorzieningen, het ter plaatse in ogenschouw nemen van de situatie en het melden aan de
tot handelen aangewezen functionarissen.
Variant Aa-6
Technische werkzaamheden
Het verrichten van meer gecompliceerde onderhouds- of installatiewerkzaamheden, echter onder toezicht of met mogelijkheid tot directe terugval op anderen, zoals:
- het controleren van technische hulpmiddelen zoals portofoon, intercom, beveiligingsapparatuur e.d.;
- het houden van toezicht op technische installaties, inclusief inspecties en preventief onderhoud;
- het verrichten van onderhoudswerkzaamheden en uiteenlopende kleine reparaties aan de gebouwen;
- het herstellen van meubilair, verrichten van herstel- en nieuwbouwwerkzaamheden e.d. (bijvoorbeeld
plaatsen van nieuwe deuren, ramen of tussenwanden).
Variant Aa-7
Administratieve en (lichte) bibliotheektechnische werkzaamheden omvattende onder meer:
uitleenwerkzaamheden
- het in- en uitschrijven van lezers;
- het registreren van uitleningen;
- verzorgen van reserveringen en verlengingen;
- innemen van terugbezorgde boeken, of andere media;
- kastcontrole.
collectieverzorging en cataloguswerkzaamheden binnen het kader van bestelling, verwerking en verhuur van media
- het verrichten van eenvoudige administratieve werkzaamheden voor de wisselcollecties of de aanschaf van boeken (registratie);
- het uitleenklaarmaken van boeken (zo nodig plastificeren, typen en aanbrengen van etiketten, aanbrengen beveiligingsmaterialen);
- het invoeren en verwijderen van gegevens uit de geautomatiseerde catalogus of het invoegen en verwijderen
van cataloguskaarten.
Artikel 24
Ab Interne dienst-, administratief-ondersteunende, secretariaats-, personeelsadministratie- en
financiële administratiewerkzaamheden
Schaal 4
Algemene functiekarakteristiek
Werkzaamheden - onder indirecte begeleiding - waarvan de voornamelijk niet-enkelvoudige opdrachten
duidelijk bepaald zijn in de vorm van normen/voorbeelden met betrekking tot de aanpak, alsmede waarbij de
nadruk ligt op de praktische uitvoering, waarvoor vakkennis en inzicht in de problematiek van de uitvoering
alsook bekwaamheid in de hantering van algemeen toegepaste methoden is vereist. Binnen het vastgestelde
samenwerkingspatroon en de bestaande instructies wordt een beperkt beroep gedaan op het eigen inzicht, met
name bij stagnaties, vragen, afwijkingen van de normale procedures e.d.
Acht functievarianten
Variant Ab-1.
Administratief-ondersteunende (variërende) werkzaamheden met name in het kader van bestelling, verwerking en verhuur van media omvattende onder meer:
- typen van Nederlandse teksten aan de hand van een onvolledig concept (verkortingen, weglatingen van bij te zoeken verwijzingen, namen e.d.) c.q. van handgeschreven stukken in vreemde talen;
- aan de hand van aanwijzingen met betrekking tot de inhoud stellen van eenvoudige brieven (mededelingen, verzoeken om informatie e.d.);
- op aanwijzing/in overleg indelen van agenda, maken van afspraken, gereedmaken van vergaderstukken en het bewaken van de voortgang van afdoening van lopende zaken, verrichten van eenvoudige notuleerwerkzaamheden, informeren, rappelleren en tijdig (doen) verzamelen en verzenden van gegevens, inclusief het vragen om en verstrekken van inlichtingen over de administratieve gang en stand van zaken;
- verzamelen, ordenen en verwerken van cijfermatige en andere administratieve gegevens op formulieren, in
kaartsystemen, overzichten e.d.
Eventueel wordt dagelijkse leiding gegeven aan een of meer werknemers t/m niveau Aa.
Variant Ab-2
Typewerkzaamheden en werkzaamheden met aan typemachines verwante apparatuur, waarbij onder meer:
- teksten nader moeten worden uitgewerkt, getypt/ingetoetst en/of correctief gecollationeerd, dan wel met
behulp van een softwareprogramma grafisch vorm worden gegeven (bijvoorbeeld brochures, folders, bulletins,
jaarverslagen, zulks aan de hand van onvolledige concepten of dictaten, waarin globale verwijzingen naar bij te
zoeken gegevens voorkomen, alsmede waarbij een ruime vaardigheid is vereist wat betreft het op een
tekstverwerker manipuleren met tekstgedeelten, zoals toevoegen, wissen van blokken, herschikken en zorgen
voor de juiste lay-out.
Eventueel wordt dagelijkse leiding gegeven aan een of meer werknemers t/m niveau Aa.
Variant Ab-3
Werkzaamheden met betrekking tot post- en archiefzaken met name in het kader van bestelling, verwerking en verhuur van media, die afwisselend of in vaste combinatie zelfstandigheid, inzicht en eigen oordeel vereisen, zoals onder meer:
- coderen ('vertalen' van vaststaande gegevens in de codenummers), afdelingsgewijs indelen, retro-acta bijvoegen en routing aangeven;
- agenderen, waaronder korte inhoud aanduiden, nummeren en inschrijven van brieven in een register respectievelijk fichesysteem;
- vormen van dossiers e.d. over in het algemeen gemakkelijk te begrenzen onderwerpen/zaken, alsmede controleren van af te leggen dossiers op hiaten in de afhandeling;
- opzoeken/opsporen van door gebruikers vaag aangeduide stukken, alsmede verstrekken van informatie
over de behandelingsprocedure.
Eventueel wordt dagelijkse leiding gegeven aan een of meer werknemers t/m niveau Aa.
Variant Ab-4
Financieel-administratieve werkzaamheden van ondersteunende aard waaronder:
- het verrichten van verificatiewerkzaamheden met betrekking tot declaraties, rekeningen en facturen, beperkt naar soort en/of complexiteit, inclusief controle op vereiste parafen en verklaringen;
- het bijhouden van de verlofregistratie van de werknemers;
- het doen van aangifte van arbeidsongeschiktheid van de werknemers bij de bedrijfsvereniging, waarbij de salariscomponenten door derden worden aangeleverd;
- het verrichten van werkzaamheden voor de personeelsadministratie;
- het registreren van ziekmeldingen;
- het op aanwijzing invoeren van mutaties in een geautomatiseerd personeelsadministratiesysteem;
- het verrichten van werkzaamheden voor de financiële administratie;
- het controleren van eenvoudige declaraties, rekeningen of facturen (beheer kleine kas);
- het op aanwijzing invoeren van door anderen voorbewerkte boekingsstukken in een geautomatiseerd systeem.
Eventueel wordt dagelijkse leiding gegeven aan een of meer werknemers t/m niveau Aa.
Variant Ab-5
Werkzaamheden met name in het kader van bestelling, verwerking en verhuur van media met betrekking tot de bediening van apparatuur ten behoeve van de verwerking, waarbij een combinatie van rand- en perifere apparatuur wordt bediend en welke elementaire kennis van het gehanteerde besturingssysteem vereisen, onder meer inhoudende:
- het bedrijfsklaar maken en in werking stellen van apparatuur, welke al dan niet gebruik maakt van een automatische opstart-pro-cedure;
- het bedienen van de apparatuur en controleren van de juiste werking tijdens het verwerkingsproces;
- het nemen van de voorgeschreven maatregelen bij storingen en het uitvoeren van het eerstelijnsonderhoud;
- het, binnen de productieplanning en in afstemming op de productie van de centrale verwerkingseenheid, bepalen van de volgorde en route van de uit te voeren opdrachten, alsmede het registreren van productiegegevens e.d.;
- het aanvullen van het logboek met bijzonderheden.
Eventueel wordt dagelijkse leiding gegeven aan een of meer werknemers t/m niveau Aa.
Variant Ab-6
Het voeren van de tijdschriftenadministratie.
- Zorg dragen voor bestellingen en het bijhouden van een niet-gecompliceerde besteladministratie.
- Zorg dragen voor de opslag van de tijdschriften en distributie over afdelingen.
- Zorg dragen voor het bijhouden van de tijdschriftenadministratie.
- Reclameren bij te lange levertijden en onjuistheden bij ontvangst.
Eventueel wordt dagelijkse leiding gegeven aan een of meer werknemers t/m niveau Aa.
Variant Ab-7
Technische werkzaamheden.
- Het zelfstandig verrichten van meer gecompliceerd elektronisch en/of mechanisch onderhoud en/of
installatiewerkzaamheden aan licht-, kracht-, beveiligings- en klimaatbeheersingsappatuur.
Eventueel wordt dagelijkse leiding gegeven aan een of meer werknemers t/m niveau Aa.
Variant Ab-8
Administratieve en (lichte) bibliotheektechnische werkzaamheden omvattende onder meer:
- het behulpzaam zijn bij het opzoeken van c.q. het behandelen van aanvragen voor materiaal dat niet op eenvoudige wijze aan de hand van de catalogus kan worden gevonden;
- het zelfstandig verzorgen van documentatiemappen voor een of meer omschreven onderwerpen;
- het op grond van cliëntcontacten doorgeven van signalen t.b.v. de collectievorming;
- het meer zelfstandig invoeren en verwijderen van administratieve gegevens m.b.t. de catalogus.
Eventueel wordt dagelijkse leiding gegeven aan een of meer werknemers t/m niveau Aa.
Artikel 24 A
Ab+ Interne dienst-, administratief-ondersteunende, secretariële, personeelsadministratie- en
financiële administratiewerkzaamheden.
Schaal 5
Algemene functiekarakteristiek
Werkzaamheden als bedoeld in artikel 24, waarbij bepaalde, doch niet alle werkzaamheden van de in
functiegebied overeenkomstige functie, genoemd in artikel 25 worden uitgevoerd.
Vijf functievarianten
Variant Ab+-1
Werkzaamheden als bedoeld in Variant Ab-1, waarbij tevens sprake is van uitvoering van de volgende werkzaamheden:
- het zelfstandig concipiëren van niet-specialistische correspondentie, al of niet in een vreemde taal gesteld (eerste streepje Variant Ac-1);
en/of
- het zelfstandig maken van ontwerpverslagen waarin de essentie van het besprokene wordt samengevat (tweede streepje Variant Ac-2);
dan wel
- werkzaamheden ter uitvoering van regelingen in verband met het bewerken van gegevens of in verband met
het verstrekken van voorlichting, waarbij vakkennis op het betrokken werkterrein een vereiste is (derde
streepje Variant AC-1).
Variant Ab+-2
Werkzaamheden als bedoeld in Variant Ab-3, waarbij tevens sprake is van uitvoering van twee van de drie hierna genoemde werkzaamheden:
- het klasseren, dat wil zeggen interpreteren van de archiefcode en bepalen van de aard van het object/onderwerp met het oog op de codering (eerste streepje Variant Ac-2);
- het bepalen van de onderlinge relatie tussen in stukken behandelde onderwerpen en het op basis hiervan, met inachtneming van de voorgeschreven procedure, (doen) samenstellen van dossiers respectievelijk aanbrengen van eventueel noodzakelijke verwijzingen in de dossierregistratie (tweede streepje Variant Ac-2);
- het verstrekken van uitgebreide informatie over de voorgeschreven procedure en de strekking/inhoud van
stukken (derde streepje Variant Ac-2).
Variant Ab+-3
Werkzaamheden als bedoeld in Variant Ab -4, waarbij tevens sprake is van uitvoering van twee van de zeven hierna genoemde werkzaamheden:
- het verrichten van verificatiewerkzaamheden met betrekking tot declaraties, rekeningen en facturen naar soort en/of complexiteit, inclusief controle op vereiste parafen, verklaringen en/of bijbehorende stukken (eerste streepje Variant Ac-3);
- het verwerken van een grote verscheidenheid aan ingediende declaraties/rekeningen in de financiële administratie; groeperen en inboeken op crediteur en/of groepen van crediteuren; inschrijven van uitgaande rekeningen en afboeken van ontvangen betalingen (tweede streepje Variant Ac-3);
- het ten behoeve van de kredietbewaking voor een omvangrijk en gevarieerd gedeelte van de instelling opstellen van cijferoverzichten met betrekking tot aan te gane en aangegane verplichtingen en verloop van uitgaven en ontvangsten (derde streepje Variant Ac-3);
- het doen van aangifte van arbeidsongeschiktheid van de werknemers bij de bedrijfsvereniging, inclusief het daarbij verstrekken van de salariscomponenten (eerste streepje Variant Ac-4);
- het al dan niet door middel van een standaard(mutatie)formulier aanleveren van (basis)gegevens ten behoeve van de door derden uitgevoerde salarisadministratie (tweede streepje Variant Ac-4);
- het kennis dragen van de belangrijkste bepalingen van de CAO en het geven van eenvoudige informatie hierover (vierde streepje Variant Ac-4);
- het beschikken over basiskennis met betrekking tot de opbouw van salarissen van netto naar bruto, alsmede
de voor de werkgever hieraan verbonden totale loonkosten (vijfde streepje Variant Ac-4);
Variant Ab+-4
Werkzaamheden als bedoeld in Variant Ab-5, waarbij tevens sprake is van uitvoering van twee van de drie hierna genoemde werkzaamheden:
- het zelfstandig lokaliseren en verhelpen van foutmeldingen die te maken hebben met de bediening van de apparatuur (eerste streepje van Variant Ac-5);
- het bieden van ondersteuning bij het oplossen van bedieningsfoutmeldingen waar andere werknemers binnen de instelling mee worden geconfronteerd (tweede streepje van Variant Ac-5;
- het kunnen omgaan met het gehanteerde databaseprogramma en het kunnen toepassen van dit programma
ten behoeve van de aanmaak van andere nieuwe databestanden (derde streepje van Variant Ac-5).
Variant Ab+-5
Werkzaamheden als bedoeld in Variant Ab-8, waarbij tevens sprake is van het onder de eindverantwoordelijkheid van het hoofd van de desbetreffende bij een pbc aangesloten bibliotheek, afdeling of filiaal uitvoeren van één van beide hierna genoemde werkzaamheden:
- dagelijkse leiding geven aan een of meer werknemers, die administratieve en (lichte) bibliotheektechnische werkzaamheden verrichten t/m niveau Ab (eerste streepje van Variant Ac-6);
- organisatie en controle van de genoemde uitleenwerkzaamheden, zoals samenstelling roosters en beheer
uitleensysteem (tweede streepje van Variant Ac-6).
Artikel 25
Ac Administratief-ondersteunende, secretariaats-, personeelsadmi-nistratie- en financiële
administratie- en automatiseringsfuncties alsmede leidinggevende uitleenfunctie
Schaal 6
Algemene functiekarakteristiek
Werkzaamheden - zonder directe begeleiding - waarvan de opdrachten, die in het algemeen betrekking hebben op algemeen toegepaste methoden/normen, worden verstrekt aan de hand van aanwijzingen, welke ruimte laten voor gemotiveerde voorstellen ten aanzien van de kwalitatieve eisen met betrekking tot en de wijze van uitwerking van de uitvoering. De nadruk ligt op de praktische opzet van de uitvoering, waarbij tevens gesteund wordt op kennis van en inzicht in theoretische grondslagen, bekendheid met en inzicht in de hantering van algemeen toegepaste methoden en normen, alsmede theoretische oriëntatie in aanverwante disciplines.
Er moet een bijdrage worden geleverd aan een juiste toepassing en uitvoering, zoals het uitzoeken van gegevens, verzamelen en verwerken van gegevens via verkregen informatie. Hierbij kan ook sprake zijn van controle- en verificatiewerkzaamheden, rekenkundige bewerkingen e.d.
De werkzaamheden vereisen algemene vorming en inspelen op zich voordienende werksituaties en aan de orde zijnde wisselende aangelegenheden. De werkzaamheden vragen een goede oriëntatie op min of meer gecompliceerde organisatorische samenhangen, verhoudingen en procedures.
Voorwaarde is voorts een goede taalvaardigheid.
Zes functievarianten
Variant Ac-1
Administratief-ondersteunende werkzaamheden waarbij de nadruk ligt op:
- het zelfstandig concipiëren van niet-specialistische correspondentie, al of niet in een vreemde taal gesteld;
- het zelfstandig maken van ontwerpverslagen waarin de essentie van het besprokene wordt samengevat;
- werkzaamheden ter uitvoering van regelingen in verband met het bewerken van gegevens of in verband met
het verstrekken van voorlichting, waarbij vakkennis op het betrokken werkterrein een vereiste is.
Eventueel wordt dagelijkse leiding gegeven aan een of meer werknemers t/m niveau Ab.
Variant Ac-2
Werkzaamheden met name in het kader van bestelling, verwerking en verhuur van media met betrekking tot post- en archiefzaken, gericht op dynamische archieven, van dezelfde aard als vermeld bij variant 3 van de Ab-functie, echter op een breed of ingewikkeld terrein van archivering, aan de hand van een gecompliceerd registratuur-plan, op basis van zowel verdergaande archieftechnische kennis als - voor wat betreft de materie in het toepassingsgebied - een breder zicht op samenhangen en verbanden, waarbij het accent valt op:
- het klasseren, dat wil zeggen interpreteren van de archiefcode en bepalen van de aard van het object/onderwerp met het oog op de codering;
- het bepalen van de onderlinge relatie tussen in stukken behandelde onderwerpen en het op basis hiervan, met inachtneming van de voorgeschreven procedure, (doen) samenstellen van dossiers respectievelijk aanbrengen van eventueel noodzakelijke verwijzingen in de dossierregistratie;
- het verstrekken van uitgebreide informatie over de voorgeschreven procedure en de strekking/inhoud van stukken.
Eventueel wordt dagelijkse leiding gegeven aan een of meer werknemers t/m niveau Ab.
Variant Ac-3
Werkzaamheden met betrekking tot de financiële administratie waaronder:
- het verrichten van verificatiewerkzaamheden met betrekking tot declaraties, rekeningen en facturen naar soort en/of complexiteit, inclusief controle op vereiste parafen, verklaringen en/of bijbehorende stukken;
- het verwerken van een grote verscheidenheid aan ingediende declaraties/rekeningen in de financiële administratie; groeperen en inboeken op crediteur en/of groepen van crediteuren; inschrijven van uitgaande rekeningen en afboeken van ontvangen betalingen;
- het ten behoeve van de kredietbewaking voor een omvangrijk en gevarieerd gedeelte van de instelling opstellen van cijferoverzichten met betrekking tot aan te gane en aangegane verplichtingen en verloop van uitgaven en ontvangsten;
- het dagelijks beheer van de kas.
Eventueel wordt dagelijkse leiding gegeven aan een of meer werknemers t/m niveau Ab.
Variant Ac-4
Financieel/administratieve werkzaamheden met betrekking tot de salaris/personeelsadministratie waaronder:
- het doen van aangifte van arbeidsongeschiktheid van de werknemers bij de bedrijfsvereniging, inclusief het daarbij verstrekken van de salariscomponenten;
- het al dan niet door middel van een standaard(mutatie)formulier aanleveren van (basis)gegevens ten behoeve van de door derden uitgevoerde salarisadministratie;
- het zorgen voor registratie van polissen van verzekeringen e.d.;
- het kennis dragen van de belangrijkste bepalingen van de CAO en het geven van eenvoudige informatie hierover;
- het beschikken over basiskennis met betrekking tot de opbouw van salarissen van netto naar bruto, alsmede
de voor de werkgever hieraan verbonden totale loonkosten.
Eventueel wordt dagelijkse leiding gegeven aan een of meer werknemers t/m niveau Ab.
Variant Ac-5
Werkzaamheden met name in het kader van bestelling, verwerking en verhuur van media van dezelfde aard als vermeld bij variant 5 van de Ab-functie, doch die meer uitgebreide kennis van het gehanteerde besturingssysteem vereisen en waarbij daarenboven sprake is van:
- het zelfstandig lokaliseren en verhelpen van foutmeldingen die te maken hebben met de bediening van de apparatuur;
- het bieden van ondersteuning bij het oplossen van bedieningsfoutmeldingen waar andere werknemers binnen de instelling mee worden geconfronteerd;
- het kunnen omgaan met het gehanteerde databaseprogramma en het kunnen toepassen van dit programma
ten behoeve van de aanmaak van andere nieuwe databestanden.
Eventueel wordt dagelijkse leiding gegeven aan een of meer werknemers t/m niveau Ab.
Variant Ac-6
Leidinggevende werkzaamheden ten behoeve van de uitlening.
Plaats in de organisatie
De functie komt voor binnen bij provinciale bibliotheekcentrales aangesloten bibliotheken, bij afdelingen die zich met uitleenwerkzaamheden bezighouden en binnen filialen.
Hoofdbestanddelen van de functie
Onder de eindverantwoordelijkheid van het hoofd van de desbetreffende bibliotheekafdeling of het desbetreffende filiaal:
- dagelijkse leiding geven aan een of meer werknemers, die administratieve en (lichte) bibliotheektechnische werkzaamheden verrichten t/m niveau Ab;
- organisatie en controle van de genoemde uitleenwerkzaamheden, zoals samenstelling roosters en beheer uitleensysteem.
Artikel 26
Ad Administratief-ondersteunende, secretariële, personeelsadmi-nistratie- en financiële
administratie- en automatiseringsfuncties
Schaal 7
Algemene functiekarakteristiek
Werkzaamheden waarbij de nadruk ligt op het opzetten en uitwerken van uitvoeringsmethoden, die vooral zijn gericht op het vinden van oplossingen, zowel op theoretische als op praktische basis.
Zij geschieden voornamelijk met deskundigen binnen het vakgebied en zonder - zowel in organisatorisch als vaktechnisch opzicht - directe begeleiding.
