WOBberichten

januari 2001

2001- 01

in dit nummer:

CAO-akkoord met enkele kanttekeningen ...

stand van zaken

nog eenmaal aan het woord

VNG-ledenbrief aanpassing subsidie

verantwoording ESF/ADAPT

meer rechten en plichten

eerste ziektejaar

index 2000

in de marge

In het eerste nummer van 2001 berichten uit de ALV van 29 januari, een dankwoord van de heer Swarte, een passage uit de VNG-brief, de resultaten van de ESF/ADAPT-projecten, meer rechten en plichten eerste ziektejaar en de index van WOBberichten 2000. In de marge: interim voortaan maandelijks, internetregels op maat en aankondiging bijlage over het nieuwe belastingstelsel.

cao-akkoord door ledenvergadering goedgekeurd met enkele kanttekeningen
Op maandag 29 januari jl. is het CAO-akkoord dat CAO-partijen op 19 december 2000 hadden bereikt,goedgekeurd door de Algemene Ledenvergadering met enkele kanttekeningen. Op of direct na 8 februari zal bekend zijn of de achterban van de andere partijen in het COAOB, de bonden, ermee akkoord gaat. Uiteraard houden we u op de hoogte en zal dit op de website ( www.wobsite.nl ) onder 'laatste nieuws' te lezen zijn.

stand van zaken
Zodra vast staat dat de nieuwe CAO een feit is kunt u een editie van de WOBberichten verwachten. In dit nummer zal ook de gebruikelijke 'stand van zaken'-informatie staan over salarissen, sociale premies etc..

Ook deze editie komt natuurlijk weer op de wobsite, waar u nu al 'links' kunt vinden naar o.a. het minimumloon. In afwachting van eigen woonruimte zijn deze links tijdelijk ingekwartierd bij 'wetsteksten' onder de noemer 'andere websites'.

nog een keer aan het woord: de heer Swarte
Op 15 december van het achter ons liggende jaar heb ik afscheid genomen als bestuurslid van de WOB nadat ik reeds op 1 mei het voorzitterschap had overgedragen aan Marius Boom.

Als vereniging heeft u mij een buitengewoon afscheid bereid en ik wil u laten weten dat ik dit zeer heb gewaardeerd. Ook degenen die niet persoonlijk aanwezig konden zijn maar wel blijk van hun belangstelling hebben gegeven, dank ik hartelijk voor de brieven, de bloemen (vaak beide) en de telefoontjes. In de loop der jaren heb ik velen van u mogen ontmoeten en tijdens de WOB-vergaderingen met u mogen discussiëren over het materiële wel en wee van de bibliotheken en het personeel. Soms waren we het met elkaar eens, soms ook niet, maar gezien mijn ervaringen tijdens de afscheidsreceptie hebben de verschillende meningen de persoonlijke verhoudingen kennelijk niet geschaad. Ik ben u daar dankbaar voor. Ik heb het werk met liefde en enthousiasme gedaan en ik heb ook altijd waardering gehad voor het verantwoordelijkheidsgevoel en de zorg die u als werkgever ten aanzien van het personeel toonde.

U gaat een periode met -naar het zich laat aanzien- belangrijke organisatorische veranderingen tegemoet. Ik wens u daarbij veel wijsheid en inzicht toe en ik hoop en vertrouw dat we daarover in de nabije toekomst nog wel eens met elkaar kunnen praten.

Het ga u allen goed.
Joop Swarte

VNG-brief aanpassing subsidies bibliotheken
Jaarlijks bespreken de VNG en de werkgevers in de gedecentraliseerde en gesubsidieerde sectoren, waaronder de WOB, de ontwikkeling van de arbeidsvoorwaarden in deze sectoren. Ook de subsidies aan die sectoren zijn onderwerp van gesprek. Dit gesprek heeft in het najaar plaats gevonden. Via een brief informeert de VNG haar leden over de loonkostenontwikkeling in deze sectoren voor de jaren 2000 en 2001. De complete brief met bijlagen kunt u vinden op www.vng.nl. Hieronder volgt een samenvatting en de passage uit de brief over de bibliotheken.

samenvatting

De loonkostenontwikkeling in de sectoren welzijn, kinderopvang, kunstzinnige vormingen bibliotheken kent het volgende verloop:

CAO bibliotheken

In de bibliotheeksector is per 1 januari 1999 een tweejarige CAO afgesloten. Dat betekent dat die CAO op 1 januari 2001 afloopt.

