statuten WOB
per 27 augustus 2001*
Artikel 1 (Naam, zetel en duur)
1. De vereniging draagt de naam:
Werkgeversvereniging Openbare Bibliotheken.
2. Zij is gevestigd te 's-Gravenhage.
3. Zij is opgericht op achttien december negentienhonderdvijfenzestig en duurt thans voort voor onbepaalde tijd.
4. Het verenigingsjaar valt samen met het kalenderjaar.
Artikel 2 (Doel)
De vereniging stelt zich ten doel de op sociaal en economisch gebied liggende belangen van de bij haar aangesloten leden te behartigen, in het bijzonder ten aanzien van de regeling der arbeidsvoorwaarden van hun personeel.
Artikel 3 (Middelen)
De vereniging tracht haar doel te bereiken langs wettige weg door:
a. het bevorderen van het onderlinge overleg tussen de leden;
b. het bevorderen van de totstandkoming van een gemeenschappelijk standpunt bij haar leden ten aanzien van daarvoor in aanmerking komende vraagstukken en het naar voren brengen van dit standpunt waar en wanneer zulks gewenst is;
c. het voeren van overleg en het bevorderen van samenwerking met verwante organisaties van werkgevers, alsmede met organisaties van werknemers;
d. het geven van voorlichting, hulp en bijstand aan haar leden binnen het kader van haar doelstelling;
e. het verlenen van medewerking aan arbitraire rechtspraak;
f. alle andere wettige middelen, die voor het doel bevorderlijk zijn.
Artikel 4
1. De vereniging is bevoegd tot het aangaan van collectieve arbeidsovereenkomsten.
2. Een besluit hiertoe dient genomen te worden op een daartoe of mede daartoe uitdrukkelijk geconvoceerde algemene ledenvergadering met een meerderheid van ten minste twee/derde der geldig uitgebrachte stemmen.
Artikel 5 (Lidmaatschap)
1. Leden der vereniging kunnen zijn:
a. instellingen die een openbare bibliotheek in de zin van de Wet op het openbare bibliotheekwerk in stand houden;
b. andere instellingen die naar het oordeel van het bestuur een soortgelijke positie innemen.
2. De rechten van elk bij de vereniging aangesloten lid worden uitgeoefend door één daartoe gemachtigd persoon. Eén persoon mag deze rechten namens ten hoogste drie leden uitoefenen.
Artikel 6
1. Het lidmaatschap wordt verkregen door schriftelijke aanmelding bij het bestuur. Het bestuur beslist over de toelating.
2. Ingeval van weigering staat beroep op de algemene ledenvergadering open, in te stellen binnen een maand nadat de weigering schriftelijk ter kennis is gebracht van de betrokkene.
Artikel 7
Door het lidmaatschap van de vereniging zijn de leden verplicht, respectievelijk gerechtigd tot hetgeen in rechtsgeldig door de vereniging genomen besluiten of aangegane overeenkomsten te hunnen laste, respectievelijk te hunnen behoeve wordt bedongen.
Artikel 8
In afwijking van het gestelde in de artikelen 4 en 7 zijn de leden, die een publiekrechtelijke status bezitten (gemeente, of provincie) en de leden, die een privaatrechtelijke rechtsvorm hebben, maar krachtens hun statuten en/of een eis van de bekostigende overheid verplicht zijn de gemeentelijke, dan wel provinciale rechtspositieregeling uit te voeren, niet gebonden aan, respectievelijk gerechtigd tot hetgeen te hunnen laste, respectievelijk te hunnen behoeve door de vereniging wordt overeengekomen in termen van bindende arbeidsvoorwaardenregelingen.
Artikel 9
1. Het lidmaatschap eindigt:
a. doordat het lid ophoudt te bestaan;
b. door opzegging door het lid;
c. door opzegging namens de vereniging;
Deze kan geschieden wanneer een lid heeft opgehouden aan de vereisten voor het lidmaatschap bij de statuten gesteld te voldoen en wanneer redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren;
d. door royering.
Deze kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid de verplichtingen die uit het lidmaatschap voortvloeien niet nakomt of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt.
2. Opzegging namens de vereniging geschiedt door het bestuur, behoudens beroep op de algemene ledenvergadering, in te stellen binnen één maand nadat de opzegging ter kennis van het lid is gebracht.
3. Opzegging van het lidmaatschap door het lid of door de vereniging kan slechts geschieden tegen het einde van het verenigingsjaar en met inachtneming van een opzegtermijn van één jaar.
Echter kan het lidmaatschap onmiddellijk worden beëindigd indien van de vereniging of van het lid redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.
4. Een opzegging in strijd met het bepaalde in het vorige lid doet het lidmaatschap eindigen op het vroegst gelaten tijdstip volgend op de datum waartegen was opgezegd.