De opdrachten worden verstrekt in de vorm van omschrijvingen van de te bereiken resultaten, waarbij de uitwerking in het algemeen duidelijk ruimte biedt voor het uitwerken/aanpassen van de methoden en normen.
Zij vragen inzicht in en ervaring met algemeen en niet algemeen toegepaste methoden en normen,
verwerkingswijzen, documentatie, alsmede het vermogen om diagnoses te stellen mede vanuit de achtergrond
van het vakgebied. Tevens wordt in belangrijke mate eigen initiatief en anticipatievermogen verwacht.
Vier functievarianten
Variant Ad-1
Administratief-ondersteunende werkzaamheden met name in het kader van bestelling, verwerking en verhuur van media waarbij de nadruk ligt op:
- het zelfstandig concipiëren en afhandelen van niet specialistische correspondentie, al dan niet in een vreemde taal gesteld;
- het zelfstandig voorbereiden en het bijwonen van vergaderingen ten behoeve van het maken van ontwerpverslagen en/of notulen waarin het besprokene en de besluitvorming inhoudelijk goed wordt weergegeven;
- het zelfstandig maken van agenda-afspraken met de daarbij behorende correspondentie;
- werkzaamheden ter uitvoering van regelingen in verband met het bewerken van gegevens en/of het geven
van voorlichting, waarbij vakkennis op het betrokken werkterrein en van de desbetreffende organisatie vereist is.
Eventueel wordt dagelijkse leiding gegeven aan een of meer werknemers t/m niveau Ac.
Variant Ad-2
Werkzaamheden met betrekking tot de financiële administratie waaronder:
- het verwerken van een grote verscheidenheid aan ingediende declaraties, rekeningen, facturen in de financiële administratie naar kostensoort of groep; inboeken op crediteur en/of groepen van crediteuren; inschrijven van uitgaande rekeningen en afboeken van ontvangen betalingen;
- het ten behoeve van de leiding van de organisatie en/of budgetbewaking periodiek opstellen van
cijferoverzichten met betrekking tot aan te gane en aangegane verplichtingen en verloop van uitgaven en ontvangsten.
Eventueel wordt dagelijkse leiding gegeven aan een of meerdere werknemers t/m niveau Ac.
Variant Ad-3
Financieel/administratieve werkzaamheden met betrekking tot de salaris/personeelsadministratie waaronder:
- het zelfstandig met behulp van een ponsconcept of eigen computer technisch voorverwerken (codering) en vervolgens aanleveren van de benodigde gegevens ten behoeve van de door derden geautomatiseerd uitgevoerde salarisadministratie, alsmede het uitoefenen van controle op deze uitvoering en hieruit voortvloeiend zorgen voor de juiste afdrachten aan de belastingdienst, bedrijfsvereniging en pensioenfonds;
- het beschikken over kennis met betrekking tot de inhoud van de CAO en hieruit voortvloeiend zorgen voor de opstelling van concept-arbeidsovereenkomsten en een juiste inschaling van werknemers, alsmede voor de toepassing van overige CAO-verplichtingen namens de werkgever;
- het beschikken over kennis met betrekking tot de belasting- en sociale verzekeringswetgeving en in verband hiermede toezien op een juiste naleving hiervan, zowel door de werkgever als de bedrijfsvereniging, zoals het uitoefenen van controle op de uitbetaling van ziekengelden;
- het beschikken over kennis met betrekking tot de opbouw van salarissen van netto naar bruto en de hieraan voor de werkgever verbonden totale loonkosten, alsmede het in verband hiermede verstrekken van algemene en individuele toelichtingen op de salarisafrekeningen;
- het aanleveren van financiële gegevens ten behoeve van de opstelling van de begroting/jaarrekening.
Eventueel wordt dagelijkse leiding gegeven aan een of meer werknemers t/m niveau Ac.
Variant Ad-4
Werkzaamheden die kennis vereisen van de bedieningsinstructies en de besturingstaal van een computersysteem, alsmede van de toegepaste software, waarbij het met name gaat om:
- het zorg dragen voor een zodanig computergebruik binnen de instelling dat de gewenste (gegevens)verwerking c.q. informatie op een efficiënte wijze plaatsvindt c.q. beschikbaar komt, alsmede dat een efficiënt beleid kan worden gevoerd;
- het kunnen overdragen van computerkennis en de toepassingsmogelijkheden aan andere werknemers binnen de instelling;
- het kunnen schrijven van eenvoudige applicatieprogrammatuur ten behoeve van het gemakkelijker verwerken van de aangeboden gegevens;
- het kunnen lokaliseren en verhelpen van geconstateerde fouten in de gehanteerde applicatieprogrammatuur.
Eventueel wordt dagelijkse leiding gegeven aan een of meerdere werknemers t/m niveau Ac.
Artikel 27
Ae Administratief-ondersteunende, secretariële, personeelsadmini-stratie- en financiële
administratie- en automatiseringsfuncties
Schaal 8
Algemene functiekarakteristiek
Werkzaamheden vanuit een theoretische achtergrond, zowel op het eigen als op (een onderdeel van) aanverwante vakgebieden, waarbij de nadruk ligt op het analyseren, theoretisch uitwerken en praktisch vorm geven aan opdrachten met een gevarieerde vaktechnische problematiek op het gehele vakgebied.
Zij vereisen kennis van algemeen en niet algemeen toegepaste, alsook bijzondere methoden en normen en daaraan te ontlenen vaktechnische voorwaarden, volgend uit theoretisch gefundeerde oriëntatie op en inzicht in aanverwante vakgebieden. Zij geschieden - veelal zonder directe begeleiding - voornamelijk in samenwerking met vakgenoten/deskundigen.
De opdrachten worden verstrekt in de vorm van algemeen geformuleerde probleemstelling (doel, principe
etcetera) waarbij een belangrijke inbreng dient te worden geleverd aan de hand van
literatuur-/methode-/normenanalyse, overleg met deskundigen, ter plaatse te onderzoeken situaties, het
uitwerken van alternatieve verwerkingsmogelijkheden.
Vijf functievarianten
Variant Ae-1
Administratief-ondersteunende werkzaamheden als bedoeld bij variant 1 van de Ad-functie, doch die in dit
geval naar het oordeel van de werkgever een grote mate van complexiteit in zich dragen alsmede op zeer
zelfstandige wijze verricht worden.
Eventueel wordt dagelijkse leiding gegeven aan een of meer werknemers t/m niveau Ad.
Variant Ae-2
Financieel-administratieve werkzaamheden met betrekking tot de salaris/personeelsadministratie waaronder:
- het in eigen beheer uitvoeren van de salarisadministratie dan wel het dragen van eindverantwoordelijkheid met betrekking tot de door derden feitelijk uitgevoerde salarisadministratie;
- het beschikken over uitgebreide kennis met betrekking tot de inhoud van de CAO en hieruit voortvloeiend eindverantwoordelijkheid dragen ten aanzien van de juiste toepassing van voor de werkgever uit de CAO voortkomende verplichtingen;
- het beschikken over een uitgebreide kennis op het gebied van de belasting- en sociale verzekeringswetgeving en van salarisberekeningen en in verband hiermede dragen van eindverantwoordelijkheid met betrekking tot een juiste gang van zaken op deze terreinen;
- het maken van personeelskostenberekeningen ten behoeve van de opstelling van de begroting/jaarrekening;
- het begeleiden van ontslagprocedures en zorgen voor een juiste financiële afwikkeling hiervan.
Eventueel wordt dagelijkse leiding gegeven aan een of meer werknemers t/m niveau Ad.
Variant Ae-3
Werkzaamheden die uitgebreide kennis vereisen van de besturingstaal van een computersysteem en van de toegepaste software, alsmede inzicht vragen in de mogelijke relevantie voor de instelling van nieuw verschenen computerapparatuur en -programmatuur, waarbij het met name gaat om:
- het zorg dragen voor een juist en volledig beheer van het binnen de instelling gehanteerde computersysteem;
- het kunnen schrijven van ingewikkelde applicatieprogrammatuur;
- het belast zijn met het verstrekken van adviezen met betrekking tot door de instelling aan te schaffen nieuwe
hard- en software en het in dat kader volgen van de plaatsvindende ontwikkelingen op automatiseringsgebied.
Eventueel wordt dagelijkse leiding gegeven aan een of meer werknemers t/m niveau Ad.
Variant Ae-4
Werkzaamheden met betrekking tot de begrotingsvoorbereiding, -samenstelling en de jaarrekening waarvoor vereist is kennis van en inzicht in:
- de desbetreffende administratie(s), voorschriften en procedures;
- de samenhang met aangrenzende taakgebieden binnen de organisatie en de relatie tot externe instanties, opdat op voorschriften daarvan, via signalering van gegevens en informatie moet worden ingespeeld;
- de desbetreffende organisatieonderdelen (taken, bevoegdheden, materie, onderwerpen e.d.).
Bij de begrotingsvoorbereiding, -samenstelling, en de jaarrekening gaat het om werkzaamheden, zoals onder meer:
- het artikels- en onderdeelsgewijs samenbrengen van voorgestelde programma's en ramingen;
daartoe beoordelen van de gegevens op ordening, volledigheid en opbouw overeenkomstig voorgeschreven procedures;
vragen van andere gegevens, verduidelijkingen, verklaringen of toelichtingen bij het desbetreffende organisatieonderdeel;
rapporteren omtrent bevindingen, met name ten aanzien van interpretatieverschillen;
- het aan de hand van de beschikbare basisinformatie in eerste aanzet opstellen van de begroting/jaarrekening en vervolgens na verkregen instructies afronden hiervan;
eventueel in overleg met de organisatieonderdelen leveren van bijdragen aan de artikelsgewijze toelichting;
opstellen van (tussentijdse) cijfermatige overzichten en naar aanleiding daarvan adviezen verstrekken met betrekking tot het te voeren financiële beleid;
bijhouden planning en voortgangscontrole ten aanzien van de onderscheidene stadia in de totstandkoming van de begroting/jaarrekening;
- het bijwonen van besprekingen (met organisatieonderdelen);
verzorgen van verslaglegging;
verstrekken van inlichtingen over en toezien op toepassing van (begrotings)voorschriften.
Eventueel wordt dagelijkse leiding gegeven aan een of meer werknemers t/m niveau Ad.
Variant Ae-5
Geeft, onder verantwoordelijkheid van de Af-1, mede leiding aan de gehele (financiële) administratie van de instelling, waarbij de nadruk ligt op:
- het zorgen voor de voortgang en de onderlinge afstemming van alle binnen de instelling verrichte
(financieel-)administratieve en secretariële werkzaamheden.
Artikel 28
Af Financieel, financieel-administratieve en automatiseringsfuncties
Schaal 9
Algemene functiekarakteristiek
Werkzaamheden vanuit een theoretische achtergrond, zowel op het eigen als op (een onderdeel van) aanverwante vakgebieden, waarbij de nadruk ligt op het analyseren, theoretisch uitwerken en praktisch vorm geven aan opdrachten met een gevarieerde vaktechnische problematiek op het gehele vakgebied. Zij vereisen kennis van algemeen en niet algemeen toegepaste, alsook bijzondere methoden en normen en daaraan te ontlenen vaktechnische voorwaarden, volgend uit theoretisch gefundeerde oriëntatie op en inzicht in aanverwante vakgebieden. Zij geschieden - veelal zonder directe begeleiding - voornamelijk in samenwerking met vakgenoten/deskundigen.
De opdrachten worden verstrekt in de vorm van een algemeen geformuleerde probleemstelling (doel, principe
etcetera) waarbij een belangrijke inbreng dient te worden geleverd aan de hand van
literatuur-/methode-/normenanalyse, overleg met deskundigen, ter plaatse te onderzoeken situaties, het
uitwerken van alternatieve verwerkingsmogelijkheden.
Twee functievarianten
Variant Af-1
Eindverantwoordelijk voor het financieel beheer van de organisatie.
- Stelt de (concept-)begroting op en legt deze ter beoordeling voor aan de directie.
- Stelt de (concept-)jaarrekening op en legt deze ter controle voor aan de accountant.
- Bewaakt het budget van de bibliotheek en de deelbudgetten van de afdelingen/filialen.
- Adviseert de directie betreffende financiële aspecten en consequenties van algemene en deelbeleidsplannen
in de bibliotheek.
Geeft dagelijkse leiding aan de financiële afdeling.
Variant Af-2
Werkzaamheden met betrekking tot automatiseringsbeleid omvattende onder meer:
- Adviseert de directie met betrekking tot het automatiseringsbeleid.
- Analyseert en formuleert de informatiebehoeften en systeemvereisten.
- Stelt het programma van eisen voor nieuwe bestaande informatiesystemen op en houdt dit actueel.
- Stelt een functioneel en technisch ontwerp op van informatiesystemen of delen hiervan.
- Verricht onderzoek naar wensen van aangesloten bibliotheken en/of afdelingen op het gebied van toepassingen van de automatisering.
- Adviseert over de wenselijkheid en haalbaarheid in hardware/softwaretechnische zin van wensen van
bibliotheken en afdelingen.
Hoofdstuk IV
Andere niet-bibliotheek-eigen functies
Artikel 29
In dit hoofdstuk zijn de functies opgenomen die niet te beschouwen zijn als bibliotheek-eigen functies, geregeld
in de hoofdstukken V en VI, noch als functies geregeld in hoofdstuk III, waarin zijn ondergebracht varianten
van functies behorende tot de daar genoemde functieniveaus.
Artikel 30
Hulpkracht
Plaats in de organisatie
De functie komt voor binnen afdelingen en filialen.
Hoofdbestanddelen van de functie
- Werknemer die werkzaamheden als vakantiehulp verricht, welke werkzaamheden geen vakkennis vereisen, in een dienstverband van niet meer dan twee maanden op basis van een volledig dienstverband, zijnde 348 uren, met inbegrip van roostervrije arbeidsuren, per kalenderjaar.
- Werknemer die werkzaamheden verricht als hulp voor het labelen van materialen in verband met de
overgang naar geautomatiseerde verwerking, welke werkzaamheden geen vakkennis vereisen.
Salarisschaal: minimumloon/minimumjeugdloon.*
(* Indien de functie van hulpkracht (ex artikel 30 salarisregeling) of opruimhulp (ex artikel 31 salarisregeling)
van toepassing is én deze functie wordt uitgevoerd/gefinancierd in het kader van de Regeling In- en
Doorstroombanen Langdurig Werklozen is schaal 1 van toepassing, waarbij als anciënniteit 0 (aanvang van de
schaal in het eerste jaar van aanstelling) niet volgnummer 1 geldt, doch het Wettelijk Minimumloon.)
Artikel 31
Opruimhulp
Plaats in de organisatie
De functie komt voor binnen afdelingen en filialen.
Hoofdbestanddelen van de functie
De opruimhulp verricht werkzaamheden onder directe begeleiding, waarbij de opdrachten duidelijk zijn bepaald door aanwijzingen en instructies en die bestaan uit enkelvoudige, eenvoudige, volgens een vast patroon verrichte handelingen, zoals met name het opruimen, het opzoeken en het sorteren van boeken en andere materialen.
De werkzaamheden vergen niet of nauwelijks ervaring of opleiding.)
Salarisschaal: 1*
(* 1 Indien de functie van hulpkracht (ex artikel 30 salarisregeling) of opruimhulp (ex artikel 31 salarisregeling) van toepassing is én deze functie wordt uitgevoerd/gefinancierd in het kader van de Regeling In- en Doorstroombanen Langdurig Werklozen is schaal 1 van toepassing, waarbij als anciënniteit 0 (aanvang van de schaal in het eerste jaar van aanstelling) niet volgnummer 1 geldt, doch het Wettelijk Minimumloon.)
(* Toepassing van de inschaling zoals hiervoor weergegeven onder 1 is slechts mogelijk indien wordt voldaan
aan de voorwaarden die gelden voor de totstandkoming van een arbeidsplaats in het kader van de Regeling
In- en Doorstroombanen Langdurig Werklozen.
Artikel 32
Schoonmaker
Plaats in de organisatie
In kleinere bibliotheekorganisaties is de functionaris verantwoording verschuldigd aan het
filiaal/bibliotheekhoofd of de directeur. In grotere organisaties wordt verantwoording afgelegd aan een hoofd
interne of algemene dienst.
Hoofdbestanddelen van de functie
1 Schoonhouden van het gebouw en inventaris.
2 Bestellen en beheer van schoonmaakmiddelen.
3 Diversen.
Salarisschaal: 2
Salarisschaal: 3 bij toezicht houden op en/of coördineren van werkzaamheden op CAO-schaal niveau 2.
Artikel 33
Kantinemedewerker
Plaats in de organisatie
De functie komt voor binnen de afdelingen Interne Zaken en Financiële Administratie. De functionaris werkt
rechtstreeks of indirect onder leiding van het hoofd van de afdeling Interne Zaken dan wel rechtstreeks of
indirect onder het hoofd van de afdeling Financiële Administratie.
Hoofdbestanddelen van de functie
Bereiden, opmaken en serveren van spijzen en dranken; het afruimen en schoonmaken van tafels, buffetten, inventaris.
Salarisschaal: 2
Artikel 34
Kantinemedewerker/beheerder
Plaats in de organisatie
De functie komt voor binnen de afdelingen Interne Zaken en Financiële Administratie. De functionaris werkt
rechtstreeks of indirect onder leiding van het hoofd van de afdeling Interne Zaken dan wel rechtstreeks of
indirect onder het hoofd van de afdeling Financiële Administratie.
Hoofdbestanddelen van de functie
a Leiding geven aan een of meer kantinemedewerkers.
b Het regelend optreden binnen de kantine.
c Bereiden, opmaken en serveren van maaltijden.
d Afrekenen en voeren van een eenvoudige financiële administratie.
Salarisschaal: 3
Artikel 35
Chauffeur
Plaats in de organisatie
De functie komt voor binnen een afdeling Interne Zaken of afdeling Bibliobusdiensten. De functionaris is
verantwoording verschuldigd aan het hoofd van de afdeling.
Hoofdbestanddelen van de functie
- Verricht chauffeurswerkzaamheden in (bestel)auto of bibliobus.
- Verricht klein onderhoud aan de (bestel)auto of bibliobus.
Salarisschaal: 3
Salarisschaal: 4 indien de chauffeur van een bibliobus ook administratieve en eenvoudige bibliotheektechnische
taken verricht.
Artikel 36
Personeelsfunctionaris
Plaats in de organisatie
De functie komt voor:
- binnen de afdeling Personeel en Organisatie; de functionaris werkt onder leiding van het hoofd Personeel en Organisatie;
- als staffunctionaris waarbij de functionaris verantwoording verschuldigd is aan de directeur.
Hoofdbestanddelen van de functie
Levert een bijdrage aan:
a de ontwikkeling van het personeelsbeleid;
b personeelsvoorziening en -administratie;
- is belast met werving en selectie van medewerkers conform vastgestelde regels;
- adviseert over indienstneming, overplaatsing, bevordering en ontslag;
- draagt zorg (is verantwoordelijk) voor de personeelsadministratie;
- onderhoudt contacten met CWI, WSW-verband, GAK en salarisadministratiekantoor;
- het opstellen van functie- en taakbeschrijvingen;
- het bewaken van de personeelsformatie en de actualiteit van de functiebeschrijvingen.
c personeelsbegeleiding;
- zorgt voor introductie en voorlichting van nieuwe medewerkers;
- levert een bijdrage aan het regelen en begeleiden van functio-neringsgesprekken;
- adviseert ten aanzien van personeelsbeoordelingen.
d deskundigheidsbevordering;
- inventariseren van behoefte ten aanzien van scholing en vorming, maakt een scholingsplan;
- voert activiteiten in het kader van deskundigheidsbevordering uit.
Salarisschaal: 8 functionaris werkt onder verantwoordelijkheid van hoofd personeel en organisatie respectievelijk de directie.
Salarisschaal: 9 indien leiding gegeven wordt aan een of meer medewerkers die personeelsadministratieve werkzaamheden verrichten, dan wel indien het accent van de werkzaamheden ligt op het hoofdbestanddeel a, de ontwikkeling van het perso-neelsbeleid, dan wel indien het accent van de werkzaamheden ligt op het begeleiden van doelmatige overlegstructuren en begeleiden van goede interne communicatie en het begeleiden van veranderingsprocessen en wijzigingen in de organisatie.
Opleidingsindicatie: functiegerichte opleiding op MBO- of HBO-niveau.
Artikel 37
Hoofd personeel en organisatie
Plaats in de organisatie
De functionaris is hoofd van een afdeling Personeel en Organisatie en is verantwoording verschuldigd aan de
directeur. Hij maakt deel uit van een eventueel managementteam.
Hoofdbestanddelen van de functie
a Ontwikkelt het personeels- en organisatiebeleid. Adviseert de directie ter zake en doet uitgewerkte voorstellen;
- draagt zorg voor de opstelling van dit beleid afgeleide deelplannen voor het personeelsbeleid (onderwerpen: werving en selectie, beoordeling en beloning, opleiding en training, loopbaanbegeleiding, personeelsadministratie en -beheer, regelingen m.b.t. arbeidsomstandigheden);
- draagt zorg voor de opstelling van het organisatiebeleid afgeleide deelplannen (onderwerpen: formatiebeheer, personeels-plannen, communicatie en overleg, herstructurering taakverdeling organisatie).
b Is belast met (verantwoordelijk voor) uitvoering van het personeels- (en organisatie)beleid;
- zorgt voor toetsing en begeleiding van de uitvoering; coördinatie en controle;
- begeleidt veranderingsprocessen en wijzigingen in de organisatie;
- is belast met het opzetten en onderhouden van doelmatige overlegstructuren en zorgt voor goede interne communicatie.
c Geeft leiding aan de afdeling Personeel en Organisatie.