Openbare bibliotheken 1999 2000 2001 2002

schrappen diverse verlofbepalingen en

leeftijdsdagen (0,75%) -0,07%

initiële loonstijging 1-7-1998 (1%) 0,5%

initiële loonstijging 1-1-1999 2,5%

zorgverlof 1-7-1999 p.m.

initiële loonstijging 1-1-2000) 2,25%

initiële eindejaarsuitkering 0,50%

_____ _____ _____ _____

Totaal 2,93% 2,75% p.m. p.m.

+p.m.

2000

Ten opzichte van de vorige ledenbrief is er geen verandering opgetreden in de loonkostenontwikkeling in de bibliotheeksector voor het jaar 2000. De salarissen zijn met 2,75% gestegen ten opzichte van het jaar 1999.

In onze vorige ledenbrief hebben wij ook geschreven over de vervanging van vrijwilligers die werkzaam zijn in de reguliere CAO-functies in het bibliotheekwezen door 'gewone' betaalde arbeidskrachten. Toen hebben wij erop gewezen dat indien een bibliotheek nieuwe vrijwilligers wil laten toetreden zonder dat er sprake is van verdringing van betaalde krachten, de nieuwe CAO daar geen beletsel voor vormt. Wij wijzen er hier nogmaals op. De branche streeft ernaar om op termijn de vrijwilligers in het bibliotheekwezen te vervangen door betaalde arbeidskrachten. Dat betekent echter niet dat indien een bepaalde 'vrijwilligersplaats' opgevuld kan worden door een andere vrijwilliger, dit verboden is. De ruimte om vrijwilligers te vervangen door vrijwilligers blijft bestaan.

2001 en 2002

De huidige CAO loopt af per 1 januari 2001. Er is nog geen nieuwe CAO afgesloten. De onderhandelingen hiervoor zijn gaande. Bij de onderhandelingen is de contractloonstijging in de marktsector het uitgangspunt. Deze bedraagt ongeveer 3,5%. Naar verwachting is de loonkostenstijging dus minimaal 3,5%. Daarnaast is de bibliotheeksector zich momenteel aan het beraden over haar positie als werkgever, ten opzichte van andere werkgevers. Geïnventariseerd wordt welke mogelijkheden de bibliotheeksector heeft om zich als 'goede werkgever' te profileren. Dit gebeurt mede met het oog op de grote mate van vergrijzing binnen het bibliotheekwezen. Door middel van een aantal acties, die waarschijnlijk (opwaartse) effecten hebben op de loonkostenontwikkeling wordt de aantrekkelijkheid van de bibliotheek als werkgever vergroot. De kans bestaat dus dat de loonkostenstijging in het jaar 2001 hoger wordt dan 3,5%. Het is overigens de bedoeling dat de nieuwe CAO wederom een looptijd kent van twee jaar. Of dit ook lukt is nog niet zeker. Op dit moment zijn daar nog weinig zinnige uitspraken over te doen. De verwachting is dat de loonkosten ook in 2002 met minimaal 3% zullen stijgen. Zodra er een CAO-akkoord gesloten is, zullen wij u daarover informeren middels onze website.




resultaten ESF/ADAPT-project
De opbrengsten zijn allereerst in enkele cijfers en feiten samengevat. Daaruit blijken resultaten die voor zichzelf spreken. In het tweede en derde deel van dit overzicht gaat het over de resultaten in termen van positie en beleid van de Nederlandse bibliotheken, en rol en beleid van de WOB.

Een Bijlage, alleen gepubliceerd op de wobsite, bevat informatie over het resultaat van de projecten, meer in detail en gespecificeerd. De bijzonder geïnteresseerden verwijzen wij kortheidshalve naar de site.

I. PROJECTRESULTATEN IN CIJFERS EN TREFWOORDEN.
Bijscholing nieuwe media: ca. 640 deelnemers.

Bijscholing diverse vernieuwende cursussen: ca. 1750 deelnemers.

Rapport uitgebracht arbeidsmarkt en personeelsbehoefte tot het jaar 2010.

Videoproductie gemaakt "het Centrum van de wereld".

Arbeidsmobiliteit: bewustmaking van noodzaak en eerste aanzetten praktische aanpak; instrument IP+ binnengehaald als model voor nieuwe functieprofielen en organisatorische vernieuwing in lijn branche-strategie. Prototype aangeboden aan WOB.

Transnationale samenwerking: Europese aanbeveling beroepsprofielen culturele werkers in de "new economy";

II. OPBRENGSTEN PER ONDERDEEL.

*Bijscholing nieuwe media.

Grote impuls om digitale technologie te maken tot dagelijkse, maatschappelijk erkende functie van de openbare bibliotheek;

Grote impuls tot modernisering functievervulling bibliotheeksector;

Praktische, massale pendant van veelal relatief onbekend blijvende vernieuwingen aan de top van het stelsel, theorie-ontwikkeling en experimenten.