5. Een lid is niet bevoegd een besluit waarbij de verplichtingen van geldelijke aard van de leden zijn verzwaard, te zijnen opzichte uit te sluiten door tussentijdse opzegging binnen een maand nadat hem dit besluit is bekend geworden of is medegedeeld.
6. Royering geschiedt door het bestuur, behoudens beroep op de algemene ledenvergadering binnen een maand na ontvangst van de kennisgeving van het besluit. Het betrokken lid wordt daartoe ten spoedigste schriftelijk van het besluit met opgave van redenen in kennis gesteld.
7. Wanneer het lidmaatschap in de loop van een verenigingsjaar eindigt, blijft toch de jaarlijkse contributie voor het geheel verschuldigd.
Artikel 10
De leden zijn gehouden tot het betalen van een jaarlijkse contributie, die door de algemene ledenvergadering wordt vastgesteld.
Artikel 11 (Bestuur)
1. Het bestuur bestaat uit een oneven aantal leden, tenminste ten getale van drie.
2. Een niet-voltallig bestuur is bestuursbevoegd.
3. De bestuursleden worden uit en/of buiten de leden der vereniging benoemd door de algemene ledenvergadering en eventueel door deze ontslagen.
4. De leden van het bestuur hebben zitting voor een periode van drie jaar; jaarlijks treedt ten naaste bij een/derde van het aantal leden af.
5. De functies worden door het bestuur onderling verdeeld, met dien verstande dat de voorzitter als zodanig door de algemene ledenvergadering wordt aangewezen.
6. Het bestuur kan zich doen bijstaan door een of meer deskundigen, aan wie de werkzaamheden van de secretaris en/of penningmeester kunnen worden opgedragen. Hun kan een bezoldiging worden verleend.
7. De bestuursvergaderingen worden geleid door de voorzitter en bij diens ontstentenis door een door het bestuur als zodanig aangewezen voorzitter of door het oudste aanwezige bestuurslid buiten de secretaris.
8. Het bestuur vergadert zo dikwijls de voorzitter of twee der bestuursleden dit wensen.
9. Bestuursbesluiten worden genomen bij volstrekte meerder-heid van stemmen. Bij staking van stemmen wordt een voorstel geacht te zijn verworpen.
Artikel 12
Het bestuur is belast met het besturen van de vereniging.
Artikel 13
De vereniging wordt in en buiten rechte niet vertegenwoordigd door het bestuur, doch door de voorzitter en de secretaris gezamenlijk of door daartoe door het bestuur gemachtigde plaatsvervanger(s).
Artikel 14 (Algemene ledenvergadering)
1. Aan de algemene ledenvergadering komen in de vereniging alle bevoegdheden toe die niet door de wet of de statuten aan het bestuur zijn opgedragen.
2. Tenminste eenmaal per verenigingsjaar en verder zo dikwijls het bestuur of tenminste een/tiende van de leden daartoe de wens te kennen geeft, wordt een algemene ledenvergadering gehouden, welke onder leiding staat van de voorzitter, zo nodig te vervangen op de wijze als in artikel 11 omschreven.
3. Oproeping tot een algemene ledenvergadering geschiedt door het bestuur bij schriftelijke convocatie ten minste vier weken vóór de datum tegen welke de vergadering wordt uitgeschreven. In spoedeisende gevallen, ter beoordeling van het bestuur, kan op andere wijze en op kortere termijn worden geconvoceerd.
De convocatie bevat een agenda.
Artikel 15
1. Toegang tot de algemene ledenvergadering hebben alle leden van de vereniging, alle bestuursleden en alle op de voet van artikel 11 aan het bestuur toegevoegde deskundigen.
2. Geen toegang hebben geschorste leden en geschorste bestuursleden.
3. Over toelating van andere dan de zojuist genoemde personen of instellingen beslist de algemene ledenvergadering.
Artikel 16
1. De algemene ledenvergadering stelt jaarlijks de begroting en de contributie vast.
2. De besluiten van de algemene ledenvergadering worden met volstrekte meerderheid van stemmen genomen tenzij in deze statuten ten aanzien van bepaalde besluiten een grotere meerderheid is voorgeschreven.
2a Ten aanzien van het stemrecht geldt een verschillende regeling voor de leden bedoeld in artikel 8, en de overige leden.
3. De leden bedoeld in artikel 8 hebben één stem. De overige leden hebben ieder recht op één of meer stemmen, afhankelijk van de omvang van hun in volle tijd-arbeidsplaatsen uitgedrukte aantal door personen bezette formatieplaatsen, met dien verstande dat het aantal stemmen als volgt luidt:
leden met minder dan 10 formatieplaatsen 1 stem
leden met 10 tot 20 formatieplaatsen 2 stemmen
leden met 20 tot 30 formatieplaatsen 3 stemmen
leden met 30 tot 40 formatieplaatsen 4 stemmen
en zo verder zodat
leden met 500 formatieplaatsen beschikken over 51 stemmen.