Salarisschaal: 10
Salarisschaal: 11 indien het zwaartepunt van de functie ligt op coördinatie en begeleiding en waarbij het beleid door anderen wordt uitgevoerd.
Opleidingsindicatie: functiegerichte opleiding op HBO-niveau.
Artikel 38
Referent wetenschappelijke literatuur (vakreferent)
Plaats in de organisatie
De functionaris is verantwoording verschuldigd aan de directeur dan wel de functionaris is verantwoording
verschuldigd aan een diensthoofd bij een provinciale bibliotheekcentrale of een zeer grote zelfstandige
openbare bibliotheek (Amsterdam).
Hoofdbestanddelen van de functie
a Verricht beleidsvoorbereidende en -uitvoerende werkzaamheden met betrekking tot de collectie wetenschappelijke literatuur;
- ontwerpt plannen voor de wetenschappelijke literatuurvoor-ziening door de bibliotheek;
- adviseert ten aanzien van de budgetverdeling betreffende de wetenschappelijke en niet-wetenschappelijke collecties.
b Verricht werkzaamheden met betrekking tot het samenstellen van collecties;
- volgt het aanbod van wetenschappelijke literatuur en adviseert de tot aanschaf, vervanging of verwijdering van wetenschappelijke literatuur bevoegde functionarissen ter zake;
- bewaakt het budget ten behoeve van de regionale steunfunctie van de collectie.
c Verricht werkzaamheden met betrekking tot het ontsluiten van collecties:
- stelt aanwinsten- en keuzelijsten samen uit de collectie wetenschappelijke literatuur;
- adviseert met betrekking tot bibliografische ontsluiting van wetenschappelijke literatuur.
d Ontwikkelt en onderhoudt contacten met andere bibliotheken, andere steunpunten voor wetenschappelijk,
speciaal en hoger beroepsonderwijs, met HBO-instellingen en studiecentra van de Open Universiteit.
Salarisschaal: 9
Salarisschaal: 10 indien het accent van de werkzaamheden ligt op de ontwikkeling van het beleid ten aanzien van de wetenschappelijke literatuurvoorziening.
Opleidingsindicatie: functiegerichte opleiding op HBO- of universitair niveau.
Artikel 39
Voorlichter/p.r.-functionaris
Plaats in de organisatie
De functionaris is verantwoording verschuldigd aan de directeur.
Hoofdbestanddelen van de functie
a Ontwikkelt in samenwerking met de directie, (deel)plannen voor het voorlichtings- en p.r.-beleid;
- draagt bij vanuit p.r.-optiek aan de formulering en presentatie van het algemeen beleid.
b Draagt zorg voor de interne en externe voorlichting over de bibliotheek/provinciale bibliotheekcentrale;
- schrijft of redigeert voorlichtingsmateriaal (interne en externe) periodieken en/of eenmalige uitgaven;
- draagt zorg voor de vormgeving van voorlichtingsmateriaal (overleg en planning in samenwerking met vormgever en drukker);
- adviseert de medewerkers over inrichting van tentoonstellingen en te ontwerpen voorlichtingsmateriaal.
c Behartigt de public relations, inhoudende het zorg dragen voor het verbeteren en vergroten van de bekendheid en de herkenbaarheid van de bibliotheekorganisatie en het bevorderen van de wederzijdse communicatie tussen bibliotheekorganisatie en gebruikers;
- levert een bijdrage aan fonds- en sponsorwerving;
- legt contacten met (externe) periodieken en zorgt voor aankondigingen over de activiteiten van de bibliotheek of provinciale bibliotheekcentrale;
- draagt zorg voor vertegenwoordiging op evenementen, tentoonstellingen e.d.;
- draagt bij aan ontwikkeling van en ziet toe op de toepassing van de huisstijl.
Salarisschaal: 8
Salarisschaal: 9 indien het zwaartepunt van de functie ligt op de ontwikkeling van een voorlichtings- en p.r.-beleid en op de begeleiding van de uitvoering door anderen.
Opleidingsindicatie: functiegerichte opleiding op MBO- of HBO-
niveau.
Artikel 40
Staffunctionaris automatiseringsbeleid
Plaats in de organisatie
De functionaris is verantwoording verschuldigd aan de directeur.
Hoofdbestanddelen van de functie
- Ondersteunt en adviseert het management bij het formuleren van het informatie- en automatiseringsbeleid.
- Vergelijkt de huidige en de gewenste informatievoorziening en automatisering.
- Ontwikkelt, of doet voorstellen ontwikkelen voor de vertaling van de door het management geformuleerde algemene beleidsdoel-stellingen.
- Zorgt voor het (doen) beheersen, bevorderen, coördineren en evalueren van de (decentrale) uitvoering van besluiten op het gebied van de informatievoorziening en automatisering en stelt daarvoor procedures en richtlijnen op.
- Houdt zich op de hoogte van de stand van de informatievoorziening en automatisering en van de
ontwikkelingen, die zich op de markt voordoen.
Salarisschaal: 10
Opleidingsindicatie: functiegerichte opleiding op HBO-niveau.
Artikel 40 A
Staffunctionaris financieel beleid
Plaats in de organisatie
De functionaris is verantwoording verschuldigd aan de directeur
Hoofdbestanddelen van de functie
- ondersteunt en adviseert het management m.b.t. het formuleren van het financieel-economisch beleid
- vergelijkt de huidige en de gewenste financieel-economische sturing van de organisatie
- ontwikkelt of doet voorstellen ontwikkelen voor de financieel-economische vertaling van de door het management ontwikkelde algemene beleidsdoelstellingen
- zorgt voor het (doen) beheersen, bevorderen, coördineren en evalueren van de (decentrale) uitvoering van
besluiten op financieel-economisch gebied en stelt daarvoor procedures en richtlijnen op.
Salarisschaal: 9
Salarisschaal: 10 indien de functionaris op basis van de opgedragen taken (mede) het beleid van de
werkgever ontwikkelt
Opleidingsindicatie: functiegerichte opleiding op HBO-niveau.
Hoofdstuk V
Bibliotheek-eigen functies in zelfstandige openbare bibliotheken
Artikel 41
1 In dit hoofdstuk zijn opgenomen die functies die uitsluitend in zelfstandige openbare bibliotheken voorkomen.
Onder zelfstandige openbare bibliotheken worden hier verstaan die openbare bibliotheken die de werkgeversfuncties niet hebben opgedragen aan een provinciale bibliotheekcentrale.
2 In afwijking van het bepaalde in lid 1, is dit hoofdstuk niet van toepassing op de Openbare Bibliotheek Amsterdam.
Artikel 42
Assistent bibliotheektechnisch medewerker (zelfstandige openbare bibliotheek)
Plaats in de organisatie
De functie komt voor binnen de afdelingen en binnen de filialen; de functionaris werkt onder leiding van een
hoofd van een afdeling/filiaal.
Hoofdbestanddelen van de functie
a Het informeren en adviseren over het aanbod binnen de bibliotheek alsmede over de mogelijkheden van interbibliothecair leenverkeer.
b Het leveren van een bijdrage aan de besluitvorming m.b.t. de collectievorming.
c Het opzoeken van informatiemateriaal in de geautomatiseerde catalogus.
d Het controleren van reserveringen.
e Het verrichten van diverse werkzaamheden;
- verzorgt het uitlenen en innemen van informatiematerialen;
- verwerkt de ingekomen media;
- houdt statistische gegevens bij.
Salarisschaal: 5
Artikel 43
Bibliotheektechnisch medewerker (zelfstandige openbare bibliotheek)
Plaats in de organisatie
De functie komt voor binnen de afdelingen en binnen de filialen; de functionaris werkt onder leiding van een hoofd van een afdeling/
filiaal.
Hoofdbestanddelen van de functie
a Het vormen van collecties;
- het bibliografisch ontsluiten van de collectie;
- het aan de hand van vastgestelde richtlijnen opbouwen van een collectie informatiematerialen.
b Het informeren en adviseren over het aanbod binnen de bibliotheek alsmede over de mogelijkheden van interbibliothecair leenverkeer.
c Het opzoeken van informatiemateriaal in de geautomatiseerde catalogus.
d Het controleren van reserveringen.
e Het verrichten van uitvoerende werkzaamheden in het kader van volwasseneneducatie onderwijs en promotie;
- onderhoudt contacten met vertegenwoordigers uit het culturele veld, begeleiders van cursussen en opleidingen.
f Het verrichten van diverse werkzaamheden;
- verzorgt het uitlenen en innemen van informatiematerialen;
- verwerkt de ingekomen media;
- houdt statistische gegevens bij.
Salarisschaal: 6
Salarisschaal: 7 indien door de werkgever coördinerende taken binnen een afdeling worden opgedragen
onder leiding van het afdelingshoofd.
Artikel 44
Bibliotheektechnisch medewerker (specialist) zelfstandige openbare bibliotheek
Plaats in de organisatie
De functie komt voor binnen de afdelingen en incidenteel in de filialen.
De functionaris werkt onder leiding van een afdelingshoofd.
De bibliotheektechnisch medewerker (specialist) vervult als aan-spreek-punt in de organisatie een belangrijke adviserende en ondersteunende functie op het gebied van:
- de collectievorming
- educatieve ondersteuning
- jeugd
- muziek
- bejaarden, zieken en gehandicapten
- de inlichtingenfunctie van de bibliotheek.
Hoofdbestanddelen van de functie
- Het vormen van collecties.
- Het bibliografisch ontsluiten van de collectie.
- Volgt de ontwikkeling binnen het vakgebied en geeft op basis van die ontwikkeling aanwijzingen voor de samenstelling van de gespecialiseerde collectie.
- Het opzoeken van informatiemateriaal over het specialisme in geautomatiseerde bestanden.
- Behandelt verzoeken om aanschaf van gespecialiseerde media op het vakgebied.
- Verzorgt de sanering van de gespecialiseerde collectie.
- Ontwikkelt en voert binnen het vakgebied activiteiten uit met groepen van de bevolking.
Salarisschaal: 7
Opleidingsindicatie: functiegerichte opleiding op HBO-niveau.
Artikel 45
Bibliotheektechnisch medewerker 1e medewerker (specialist) zelfstandige openbare bibliotheek
Plaats in de organisatie
De functie komt voor binnen de afdelingen.
De functionaris werkt onder leiding van een afdelingshoofd I.
De bibliotheektechnisch medewerker 1e medewerker (specialist) vervult als aanspreekpunt in de organisatie een belangrijke adviserende en ondersteunende functie op het gebied van:
- de collectievorming
- educatieve ondersteuning
- jeugd
- muziek
- bejaarden, zieken en gehandicapten
- de inlichtingenfunctie van de bibliotheek.
Hoofdbestanddelen van de functie
- Ontwikkelt een beleid op het gebied van het betreffende specialisme.
- Volgt de ontwikkeling binnen het vakgebied en geeft op basis van die ontwikkeling aanwijzingen voor de samenstelling van de gespecialiseerde collectie.
- Het opzoeken van informatiemateriaal over het specialisme in geautomatiseerde bestanden.
- Behandelt verzoeken om aanschaf van gespecialiseerde media op het vakgebied.
- Verzorgt de sanering van de gespecialiseerde collectie.
- Ontwikkelt en voert binnen het vakgebied activiteiten uit met groepen van de bevolking.
- Ondersteunt het hoofd bij beleids- en managementsbeheer.
Salarisschaal: 8
Opleidingsindicatie: functiegerichte opleiding op HBO-niveau.
Artikel 46
Afdelingshoofd 2 zelfstandige openbare bibliotheek
Plaats in de organisatie
De functionaris werkt onder directe verantwoordelijkheid van de directie of diensthoofd.
Hoofdbestanddelen van de functie
a Het geven van leiding aan de afdeling, bijvoorbeeld de afdeling uitlening;
- voert het vastgestelde personeelsbeleid uit. Is betrokken bij werving en selectie van nieuw personeel voor de afdeling;
- is verantwoordelijk voor de kwaliteit en kwantiteit van de diensten van de afdeling;
- adviseert bij aanschaf van materialen en apparatuur voor de afdeling;
- organiseert het werk van de afdeling binnen de vastgestelde richtlijnen.
b Het voorbereiden en uitvoeren van het beleid;
- levert gegevens aan en neemt deel aan het overleg over beleidsplannen, jaarlijkse begroting en het jaarverslag.
c Het verzorgen van de collectievorming;
- bepaalt binnen de vastgestelde richtlijnen de collectievorming ofwel;
- is verantwoordelijk voor de bibliografische informatie,
of andere taakgebieden, afhankelijk van de doelstelling van de desbetreffende afdeling (bijv. bestelling,
verwerking, verhuur van media of financieel-administratief beheer, salarisadministratie).
er wordt leiding gegeven:
Salarisschaal: 7 tot aan 7 medewerkers.
Salarisschaal: 8 aan 7 en meer medewerkers.
Artikel 47
Afdelingshoofd 1 zelfstandige openbare bibliotheek
Onderscheid afdelingshoofd 1 en 2
Het afdelingshoofd 2 verstrekt gegevens ten behoeve van het door anderen voorbereiden en ontwikkelen van
beleid en voert dat beleid uit; het afdelingshoofd 1 is zelf belast met taken op het gebied van
beleidsvoorbereiding en -ontwikkeling.
Plaats in de organisatie
De functionaris werkt onder directe verantwoordelijkheid van de directie of diensthoofd.
Hoofdbestanddelen van de functie
a Het geven van leiding aan de afdeling;
- voert het vastgestelde personeelsbeleid uit. Is betrokken bij werving en selectie van nieuw personeel voor de afdeling;
- is verantwoordelijk voor de kwaliteit en kwantiteit van de diensten van de afdeling;
- adviseert bij aanschaf van materialen en apparatuur voor de afdeling;
- organiseert zelfstandig het werk van de afdeling.
b Het voorbereiden en uitvoeren van het beleid;
- verzamelt en analyseert gegevens van de afdeling, ten behoeve van het beleidsplan, de begroting en het jaarverslag;
- levert bijdragen voor het beleidsplan van de dienst en is belast met de planmatige uitvoering hiervan;
- doet voorstellen tot beleidswijziging c.q. vernieuwing van het beleid.
c Het verzorgen van de collectievorming;
- verricht onderzoek naar het gebruik van de collectie;
- ontwerpt plannen en richtlijnen voor de ontwikkeling van de collectie als gevolg van de ontwikkeling binnen het bibliotheekwerk;
- ontwerpt richtlijnen inzake de opbouw, uitbouw en instandhouding van een geautomatiseerd collectiebestand;
- signaleert de belangrijkste maatschappelijke ontwikkelingen die invloed hebben op de collectievorming ofwel;
is verantwoordelijk voor andere vakgebieden, afhankelijk van de doelstelling van de desbetreffende afdeling
(bijv. bestelling, verwerking en verhuur van media of financieel-administratief beheer, salarisadministratie).
er wordt leiding gegeven:
Salarisschaal: 8 tot aan 7 medewerkers.
Salarisschaal: 9 aan 7 en meer medewerkers.
Opleidingsindicatie: functiegerichte opleiding op HBO-niveau.
Artikel 48
Diensthoofd zelfstandige openbare bibliotheek
Plaats in de organisatie
Het diensthoofd werkt onder directe verantwoordelijkheid van de directie en is verantwoording verschuldigd
aan de directie, de functionaris geeft leiding aan een of meerdere afdelingshoofden, of filiaalhoofden.
Hoofdbestanddelen van de functie
a Geeft leiding aan de dienst.
b Is verantwoordelijk voor ontwikkeling en vernieuwing van het beleid van de dienst;
- levert bijdragen voor het beleidsplan van de dienst, de begroting en het jaarverslag.
c Draagt bij aan een geïntegreerd beleid van de organisatie.
er wordt leiding gegeven:
Salarisschaal: 9 tot aan 20 formatieplaatsen.
Salarisschaal: 10 aan 20 en meer formatieplaatsen.
Opleidingsindicatie: functiegerichte opleiding op HBO-niveau.
Artikel 49
Filiaalhoofd 2 zelfstandige openbare bibliotheek
Plaats in de organisatie
Het filiaalhoofd 2 ressorteert onder de directie of het diensthoofd en werkt onder directe verantwoordelijkheid
van de directie respectievelijk het diensthoofd.
Hoofdbestanddelen van de functie
a Geeft leiding aan het filiaal.
b Voert het bibliotheekbeleid binnen het filiaal uit.
c Zorgt onder leiding van de directie of het diensthoofd voor o.a. personeelsbeleid en budgettering van het filiaal.
d Geeft aanwijzingen met betrekking tot specifieke wensen van het filiaal ten aanzien van de totale collectievorming.
er wordt leiding gegeven aan:
Salarisschaal: 6 1 en 2 medewerkers.
Salarisschaal: 7 3 tot 6 medewerkers.
Salarisschaal: 8 6 en meer medewerkers.
Artikel 50
Filiaalhoofd 1 zelfstandige openbare bibliotheek
Plaats in de organisatie
Het filiaalhoofd 1 werkt met grote mate van zelfstandigheid onder eindverantwoordelijkheid van de directie of
het diensthoofd.
Hoofdbestanddelen van de functie
a Geeft leiding aan het filiaal.
b Voert het bibliotheekbeleid binnen het filiaal uit.
c Is belast met het uitvoeren van het personeelsbeleid, de collectievorming en de budgettering (interne
toedeling en besteding) met betrekking tot het filiaal.
er wordt leiding gegeven aan:
Salarisschaal: 7 1 en 2 medewerkers.
Salarisschaal: 8 3 tot 6 medewerkers.
Salarisschaal: 9 6 en meer medewerkers.
Opleidingsindicatie: functiegerichte opleiding op HBO-niveau.
Artikel 51 (vacant)
Artikel 52
Staffunctionaris bibliotheekbeleid
Plaats in de organisatie
De functionaris is verantwoording verschuldigd aan de directeur.
Hoofdbestanddelen van de functie:
De staffunctionaris bibliotheekbeleid, eventueel met de titel van adjunct-directeur
- is belast met diverse ondersteunende taken van adviserende en beleidsvoorbereidende aard met betrekking tot de directievoering;
- zorgt voor het (doen) beheersen, bevorderen, coördineren en evalueren van de (decentrale) uitvoering van
besluiten op het functiegebied en stelt daarvoor procedures en richtlijnen op.
Salarisschaal: 9
Salarisschaal: 10 indien de functionaris m.b.t. de opgedragen ondersteunende taken het beleid ontwikkelt.
Opleidingsindicatie: functiegerichte opleiding op HBO-niveau.
Artikel 52A
Projectcoördinator zelfstandige openbare bibliotheek
Plaats in de organisatie
Werkt onder rechtstreekse directe verantwoordelijkheid van de directie.
Hoofdbestanddelen van de functie
- is verantwoordelijk voor de uitvoering van bijzondere opdrachten, projecten, van de directie, meest gericht op innovatie en/of implementatie van nieuw beleid;
- beschikt over - met het oog op de vervulling van de opdracht - speciaal toegekende bevoegdheden in relatie
tot andere functies in de organisatie op het terrein van communicatie en uitvoering en voortgang van het(de)
desbetreffende project(en).
Salarisschaal: 8
echter
Salarisschaal: 7 indien de functie uitsluitend gericht is op de eigen organisatie, waarbij slechts sprake is van implementatie van elders ontwikkelde projecten.
Salarisschaal: 9 indien de functie (mede) extern is gericht (d.w.z. (mede) ten behoeve van meerdere filialen/bibliotheken) en/of indien de functie de ontwikkeling van innovatief beleid omvat.
Opleidingsindicatie: functiegerichte opleiding op HBO-niveau.
Artikel 53 (vacant)
Hoofdstuk VI
Bibliotheekeigen functies in provinciale bibliotheekcentrales
Artikel 54
In dit hoofdstuk zijn die functies opgenomen die uitsluitend in provinciale bibliotheekcentrales voorkomen.
Tot de provinciale bibliotheekcentrales worden ook gerekend, de openbare bibliotheken waarvan de werkgeversfunctie aan de provinciale bibliotheekcentrale is opgedragen.
Dit hoofdstuk is voorts van toepassing op de openbare bibliotheek Amsterdam.
Artikel 55
Assistent bibliotheektechnische medewerker provinciale bibliotheekcentrale
Plaats in de organisatie
De functie komt voor binnen de bibliotheken/filialen of afdelingen; de functionaris werkt onder leiding van een
hoofd van een bibliotheek/filiaal of afdeling.
Hoofdbestanddelen van de functie
a Het informeren en adviseren over het aanbod binnen de bibliotheek alsmede over de mogelijkheden van interbibliothecair leenverkeer.
b Het opzoeken van informatiemateriaal in de geautomatiseerde catalogus.
c Het controleren van reserveringen.
d Het verrichten van diverse werkzaamheden;
- verzorgt het uitlenen en innemen van informatiematerialen;
- verwerkt de ingekomen media;
- houdt statistische gegevens bij.
Salarisschaal: 5
Artikel 56
Bibliotheektechnisch medewerker provinciale bibliotheekcentrale
Plaats in de organisatie
De functie komt voor binnen de bibliotheken/filialen of afdelingen; de functionaris werkt onder leiding van een
hoofd van een bibliotheek/filiaal of afdeling.