Verrijking van functies van vele medewerkers, vergroting van hun employability.

*Bijscholing diverse andere vernieuwende opleidingen en cursussen.

Grote impuls naar vergroting van de deskundigheid van het zittende personeel.

Deskundigheidsbevordering planmatig en grootschalig, inhoudelijk in lijn met de branchestrategie.

Stimulering van gelijke, herkenbare beleidsontwikkelingen overal in de branche.

Van mbo-opleidingaanbod:

experimentele MBO-opleiding gemaakt tot structureel aanbod, draagvlak aangetoond;

doorstroomkansen geboden aan zittend administratief personeel in LBO-functies, op den duur bedreigd door technische ontwikkeling lendomat.

Door creëren specifiek cursusaanbod bijdrage aan uitbouw relaties bibliotheken met onderwijs (Studiehuis) en overheden (Publieksinformatie)

Grote impuls tot modernisering functievervulling bibliotheeksector. (marketing, klantgerichtheid).

Verrijking van functies van vele medewerkers, vergroting van hun employability.

Impuls aan ontwikkeling beleid opleiding en scholing van de individuele bibliotheken.

*Arbeidsmarktonderzoek en personeelsprognose.

Onderbouwing voor arbeidsmarkt-situatie en bestaan van ernstige dreigingen door lage instroom, geringe mobiliteit, vergrijzing en werving. Voor langere termijn solide basis voor landelijk arbeidsmarktbeleid geleverd.

In de tijd samenvallen met omslag/reorganisatiebeleid bibliotheken leverde een gunstig moment voor personeelsprognose op. Daartoe lopende het project extra middelen door budgetuitbreiding aangetrokken.

Hechte samenwerking met andere bibliotheeksectoren tijdens de voorbereiding en evaluatie. Goede basis gelegd voor verdere samenwerking in toekomst over arbeidsmarkt-beleid.

Aanzet voor verbetering samenwerking met Hoger Onderwijs door evaluatie en commentaar op onderzoeksrapport.

*Videoproductie "het Centrum van de wereld".

Zichtbaar product, gericht op verbetering van de imago van het werken in een bibliotheek.

Zeer goede ontvangst in veld geeft vertrouwen van werkelijk positief effect in de richting van de doelgroep van het product: de jonge schoolverlaters.

Behalve voor deze doelgroep ook ondersteunend in positief imago naar allerlei andere betrokken groepen: beeld van vernieuwing en verandering kan ook positieve motivatie geven aan andere potentiële instroomgroepen: herintreders, en aan huidige personeel, opleidingsinstellingen, beleidsmakers.

*Arbeidsmobiliteit.

Op het moeilijke onderwerp "bevordering van arbeidsmobiliteit" zijn grote aantallen belangstellenden afgekomen bij de twee presentaties in september 1998 en juni 2000. Bijna de totale WOB-ledenpopulatie is daar verschenen. Een groep van enthousiaste deelnemers aan werkgroepen en pilots heeft zich als voortrekkers diepgaander in de materie ingewerkt. Bereikt is, dat het onderwerp fors op de agenda is geplaatst. Op het onderwerp arbeidsmobiliteit is de werkgeversorganisatie primair aanspreekbaar. Dit is in het overleg met het NBLC en eerdere workshops rond arbeidsmarktonderzoek bevestigd.

De koppeling aan thema's van regionale en lokale vernieuwing, in het kielzog van de branche-strategie, heeft het uit de sfeer van theorie en vrijblijvendheid gehaald.

Binnenhalen van IP+ verhoogde nog extra de praktijkgerichtheid van dit WOB-beleid.

Er is binnen bereik dat met IP+ de bibliotheken gebruiksvriendelijk en personeelsvriendelijk zullen worden gesteund bij de grote organisatievernieuwing van de sector die nodig is en waarover ieder praat. Met IP+ kan men er praktisch mee aan de slag.

Basis is gelegd voor boven-lokaal, landelijk loopbaanbeleid, ter verhoging van de mobiliteit.

IP+ geeft uitbouwmogelijkheden van dit beleid naar bijvoorbeeld arbo-beleid en reïntegratie van arbeidsongeschikten, en naar andere, aangrenzende arbeidsmarkten.

De WOB heeft de eerste commitment met IP+voor dit doel aangegaan. Daarmee loopt onze sector voorop. We profiteren door lage prijsstelling en grote motivatie bij het aanbiedende bedrijf MAO/MTD. Bijvoorbeeld de welzijnssector en diverse gemeenten zijn in de fase van eerste contacten.