4. Voor het stemrecht in enig jaar is het aantal formatieplaatsen per 1 januari van het daaraan voorafgaande jaar bepalend.
Uiterlijk per 1 juni van dit voorafgaande jaar dient ieder lid aan het bestuur schriftelijk opgaaf te doen van het in de vorige volzin bedoelde aantal formatieplaatsen. Deze opgaaf dient op verzoek van het bestuur te worden gestaafd door een verklaring van een registeraccountant.
De in het kader van de Wet Sociale Werkvoorziening in de instelling gecreëerde arbeidsplaatsen tellen per volle-tijd arbeidsplaats mee als een halve formatieplaats.
De in het kader van een schriftelijke detacherings-overeenkomst met een derde-niet-lid, niet zijnde een organisatie met winstoogmerk, onder het gezag van het betreffende lid in de instelling gecreëerde arbeidsplaatsen tellen per volle-tijd arbeidsplaats mee als een halve formatieplaats.
5. Stemming over zaken geschiedt mondeling tenzij de voorzitter of de meerderheid der vergadering schriftelijke stemming wenst. Stemming over personen geschiedt schriftelijk, tenzij de vergadering door acclamatie ondubbelzinnig doet blijken een bepaalde persoon voor een functie te willen aanwijzen.
6. Bij staking van stemmen over zaken wordt een voorstel geacht te zijn verworpen; betreft de stemming een keuze tussen personen dan beslist in zodanig geval het lot. Blanco stemmen worden geacht niet te zijn uitgebracht.
Artikel 17 (Geldmiddelen)
De geldmiddelen der vereniging bestaan uit de contributie als bedoeld in artikel 10, alsmede uit giften en verder baten.
Artikel 18 (Verslaggeving)
Ten minste eenmaal per verenigingsjaar doet het bestuur in een algemene ledenvergadering verantwoording van het gevoerde beleid en brengt daartoe schriftelijk verslag uit van de voornaamste gebeurtenissen in het afgelopen verenigingsjaar.
Daarbij wordt tevens een overzicht gegeven van het verloop der geldmiddelen gedurende dat verenigingsjaar en van de stand van die middelen aan het einde daarvan.
De daarop betrekking hebbende jaarstukken worden de leden uiterlijk vier weken voor de vergadering toegezonden.
Artikel 19 (Wijziging der statuten)
1. Tot wijziging der statuten kan slechts worden besloten op
een daartoe of mede daartoe uitdrukkelijk geconvoceerde algemene ledenvergadering met een meerderheid van tenminste twee/derde der geldig uitgebrachte stemmen.
2. Voorstellen tot statutenwijziging dienen tegelijk met de agenda aan de leden te worden bekendgemaakt, echter uiterlijk vier weken voor de vergaderdatum. Het bestuur moet tenminste vijf dagen vóór de betreffende vergadering een afschrift van een voorstel tot statutenwijziging, waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen, op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage leggen tot na afloop van de dag waarop de vergadering wordt gehouden.
Artikel 20 (Reglement)
1. De algemene ledenvergadering kan een huishoudelijk reglement of bijzondere regelingen vaststellen. Deze mogen niet in strijd zijn met de statuten, noch met de wet ook waar die geen dwingend recht bevat.
2. Voor vaststelling of wijziging van deze reglementen of regelingen is een volstrekte meerderheid van stemmen voldoende mits van het voorstel daartoe in de convocatie voor de vergadering melding is gemaakt.
Artikel 21 (Ontbinding)
1. Tot ontbinding der vereniging kan slechts worden besloten op een daartoe uitdrukkelijk geconvoceerde algemene ledenvergadering. Op deze vergadering dient ten minste de helft van het aantal leden vertegenwoordigd te zijn en zich met ten minste twee/derde meerderheid van stemmen voor ontbinding uit te spreken.
2. Indien het vereiste aantal leden niet aanwezig is, zal het bestuur een tweede algemene ledenvergadering binnen twee maanden beleggen, waarop - onverschillig het aantal aanwezige leden - een geldig besluit met meerderheid van ten minste twee/derde van het aantal geldig uitgebrachte stemmen kan worden genomen.
Artikel 22 (Liquidatie)
1. De algemene ledenvergadering die besluit tot ontbinding der vereniging beslist tevens hoe ten aanzien van de baten en lasten der vereniging en de bestemming daarvan zal worden gehandeld, dit alles met inachtneming van de voorschriften van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en van het hiernavolgende.
2. Een na liquidatie overblijvend batig saldo wordt verdeeld onder de leden in evenredigheid tot de door hen gedurende de laatste twee jaar betaalde contributie.
*) de statuten zijn gewijzigd in artikel 16 als gevolg van een ledenbesluit van 15 december 2000, houdende toevoeging van een lid 2a en tussenvoegen in lid 3 na 'De leden' de tekst 'bedoeld in artikel 8 hebben één stem. De overige leden'