Hoofdbestanddelen van de functie
a Het vormen van collecties;
- bouwt aan de hand van vastgestelde richtlijnen informatiematerialen op.
b Het informeren en adviseren over het aanbod binnen de bibliotheek alsmede over de mogelijkheden van interbibliothecair leenverkeer.
c Het opzoeken van informatiemateriaal in de geautomatiseerde catalogus.
d Het controleren van reserveringen.
e Het verrichten van uitvoerende werkzaamheden in het kader van volwasseneneducatie en promotie;
- onderhoudt contacten met vertegenwoordigers uit het culturele veld, begeleiders van cursussen en opleidingen.
f Het verrichten van diverse werkzaamheden;
- verzorgt het uitlenen en innemen van informatiematerialen;
- verwerkt de ingekomen media;
- houdt statistische gegevens bij.
Salarisschaal: 6
Salarisschaal: 7 indien door de werkgever coördinerende taken binnen de afdeling worden opgedragen onder
leiding van het afdelingshoofd.
Indien deze functie wordt uitgeoefend in een klein filiaal of uitleenpost waarbij betrokkene de enige
bibliotheektechnische medewerker is dan heeft deze recht op twee periodieken extra boven de inschaling
welke periodieken kunnen uitgaan boven het maximum van de schaal.
Artikel 57
Bibliotheektechnisch medewerker (specialist) provinciale bibliotheekcentrale
Plaats in de organisatie
De functie komt voor binnen de afdelingen.
De functionaris werkt onder leiding van een afdelingshoofd.
De bibliotheektechnisch medewerker (specialist) provinciale biblio-theekcentrale vervult als aanspreekpunt in de organisatie een belangrijke adviserende en ondersteunende functie op het gebied van:
- de collectievorming
- educatieve ondersteuning
- jeugd
- muziek
- bejaarden, zieken en gehandicapten
- de inlichtingenfunctie van de bibliotheek.
Hoofdbestanddelen van de functie
- Het bibliografisch ontsluiten van de collectie.
- Volgt de ontwikkeling binnen het vakgebied en geeft op basis van die ontwikkeling aanwijzingen voor de samenstelling van de gespecialiseerde collectie.
- Het opzoeken van informatiemateriaal over het specialisme in geautomatiseerde bestanden.
- Behandelt verzoeken om aanschaf van gespecialiseerde media op het vakgebied.
- Verzorgt de sanering van de gespecialiseerde collectie.
- Ontwikkelt en voert binnen het vakgebied activiteiten uit met groepen van de bevolking.
Salarisschaal: 7
Artikel 58
Bibliotheektechnisch medewerker 1e medewerker (specialist) provinciale bibliotheekcentrale
Plaats in de organisatie
De functie komt voor binnen de afdelingen.
De functionaris werkt onder leiding van een afdelingshoofd 1.
De bibliotheektechnisch medewerker 1e medewerker (specialist) vervult als aanspreekpunt in de organisatie een belangrijke adviserende en ondersteunende functie op het gebied van:
- de collectievorming
- educatieve ondersteuning
- jeugd
- muziek
- bejaarden, zieken en gehandicapten
- de inlichtingenfunctie van de bibliotheek.
Hoofdbestanddelen van de functie
- Ontwikkelt een beleid op het gebied van het betreffende specialisme.
- Het bibliografisch ontsluiten van de collectie.
- Volgt de ontwikkeling binnen het vakgebied en geeft op basis van die ontwikkeling aanwijzingen voor de samenstelling van de gespecialiseerde collectie.
- Het opzoeken van informatiemateriaal over het specialisme in geautomatiseerde bestanden.
- Behandelt verzoeken om aanschaf van gespecialiseerde media op het vakgebied.
- Verzorgt de sanering van de gespecialiseerde collectie.
- Ontwikkelt en voert binnen het vakgebied activiteiten uit met groepen van de bevolking.
- Ondersteunt het hoofd bij beleids- en managementsbeheer.
Salarisschaal: 8
Artikel 59
Afdelingshoofd 2 provinciale bibliotheekcentrale
Plaats in de organisatie
De functionaris werkt onder verantwoordelijkheid van een diensthoofd of een bibliotheekhoofd.
Hoofdbestanddelen van de functie
a Het geven van leiding aan de afdeling, bijvoorbeeld de afdeling uitlening;
- voert het vastgestelde personeelsbeleid uit. Is betrokken bij werving en selectie van nieuw personeel voor de afdeling;
- is verantwoordelijk voor de kwaliteit en kwantiteit van de diensten van de afdeling;
- adviseert bij aanschaf van materialen en apparatuur voor de afdeling;
- organiseert het werk van de afdeling binnen de vastgestelde richtlijnen.
b Het voorbereiden en uitvoeren van het beleid;
- levert gegevens aan en neemt deel aan het overleg over beleidsplannen, jaarlijkse begroting en het jaarverslag.
c Het verzorgen van de collectievorming;
- bepaalt binnen de vastgestelde richtlijnen de collectievorming ofwel
- is verantwoordelijk voor de bibliografische informatie;
of andere taakgebieden, afhankelijk van de doelstelling van de desbetreffende afdeling (bijv. bestelling, verwerking, verhuur van media of financieel-administratief beheer, salarisadministratie).
er wordt leiding gegeven:
Salarisschaal: 7 tot aan 7 medewerkers.
Salarisschaal: 8 aan 7 en meer medewerkers.
Artikel 60
Afdelingshoofd 1 provinciale bibliotheekcentrale
Onderscheid afdelingshoofd 1 en 2:
Het afdelingshoofd 2 verstrekt gegevens ten behoeve van het door anderen voorbereiden en ontwikkelen van
beleid en voert dat beleid uit; het afdelingshoofd 1 is zelf belast met taken op het gebied van
beleidsvoorbereiding en -ontwikkeling.
Plaats in de organisatie
De functionaris werkt onder verantwoordelijkheid van een diensthoofd of een bibliotheekhoofd.
Hoofdbestanddelen van de functie
a Het geven van leiding aan de afdeling;
- voert het vastgestelde personeelsbeleid uit. Is betrokken bij werving en selectie van nieuw personeel voor de afdeling;
- is verantwoordelijk voor de kwaliteit en kwantiteit van de diensten van de afdeling;
- adviseert bij aanschaf van materialen en apparatuur voor de afdeling;
- organiseert zelfstandig het werk van de afdeling.
b Het voorbereiden en uitvoeren van het beleid;
- verzamelt en analyseert gegevens van de afdeling, ten behoeve van het beleidsplan, de begroting en het jaarverslag;
- levert bijdragen voor het beleidsplan van de dienst en is belast met de planmatige uitvoering hiervan;
- doet voorstellen tot beleidswijziging c.q. vernieuwing van het beleid.
c Het verzorgen van de collectievorming;
- verricht onderzoek naar het gebruik van de collectie;
- ontwerpt plannen en richtlijnen voor de ontwikkeling van de collectie als gevolg van de ontwikkeling binnen het bibliotheekwerk;
- ontwerpt richtlijnen inzake de opbouw, uitbouw en instandhouding van een geautomatiseerd collectiebestand;
- signaleert de belangrijkste maatschappelijke ontwikkelingen die invloed hebben op de collectievorming;
of andere taakgebieden, afhankelijk van de doelstelling van de desbetreffende afdeling (bijv. bestelling,
verwerking en verhuur van media of financieel-administratief beheer, salarisadministratie).
er wordt leiding gegeven:
Salarisschaal: 8 tot aan 7 medewerkers.
Salarisschaal: 9 aan 7 tot 11 medewerkers.
Salarisschaal: 10 aan 11 en meer medewerkers.
Opleidingsindicatie: functiegerichte opleiding op HBO-niveau.
Artikel 61
Diensthoofd provinciale bibliotheekcentrale
Plaats in de organisatie
Het diensthoofd werkt onder directe verantwoordelijkheid van de directie en is verantwoording verschuldigd
aan de directie; de functionaris geeft leiding aan één of meerdere afdelingshoofden, of aan bibl./filiaalhoofden.
Hoofdbestanddelen van de functie
a Het geven van leiding aan de dienst.
b Is verantwoordelijk voor ontwikkeling en vernieuwing van het beleid van de dienst en of sector;
- levert bijdragen voor het beleidsplan van de dienst, de begroting en het jaarverslag.
c Draagt bij aan het geïntegreerde beleid van de organisatie.
er wordt leiding gegeven:
Salarisschaal: 10 tot aan 30 formatieplaatsen.
Salarisschaal: 11 aan 30 en meer formatieplaatsen.
Opleidingsindicatie: functiegerichte opleiding op HBO-niveau.
Artikel 62
Filiaalhoofd provinciale bibliotheekcentrale
Plaats in de organisatie
Het filiaalhoofd ressorteert onder het bibliotheekhoofd en werkt onder directe verantwoordelijkheid van het bibliotheekhoofd.
Hoofdbestanddelen van de functie
a Geeft leiding aan het filiaal.
b Voert het bibliotheekbeleid binnen het filiaal uit.
c Zorgt onder leiding van het bibliotheekhoofd voor o.a. collectievorming, personeelsbeleid en budgettering.
d Geeft aanwijzingen m.b.t. specifieke wensen van het filiaal ten aanzien van de collectievorming.
Er wordt leiding gegeven aan:
Salarisschaal: 6 1 en 2 medewerkers.
Salarisschaal: 7 3 tot 6 medewerkers.
Salarisschaal: 8 6 en meer medewerkers.
Indien deze functie wordt uitgeoefend in een klein filiaal of uitleenpost waarbij betrokkene de enige
bibliotheektechnische medewerker is, dan heeft deze recht op twee periodieken extra boven de inschaling,
welke periodieken kunnen uitgaan boven het maximum van de schaal.
Artikel 63
Bibliotheekhoofd provinciale bibliotheekcentrale *
Plaats in de organisatie.
Het bibliotheekhoofd ressorteert onder de regiodirecteur en is verantwoordelijk voor de hem opgedragen
taken, die zijn afgeleid van de verantwoordelijkheden van de regiodirecteur.
Hoofdbestanddelen van de functie
a geeft leiding aan de medewerkers van de bibliotheek;
b is verantwoordelijk voor de voorbereiding en de uitvoering van bepaalde aspecten van het beleid m.b.t. onder andere de collectievorming, het personeelsbeleid en het financiële beleid van de bibliotheek;
c onderhoudt contacten met het bestuur van de bibliotheek en de subsidiërende overheid.
Er wordt leidinggegeven aan:
salarisschaal 7 tot 4 medewerkers
salarisschaal 8 4 tot 9 medewerkers
salarisschaal 9 9 en meer medewerkers
(* Deze functie komt overeen met de functie filiaalhoofd van de Openbare Bibliotheek Amsterdam.)
Artikel 64
Lokaal bibliotheekmanager provinciale bibliotheekcentrale *
Plaats in de organisatie
De lokaal bibliotheekmanager werkt zelfstandig onder eindverantwoordelijkheid van de PBC-directie.
Onder PBC-directie wordt hier verstaan: de directeur, dan wel de adjunct-directeur, dan wel de
regiodirecteur, dan wel het diensthoofd.
Hoofdbestanddelen van de functie
a het geven van leiding aan de bibliotheekvoorziening binnen het lokale gebied:
- uitvoering en toepassing van het vastgestelde personeelsbeleid
- regelt de afstemming tussen de bibliotheken binnen de lokale bibliotheekvoorziening en de ondersteunende diensten op centraal niveau
- is verantwoordelijk voor het beheer en de besteding van de middelen van de lokale bibliotheekvoorziening;
b het ontwikkelen en (doen) uitvoeren van het bibliotheekinhou-delijke beleid binnen de lokale bibliotheekvoorziening:
- is verantwoordelijk voor de organisatie en voor de uitvoering van het vastgestelde beleid
- geeft vorm aan het beleid naar de specifieke situatie van de lokale bibliotheekvoorziening;
c rapporteert aan het bestuur over het gevoerde en het te voeren beleid;
d onderhoudt een relatie met de subsidiërende overheid.
Er wordt leidinggegeven aan:
salarisschaal 8 tot 4 medewerkers
salarisschaal 9 4 tot 7 medewerkers
salarisschaal 10 7 en meer medewerkers
Opleidingsindicatie: functiegerichte opleiding op HBO-niveau.
(* Deze functie komt overeen met de functie filiaalhoofd van de Openbare Bibliotheek Amsterdam.)
Artikel 64 A
Overgangsbepalingen bij wijziging van artikel 64 per 1 januari 1999
1 m.b.t. artikel 64:
a De werknemer die op de datum van inwerkingtreden van nieuw artikel 64 (Lokaal Bibliotheekmanager PBC) de functie van Bibliotheekhoofd 1 PBC vervult ex artikel 64 (oud) van de Salarisregeling, wordt per deze datum benoemd en ingeschaald in de functie van Lokaal Bibliotheekmanager PBC.
Deze functiewijziging wordt in de arbeidsovereenkomst vastgelegd.
b Bij deze functiewijziging vindt overleg plaats tussen de werkgever en de werknemer, waarbij de taakverdeling tussen- en de verantwoordelijkheden van de Lokaal Bibliotheekmanager PBC én de PBC-directie opnieuw worden geformuleerd.
2 m.b.t. artikel 65:
a Voor de werknemer die op de datum van inwerkingtreden van nieuw artikel 64 (Lokaal Bibliotheekmanager
PBC) de functie van Regiodirecteur PBC ex artikel 65 van de Salarisregeling vervult, geldt dat het gestelde in
artikel 9 lid 4 van de Salarisregeling niet van toepassing wordt verklaard, voor zolang het dienstverband in
deze functie voortduurt.
Artikel 65 (vacant)
Artikel 65a
Staffunctionaris bibliotheekbeleid
Plaats in de organisatie
De functionaris is verantwoording verschuldigd aan de directeur
Hoofdbestanddelen van de functie
- de staffunctionaris bibliotheekbeleid, eventueel met de titel van adjunct-directeur, is belast met diverse ondersteunende taken van adviserende en beleidsvoorbereidende aard met betrekking tot de directievoering;
- zorgt voor het (doen) beheersen, bevorderen, coördineren en evalueren van de (decentrale) uitvoering van
besluiten op het functiegebied en stelt daarvoor procedures en richtlijnen op.
Salarisschaal: 9
Salarisschaal: 10 indien de functionaris m.b.t. de opgedragen
ondersteunende taken het beleid ontwikkelt.
Opleidingsindicatie: functiegerichte opleiding op HBO-niveau
Artikel 65b
Projectcoördinator provinciale bibliotheekcentrale (PBC)
Plaats in de organisatie
Werkt onder rechtstreekse directe verantwoordelijkheid van de directie
Hoofdbestanddelen van de functie
- is verantwoordelijk voor de uitvoering van bijzondere opdrachten, projecten, van de directie, meest gericht op innovatie en/of implementatie van nieuw beleid;
- beschikt over -met het oog op de vervulling van de opdracht- speciaal toegekende bevoegdheden in relatie
tot andere functies in de organisatie op het terrein van communicatie en uitvoering en voortgang van het(de)
desbetreffende project(en).
Salarisschaal: 8
echter
Salarisschaal: 7 indien de functie uitsluitend gericht is op de eigen organisatie, waarbij slechts sprake is van implementatie van elders ontwikkelde projecten.
Salarisschaal: 9 indien de functie (mede) extern is gericht (d.w.z. (mede) ten behoeve van meerdere filialen/bibliotheken) en/of indien de functie de ontwikkeling van innovatief beleid omvat.
Opleidingsindicatie: functiegerichte opleiding op HBO-niveau.
Artikel 66 (vacant)
Artikel 67 (vacant)
Hoofdstuk VII
Functies in Blindenbibliotheken
Algemeen
Artikel 68
1 In dit hoofdstuk zijn opgenomen die functies die uitsluitend in blindenbibliotheken en centra voor gesproken lectuur voorkomen.
2 Indien sprake is van een functie in een blindenbibliotheek of een centrum voor gesproken lectuur die niet
expliciet is opgenomen in hoofdstuk VII, zoals o.a. bibliotheektechnische-, (leidinggevende)administratieve
functies, geldt het gestelde in hoofdstuk III, IV en V zoals van toepassing voor de zelfstandige openbare
bibliotheek zonder filialen.
A Administratieve/secretariaatsfuncties
Artikel 69
Specifieke administratieve functies.
Indien sprake is van een combinatie met een functie genoemd in hoofdstuk III, dient de desbetreffende variant uit hoofdstuk III mede op de functie van toepassing te worden verklaard.
Artikel 20 van de salarisregeling (individuele arbeidsovereenkomst) is onverkort van toepassing.
Artikel 70
Overzicht functieniveaus en specifieke functievarianten blindenbibliotheken
| functieniveaus | Aa ex artikel 23 | Ab ex artikel 24 |
| schaal | 3 | 4 |
| functievarianten | Aa-1B | Ab-1B |
| Aa-2B |
Artikel 71
Drie specifieke varianten
Aa Interne dienst- en administratief-ondersteunende en secretariaatsfuncties
Schaal 3
Algemene functie-karakteristiek
Van toepassing is het gestelde bij artikel 23
Twee functie-varianten
Artikel 71A
Variant Aa-1B
Technische en administratieve werkzaamheden met betrekking tot het reproductieproces van audio, zoals:
- het reproduceren van geluidsbanden en moederbanden;
- het verrichten van eenvoudige reparaties met betrekking tot geluidscassettes;
- het verrichten van eenvoudig administratief werk rond de inname en verzending van geluidscassettes;
- het verrichten van onderhoudswerkzaamheden aan apparatuur en signaleren van storingen.
Artikel 71B
Variant Aa-2B
Technische en administratieve werkzaamheden met betrekking tot het reproductieproces van braille- en groot
letterboeken, zoals:
- reproduceren van braillewerk met behulp van geautomatiseerde professionele apparatuur;
- fotokopiëren van grootletterwerk;
- het afwerken van gereproduceerde boeken door afsnijden en ponsen, binden of voorzien van ringband;
- het verrichten van eenvoudig administratief werk rond de inname en verzending van braille- en grootletterboeken;
- het verrichten van onderhoudswerkzaamheden aan apparatuur en signaleren van storingen.
Ab Interne dienst-, administratief ondersteunende, secretariaats-, personeelsadministratie- en
financiële administratiewerkzaamheden
Schaal 4
Algemene functie-karakteristiek:
Van toepassing is het gestelde bij artikel 24.
Een functie-variant
Artikel 71C
Variant Ab-1B
Technische werkzaamheden met betrekking tot ondersteuning van het productieproces, waarbij een
combinatie van computer (rand) apparatuur en diverse apparaten ten behoeve van audio- en/of
braille-werkzaamheden wordt bediend, o.m. inhoudende:
- het bedrijfsklaar maken en in werking stellen van apparatuur, welke al dan niet gebruik maakt van een automatische opstart-procedure, met inbegrip van het maken van onderhoudsschema's;
- het verrichten van het reguliere onderhoud aan apparatuur, zoals professionele opname- en dupliceerapparatuur, brailleprinters en -scanners;
- het nemen van de voorgeschreven maatregelen bij storingen;
- het aanpassen van standaardapparatuur voor gebruik door blinden en slechtzienden;
- het aanvullen van het logboek met bijzonderheden.
Eventueel wordt dagelijkse leiding gegeven aan werknemers t/m niveau Aa.
B Uitvoerende functies blindenbibliotheek
Artikel 72
Medewerker tekstbewerking/controle tekstbewerking braille
Plaats in de organisatie
Deze functie komt voor binnen de afdeling productie.
De functionaris werkt onder leiding van het afdelingshoofd.
Hoofdbestanddelen van de functie
1 Type- en scanwerkzaamheden in het kader van het maken van brailleteksten.
2 Diverse werkzaamheden:
- houdt statistische gegevens bij (productie-aantallen, logboek);
- geeft eventueel instructie aan vrijwilligers-tekstbewerkers.
Salarisschaal: 4 indien de werkzaamheden betrekking hebben op in het Nederlands gestelde, lopende teksten.
Salarisschaal: 5 indien de werkzaamheden ook betrekking hebben op teksten in een vreemde taal, waarin in het reguliere middelbare onderwijs in Nederland examen kan worden gedaan, en/of op niet-lopende teksten zowel in het Nederlands, als in een vreemde taal waarin in het reguliere middelbare onderwijs in Nederland examen kan worden gedaan en waarvoor geen specifieke kennis van het betreffende onderwerp is vereist.
Salarisschaal: 6 indien de werkzaamheden ook betrekking hebben op teksten in een andere vreemde taal dan
zojuist omschreven en/of op niet-lopende teksten, waarvoor specifieke kennis van het betreffende onderwerp
is vereist.
Artikel 73
Technisch gespecialiseerd productiemedewerker braille 3
Plaats in de organisatie
De functie komt voor binnen de afdeling productie.
De functionaris werkt onder leiding van het afdelingshoofd.
Hoofdbestanddelen van de functie
- Eén van de navolgende werkzaamheden:
Tekenwerkzaamheden, inhoudende ontwikkeling methoden, keuze van methoden van (re)productie van
tekeningen in het kader van brailleerwerk, alsmede controle en archivering van gemaakte tekeningen;
òf
werkzaamheden met brailleprinters en optische leesapparatuur (scannen, correctie, drukken, afwerken);
òf
reliëfwerkzaamheden en het vervaardigen van mallen
Salarisschaal: 5
Artikel 74
Technisch gespecialiseerd productiemedewerker braille 2
Plaats in de organisatie
De functie komt voor binnen de afdeling productie.
De functionaris werkt onder leiding van het afdelingshoofd.