*Transnationale samenwerking.

Een vorm van internationale samenwerking is werkelijk tot stand gebracht. Deze is nodig voor benutting van ieder putten uit Europese fondsen, nu en in de toekomst.

De direct aanwijsbare voordelen zijn beperkt. Het beroepsprofiel voor de "cultural worker in the digital environment", profit en non-profit, komt misschien ooit in Europees beleid tot uiting, dat voor ons van belang is. De forse deelname uit Nederland, behalve van ons project ook via een Nederlands zuster-project van de Hoge School Amsterdam aan het afsluitende symposium in Straatsburg, leverde ten minste diverse contacten en kennismaking met ideeën en werkwijzen op die hun weg hebben gevonden.

III. ALGEMENE POSITIEVE EFFECTEN.

Versterking van de branche, belangrijke delen van branchevernieuwing feitelijk gerealiseerd of mogelijk gemaakt.

Perspectief op behoud van werkgelegenheid in de sector verbeterd.

Employability personeel verbeterd.

Praktische en vruchtbare samenwerking tussen WOB en NBLC.

Dit volgens het recept dat samenwerking heel goed in de praktijk kan groeien, zonder dat theoretische verklaringen en constructies vooraf worden gemaakt.

Activiteit van de WOB op terreinen als opleiding, scholing, loopbaanbeleid en fondsenverwerving versterkt haar positie in het overleg met de CAO-partners.

Een beleid van actieve ondersteuning en initiëring van positieve ontwikkelingen voor sector én medewerkers is een goed middel tegen overmatige regelzucht, tegen een vlucht in landelijke "papieren" regelingen.

IV. MINPUNT.

Het onder de Europese regels begeleiden en uitvoeren van een grootscheeps project met diverse activiteiten en grote aantallen deelnemers als het beschrevene vergt een enorme investering in tijd en geld. De verhouding tussen overheadkosten (projectleiding, -administratie en cursusbureau) en merkbaar effect in de sector zal naar schatting niet gunstig zijn. Dit komt door de overmaat van Europese regels en voorschriften, en de onzekerheid over de betekenis en de toepassing ervan. Weliswaar wordt veel van door de WOB bestede tijd ten laste van het project als overhead vergoed, maar toch blijft het een minpunt in de beoordeling van het totaal.

bijlage:
Nog niet meegeteld hier en in het vervolg van deelname-gegevens: bepaalde hier en daar (te) laat aan de administratie gemelde deelnemingen.



Bijscholing nieuwe media:

Dit onderwerp is uitgewerkt in de volgende basiscursussen:

Introductie Internet en CD-ROM;

Zoeken naar informatie op Internet;

Basiskennis onderhoud en beheer van nieuwe media.

Daarnaast zijn er vervolgcursussen/specialistische cursussen opgezet:

Zoeken naar informatie in catalogi, CD-ROM en Internet;

Publiceren op Internet;

Specialist onderhoud en beheer van nieuwe media en Internet.



Deelneming aan de scholingsprogramma's op het terrein der nieuwe media kwam wat aarzelend op gang. Met name de deelneming in het jaar 1998 bleef achter bij de oorspronkelijk ingediende begroting. Dit was ten dele een gevolg van het late tijdstip van de goedkeuring van het project: in januari 1998. Eerst in maart 1998 kon de aanmeldingsprocedure worden gestart. Het bleek echter ten aanzien van de nieuwe media ook te maken te hebben met de programmering. Met enige verschuiving in de programmering op onderdelen (minder algemene introductie digitale media) bleek het mogelijk om beter aan de behoeften te voldoen. Bibliotheekorganisaties bleken in diverse gevallen reeds zelf in algemene introductie te hebben voorzien.

Feitelijke deelneming t/m 1999: 250 (basiscursussen) en 290 (vervolgcursussen).

Bron: deelnemersoverzicht van 5 september 2000.

Verlenging en begrotingsuitbreiding 2000:

Feitelijke deelneming, laatste overzicht 22 mei 2000 98 deelnemers..



TOTAAL DEELNAME NIEUWE MEDIA: 640 deelnemers.





De projectbegroting van de verdere bijscholing buiten nieuwe media bevatte een indeling in drie categorieën: LBO-opgeleiden, MBO-opgeleiden en HBO-opgeleiden.

Deze categorieën zijn vervolgens leidraad geweest voor de aanbieding van een aantal cursussen met de volgende thema's:



Categorie LBO-opgeleiden:

MBO-opleiding tot assistent-bibliothecaris in 2 jaren.

Twee groepen van 26 deelnemers hebben de opleiding gevolgd. Dankzij de projectverlenging en budgetverhoging tot 1 juli 2000 konden deze groepen volledig met de geboden verlaagde, gesubsidieerde cursusprijs studeren. De met de toegekende budgetverlenging gefaciliteerde derde cursus, begroot op 25 cursisten bleef beperkt tot een deelname van 9 cursisten. De doelstelling van het continueren van deze voor de bibliotheekpraktijk zeer belangrijke nieuwe opleiding werd hiermee nog juist waargemaakt.



MBO-opleiding tot assistent-bibliothecaris, modulair aanbod.

In een herziene begroting over 1999 werd op veelvuldig verzoek uit de markt de aanbieding van een per module te volgen MBO-opleiding opgenomen.

Aan de in 1999 aangeboden modulen werd deelgenomen door:

Informatica 38 deelnemers;

Inlichtingenwerk 62 deelnemers;

Collectievorming 37 deelnemers.

Dit waren de meest gevraagde modules.

Gezien de grote vraag en de behoefte ook in het modulaire aanbod continuïteit te brengen werd voor 2000 budget verkregen om door te gaan:

Informatica: 50 deelnemers;

Inlichtingenwerk: 76 deelnemers;

Collectievorming: 13 deelnemers;

Culturele en maatschappelijke vorming: 63 deelnemers;

Coördineren en leidinggeven: 11 deelnemers.

Dit betreft vijf modules van de in totaal uit acht modules bestaande MBO-opleiding.



Categorie MBO-opgeleiden:

Twee cursussen:

Publieksinformatie: 85 deelnemers;

Media-educatie: 313 deelnemers.

De grote vraag naar de cursussen media-educatie onderstreepte de omslag naar de meer centrale plaats van digitale informatie in de bibliotheken. De cursussen leren de bibliothecaris om gebruikersgroepen van de bibliotheek wegwijs te maken in media als Internet.

In de budgetverhoging 2000 is gevraagd om continuering van de cursus Publieksinformatie. Het gaat hierbij om materiekennis als bijv. loopbaaninformatie en gezondheidsinformatie.

De deelname was 141 deelnemers.

Een in de budgetuitbreiding geplande cursus Cultuureducatie, begroot 36 deelnemers, moest worden geschrapt c.q. uitgesteld, omdat het cursusmateriaal niet tijdig kon worden geproduceerd.



Categorie HBO-opgeleiden:

Drie cursussen:

Marketing voor bibliotheken: 283 deelnemers;

Introductie marketing "Kijken naar buiten": 56 deelnemers.

OB en Studiehuis: 60 deelnemers.

In de budget uitbreiding 2000 is rekening gehouden met continueren van de aanslaande cursussen op het gebied van de cliëntgerichtheid van de bibliotheek:

Marketing voor bibliotheken: 112 deelnemers;

Kijken naar buiten: 84 deelnemers.



TOTALE DEELNEMING BIJSCHOLING EXCLUSIEF NIEUWE MEDIA.

Bron: Overzicht deelnemersadministratie per 5 september 2000.

Een totaal van minimaal ca. 1750 personen.

Arbeidsmobiliteit:



Inventarisatie en bevordering arbeidsmogelijkheden.

In de eerste fase van dit project zijn de beroepsmogelijkheden van bibliotheekmedewerkers in kaart gebracht. Er is na een door ca. 90 deelnemers bezochte landelijke presentatie in september 1998 een set informatie geproduceerd, in de vorm van een brochure en interviews met succesvol mobiel geworden medewerkers uit de sector. In twee pilot-regio's, de provincies Noord- en Zuid-Holland en provincie Gelderland zijn functionarissen ondersteund bij het opbouwen van een netwerk om de arbeidsmobiliteit in hun regio te bevorderen. Voorts is de relatie met de Regionale Bureaus Arbeidsvoorziening aan de orde gesteld via een enquête bij bibliothecarissen en RBA's over wederzijdse bekendheid en verwachtingen. Grote lacunes bleken er te bestaan in de kennis van RBA's van het werken in bibliotheken en van bibliothecarissen van de mogelijkheden buiten de eigen sector. De deelnemers aan de werkgroep zijn geïnformeerd en getraind in het effectief overbrengen van de boodschap van bevordering van arbeidsmobiliteit volgens actuele inzichten en aanpak, dit in hun eigen organisatie en naar hun collega's daarbuiten. Ervaringen en inzichten zijn vervolgens in een landelijke presentatiedag uitgedragen. De dag trok zoveel belangstelling, en lokte zovee l positieve reacties uit dat mag worden geconcludeerd dat de noodzaak en het prettige van arbeidsmobiliteit op positieve wijze breed op de kaart van aandacht vragend beleid zijn gezet. De aanbeveling is aan de W.O.B. gedaan om haar relatie met de organen van de arbeidsvoorziening te verbeteren.