Hoofdbestanddelen van de functie
- Twee van de navolgende werkzaamheden:
1 Tekenwerkzaamheden, inhoudende ontwikkeling methoden, keuze van methoden van (re)productie van tekeningen in het kader van brailleerwerk, alsmede controle en archivering van gemaakte tekeningen;
2 Computer- en computerprogrammawerkzaamheden (inhoudende kleine aanpassingen in programma's, controle en conversie van aangeleverd materiaal);
3 Werken met brailleprinters en optische leesapparatuur (scannen, correctie, drukken, afwerken);
4 Reliëfwerkzaamheden en het vervaardigen van mallen.
5 Braillemuziekboeken maken;
- dan wel slechts de werkzaamheden als hiervoor onder 2 beschreven, te weten:
Computer- en computerprogrammawerkzaamheden (inhoudende kleine aanpassingen in programma's,
controle en conversie van aangeleverd materiaal).
Salarisschaal: 6
Artikel 75
Technisch gespecialiseerd productiemedewerker braille 1
Plaats in de organisatie
De functie komt voor binnen de afdeling productie.
De functionaris werkt onder leiding van het afdelingshoofd.
Hoofdbestanddelen van de functie
- Een combinatie van de navolgende drie werkzaamheden:
1 Tekenwerkzaamheden, inhoudende ontwikkeling methoden, keuze van methoden van (re)productie van tekeningen in het kader van brailleerwerk, alsmede controle en archivering van gemaakte tekeningen;
2 Computer- en computerprogrammawerkzaamheden (inhoudende kleine aanpassingen in programma's, controle en conversie van aangeleverd materiaal);
3 Braillemuziekboeken maken.
- dan wel slechts de werkzaamheden als hiervoor onder 3 beschreven, te weten:
Braillemuziekboeken maken.
Salarisschaal: 7
Artikel 76
Voorlezer
Plaats in de organisatie
De functie komt voor binnen afdelingen. De functionaris werkt onder leiding van het afdelingshoofd.
Hoofdbestanddelen van de functie
1 Het voorlezen van artikelen, tijdschriften en/of (studie)boeken, waarbij gelet wordt op de doelgroep, op de specifieke voorleesproblemen die uit de tekst voortvloeien (tabellen, wetenschappelijke termen), en op intonatie en juiste uitspraak i.v.m. het doel van de opname (artistiek tegenover zo neutraal mogelijk).
2 Het zelf maken van opnames van voorgelezen teksten, inhoudende het bepalen van de wijze van opnemen zowel in technische zin (instellen en bedienen van opname-apparatuur) als in artistieke respectievelijk didactische zin (dictie, uitspraak en tekstoverdracht naar de luisteraar. Toevoegen van passende muziek- en geluidsfragmenten; selectie binnen de door de redactie aangegeven normen).
3 Het voorbereiden van opnames door aandacht voor de specifieke uit de tekst voortvloeiende voorleesproblemen en voor de doelgroep.
Salarisschaal: 5 indien alleen voorleeswerkzaamheden (hoofdbestanddeel 1) van eenvoudig in te lezen lectuur verricht worden.
Salarisschaal: 6
Artikel 77
Opnametechnicus
Plaats in de organisatie
De functie komt voor binnen afdelingen.
De functionaris werkt onder leiding van het afdelingshoofd.
Hoofdbestanddelen van de functie
1 Het maken van opnames, inhoudende de bepaling van de wijze van opnemen van te lezen teksten, zowel in
technische zin (instellen en bedienen van opname-apparatuur) als in artistieke respectievelijk didactische zin
(dictie, uitspraak en tekstoverdracht naar de luisteraar, toevoegen van passende muziek- en geluidsfragmenten)
en het tijdens de opnames begeleiden en stimuleren van de voorlezers.
Salarisschaal: 5
Artikel 78
Studiotechnicus
Plaats in de organisatie
De functie komt voor binnen afdelingen.
De functionaris werkt onder leiding van het afdelingshoofd.
Hoofdbestanddelen van de functie
1 De werkzaamheden zoals vermeld bij de functie van opnametechnicus (artikel 77) te weten:
Het maken van opnames, inhoudende de bepaling van de wijze van opnemen van te lezen teksten, zowel in
technische zin (instellen en bedienen van opname-apparatuur) als in artistieke respectievelijk didactische zin
(dictie, uitspraak en tekstoverdracht naar de luisteraar, toevoegen van passende muziek- en geluidsfragmenten)
en het tijdens de opnames begeleiden en stimuleren van de voorlezers.
Daarenboven verricht de studiotechnicus de navolgende werkzaamheden:
2 Het adviseren van het hoofd van de afdeling en de voorlezers met betrekking tot de technische mogelijkheden van de apparatuur
3 Het adviseren van het hoofd van de afdeling m.b.t. de selectie van voorlezers.
4 Het plannen van de bezetting van de studio's.
5 Het - eventueel - maken van opnames met studielectuur.
Salarisschaal: 6
Artikel 79
Medewerker kwaliteitscontrole audio
Plaats in de organisatie
De functie komt voor binnen afdelingen, of als staffunctie ten behoeve van een diensthoofd.
Hoofdbestanddelen van de functie
1 Controleren en beoordelen van ingesproken lectuur op technische en artistieke respectievelijk didactische kwaliteit aan de hand van richtlijnen en normen. Afgeven van banden voor reproductie bij goedkeuring; schriftelijk vastleggen en motiveren van het oordeel bij afkeuring van een band.
2 Beoordelen van kandidaat-voorlezers en adviseren kwaliteitscommissie terzake op grond van een stemtest: beoordelen van door dezen ingelezen proefbanden.
3 Adviseren - indien aanwezig - van de kwaliteitscommissie over bewaking en ontwikkeling kwaliteit gesproken lectuur, adviseren over toewijzing van boeken aan voorlezers.
4 Diverse werkzaamheden:
- archivering profielen voorlezers;
- invullen formulieren beoordeling en productie.
Salarisschaal: 6
Salarisschaal: 7 indien de werkzaamheden ook inhouden dat wordt leidinggegeven aan een stafafdeling
kwaliteitsbewaking en het maken van planningen voor die afdeling.
Artikel 80
Medewerker kwaliteitscontrole braille
Plaats in de organisatie
De functie komt voor binnen afdelingen, of als staffunctie ten behoeve van een diensthoofd.
Hoofdbestanddelen van de functie
1 Controleren en beoordelen van braille- en grootletterlectuur op technische kwaliteit, aan de hand van richtlijnen en normen; afgeven van teksten voor reproductie bij goedkeuring; schriftelijk vastleggen en motiveren van het oordeel bij afkeuring van een tekst.
2 Aanbrengen van correcties met behulp van een brailleleesregel, computerapparatuur of met de hand.
3 Adviseren - indien aanwezig - van de kwaliteitscommissie m.b.t. de bewaking en ontwikkeling van de kwaliteit van geproduceerde teksten.
4 Overleggen met en adviseren van (externe) producenten van aangeleverde teksten over de kwaliteit.
5 Diverse werkzaamheden:
- verdelen brailleboeken in banden en toekenning van band- en boeknummers;
- invullen formulieren beoordeling en productie;
- brailleren pagina's van (studie)boeken en andere soorten literatuur, zoals voorwoord, flaptekst en inhoudsopgave.
Salarisschaal: 6
Salarisschaal: 7 indien de werkzaamheden ook inhouden dat wordt leidinggegeven aan een stafafdeling
kwaliteitsbewaking en het maken van planningen voor die afdeling.
Artikel 81
(Redacteur-) / tekstvoorbereider audio/braille
Plaats in de organisatie
De functie komt voor binnen afdelingen, of als functie die rechtstreeks verantwoording verschuldigd is aan het
diensthoofd of de directeur.
Hoofdbestanddelen van de functie
1 Het met een vrij grote mate van artistieke vrijheid en zelfstandigheid verrichten van werkzaamheden betreffende de voorbereiding van het produceren van tijdschriften en (studie) boeken in gesproken- en/of braillevorm, inhoudende:
- de verantwoording voor het productie-klaar aanleveren van de teksten
- het ontwerpen van richtlijnen en handleidingen voor het voorlezen en/of het brailleren en het bepalen van de uitvoering van het product
- het bewaken van redactioneel-inhoudelijke, journalistieke kwaliteit van de bedoelde producten, alsmede bij tijdschriften de selectie van de op te nemen artikelen, en bij producten in braillevorm de bepaling van keuzen voor weergave in reliëf of omschrijving van visuele illustraties.
2 Het overleggen met uitgevers o.a. over toestemming voor het overnemen van hun uitgaven.
3 Het onderhouden van contacten met (externe) redacteuren, abonnees, voorlezers en brailleerders.
4 Het coördineren van de werkzaamheden van (externe) redacties en/of projectgroepen die zich bezighouden met verbetering of vernieuwing van uitgaven van lectuur in gesproken en/of braillevorm.
5 Bijdragen leveren aan de redactieformule en het uitgavebeleid.
Salarisschaal: 7 indien de werkzaamheden geen of nauwelijks externe contacten (hoofdbestanddeel 3) en geen of nauwelijks coördinerende werkzaamheden (hoofdbestanddeel 4) omvatten.
Salarisschaal: 8 indien de hoofdbestanddelen 3, 4 en 5 deel uitmaken van de functie.
Salarisschaal: 9 indien het niet een functie binnen een afdeling betreft en wordt leidinggegeven aan en planningen worden gemaakt voor één of meer medewerkers die betrokken zijn bij de redactie van uitgaven.
Opleidingsindicatie: functiegerichte opleiding op HBO-niveau.
Artikel 82
Hoofd productie afdeling audio/braille 2
Plaats in de organisatie
De functie komt specifiek voor alsmede in combinatie met het
leidinggeven aan andere, bibliotheektechnische of administratieve werkzaamheden. De functie komt voor
binnen een dienst in welk geval de functionaris werkt onder directe verantwoordelijkheid van het diensthoofd,
dan wel onder directe verantwoordelijkheid van de directeur.
Hoofdbestanddelen van de functie
1 Het geven van leiding aan de afdeling.
- Voert het vastgestelde personeelsbeleid uit. Is betrokken bij werving en selectie van nieuw personeel voor de afdeling.
- Is verantwoordelijk voor de kwaliteit en kwantiteit van de diensten van de afdeling.
- Adviseert bij aanschaf van materialen en apparatuur voor de afdeling, en bestelt deze al of niet op grond van goedkeuring vooraf door diensthoofd of directeur.
- Organiseert het werk van de afdeling binnen de vastgestelde richtlijnen.
2 Het voorbereiden en uitvoeren van het beleid.
Levert gegevens aan en neemt deel aan het overleg over beleidsplannen, jaarlijkse begroting en het jaarverslag.
3 Het verzorgen van productiewerkzaamheden.
- Draagt met een grote mate van vrijheid en zelfstandigheid zorg voor goede kwaliteit van de producten van de afdeling (gesproken lectuur of braille(studie)boeken).
- Bepaalt de selectie van voorlezers.
- Onderhoudt contacten met leveranciers van apparatuur, programmatuur en andere productiemiddelen.
4 Diverse werkzaamheden:
- behandelt klachten en vragen van klanten en abonnees.
Salarisschaal: 8 indien wordt leidinggegeven tot aan 7 medewerkers.
Salarisschaal: 9 indien wordt leidinggegeven aan meer dan 7 medewerkers.
Opleidingsindicatie: functiegerichte opleiding op HBO-niveau.
Artikel 83
Hoofd productie afdeling audio/braille 1
Plaats in de organisatie
De functie komt specifiek voor alsmede in combinatie met het leidinggeven aan andere, bibliotheektechnische
of administratieve werkzaamheden. De functie komt voor binnen een dienst in welk geval de functionaris werkt
onder directe verantwoordelijkheid van het diensthoofd, dan wel onder directe verantwoordelijkheid van de directeur.
Hoofdbestanddelen van de functie
1 Het geven van leiding aan de afdeling.
- Voert het vastgestelde personeelsbeleid uit. Is betrokken bij werving en selectie van nieuw personeel voor de afdeling.
- Is verantwoordelijk voor de kwaliteit en kwantiteit van de diensten van de afdeling.
- Adviseert bij aanschaf van materialen en apparatuur voor de afdeling, en bestelt deze al of niet op grond van goedkeuring vooraf door diensthoofd of directeur.
- Organiseert zelfstandig het werk van de afdeling.
2 Het voorbereiden en uitvoeren van het beleid.
- Verzamelt en analyseert gegevens van de afdeling ten behoeve van het beleidsplan, de begroting en het jaarverslag.
- Levert bijdragen voor het beleidsplan van de afdeling en is belast met de planmatige uitvoering hiervan.
- Doet voorstellen tot beleidswijziging c.q. vernieuwing van het beleid.
3 Het verzorgen van productiewerkzaamheden.
- Draagt met een grote mate van vrijheid en zelfstandigheid zorg voor goede kwaliteit van de producten van de afdeling (gesproken lectuur of braille(studie)boeken).
- Bepaalt de selectie van voorlezers.
- Onderhoudt contacten met leveranciers van apparatuur, programmatuur en andere productiemiddelen.
4 Behandelt klachten en vragen van klanten en abonnees.
Salarisschaal: 9 indien wordt leidinggegeven tot aan 7 medewerkers.
Salarisschaal: 10 indien wordt leidinggegeven aan meer dan 7 medewerkers.
Opleidingsindicatie: functiegerichte opleiding op HBO-niveau.
Artikel 84
Diensthoofd blindenbibliotheek
Plaats in de organisatie
Het diensthoofd werkt onder directe verantwoordelijkheid van de directie en is verantwoording verschuldigd
aan de directie, de functionaris geeft leiding aan één of meerdere afdelingshoofden.
Hoofdbestanddelen van de functie.
a Geeft leiding aan de dienst.
b Is verantwoordelijk voor ontwikkeling en vernieuwing van het beleid van de dienst.
- Levert bijdragen voor het beleidsplan van de dienst, de begroting en het jaarverslag.
c Draagt bij aan een geïntegreerd beleid van de organisatie.
Salarisschaal: 9 er wordt leidinggegeven tot aan 20 formatieplaatsen.
Salarisschaal: 10 er wordt leidinggegeven aan 20 en meer forma-tieplaatsen.
Opleidingsindicatie: functiegerichte opleiding op HBO-niveau.
Bijlage B
Regeling Overwerk en Overwerkvergoeding (Ex artikel 10)
Artikel 1
De werkzaamheden, die korter dan een halfuur worden verricht aansluitend aan de werkuren volgens de
werktijdregeling, tellen niet mee voor de berekening van het aantal uren overwerk.
Artikel 2
Bij de berekening van de uit overwerk voortvloeiende overschrijding van de vastgestelde werkuren per
werkperiode worden de uren, waarin verlof werd genoten krachtens de artikelen 23, 28, 30 en 39 van de
CAO of krachtens artikel 5 aangemerkt als uren, waarop werd gewerkt.
Artikel 3
Niet in aanmerking komen voor overwerkvergoeding werknemers;
a die zijn ingeschaald in schaal 11 of een hogere van de Salarisregeling Openbare Bibliotheken;
b die niet op verzoek of in opdracht van de werkgever overwerk verrichten.
Artikel 4
1 De vergoeding voor overwerk bestaat uit verlof gelijk aan de duur van het overwerk alsmede een geldelijke beloning, met dien verstande dat de geldelijke beloning slechts wordt toegekend, indien en voor zover door het verrichten van overwerk de werktijd, geldende voor een werknemer met een volledig dienstverband wordt overschreden.
2 Indien het functioneren van de bibliotheek zich tegen het toekennen van het in het vorige lid bedoelde verlof
verzet, wordt in plaats van het verlof voor ieder uur een bedrag in geld toegekend gelijk aan het voor de
werknemer geldende salaris per uur.
Artikel 5
Het in artikel 4 lid 1 bedoelde verlof wordt verleend in overleg met de werknemer op een voor de bibliotheek
geschikt tijdstip.
Artikel 6
1 De geldelijke beloning per uur verricht overwerk krachtens artikel 4 lid 1, wordt gesteld op een percentage van het tot een bedrag per uur herleide salaris.
2 Het percentage is:
50% tenzij het overwerk is verricht op zondag, op een der dagen bedoeld in artikel 28, tweede en derde lid
van de CAO, of op de dag volgende op deze tussen 0.00 en 6.00 uur, in welk geval het percentage 100% is.
Artikel 7
De in de voorgaande artikelen bedoelde geldelijke vergoeding wordt niet later uitgekeerd dan bij de uitbetaling
van het salaris over de tweede maand na de maand waarin het betreffende overwerk werd verricht.
Bijlage C
Regeling Toelage Onregelmatige Diensten (Ex artikel 11)
Artikel 1
1 Onder onregelmatige dienst wordt verstaan het in opdracht van de werkgever aan de werknemer opgedragen werk, dat wordt verricht op andere uren dan maandag tot en met vrijdag tussen 8.00 en 18.00 uur.
2 De in beginsel als onregelmatige dienst te beschouwen werkzaamheden, die gedurende korter dan een uur achtereen worden verricht, tellen niet mee voor de berekening van het aantal uren onregelmatige dienst.
3 Alleen de werknemers, wier functie is ingedeeld in een schaal met een maximum lager dan dat van schaal 11
van de Salarisregeling Openbare Bibliotheken komen in aanmerking voor de toelage onregelmatige diensten.
Artikel 2
1 De vergoeding voor onregelmatige diensten bestaat uit een toelage per gewerkt uur, die wordt uitgedrukt in een percentage van het tot een bedrag per uur herleide salaris, met dien verstande dat genoemd percentage ten hoogste wordt berekend over het op dezelfde wijze herleide maximumsalaris van schaal 4 van de Salarisregeling Openbare Bibliotheken.
2a De Toelage onregelmatige diensten op maandag tot en met vrijdag van 18.00 tot 22.00 uur wordt gesteld op 25%, maar de werknemer ontvangt geen toeslag over de tijdig ingeroosterde eerste gewerkte avond per kalenderweek.
2b De Toelage op zaterdag van 09.00 uur tot 18.00 uur wordt gesteld op 25%, maar de werknemer ontvangt geen toeslag over de tijdig ingeroosterde eerste gewerkte zaterdag per tijdvak van 3 weken.
Onder tijdig wordt ten deze verstaan dat de werkgever het rooster tenminste vier weken voor de desbetreffende dienst ter kennis van de werknemer heeft gebracht.
2c In afwijking van het gestelde onder a. en b. geldt voor de functie van invalhulp het volgende:
Toelage 10% voor werkzaamheden op maandag t/m vrijdag tussen 18.00 en 22.00 uur en voor werkzaamheden op zaterdag van 09.00 tot 18.00 uur.
2d De toeslag voor het verrichten van werkzaamheden op zondag wordt gesteld op 90% indien de werknemer zich voor onbepaalde tijd beschikbaar stelt voor het werken op tenminste 4 en ten hoogste 9 zondagen per 13 weken (maximum van de Arbeidstijdenwet); de toeslag bedraagt 50% indien de werknemer zich voor bepaalde tijd beschikbaar stelt voor het werken op zondag en/of voor minder dan 4 zondagen per 13 weken;
3 Voor de overige hierna vermelde tijdstippen gelden de volgende percentages:
a 20% voor werkzaamheden, verricht op maandag tot en met vrijdag tussen 6.00 en 8.00 uur;
b 30% voor werkzaamheden, verricht op zaterdag van 6.00 tot 9.00 uur, respectievelijk tussen 18.00 en 22.00 uur;
c 40% voor werkzaamheden, verricht op maandag tot en met zaterdag tussen 0.00 en 6.00 uur en tussen 22.00 en 24.00 uur;
d 70% voor werkzaamheden, verricht op feestdagen genoemd in artikel 28 derde lid.
Artikel 3
De in voorgaande artikelen bedoelde toelage wordt niet later uitbetaald dan bij de uitbetaling van het salaris
over de tweede maand, na de maand waarin de betreffende onregelmatige dienst werd verricht.
Bijlage D
Regeling Wachtgeld
(Ex artikel 76)
Artikel 1
1 De in artikel 76 van de CAO bedoelde werknemer - hierna aan te duiden als rechthebbende - komt in aanmerking voor een wachtgeld, bestaande uit een maandelijkse uitkering door de voormalige werkgever, met ingang van de datum van ontslag.
2 De berekeningsgrondslag voor het wachtgeld is het laatst genoten salaris van de rechthebbende, vermeerderd met het bedrag der vakantietoeslag, berekend over een maand, waarop de rechthebbende op de dag voorafgaande aan zijn ontslag aanspraak had of zou hebben gehad bij waarneming van zijn functie, met dien verstande dat als deel van de berekeningsgrondslag tevens zal gelden het bedrag dat over de twaalf volle kalendermaanden voorafgaand aan het ontslag, gemiddeld aan toelage onregelmatige dienst is toegekend.
3 Indien in het laatstelijk genoten salaris als hier berekend wijziging zou zijn gekomen, anders dan door het
verwerven van salarisanciënniteit in het geval rechthebbende in dienst was gebleven op dat salaris, geldt te
rekenen van het in werking treden van de wijziging het aldus gewijzigde salaris als laatstelijk genoten salaris.
Artikel 2
1 De rechthebbende is verplicht zich binnen veertien dagen na de aanzegging van zijn ontslag in te laten schrijven bij het Regionaal Bureau voor de Arbeidsvoorziening (RBA), waaronder hij ressorteert, het handhaven van de inschrijving daaronder begrepen.
2 Geen recht op wachtgeld bestaat voor de rechthebbende aan wie ontslag is aangezegd en die na die mededeling een hem aangeboden betrekking, welke mede in verband met zijn persoonlijkheid en omstandigheden voor hem passend is te achten, heeft geweigerd te aanvaarden.