Tweede fase project.

Na die mijlpaal is besloten om het vervolg niet te gieten in een herhaling van informatie en training in andere regio's, zoals in het oorspronkelijk ingediende plan. Er ging zich inmiddels een trend naar organisatievernieuwing en verandering in tal van bibliotheken aftekenen, geheel in lijn met de strategie-nota van de branche. Besloten is daarop aan te sluiten en het item van bevordering van arbeidsmobiliteit te koppelen aan zich locaal en regionaal ontwikkelend beleid op een aantal thema's als markt- en cliëntgericht werken, functievernieuwing van bibliothecarissenfuncties, regionale, bovenlokale samenhang tussen voorzieningen, en gemeentelijke herindelingen. Zonder deze aansluiting op de actuele praktijk zou de animo beperkt zijn gebleven.

Een drietal nieuwe pilots meldde zich aan met een plan. Een tweede belangrijk nieuw ingrediënt was de introductie van het instrument voor Integraal Personeelsmanagement IP+. Dit instrument werd door de exploiterende vennootschap MAO/MTD aan groepen uit de sector gedemonstreerd, en met veel enthousiasme ontvangen. Het systeem genereert een aanpak en opzet van loopbaanbeleid, opleidingsplannen en agenda's voor loopbaangesprekken. Besloten is in het kader van het project een "model-invulling" voor de sector te maken, aan de hand van de branchestrategie, en de wensen, ervaringen en expertise in de drie pilotsituaties. De WOB heeft voor de bibliotheeksector een (sub)licentie verworven en ambieert deze tegen aantrekkelijke voorwaarden aan de bibliotheken te kunnen aanbieden. De aanbieding impliceert dat uit de opbrengsten een goed begeleide updating kan worden bekostigd aan nieuwe ontwikkelingen in actuele en nagestreefde situatie. Hierbij hoort ook een gedegen helpdesk-ondersteuning met benutting van de opgebouwde expertise in de sector en (technische) ondersteuning aan de top door MAO/MTD.

Overigens zullen de licentienemende bibliotheken geheel vrij zijn om de door hen gewenste wijzigingen ten opzichte van de landelijke model-invulling aan te brengen. De techniek van het instrument is zeer flexibel.

De projectactiviteiten in de tweede fase zijn op 20 juni 2000 in een tweede landelijke bijeenkomst gepresenteerd. Verslag werd uitgebracht door de drie pilots. Daarbij konden tastbare resultaten worden getoond op het gebied van ontwikkeld organisatie- en mobiliteitsbeleid, en werden ook ondervonden moeilijkheden in de start van samenwerking t.a.v. het loopbaanbeleid van diverse werkgevers beschreven. De pilots leverden voorts nieuwe functieprofielen op van bibliothecarissen, passend bij de nieuwe branchevisie, opleidings- en bijscholingskaders en een set nieuwe gevraagde persoonlijke kenmerken van de bibliothecaris van de naaste toekomst. Het ontwikkelde 'prototype' van de model-invulling van IP+ werd gedemonstreerd en aan de WOB aangeboden.

Ook deze tweede afsluitende bijeenkomst was zeer succesvol en uitermate goed bezocht.



Arbeidsmarktonderzoek; Onderzoek toekomstige personeelsbehoefte.

Er is in opdracht van de W.O.B. en de Vereniging NBLC door IVA Tilburg, instituut voor sociaal-wetenschappelijk beleidsonderzoek en advies, een arbeidsmarktonderzoek verricht, waarin opgenomen een gevraagde prognose omtrent de personeelsbehoefte op een termijn van vijf en tien jaren. Het onderzoeksrapport, verschenen onder de titel "Succes Boeken", is met instemming ontvangen door de opdrachtgevers en de andere betrokken sectoren der wetenschappelijke en bedrijfsbibliotheken. Het onderzoek heeft zich mede tot hun sectoren uitgestrekt. Ook door de voor bibliotheken relevante opleidingsinstellingen van Hoger en Middelbaar Beroepsonderwijs is het onderzoekrapport verwelkomd als een bron van belangrijke en bruikbare informatie. Behalve aan de bibliotheken zelf is het rapport ook verspreid aan de regionale en centrale organen van de arbeidsvoorziening. Kansen en bedreigingen op het gebied van de arbeidsmarkt zijn op objectieve en heldere wijze onderzocht en gerapporteerd. Dit betekent, dat de sector nu over de beoogde onderbouwing beschikt voor de komende stappen in de richting van arbeidsmarktbeleid en opleidingenbeleid. Een gelukkige omstandigheid was dat men in de bibliotheekorganisaties ondertussen werkelijk is begonnen met het in de branchestrategie omschreven omslagproces. Daarom was het zinvol vragen voor te leggen over de in de organisaties voorziene ontwikkeling van de personeelsbehoefte, nl. in een stadium dat de antwoorden van reële betekenis zijn, voorbij de theoretische bespiegeling. Ook in dit geval is het rapport gezien de positieve ontvangst en de brede verspreiding en aanvaarding te beschouwen als een geslaagd eindproduct van het project.



Videoproductie "Het centrum van de wereld".

Een videoproductie is in opdracht van W.O.B. en NBLC door Marten Toonder Studio's vervaardigd. Er is beoogd het veranderende beroepsbeeld van de bibliothecaris op een voor jonge schoolverlaters pakkende wijze te presenteren. Er is daarbij bewust op deze groep ingespeeld. Afstemming op meerdere doelgroepen tegelijk (oudere herintreders, huidige bibliotheekmedewerkers) is ons met klem ontraden. Titel is "Het centrum van de wereld.". De reacties op diverse demonstraties waren ongemeen positief. De band is, vergezeld van een informatietekst over bibliotheekopleidingen, in een oplage van 1200 verspreid onder met name scholen, arbeidsbureaus en de bibliotheken. De première vond plaats tijdens het afsluitende symposium van de transnationale samenwerking in Straatsburg in februari 2000.

Transnationale samenwerking.

Het project heeft transnationaal samengewerkt met een zevental partners:

de Hogeschool van Amsterdam;

het Hauptverband des Österreichischen Buchhandels (Oostenrijk);

Universiteit van Tampere (Finland);

École Nationale Supérieure des Sciences de l'Information et des Bibliothèques (ENSSIB) (Frankrijk);

Bundesvereinigung Deutscher Bibliotheksverbande (BOB) en International Book Agency te Berlijn (Duitsland, 1 e project);

Akademie für neue Medien, Ludwigsburg (Duitsland, 2 e project);

Kongliga biblioteket (Zweden).

Zij hebben de gezamenlijke, bovennationale taken opgedragen aan een internationaal coördinator en diens secretariaat, verbonden aan de Raad van Europa te Straatsburg. De internationaal coördinator functioneerde als uitvoerder en coördinator van de internationale activiteiten in het kader van de samenwerking. De resultaten per januari 2000 zijn gepresenteerd in een symposium onder de titel New Book Economy - Building up the Information Society (Bis) Symposium; Presentation of the Final and Interim Results. Er waren als internationale partners vertegenwoordigers, alle op landelijk representatief niveau, van de bibliotheken, de uitgevers/producenten, de boekhandelaren en het onderwijs. Daarbij waren vertegenwoordigers uit de sfeer van overheid en collectieve sector, en uit organisaties uit de marktsector.

Het belangrijkste onderwerp van transnationale samenwerking voor ons project was de opzet van nieuwe beroepsprofielen van beroepsbeoefenaren van diverse beroepen op cultureel terrein, tegen de achtergrond van de digitalisering van informatie. Dit terrein omvat behalve de bibliothecaris ook de uitgever/producent van informatie, tekst en audiovisueel, de designer van media en nieuwe beroepen in de sfeer van toegang, beheer en ontwerp van databases, Internet en websites. In de discussie over de breedte en de ontwikkelingsrichting van de beroepsprofielen is vruchtbaar informatie uitgewisseld. Dit betrof met name de mate, waarin deze beroepen zouden evolueren in de richting van "kenniswerker" en de onderscheiding van twee niveaus van beroepsuitoefening: MBO- en HBO-niveau. Het resultaat is neergelegd in een (Concept-) Aanbeveling van de Raad van Europa. De lijn naar de Raad van Europa via de internationaal coördinator van het project is op deze wijze maximaal benut. De Raad heeft met name een taak op het gebied van de culturele eenwording van Europa. Het resultaat van de transnationale samenwerking is hier vrijwel maximaal geweest. Het zal in Nederland ook van waarde zijn bij een actualisering van het reeds in 1993/1994 vastgestelde beroepsprofiel van de bibliothecaris in openbare bibliotheken.