3 De rechthebbende is verplicht van zijn inkomsten uit arbeid of bedrijf, genoten na zijn ontslagaanzegging,
dan wel van de hem gedane uitkeringen ingevolge sociale verzekeringen terstond opgaaf te doen bij de
voormalige werkgever.
Artikel 3A
Onder diensttijd in de zin van deze regeling wordt verstaan:
de diensttijd voor bepaalde of onbepaalde tijd doorgebracht in een dienstverband met een openbare bibliotheek in de zin van de wet of een andere onder de werkingssfeer van deze CAO vallende instelling, een wetenschappelijke of speciale bibliotheek in de zin van de Wet of een overheidsbibliotheek die niet beantwoordt aan een der voorgaande omschrijvingen, met uitzondering van de tijd:
a die voorafgaat aan een onderbreking in de diensttijd door ontslag van langer dan een jaar, tenzij voor de toepassing van artikel 3B, tweede en derde lid;
b die in aanmerking is genomen bij de berekening van de duur van een wachtgeld of van een uitkering ter zake
van onvrijwillige werkloosheid, tenzij voor de toepassing van artikel 3B, tweede en derde lid.
Artikel 3B
1 De duur van het wachtgeld bedraagt drie maanden, vermeerderd voor de rechthebbende, die op de dag van het ontslag de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt, met een duur gelijk aan 18% van zijn diensttijd, voorts voor de rechthebbende die op de dag van ontslag 21 jaar oud is met een duur gelijk aan 19,5% van zijn diensttijd, en zo vervolgens per leeftijdsjaar opklimmende met 1,5% tot aan de rechthebbende, die op de dag van het ontslag zestig jaar of ouder is.
Voor laatstgenoemde bedraagt de vermeerdering 78%.
2 Ten aanzien van de rechthebbende, die bij de aanvang van de in het voorgaande lid bedoelde diensttijd in het genot was van wachtgeld krachtens deze CAO, wordt bij de berekening van de duur van het wachtgeld mede in aanmerking genomen de diensttijd, welke bij de berekening van de duur van het eerder toegekende wachtgeld in aanmerking is genomen. Op de aldus berekende duur wordt de duur van het eerder toegekende wachtgeld, met uitzondering van de verlenging bedoeld in het volgende lid, in mindering gebracht.
3 De duur van het wachtgeld van de rechthebbende die ten tijde van zijn ontslag een diensttijd van ten minste tien jaar heeft volbracht, wordt, indien de som van zijn leeftijd en de diensttijd ten tijde van het ontslag zestig jaren of meer bedraagt, na afloop van de daarvoor gestelde termijn verlengd tot de eerste dag van de maand volgende op die, waarin hij de 65-jarige leeftijd bereikt.
Deze verlenging wordt niet toegepast indien ter zake van een eerder toegekend wachtgeld een dergelijke
verlenging reeds heeft plaatsgevonden, tenzij op de eerste verlenging een dienstverband van ten minste tien jaar
is gevolgd. Eveneens wordt deze verlenging niet toegepast indien het ontslag plaatsvindt vanuit een
deeltijdbetrekking van minder dan tien uren.
Artikel 4
Het bedrag van het wachtgeld is gedurende de eerste drie maanden gelijk aan de berekeningsgrondslag*; gedurende de daarop volgende negen maanden 90% van dit bedrag; gedurende de daarop volgende vier jaren 80%, vervolgens 70% van dit bedrag, met dien verstande dat het niet daalt beneden het bedrag aan pensioen, dat de rechthebbende zou toekomen indien hij op de dag van het ontslag zou zijn gepensioneerd.
(* Op grond van het TWACS-besluit d.d. 31-12-1984 (Staatscourant 1984, nr. 254) dient met ingang van 1 januari 1985 de uitkering wegens werkloosheid, daaronder begrepen een aanvulling op een wettelijke werkloosheidsuitkering, te worden verlaagd met 7% van het bedrag waarover de uitkering wordt berekend (de berekeningsgrondslag), met dien verstande dat de som van de uitkering en de aanvulling daarop niet minder bedraagt dan 70% van de berekeningsgrondslag.
Gedurende de in artikel 3B, onder 3, beschreven verlenging is het wachtgeld gelijk aan het hiervoor genoemde
pensioen met dien verstande dat gedurende het eerste jaar van die verlenging het wachtgeld ten minste 40%
bedraagt van de berekeningsgrondslag.)
Artikel 5A
1 Het wachtgeld wordt verminderd met de inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf door de rechthebbende ter hand genomen met ingang van, of na de dag waarop het ontslag ter zake waarvan het wachtgeld is toegekend hem is aangezegd of door hem is aangevraagd en wel over de maand waarop deze inkomsten betrekking hebben of geacht kunnen worden betrekking te hebben.
Deze vermindering geschiedt aldus dat van het wachtgeld wordt afgetrokken het bedrag waarmede het wachtgeld, vermeerderd met die inkomsten, de berekeningsgrondslag overschrijdt.
2 Het onder 1 bepaalde vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf ter hand genomen gedurende non-activiteit, vakantie of verlof onmiddellijk voorafgaande aan het ontslag, ter zake waarvan het wachtgeld is toegekend.
3 Wanneer de rechthebbende arbeid of bedrijf ter hand heeft genomen vóór de dag van het ontslag, anders dan bedoeld in de voorafgaande leden, en na die dag uit die arbeid of dat bedrijf inkomsten of meer inkomsten gaat genieten, is het eerste lid van toepassing, tenzij de belanghebbende aannemelijk maakt, dat die inkomsten of vermeerdering van inkomsten of een gedeelte daarvan noch het gevolg zijn van een verhoogde werkzaamheid noch verband houden met het ontslag, in welk geval die inkomsten, die meerdere inkomsten of dat gedeelte daarvan niet in aanmerking worden genomen voor de toepassing van het eerste lid.
4 Inkomsten, welke zijn genoten uit hoofde van overwerk, worden niet als inkomsten in de zin van dit artikel aangemerkt.
Artikel 5B
1 De rechthebbende is verplicht van het ter hand nemen van enige arbeid of bedrijf terstond mededeling te doen aan de voormalige werkgever, onder opgave, voor zover mogelijk, van de inkomsten die hij uit die werkzaamheden zal trekken.
2 Brengt de aard van de werkzaamheden of van de inkomsten mede, dat de inkomsten over een langere termijn moeten worden berekend, dan geschiedt de opgave dienovereenkomstig en wordt op het wachtgeld een vermindering toegepast van een voorlopig vastgesteld bedrag onder voorbehoud van verrekening aan het einde van de evenbedoelde termijn.
3 Ten aanzien van deze verrekening is artikel 5A van toepassing, met dien verstande, dat zij geschiedt over de in de vorige volzin bedoelde langere termijn in plaats van over iedere maand afzonderlijk.
4 Het in de voorgaande leden bepaalde vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van de arbeid of bedrijf
en de inkomsten daaruit, bedoeld in artikel 5A tweede en derde lid.
Artikel 5C
1 Indien de rechthebbende aanspraak heeft op een uitkering krachtens de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, die minder bedraagt dan 70% van de berekeningsgrondslag, en/of een invaliditeitspensioen krachtens het pensioenreglement bedoeld in artikel 24, wordt het wachtgeld slechts uitbetaald voor zover het evenbedoelde uitkering(en) te boven gaat.
2 Indien de rechthebbende aan wie wachtgeld is toegekend, uit hoofde van de betrekking waaraan dit
wachtgeld wordt ontleend, aanspraak heeft of verkrijgt op een uitkering krachtens de Werkloosheidswet, de
Ziektewet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of de Algemene arbeidsongeschiktheidswet, een
wachtgeldregeling voor zogenaamde B3-instellingen dan wel een uitkering krachtens het bepaalde in
Staatsblad 1979, nr. 769 en/of een invaliditeitspensioen krachtens het pensioenreglement bedoeld in artikel 24
en/of een invaliditeitspensioen krachtens de Algemene Burgerlijke Pensioenwet wordt gedurende de termijn
waarover die aanspraak bestaat het wachtgeld slechts uitbetaald voor zover het evenbedoelde uitkeringen te
boven gaat.
Artikel 5D
1 Indien de belanghebbende recht heeft op een uitkering ingevolge de Tijdelijke Uittredingsregeling Openbare Bibliotheken respectievelijk ingevolge de VUT-CAO, en de belanghebbende de uitkering heeft aangevraagd en toegekend gekregen, wordt het wachtgeld slechts uitbetaald voor zover het evenbedoelde uitkeringen te boven gaat.
2 Indien de belanghebbende recht heeft op een uitkering ingevolge de Tijdelijke Uittredingsregeling Openbare
Bibliotheken respectievelijk de VUT-CAO en de belanghebbende heeft nagelaten deze aan te vragen, wordt
het wachtgeld slechts uitbetaald, voor zover het de evenbedoelde uitkeringen te boven zou gaan, indien hij
deze zou hebben aangevraagd.
Artikel 6
Het wachtgeld wordt vermeerderd met een toeslag ter hoogte van de kinderbijslag waarvoor de
rechthebbende in aanmerking zou komen indien het dienstverband met de werkgever zou zijn voortgezet. Op
deze toeslag wordt in mindering gebracht de kinderbijslag, die onder welke benaming ook, elders voor dat
kind wordt ontvangen.
Artikel 7
1 Het recht op wachtgeld eindigt:
a met ingang van de dag, volgend op de dag van overlijden van de rechthebbende;
b met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die waarin de rechthebbende de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt;
c met ingang van de datum, waarop voor de rechthebbende gedurende achttien maanden een aanspraak op een uitkering krachtens de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering heeft bestaan uit hoofde van de betrekking waaraan dit wachtgeld wordt ontleend, dan wel, in het geval bedoeld in artikel 5c lid 1, met ingang van de datum, waarop voor de rechthebbende gedurende 24 maanden zodanige aanspraken hebben bestaan;
d indien het recht op wachtgeld geheel wordt afgekocht.
2 Het recht op wachtgeld kan geheel of ten dele vervallen worden verklaard indien de rechthebbende:
a zich zodanig gedraagt, dat hij, ware hij in dienst gebleven, zou zijn ontslagen;
b de gegevens, die noodzakelijk zijn voor de vaststelling of de vermindering van het wachtgeld niet, niet
volledig, of onjuist verstrekt.
Artikel 8
1 Indien rechthebbende:
a een hem aangeboden ambt of betrekking, welke hem in verband met zijn persoonlijkheid en omstandigheden redelijkerwijs kan worden opgedragen, weigert te aanvaarden;
b in de gelegenheid is om op een wijze, die voor hem passend kan worden geacht, inkomsten te verkrijgen, en daarvan geen gebruik maakt;
c inkomsten, als bedoeld in artikel 5A, zonder voldoende reden prijsgeeft, dan wel door eigen schuld of toedoen verloren doet gaan; wordt het wachtgeld verminderd met het bedrag, waarmede het wachtgeld vermeerderd met de verzuimde, dan wel met de prijsgegeven of verloren gegane inkomsten de berekeningsgrondslag zou hebben overschreden.
2 Het wachtgeld wordt niet uitbetaald voor de duur dat de rechthebbende:
a de hem opgelegde verplichtingen niet of niet volledig nakomt;
b metterwoon verblijf houdt in het buitenland, tenzij hem op zijn verzoek hiervoor door de voormalige werkgever toestemming is verleend;
c zich onvoldoende houdt aan de voorschriften van het bevoegde uitvoeringsorgaan van de sociale verzekeringswetten.
Artikel 9
Het recht op wachtgeld wordt opgeschort voor de duur:
dat de rechthebbende zich ingevolge wettelijke verplichting als militair of als noodwachter in werkelijke dienst bevindt.
Artikel 10
Op verzoek van de rechthebbende kan het wachtgeld geheel of ten dele worden afgekocht.
Artikel 11
Aan de rechthebbende, die in de gelegenheid is elders inkomsten uit arbeid of bedrijf te gaan verwerven en die
daartoe genoodzaakt is te verhuizen, kan een tegemoetkoming in de verhuiskosten worden toegekend
overeenkomstig Bijlage I: Regeling Vergoeding Verhuiskosten.
Artikel 12
1 Het wachtgeld wordt uitbetaald in maandelijkse termijnen. Met toestemming van de rechthebbende kan uitbetaling in langere termijnen plaatsvinden.
2 Zo spoedig mogelijk na overlijden van de rechthebbende wordt aan zijn nagelaten betrekkingen in de zin van BW 7: 674 lid 3 een bedrag uitgekeerd gelijk aan de berekeningsgrondslag over een tijdvak van drie maanden, vermeerderd met de toeslag, bedoeld in artikel 6.
Wordt op het wachtgeld een vermindering toegepast, krachtens artikel 5A, 5B, 5C of 8 wordt artikel 7 tweede lid, toegepast dan is de uitkering gelijk aan het bedrag van het wachtgeld, vermeerderd met de toeslag bedoeld in artikel 6, dat de belanghebbende op de dag van het overlijden ontving over een tijdvak van drie maanden.
Bij overlijden in de periode van opschorting van het wachtgeld krachtens artikel 9, onder b, bestaat geen aanspraak op uitkering als in dit lid bedoeld.
3 Laat de rechthebbende geen betrekkingen als bedoeld in het tweede lid na, dan kan het daar bedoelde
bedrag geheel of ten dele worden uitgekeerd voor de betaling van de kosten van de laatste ziekte en van de
lijkbezorging, indien zijn nalatenschap voor de betaling van die kosten ontoereikend is.
Bijlage D2
Regeling eenmalige vergoeding
(ex artikel 76 A)
Artikel 1
De in artikel 76 A bedoelde werknemer -hierna aan te duiden als rechthebbende- heeft per ontslagdatum recht
op een eenmalige vergoeding.
Artikel 2
1a De in artikel 1 bedoelde eenmalige vergoeding bedraagt:
- één maand brutosalaris per gewerkt dienstjaar tot aan de leeftijd van 40 jaar;
- anderhalve maand brutosalaris per gewerkt dienstjaar vanaf de leeftijd van 40 tot 50 jaar;
- twee maanden brutosalaris per gewerkt dienstjaar vanaf de leeftijd van 50 jaar,
met als maximum de werkelijke inkomstenderving tot de aanvang van de kalendermaand waarin de werknemer de leeftijd van 65 jaar bereikt.
b In afwijking van het onder a. gestelde wordt, indien de werknemer recht kan doen gelden op een Flex-TOP-uitkering ten laste van het Bedrijfspensioenfonds Bibliotheekpersoneel, onder de werkelijke inkomstenderving verstaan de inkomstenderving tot de aanvang van de kalendermaand waarin de werknemer de leeftijd van 65 jaar bereikt, verminderd met de inkomsten uit een eventuele Flex-TOP-regeling, welke de werknemer zou kunnen genieten vanaf de maand waarin hij de leeftijd van 61 jaar bereikt tot aan de maand waarin hij de leeftijd van 65 jaar bereikt, voor zover deze inkomsten voortvloeien uit het collectief verplichte opbouw- en overgangsrecht van de Flex-TOP-regeling.
2a Onder 'brutosalaris' als bedoeld in lid 1 dient te worden begrepen het laatstgenoten bruto maandsalaris vermeerderd met vaste en overeengekomen looncomponenten, zoals bijvoorbeeld vakantiegeld, structurele eindejaarsuitkering en de toelage onregelmatige diensten (laatstbedoeld bedrag wordt berekend door uit te gaan van het gemiddelde maandbedrag over de laatste drie maanden voorafgaand aan de ontslagdatum).
b M.b.t. de berekening van de diensttijd / het aantal dienstjaren zoals bedoeld in lid 1 geldt het volgende:
- Onder diensttijd in de zin van deze regeling wordt verstaan:
- de diensttijd voor bepaalde of onbepaalde tijd doorgebracht in een dienstverband met een openbare bibliotheek in de zin van de wet of een andere onder de werkingssfeer van deze CAO vallende instelling, een wetenschappelijke of speciale bibliotheek in de zin van de wet, of een overheidsbibliotheek die niet beantwoordt aan een der voorgaande omschrijvingen, met uitzondering van de tijd die voorafgaat aan een onderbreking in de diensttijd door ontslag van langer dan een jaar.
Genoten (periodes van) onbetaald studie-, ouderschaps-, calamiteitenverlof etc. worden bij de berekening van de diensttijd buiten beschouwing gelaten.
- Als peildatum voor de berekening van het dienstverband geldt de datum waarop de arbeidsovereenkomst als gevolg van het gestelde in artikel 76 A Algemeen Gedeelte van de CAO eindigt.
- De diensttijd wordt afgerond op hele jaren, waarbij een half jaar plus één dag naar boven wordt afgerond.
Een periode van een half jaar of minder wordt buiten beschouwing gelaten.
Artikel 3
1 Indien de rechthebbende een hem uiterlijk één maand vóór de ontslagdatum door de oude werkgever bij dezelfde of een andere werkgever aangeboden passende functie op onredelijke gronden weigert te aanvaarden, heeft de werkgever de bevoegdheid om niet tot uitbetaling van de vergoeding zoals bedoeld in de artikelen 1 en 2 over te gaan.
2 Onder de in lid 1 bedoelde passende functie dient het hiernavolgende te worden verstaan:
- er is sprake van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, ingaande aansluitend aan de beëindiging van de arbeidsovereenkomst met de oude werkgever;
- de werkzaamheden worden verricht op grond van een in algemene zin gelijke opdracht en zijn gericht op globaal hetzelfde resultaat als de voorafgaande functie;
- de werkzaamheden worden gesalarieerd volgens dezelfde salarisschaal of geven recht op een zelfde of hoger salaris, zowel ten aanzien van het aanvangssalaris als ten aanzien van het bij de functie behorende salarismaximum;
- de plaats van tewerkstelling is bereikbaar binnen een reistijd die niet langer is dan 125% van de oude reistijd van de voorafgaande functie met een minimum van dertig minuten, bij gebruikmaking van dezelfde middelen van vervoer;
- de omvang van de aanstelling verschilt niet meer dan vier uur per week van de omvang van de voorafgaande functie; een eventueel optredend lager inkomen ten gevolge van een kortere arbeidsduur wordt door de oude werkgever volledig gecompenseerd;
- er is geen sprake van een pensioenbreuk; een eventuele pensioenbreuk wordt door de oude werkgever hersteld.
3 Indien de werknemer meent dat deze een aangeboden functie als bedoeld in lid 1 niet kan aanvaarden, doet hij hiervan binnen veertien dagen schriftelijk mededeling aan de werkgever.
4 Indien de werkgever op grond van de mededeling van de werknemer als bedoeld in het derde lid gebruik wenst te maken van de bevoegdheid niet tot uitbetaling van de vergoeding over te gaan op grond van het gestelde in het eerste lid, stelt de werkgever de werknemer hiervan binnen veertien dagen schriftelijk op de hoogte.
5 Indien de werknemer op grond van de mededeling van de werkgever als bedoeld in het vierde lid meent dat de werkgever ten onrechte een beroep doet op de mogelijkheid onder lid 1 om af te zien van de uitbetaling van de vergoeding in verband met de weigering een passende functie te aanvaarden, kan de werknemer die toegang heeft tot de Vaste Commissie van Advies inzake Arbeids-rechtelijke Geschillen ex artikel 72 van deze CAO, zich binnen één maand na de mededeling van de werkgever als bedoeld in lid 4, wenden tot deze Commissie, teneinde een uitspraak te vragen over de redelijkheid van deze weigering. De arbeidsovereenkomst blijft in stand gedurende de behandeling van het geschil. Indien de commissie oordeelt dat de weigering door de werknemer niet onredelijk is, is de werkgever verplicht tot uitbetaling van de vergoeding over te gaan.
Artikel 4
1 Indien bij een ontslag in het kader van artikel 1 één of meer leden van de werknemersorganisaties bij deze CAO betrokken zijn, dient de werkgever met deze werknemersorganisaties overleg te voeren m.b.t. de van toepassing zijnde (eventueel van Bijlage D2 afwijkende) vergoedingsregeling.
2 Van de in artikel 2 genoemde vergoedingsregeling kan slechts worden afgeweken op grond van een, door de werkgever met de werknemersorganisaties bij de CAO, schriftelijk overeengekomen sociaal plan indien dit plan in een eigen vergoedingsregeling voorziet.
3 Het gestelde in artikel 2 laat onverlet het recht van de werkgever en de werknemer zich op grond van BW
7: 685 te wenden tot de kantonrechter tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst; in een zodanig geval is het
gestelde in de artikelen 1 en 2 niet van toepassing.
Artikel 5
De op 31 december 1999 reeds toegekende wachtgeldrechten worden door het van kracht worden van
artikel 76 A jö Bijlage D2 per 1 januari 2000 niet aangetast.
Bijlage E
Regeling Studiefaciliteiten
(Ex artikel 66)
Artikel 1
Begripsomschrijving
Studiefaciliteiten:
a studieverlof als bedoeld in artikel 3 van deze regeling;
b tegemoetkoming in studiekosten als bedoeld in artikel 4 van deze regeling.
Artikel 2
Algemene voorwaarden
1 De werknemer die voor studiefaciliteiten in aanmerking wenst te komen dient het verzoek daartoe in de regel in voor de aanvang van de studie. Hij laat dit verzoek vergezeld gaan van de voor de beoordeling door de werkgever noodzakelijke gegevens en van een schatting van de te maken studiekosten.
2 De werkgever kan - alvorens een tegemoetkoming in de studiekosten te verlenen - een studieadvies of, in bijzondere gevallen, een psychologisch advies inwinnen. Tenzij deze adviezen worden ingewonnen op uitdrukkelijk verzoek van de werknemer komen de daaraan verbonden kosten voor rekening van de werkgever.
3 Studiefaciliteiten worden verleend voor een bepaalde termijn, die wordt afgeleid van de normaal te achten studieduur. Door de werkgever kan deze termijn worden verlengd.
4 Verleende studiefaciliteiten kunnen - al dan niet tijdelijk - worden ingetrokken indien de werkgever op grond van verkregen inlichtingen van oordeel is dat betrokkene niet in die mate studeert en/of vorderingen maakt dat hij in staat kan worden geacht de studie binnen de in het derde lid genoemde termijn te voltooien.
De intrekking geschiedt niet indien de betrokken werknemer aannemelijk maakt dat deze omstandigheid niet aan hemzelf te wijten is.
5 Aan de werknemer die krachtens een op hem van toepassing zijnde regeling aanspraak heeft op een hogere
functie uitsluitend op grond van het voltooien van een studie, worden ter zake van die studie geen faciliteiten verleend.
Artikel 3
Studieverlof
1 Tenzij het belang van de te verrichten werkzaamheden zich daartegen verzet kan aan de werknemer studieverlof worden verleend voor ten hoogste een halve dag per week, met dien verstande, dat indien lessen gedurende de normale werktijd moeten worden gevolgd, verlof van maximaal één dag per week kan worden verleend.
2 Onverminderd het bepaalde in lid 1 kan studieverlof worden verleend op de dag waarop wordt deelgenomen aan een examen of tentamen dat aan het einde van de studie is gelegen dan wel volgt op een duidelijk afgerond onderdeel van de studie.
3 Ter voorbereiding op een examen en tentamen als bedoeld in lid 2 kan bovendien studieverlof worden verleend voor ten hoogste vijf halve dagen per jaar.
Artikel 4
Tegemoetkoming in studiekosten
1 Voor volledige tegemoetkoming komen in aanmerking:
a indien de studie in een andere plaats dan de woon- of standplaats gevolgd moet worden, de noodzakelijk gemaakte reiskosten voor interlokaal vervoer en het daarmee in samenhang optredende vervoer in de plaats waar de cursus of het examen wordt gehouden, op basis van het laagste tarief van het gebezigde middel van openbaar vervoer, waarvan redelijkerwijs gebruik gemaakt kan worden, voor zover de werknemer niet uit anderen hoofde voor deze kosten een vergoeding geniet; kan van openbaar vervoer redelijkerwijs geen gebruik worden gemaakt dan worden de noodzakelijk gemaakte kosten vergoed tegen het tarief dat te dien aanzien is vastgelegd in de bepalingen welke door de bekostigde overheid worden gehanteerd ter zake van noodzakelijke reis- en verblijfkosten in verband met dienstreizen;
b de werkelijk gemaakte kosten welke in verband met het afleggen van een examen noodzakelijkerwijze worden gemaakt voor nachtverblijf en het gebruik van maaltijden, met inachtneming van bepalingen welke door de bekostigende overheid te dien aanzien in verband met dienstreizen worden gehanteerd.
2 Voor een tegemoetkoming tot maximaal 50% komen in aanmerking de noodzakelijk gemaakte cursus- en leskosten, de examen- en diplomakosten, alsmede de aanschaffingskosten van het verplicht gestelde studiemateriaal.
3 In bijzondere gevallen kan het in lid 2 genoemde percentage op 75% worden gesteld.
4 Een tegemoetkoming in studiekosten wordt eerst verleend nadat de werknemer schriftelijk heeft verklaard
dat hij bekend is met de verplichting tot gehele of gedeeltelijke terugbetaling als bedoeld in artikel 5 van deze regeling.
Artikel 5
Terugbetaling tegemoetkoming studiekosten
1 De werknemer is verplicht tot terugbetaling van de aan hem verleende tegemoetkoming in de studiekosten ingeval:
a hem op eigen verzoek of wegens aan hemzelf te wijten feiten of omstandigheden ontslag wordt verleend, vóórdat de studie met goed gevolg is afgesloten;
b de studie niet met goed gevolg is afgesloten op grond van omstandigheden die naar het oordeel van de werkgever aan de werknemer te wijten zijn;
c hem op eigen verzoek of wegens aan hemzelf te wijten feiten of omstandigheden ontslag wordt verleend binnen een termijn van drie jaar sedert de datum waarop de studie met goed gevolg is afgesloten.
2 De in lid 1 bedoelde verplichtingen tot terugbetaling worden beperkt:
a in gevallen bedoeld in lid 1 sub a en b, tot het bedrag dat de werknemer is uitbetaald in het tijdvak van drie jaar, voorafgaande aan de datum, waarop de desbetreffende omstandigheid zich heeft voorgedaan;
b in het geval, bedoeld in lid 1 sub c, voor elke maand, welke ontbreekt aan de daarin genoemde termijn, tot 1/36 gedeelte van het bedrag dat de werknemer is uitbetaald in het tijdvak van drie jaar voorafgaande aan de datum waarop de studie is afgesloten.
3 De in het eerste lid bedoelde verplichting geldt niet ingeval:
a het ontslag geschiedt met recht op wachtgeld of direct ingaand pensioen;
b het ontslag aansluitend wordt gevolgd door een nieuw aangegane dienstbetrekking met een werkgever in de
zin van artikel 1 lid 1 sub d van de CAO.
Bijlage F
Nadere regeling van de Vaste Commissie van Advies inzake Arbeidsrechtelijke Geschillen (Ex
artikel 72)
Artikel 1
1 De Vaste Commissie van Advies inzake Arbeidsrechtelijke Geschillen (in deze bijlage verder aangeduid als: Commissie) bestaat uit drie leden.
Voorts wordt voor elk van de drie leden een eerste en een tweede plaatsvervangend lid aangewezen.
2a Eén lid en diens plaatsvervangers worden benoemd door de vertegenwoordigers van de Werkgeversvereniging Openbare Bibliotheken in het COAOB.
2b Eén lid en diens plaatsvervangers worden benoemd door de vertegenwoordigers van de ABVAKABO FNV en CNV Publieke Zaak in het COAOB.
2c Eén lid en diens plaatsvervangers worden benoemd door de onder a en b genoemde vertegenwoordigers tezamen.
2d Het onder c bedoelde lid en diens plaatsvervangers fungeren als voorzitter en respectievelijk plaatsvervangende voorzitters der Commissie.
3 De leden der Commissie worden benoemd voor het tijdvak van drie jaar.
Na dit tijdvak kunnen zij terstond opnieuw worden benoemd.
4 Het secretariaat der Commissie wordt gevoerd door het secretariaat van het meergenoemde COAOB.
Artikel 2
Een geschil als bedoeld in artikel 72 van de CAO wordt aanhangig gemaakt door toezending van een met
redenen omkleed verzoekschrift in viervoud aan het secretariaat der Commissie.
Artikel 3
1 Degene, die het geschil aanhangig maakt, doet hiervan onverwijld bij aangetekend schrijven of brief met ontvangstbevestiging mededeling aan de andere partij onder bijvoeging van een afschrift van het verzoekschrift.
2 Een afschrift van de in het voorgaande lid bedoelde mededeling wordt gezonden aan het secretariaat der Commissie.
3 De wederpartij heeft de mogelijkheid op het in het eerste lid bedoelde verzoekschrift een met redenen omkleed verweerschrift in te dienen bij het secretariaat der Commissie, uiterlijk binnen drie weken na de ontvangst van het in het eerste lid bedoelde aangetekend schrijven of brief met ontvangstbevestiging.
4 Afschrift van het in het vorige lid bedoelde verweerschrift dient per aangetekend schrijven of brief met
ontvangstbevestiging te worden gezonden aan de partij bedoeld in het eerste lid.
Artikel 4
1 De (eerste) mondelinge behandeling van een geschil als bedoeld in artikel 72 van de CAO vindt in het algemeen plaats uiterlijk binnen zes weken na de indiening van het verzoekschrift en in het bijzondere geval omschreven in het tweede lid, uiterlijk dertig dagen na genoemde indiening.
2 De voorzitter doet aan partijen ten minste veertien dagen vooraf bij aangetekend schrijven of brief met
ontvangstbevestiging mededeling van dag, uur en plaats, waarop de mondelinge behandeling van het geschil zal
plaatsvinden.
Artikel 5
Iedere partij heeft het recht kennis te nemen van de door de tegenpartij ingediende stukken en kan tegen vergoeding van kosten daarvan afschrift ontvangen.
Artikel 6
1 Partijen verschijnen bij de eerder genoemde mondelinge behandeling, onverminderd het bepaalde in het volgende lid in persoon en kunnen zich door raadslieden laten bijstaan.
2 Partijen zijn bevoegd zich door een schriftelijk gemachtigde te doen vertegenwoordigen, indien zij zelf
redelijkerwijs niet in de gelegenheid zijn bij de mondelinge behandeling te verschijnen. Indien partijen
verhinderd zijn te verschijnen doen zij daarvan ten minste twee dagen voor de dag, waarop de mondelinge
behandeling plaatsvindt, schriftelijk mededeling aan de voorzitter onder opgave van redenen.
Artikel 7
1 Indien partijen getuigen en/of deskundigen willen doen horen, dienen zij hiervan ten minste twee dagen vóór de dag, waarop de mondelinge behandeling plaatsvindt, mededeling te doen aan de voorzitter, zulks onder opgave van naam, adres, woonplaats en beroep der getuigen en/of deskundigen.
2 De Commissie kan ook zelf getuigen en/of deskundigen oproepen, indien zij zulks noodzakelijk acht. De
voorzitter doet hiervan onverwijld, doch uiterlijk twee dagen vóór de in het vorige lid bedoelde dag
mededeling aan partijen.
Artikel 8
1 Partijen kunnen overeenkomen, dat zij het advies van de Commissie als een bindend advies zullen beschouwen, waaraan zij zich zullen conformeren en waarnaar zij zich zullen gedragen.
2 Zij doen hiervan uiterlijk twee dagen vóór de dag waarop de mondelinge behandeling plaatsvindt, bij aangetekend schrijven of brief met ontvangstbevestiging mededeling aan de voorzitter onder bijvoeging van een afschrift van de overeenkomst.
3 In afwijking van het gestelde in lid 1 en 2 geldt het volgende:
Indien sprake is van een geschil dat voortvloeit uit de toepassing van een beoordelingsregeling ex artikel 50 van de CAO, doet de Commissie een voor beide partijen bindende uitspraak, waarbij zij uitspreekt of de gevolgde procedure juist is geweest en/of de werkgever in redelijkheid tot zijn oordeel heeft kunnen komen.
Indien de Commissie tot het oordeel komt dat de beoordeling niet aan deze voorwaarden voldoet, wordt deze vernietigd.
In het laatste geval moet de werkgever een nieuwe beoordeling uitbrengen, rekening houdend met hetgeen de
Commissie in haar uitspraak heeft overwogen.
Artikel 9
Tijdens de mondelinge behandeling van het geschil worden partijen en hun raadslieden, alsmede hun getuigen
en/of deskundigen in elkaars tegenwoordigheid gehoord. Partijen en hun raadslieden worden in de gelegenheid
gesteld ook zelf vragen te stellen.
Artikel 10
1 De Commissie kan een voorlopig onderzoek instellen, waarin partijen afzonderlijk zullen worden gehoord. Indien de Commissie hiertoe besluit, kan zij bepalen, dat de (eerste) mondelinge behandeling later zal plaatsvinden dan binnen de in artikel 4 lid 1, genoemde termijnen.
2 De Commissie kan tijdens het in het voorgaande lid bedoelde onderzoek tevens getuigen en/of deskundigen
voor zich doen verschijnen, indien zij zulks noodzakelijk acht.
Artikel 11a
De mondelinge behandeling alsmede het voorlopige onderzoek vinden plaats in een voltallige vergadering der Commissie.
Deze vergaderingen zijn niet openbaar. De tijdens deze vergaderingen gedane mededelingen zijn vertrouwelijk.
Artikel 11b
De Commissie kan bepalen de behandeling van een geschil in afwijking van het bepaalde in artikel 4 schriftelijk
af te doen.
Artikel 12
De Commissie besluit bij meerderheid van stemmen over haar uitspraak.
De stemming geschiedt mondeling. Het is geen der leden geoorloofd zich van stemming te onthouden.
Artikel 13
Het advies van de Commissie is met redenen omkleed en wordt binnen één maand na de (laatste) mondelinge
behandeling bij aangetekend schrijven of brief met ontvangstbevestiging aan partijen medegedeeld.
Artikel 14
Aan de werknemer of werkgever wordt, indien hij een geschil aanhangig maakt bij de Commissie van
Geschillen een bedrag van €113,45 in rekening gebracht.
Artikel 15
De kosten door partijen gemaakt, daaronder begrepen de honoraria van de eventueel door partijen
geraadpleegde raadslieden en deskundigen, komen ten laste van partijen zelf.
Bijlage G (vacant)
Bijlage H (vacant)
Bijlage I
Regeling Vergoeding Verhuiskosten
(Ex artikel 64)
Artikel 1, begripsomschrijvingen
woonplaats: de gemeente of het met name bekende afzonderlijk liggend deel van die gemeente waar de woning van de werknemer is gelegen;
plaats van tewerkstelling: het gebouw, gebouwencomplex, terrein of vaartuig dat de werknemer voor de normale uitoefening van zijn functie is aangewezen;
gezinsleden: de echtgeno(o)t(e), de eigen, stief- en pleegkinderen van de werknemer, die deel uitmaken van zijn gezin, alsmede de relatiepartner als bedoeld in artikel 1 lid 1 sub n van het algemeen gedeelte van de CAO;
eigen huishouding voeren: het bewonen van woonruimte met een eigen inboedel, omvattende, naast het meubilair ten minste de voor twee vertrekken - waaronder de woonkeuken kan worden begrepen - gebruikelijke stoffering benevens eigen keukenuitrusting;
jaarsalaris: twaalfmaal het tussen werkgever en werknemer overeengekomen bruto maandsalaris vermeerderd met de vakantietoeslag, als bedoeld in artikel 27 van het algemene gedeelte van de CAO;
verhuiskostenvergoeding: tegemoetkoming in de kosten van een verhuizing;
verplaatsen en verplaatsing: veranderen onderscheidenlijk verandering van de standplaats van de werknemer.
Artikel 2, aanspraak op verhuiskostenvergoeding bij verplaatsing
1 De werknemer, die naar het oordeel van de werkgever in het belang van de te verrichten werkzaamheden is verplaatst, heeft aanspraak op een verhuiskostenvergoeding, tenzij de werkgever tijdig te kennen heeft gegeven, dat de werknemer als gevolg van de verplaatsing niet behoeft te verhuizen.
2 Een verhuisplicht als bedoeld in het vorige lid, wordt in beginsel niet opgelegd, indien sprake is van een zodanige afstand van de woning tot de plaats van tewerkstelling dat de noodzakelijk te maken reiskosten bij gebruik van een openbaar middel van vervoer (laagste klasse) een bedrag van € 100,91* per maand niet te boven gaat. (*= Met ingang van 1 januari 2003 (per 1 januari 2001 was dit € 96,20)).
3 Wanneer de werknemer bij een verplaatsing een woning buiten zijn standplaats heeft betrokken, bestaat
slechts aanspraak op verhuiskostenvergoeding, indien de keuze van die woonplaats door de werkgever is
goedgekeurd. Indien de werknemer later in opdracht van de werkgever naar zijn standplaats verhuist, heeft hij
aanspraak op verhuiskostenvergoeding, mits de andere vestiging buiten de standplaats, blijkens de
overwegingen, vermeld in een daartoe verleende schriftelijke goedkeuring, een gevolg van woningnood was.
Het bepaalde in de vorige volzin is van overeenkomstige toepassing ingeval van verhuizen naar de nabijheid
van de standplaats, indien de werknemer daardoor aanmerkelijk dichter bij de plaats van tewerkstelling komt
te wonen.
4 Onder nabijheid als bedoeld in lid 3, laatste volzin, dient te worden verstaan een zodanige afstand van de
woning tot de plaats van tewerkstelling, dat de noodzakelijk te maken reiskosten bij gebruik van een openbaar
middel van vervoer (laagste klasse) een bedrag van € 100,91* per maand niet te boven gaat. (*= Met ingang
van 1 januari 2003 (per 1 januari 2001 was dit € 96,20))
Artikel 3, aanspraak op verhuiskostenvergoeding bij indiensttreding
1 De werknemer, die bij indiensttreding schriftelijk de verplichting heeft opgelegd gekregen te verhuizen, heeft aanspraak op een verhuiskostenvergoeding. Het tweede, derde en vierde lid van artikel 2 zijn van overeenkomstige toepassing.
2 Een verhuiskostenvergoeding als bedoeld in lid 1 kan slechts worden verleend, indien de werknemer bij zijn indiensttreding schriftelijk heeft verklaard dat hij de ontvangen vergoeding zal terugbetalen ingeval hij op eigen verzoek of tengevolge van een ontslag op staande voet door de werkgever een dringende reden in de zin van BW 7: 678, wordt ontslagen, tenzij dit ontslag ingaat twee jaar of langer na de indiensttreding en een jaar of langer na de verhuizing.
Overgang zonder onderbreking of met een onderbreking van niet langer dan een maand naar een andere
instelling die onder de werkingssfeer van deze CAO valt, wordt niet als een ontslag op eigen verzoek beschouwd.
Artikel 4, aanspraak op verhuiskostenvergoeding ingeval van verhuizing op medisch advies
1 Ingeval een verhuizing geschiedt op medisch advies in het belang van de werknemer of een van de leden van diens gezin, zonder dat de werknemer wordt verplaatst, wordt door de werkgever aan de werknemer een verhuiskostenvergoeding toegekend, mits uit een schriftelijke verklaring van een door de werkgever aangewezen geneeskundige blijkt dat de verhuizing medisch noodzakelijk is.
2 Ter zake van het verkrijgen van een verklaring als bedoeld in het vorige lid en ter zake van een herkeuring is
artikel 5 van het algemeen gedeelte van de CAO van overeenkomstige toepassing.
Artikel 5, het vervallen van de aanspraak op verhuiskostenvergoeding
1 De aanspraak op verhuiskostenvergoeding vervalt, indien de verhuizing niet heeft plaatsgevonden binnen twee jaar nadat de verplichting tot verhuizen als gevolg van een verplaatsing of indiensttreding dan wel van een opdracht tot verhuizen is ontstaan.
2 In het geval de verhuizing ten gevolge van buiten de invloedssfeer van de werknemer liggende factoren niet binnen de in het vorige lid genoemde termijn heeft kunnen plaatsvinden, kan de werkgever op een daartoe strekkend verzoek van de werknemer deze termijn met een maximum van één jaar verlengen.
3 Indien de werkgever het verzoek niet inwilligt, kan de werknemer zijn verzoek voorleggen aan het
COAOB, dat kan besluiten dat de werkgever alsnog tot verlenging moet overgaan.
Artikel 6, aard en omvang van de aanspraak
1 De verhuiskostenvergoeding bestaat uit:
a een bedrag voor de reiskosten en zo nodig overnachtingskosten van de werknemer en eventueel zijn echtgeno(o)t(e), ieder voor één reis, ter bezichtiging van woonruimte (reiskosten);
b een bedrag voor de kosten, verbonden aan het vervoer van de werknemer en zijn gezinsleden naar de nieuwe woning en zo nodig voor overnachtingskosten (reiskosten);
c een bedrag voor de kosten van vervoer van bagage en van de inboedel van de werknemer en zijn gezinsleden naar de nieuwe woning, waaronder begrepen de kosten van het in- en uitpakken (transportkosten);
d een bedrag voor (eventuele) opknapkosten aan de nieuwe woning (opknapkosten);
e een bedrag voor de huur van de oude woning gedurende maximaal twee maanden, indien tegelijkertijd de huur voor de nieuwe woning moet worden betaald (dubbele huishuur);
f een bedrag voor alle andere uit de verhuizing direct voortvloeiende kosten (herinrichtingskosten en dergelijke).
2 Indien de werknemer op de dag waarop de verplichting tot verhuizing ontstaat, dan wel in geval bedoeld in artikel 4, op de dag van de verhuizing een eigen huishouding voert en deze naar de nieuwe woning wordt overgebracht, wordt het bedrag, bedoeld in het vorige lid onder f, gesteld op 12% van het jaarsalaris op de dag van de verhuizing, alsmede een bedrag van € 68,07 voor elk tot het gezin behorend medeverhuizend en ten laste van de werknemer komend kind. Daarbij zal de procentuele vergoeding niet minder bedragen dan 12% van het jaarsalaris corresponderend met het maximum van salarisschaal 6 van de Salarisregeling Openbare Bibliotheken, maar niet meer dan 12% van het jaarsalaris corresponderend met het maximum van salarisschaal 14 van de Salarisregeling Openbare Bibliotheken.
3 Voor een werknemer, die na een verhuizing als gevolg van een verplaatsing of indiensttreding dan wel nadat hij zich voor het eerst heeft ingericht, binnen een termijn van drie jaar verhuist als gevolg van een verplaatsing, wordt het in het vorige lid genoemde percentage van twaalf gesteld op veertien.
4 Indien de werknemer in de gevallen als bedoeld in lid 2 van dit artikel geen eigen huishouding voert, of deze niet naar de woning wordt overgebracht, maar één kamer met gebruikelijke meubilering en stoffering bewoont, kan hem een vergoeding als bedoeld in lid 1 sub f worden toegekend voor de werkelijke gemaakte kosten tot maximaal 4% van het jaarsalaris op de dag van de verhuizing, alsmede een bedrag van € 68,07 voor elk tot het gezin behorend medeverhuizend en ten laste van de werknemer komend kind.
5 De werknemer die voor de eerste maal in dienst treedt bij een werkgever als bedoeld in artikel 3 van de CAO heeft aanspraak op een verhuiskostenvergoeding gelijk aan de helft van die welke aan hem zou zijn toegekend als hij niet voor de eerste maal in dienst zou zijn getreden.
6 Indien de verplaatsing van de werknemer naar het oordeel van de werkgever van tijdelijke aard is, bestaat slechts aanspraak op vergoeding van reiskosten van de werknemer zelf en transportkosten van zijn bagage. Indien bijzondere omstandigheden daartoe nopen, kan een vergoeding van gemaakte kosten worden verleend van ten hoogste 4% van het jaarsalaris, verhoogd met een bedrag van € 68,07 voor elk tot het gezin behorend medeverhuizend en ten laste van de werknemer komend kind.
1. Bij verhuizing van een gezin, waarvan meerdere gezinsleden aanspraak hebben op een vergoeding in de zin van deze regeling, worden de verhuiskostenvergoeding krachtens dit artikel slechts aan een van deze gezinsleden toegekend.
2. De op grond van dit artikel toegekende vergoedingen zijn netto aan de werknemer uit te keren bedragen.
Artikel 7, berekening van het bedrag als bedoeld in artikel 6 lid 1 sub a, b (reiskosten)
1 De tegemoetkoming in de reiskosten als bedoeld in artikel 6 lid 1 sub a en b, wordt voor zover in deze regeling niet anders bepaald is, verleend op basis van het gebruik van openbaar vervoer en wel naar het tarief voor de laagste klasse.
2 Onder de reiskosten worden eveneens begrepen de kosten van lokaal vervoer in de vorm van tram, dan wel buskosten of kosten voor rijwielstalling. Hieronder worden eveneens begrepen de op de dag van de verhuizing ter beoordeling van de werkgever noodzakelijk gemaakte taxikosten voor het vervoer tussen de woning en het station of de halte van een openbaar-vervoermiddel of bij verhuizing binnen de woonplaats voor het vervoer tussen de oude en de nieuwe woning.
3 Indien geen gebruik is gemaakt van een openbaar-vervoermiddel, doch in plaats daarvan is gereisd met een ander vervoermiddel, worden de kosten op basis van het tarief voor openbaar vervoer vergoed.
4 Indien het op medisch advies noodzakelijk is, blijkend uit een schriftelijke verklaring van een behandelend specialist, dat het vervoer van belanghebbende en/of zijn gezinsleden op de dag van de verhuizing niet per openbaar-vervoermiddel kan geschieden, worden de werkelijke voor het vervoermiddel betaalde noodzakelijke kosten vergoed.
5 Van de ter gelegenheid van de verhuizing naar de nieuwe woonplaats noodzakelijk gemaakte kosten voor
het nachtverblijf en ontbijt van de werknemer en zijn gezinsleden kan één overnachting worden vergoed. Het
vorenstaande is van overeenkomstige toepassing op de reis van de werknemer en eventueel zijn
echtgeno(o)t(e), welke zij vooraf hebben moeten maken ter bezichtiging van de woonruimte.
Artikel 8, berekening van het bedrag als bedoeld in artikel 6 lid 1 sub c (transportkosten), sub d (opknapkosten) en sub e (dubbele huur)
1 Aan de werknemer die in aanmerking komt voor een vergoeding als bedoeld in artikel 6 lid 1 sub c, wordt deze vergoeding toegekend op basis van de gebruikelijke tarieven, doch maximaal op basis van de adviesprijzen van de georganiseerde verhuisbedrijven.
2 Onder de in artikel 6 sub d bedoelde kosten worden begrepen de kosten van de timmer-, metsel- en schilderwerkzaamheden en dergelijke, welke strikt noodzakelijk zijn om de huurwoning voor de werknemer en zijn gezinsleden in bewoonbare staat te brengen, voor zover deze kosten niet ten laste van de huiseigenaar kunnen worden gebracht. Onder deze kosten worden niet begrepen de kosten van behangen en witten.
3 Van de opknapkosten blijft een bedrag van 1% van het jaarsalaris van de werknemer op de dag van de verhuizing, voor diens rekening.
4 De met inachtneming van het in lid 3 bepaalde, vastgestelde kosten worden ten bedrage van ten hoogste € 567,23 vergoed.
5 Het bedrag voor de dubbele huishuur, bedoeld in artikel 6 lid 1 sub e, wordt gesteld op het bedrag van de
huur van de oude woning.
Artikel 9, betaalbaarstelling van de vergoeding
1 Het verzoek om toekenning van de verhuiskostenvergoeding moet zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes maanden na de verhuizing, gespecificeerd bij de werkgever worden ingediend.
2 Zo spoedig mogelijk na ontvangst ervan is de werkgever verplicht tot uitbetaling over te gaan.
Artikel 10, voorschotregeling
Desgevraagd kan de werknemer een voorschot worden verleend in het bedrag als bedoeld in artikel 6 lid 1
sub f (herinrichtingskosten en dergelijke).
Bijlage J
Regeling Tegemoetkoming Woon-Werkverkeer
(Ex artikel 64)
Artikel 1, begripsomschrijvingen
woonplaats: de gemeente of het met name bekende afzonderlijk liggend deel van die gemeente waar de woning van de werknemer is gelegen;
plaats van tewerkstelling: het gebouw, gebouwencomplex, terrein of vaartuig dat de werknemer voor de
normale uitoefening van zijn functie is aangewezen.
Artikel 2, aanspraak op tegemoetkoming woon-werkverkeer
1 De werknemer heeft aanspraak op een tegemoetkoming in de reiskosten voor het dagelijks reizen tussen de woning en de plaats van tewerkstelling, indien de te reizen afstand meer dan tien kilometer bedraagt.
2 De tegemoetkoming is gelijk aan de noodzakelijk te maken reiskosten met een maximum van € 100,91* per maand, verminderd met een bedrag van € 49,93** per maand, met dien verstande dat ingeval het resterende bedrag € 2,27 of minder is per maand, geen tegemoetkoming wordt toegekend.
(*= Met ingang van 1 januari 2003 (per 1 januari 2001 was dit € 96,20)).
(**= Met ingang van 1 januari 2003 (per 1 januari 2002 was dit € 47,68)).
3 Indien over een aaneengesloten tijdvak van meer dan twee weken niet heen en weer is gereisd, kan het in mindering te brengen bedrag naar evenredigheid worden verlaagd.
4 a De werknemer die geen recht heeft op een vergoeding van de verhuiskosten op grond van de Regeling Vergoeding Verhuiskosten (bijlage I), ontvangt indien hij verhuist naar een woonplaats die leidt tot een hogere Tegemoetkoming woon-werkverkeer (bijlage J), geen verhoging van de tegemoetkoming woon-werkverkeer.
b De werknemer die geen recht heeft op een vergoeding van de verhuiskosten op grond van de Regeling
Vergoeding Verhuiskosten (bijlage I), ontvangt indien hij verhuist naar een woonplaats die leidt tot een lagere
Tegemoetkoming woon-werkverkeer (bijlage J), als tegemoetkoming in de verhuiskosten een vergoeding van
24 maal de maandelijkse verlaging van eerdergenoemde tegemoetkoming woon-werkverkeer.
Artikel 3, de noodzakelijk te maken reiskosten
Onder noodzakelijk te maken reiskosten, bedoeld in artikel 2 lid 2 wordt verstaan:
1 a bij gebruik van openbare middelen van vervoer, de kosten van het reizen met de gewone openbare vervoermiddelen op de voor de werkgever minst kostbare wijze;
b bij gebruik van een motorvoertuig of rijwiel met hulpmotor, de kosten berekend op basis van het gebruik van openbare vervoermiddelen, overeenkomstig het gestelde onder a;
c bij gebruik van een rijwiel, inclusief eventuele stalling, een bedrag van € 13,61* per maand.(*= Met ingang van 1 januari 1999 (per 1 maart 1992 was dit €10,21)).
2 Indien tussen woonplaats en plaats van tewerkstelling geen openbaar vervoer aanwezig is, is het bedrag van
de noodzakelijk te maken reiskosten, als bedoeld in het eerst lid onder b, gelijk aan het bedrag berekend naar
de kilometerafstand via de kortste route over de openbare weg op basis van het laagste tarief van de
Nederlandse Spoorwegen.
Artikel 4, tegemoetkoming in de kosten van het dagelijks heen en weer reizen, ingeval van opgelegde verhuisplicht
1 Indien de werknemer, aan wie de verplichting tot verhuizing is opgelegd en indien de te reizen afstand meer dan tien kilometer bedraagt, ondanks alle pogingen daartoe, er niet in slaagt passende woonruimte in of nabij de standplaats te verkrijgen, wordt hem vanaf het tijdstip dat de verplichting is opgelegd een tegemoetkoming in de kosten van het dagelijks heen en weer reizen tussen zijn woning en de plaats van tewerkstelling verleend.
2 Ingeval de werkgever van oordeel is, dat het dagelijks heen en weer reizen, als bedoeld in lid 1, niet in het belang der werkzaamheden is, wordt aan de werknemer een tegemoetkoming verleend in de kosten van een pension gelegen in of nabij de standplaats, alsmede in de reiskosten voor gezinsbezoek.
3 De tegemoetkomingen bedoeld in de leden 1 en 2, worden door de werkgever aan de werknemer voor de
eerste maal voor niet langer dan zes maanden verleend. De werkgever kan deze termijn telkens voor niet
langer dan drie maanden verlengen, doch uiterlijk tot het tijdstip, waarop ingevolge het bepaalde in artikel 5
Regeling Vergoeding Verhuiskosten de aanspraak op een verhuiskostenvergoeding vervalt. Ingeval de
werknemer nalaat al datgene te doen wat redelijkerwijs van hem verwacht mag worden om ten spoedigste
passende woonruimte in of (meer) nabij zijn standplaats te verkrijgen, vervallen de tegemoetkomingen als
bedoeld in de leden 1 en 2 eveneens.
Artikel 5, nadere vaststelling van de noodzakelijk te maken reiskosten als bedoeld in artikel 4 alsmede een tegemoetkoming in de pensionkosten
1 De tegemoetkoming in de reiskosten voor het dagelijks reizen tussen de woning en de plaats van tewerkstelling, als bedoeld in artikel 4 lid 1, is gelijk aan de noodzakelijk te maken reiskosten, verminderd met een bedrag van € 49,93* per maand, met dien verstande dat ingeval het resterende bedrag € 2,27 of minder is per maand geen tegemoetkoming wordt toegekend. (*= Met ingang van 1 januari 2003 (per 1 januari 2002 was dit € 47,68)).
2 Indien over een aaneengesloten tijdvak van meer dan twee weken niet heen en weer is gereisd, kan het in mindering te brengen bedrag naar evenredigheid worden verlaagd.
3 Onder noodzakelijk te maken reiskosten, bedoeld in lid 1, wordt verstaan:
a bij gebruik van openbare middelen van vervoer, de kosten van het reizen met de gewone openbare vervoermiddelen op de voor de werkgever minst kostbare wijze;
b bij gebruik van een motorvoertuig of rijwiel met hulpmotor, de kosten berekend op basis van het gebruik van openbare vervoermiddelen, overeenkomstig het gestelde onder a;
c bij gebruik van een rijwiel, inclusief eventuele stalling, een bedrag van € 13,61* per maand. (*=Met ingang van 1 januari 1999 (per 1 maart 1992 was dit € 10,21)).
4 Indien tussen woonplaats en plaats van tewerkstelling geen openbaar vervoer aanwezig is, is het bedrag van de noodzakelijk te maken reiskosten, als bedoeld in het derde lid onder b, gelijk aan het bedrag berekend naar de kilometerafstand via de kortste route over de openbare weg op basis van het laagste tarief van de Nederlandse Spoorwegen.
5 De tegemoetkoming in de pensionkosten die aan de werknemer op grond van artikel 4 lid 2 wordt verleend bedraagt 90% van de werkelijk gemaakte pensionkosten tot een maximumbedrag van € 163,36 per maand.
5 De werknemer die één keer per week gezinsleden bezoekt en aan wie op grond van artikel 4 lid 2 een
tegemoetkoming in de pensionkosten is verleend, komt in aanmerking voor een vergoeding van reiskosten naar
de woonplaats van die gezinsleden en terug. Het bepaalde in het derde lid, onder a en b, is van
overeenkomstige toepassing. Indien de gezinsleden tijdelijk elders dan op de oude woonplaats verblijven,
wordt niet meer dan het bedrag der reiskosten tussen de plaats van tewerkstelling en de oude woonplaats vergoed.
Bijlage K Regeling Medezeggenschap Werknemersvertegenwoordiging
(Ex artikel 69)
Samenstelling
Artikel 1
De werknemersvertegenwoordiging bestaat uit ten minste drie werknemers die in de instelling werkzaam zijn.
Kandidaatstelling, verkiezingen en zittingsduur
Artikel 2
a Iedere werknemer werkzaam in de instelling is verkiesbaar voor het lidmaatschap van de werknemersvertegenwoordiging en kan zelf maximaal twee kandidaten voor het lidmaatschap van de werknemersvertegenwoordiging stellen.
b De leden van de werknemersvertegenwoordiging worden gekozen bij meerderheid van stemmen.
c Bij het ontstaan van een vacature in de werknemersvertegenwoordiging wordt de niet-gekozen kandidaat met de meeste stemmen als gekozen beschouwd.
d De leden van de werknemersvertegenwoordiging treden om de drie jaren af. Zij zijn terstond herkiesbaar.
e De werkgever is verantwoordelijk voor de organisatie van de kandidaatstelling en voor de verkiezingen
van de eerste werknemersvertegenwoordiging. Daarna ligt de verantwoordelijkheid bij de gekozen
werknemersvertegenwoordiging; de werkgever stelt de werknemersvertegenwoordiging in staat de verkiezing
te organiseren.
Overleg en faciliteiten
Artikel 3
a Overleg tussen de werkgever en de werknemersvertegenwoordiging kan op initiatief van ieder van beiden plaatsvinden.
b Bij de aanvang van elke zittingsperiode van de werknemersvertegenwoordiging worden, met het doel het overleg zo vruchtbaar mogelijk te doen zijn, tussen de werkgever en de leden afspraken gemaakt over de faciliteiten waarover de leden van de werknemersvertegenwoordiging kunnen beschikken.
c De werkgever stelt in redelijkheid de werknemersvertegenwoordiging in de gelegenheid tijdens werktijd
zelfstandig bijeen te komen.
Bevoegdheden
Artikel 4
a De personeelsvergaderingen als bedoeld in artikel 35 b lid 1 WOR worden door de werkgever voorbereid in overleg met de werknemersvertegenwoordiging.
b De informatie aan de personeelsvergaderingen als bedoeld in artikel 35 b lid 4 WOR wordt door de werkgever voorbesproken met de werknemersvertegenwoordiging.
c De werknemersvertegenwoordiging wordt - onverlet het bepaalde in artikel 35 b lid 5 WOR - door de werkgever in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen over elk door hem voorgenomen besluit over de onderwerpen genoemd in artikel 25 lid 1 en artikel 27 lid 1 WOR.
Deze verplichting voor de werkgever geldt niet, indien en voor zover het desbetreffende onderwerp voor de instelling reeds uitputtend inhoudelijk geregeld is in deze CAO, of in een regeling vastgesteld door een publiekrechtelijk orgaan.
d De werknemersvertegenwoordiging kan alle aangelegenheden de instelling betreffende bij de werkgever
aan de orde stellen, ten aanzien waarvan zij overleg met de werkgever wenselijk acht.
Rechtsbescherming
Artikel 5
De werkgever draagt er zorg voor dat de leden van de werknemersvertegenwoordiging niet uit hoofde van hun
lidmaatschap worden benadeeld in hun positie in de instelling.
BIJLAGE L
Regeling Meerkeuzesysteem Arbeidsvoorwaarden
(ex artikel 12A CAO)
(met ingang van 1 januari 2004)
artikel 1 Bronnen en Doelen
De arbeidsvoorwaarden die de werknemer kan inwisselen zijn de navolgende tijdbronnen:
1. de voor hem, op grond van artikel 23 CAO geldende jaarlijkse vakantie-uren voorzover
deze het wettelijk minimum aantal vakantie-uren van 144 (= 20 x 7,2) overstijgen;
2. de op grond van artikel 23, lid 4 CAO opgebouwde rechten;
3. maximaal 3 extra gekochte vakantiedagen (3x 7,2 uur);
4. vrije tijd die ontstaat als gevolg van de toepassing van artikel 16A van de CAO;
en de navolgende geldbronnen:
5. het bruto salaris;
6. de bruto vakantietoeslag met inachtneming van het minimum als bedoeld in artikel 16A van de CAO de Wet Minimum Loon en Minimum vakantietoeslag;
7. de eindejaarsuitkering als bedoeld in artikel 81 CAO;
8. de vergoede onregelmatige dienst als bedoeld in artikel 11 CAO;
9. de mobiliteitstoeslag als bedoeld in artikel 13A van de CAO;
10. arbeidsmarkttoeslag als bedoeld in artikel 13B van de CAO.
Artikel 2 Bestedingsdoelen
De in artikel 1 genoemde bronnen kunnen met inachtneming van het gesteld in dit artikel en de hierna navolgende artikelen van deze bijlage worden ingewisseld voor de volgende bestedingsdoelen.
Tijddoelen:
a) langdurig verlof binnen de grenzen van de wettelijke fiscale regeling van verlofsparen;
b) maximaal drie extra vakantiedagen (van 7,2 uur) per jaar;
en de navolgende gelddoelen:
c) contant geld, een bruto uitkering ineens;
d) spaarloonregeling als bedoeld in art. 12B. van de CAO;
e) de aanschaf van een pc in een pc-privé project conform artikel 12 van de CAO;
f) de aanschaf van een fiets in een fietsenplan conform artikel 12 van de CAO;
g) een aanvullend (ouderdoms)pensioen;
h) het (laten) voldoen van de contributie van een werknemersorganisatie.
Artikel 3 Waarde van een uur in geld
Voor de toepassing van deze regeling geldt als maatstaf dat de waarde van een uur is 1/156 is
van het maandsalaris, conform de definitie van het uurloon in artikel 1, lid 1, sub s van de CAO.
Artikel 4 Wijze totstandkoming keuze
1. De werknemer maakt individueel zijn keuze in overeenstemming met de werkgever.
2. Indien de werknemer gebruik wenst te maken van het bepaalde in lid 1 dan dient hij voor 1 september van ieder kalenderjaar schriftelijk aan de werkgever kenbaar te maken welke bronnen hij in het volgende kalenderjaar wil inwisselen tegen welke doelen.
3. De beslissing op het verzoek van de werknemer wordt door de werkgever binnen drie maanden schriftelijk aan de werknemer medegedeeld.
4. De werkgever honoreert het verzoek geheel dan wel gedeeltelijk. Indien de werkgever het verzoek in het geheel niet dan wel gedeeltelijk inwilligt, doet hij dit onder schriftelijke opgave van redenen.
5. De keuze die de werknemer maakt geldt, tenzij schriftelijk anders wordt overeengekomen en voor zover niet in strijd met het bij of krachtens wet bepaalde, voor de duur van maximaal één kalenderjaar. Gedurende deze periode kan de keuze noch door de werknemer, noch door de werkgever worden gewijzigd. Uitsluitend in geval van een belangrijke wijziging van omstandigheden, dan wel in de arbeidsovereenkomst van de werknemer, kunnen partijen in overleg tot andere keuzes komen.
6. De werkgever is verplicht de werknemer te wijzen op de financiele gevolgen van de door de werknemer te maken keuze(n).
7. De werkgever kan in overleg met de OR/WVT dan wel het personeel een van de leden 4 en 5 afwijkende termijn overeenkomen.
8. De werkgever kan in overleg met de OR/Werknemersvertegenwoordiging dan wel het personeel ten behoeve van het verlof nadere regels vaststellen. Deze nadere regels hebben in ieder geval betrekking op:
- het minimum en het maximum van de periode waarbinnen de gespaarde uren worden opgenomen;
- de wijze waarop voor de beëindiging van het dienstverband niet opgenomen gespaarde uren worden genoten;
- de in acht te nemen afspraken bij het opnemen van verlof.
Artikel 5 Tussentijdse beëindiging van het dienstverband
1. Ingeval het niet mogelijk is om opgespaarde uren voor de beëindiging van het dienstverband op te nemen, worden deze resterende uren uitbetaald tegen het dan geldende uurloon. Het voorgaande is eveneens van toepassing indien een dienstbetrekking wordt beëindigd tijdens de periode waarin wordt gespaard als gevolg van langdurige ziekte.
2. Ingeval met inachtneming van artikel 4 als bestedingsdoel een aanvullend (oudersdoms)pensioen van het
Pensioenfonds Openbare Bibliotheken is gekozen en het dienstverband wordt beëindigd, stort de werkgever
op de bankrekening van genoemd pensioenfonds het in het vorige lid bedoelde uit te betalen bedrag als
aanvulling op de pensioenrechten van de werknemer. Voorgaande met inachtneming van de wettelijke
bepalingen en het reglement van genoemd pensioenfonds.
Artikel 6 Deeltijd
Voor de deeltijdwerknemers gelden de in deze regeling genoemde aantallen uren/dagen naar evenredigheid verminderd.
Artikel 7 Administratie van afspraken
De werkgever voert een deugdelijke administratie van de gemaakte afspraken, ziet toe op de uitvoering en verstrekt aan de werknemer tenminste éénmaal per kalenderjaar een overzicht van de stand van de overeengekomen bestedingen.