Het tweede speciaal voor ons van belang zijnde onderwerp was de "Copyright-issue". De goede samenwerking op transnationaal niveau tussen de diverse betrokkenen bij het boek: uitgevers, boekhandelaren en bibliothecarissen kwam tot uiting in het besluit samen te werken op het ons verenigende thema dat het auteursrecht in de naaste toekomst van veel meer belang zal worden voor de beroepsbeoefenaren in het brede culturele veld. Zij dienen over kennis, vaardigheden en attitudes te beschikken om de digitale mogelijkheden van het werken met beeld en tekst te kunnen toepassen in hun beroep. Tot hun beroepsbagage moet niet alleen bepaalde passieve kennis van het auteursrecht behoren, maar praktische kennis voor de dagelijkse actieve toepassing, en inzicht in culturele en economische effecten van hun beroepshandelen. Als start van een aanpak is een inventariserend onderzoek gedaan naar het voorkomen van het auteursrecht in de studieprogramma's van instellingen van hoger beroepsonderwijs in Europa. Dit eerste onderzoek kon voor eind 1999 niet meer worden geëvalueerd met het oog op verdere stappen.

Voor de andere resultaten worden gemeld 1) printing on demand als werkbare formule voor bedrijfsmatige exploitatie (evt. door boekhandels, uitgevers en bibliotheken), 2) ontwerp en productie van digitale leermiddelen en toepassing van digitale leermiddelen in het onderwijs en leermethoden van zelfwerkzaamheid studenten mede met digitale hulpmiddelen (studiehuisgedachte), 3) uitvoering van een branchestrategie met inbegrip van opleidingenbeleid, ondersteunend onderzoek, voorlichting en promotie rond de effecten van de informatiesamenleving in de sectoren uitgeverij, boekhandel, en bibliotheken, 4) ontwikkeling van systemen van onderwijs op afstand met behulp van Internet via een (deels) geïntegreerd geheel van onderwijsfaciliteiten (virtueel klaslokaal, inschrijving en tests.)

Op de bovengenoemde gebieden zijn de transnationale aspecten van het project redelijk tot goed tot hun recht gekomen.

Vanwege de niet-gelijklopendheid van projecten (verschillen in de tijdstippen van aanvang en beëindiging), mede door nationaal verschillende voorschriften, is het nut, bestaande in uitwisseling van actuele aspecten en probleempunten, beperkter gebleven dan had gekund.



meer rechten en plichten voor werkgever en werknemer in eerste ziektejaar
Het kabinet is van plan werkgever en werknemer meer verplichtingen op te leggen ter bevordering van de reïntegratie van een zieke werknemer.

Een vroegtijdige ziekmelding bij de uitvoeringsinstelling (na zes in plaats van 13 weken) moeten werkgever en werknemer bewegen eerder in actie te komen en zo te bevorderen dat een zieke werknemer weer zo snel mogelijk aan zijn werk hervat. In plaats van de reïntegratieplanen komt er een reïntegratieverslag. In dit verslag beschrijven werkgever en werknemer welke reïntegratie-inspanningen zij hebben geleverd gedurende het eerste ziektejaar dus welke activiteiten werkgever en werknemer hebben ondernomen om te bevorderen dat de werknemer weer kan terug keren in het werkproces. De reïntegratie-inspanningen moeten aantoonbaar voldoende zijn. ook de werknemer krijgt een verantwoordelijkheid en het is ook de werknemer die het verslag moet kunnen overleggen als onderbouwing voor zijn WAO-aanvraag.

De WAO-uitkering gaat niet meer automatisch na een jaar in. Werkgever en werknemer kunnen uitstel vragen als ze verwachten dat de werknemer binnen afzienbare tijd het werk weer zal hervatten. Maar ook de uitvoeringsinstelling kan tot uitstel van de keuring besluiten als de inspanningen te beperkt zijn of de onderbouwing van de aanvraag onvoldoende is. De uitvoeringsinstelling kan in dat geval de werkgever verplichten het loon maximaal een half jaar door te betalen. Als de werknemer weigert mee te werken aan zijn reïntegratie kan de werkgever omgekeerd ook de loondoorbetaling opschorten.

Het wetsvoorstel is voor advies naar de Raad Van State gestuurd en zal daarna bij de Tweede Kamer worden ingediend. We houden u op de hoogte.

index WOBberichten 2000
alle artikelen zijn gerangschikt per rubriek, daarbinnen op alfabet naar trefwoord(en) in de titel. In juli en augustus is een dubbelnummer verschenen: 2000-07/08. Artikelen uit dit nummer zijn aangeduid met 07

Algemene informatie

index 1999 01

nieuwe ABVAKABO-bestuurder 01

sollicitatiecode 05, 06

scholing met subsidie 01

vakantiewerk 06

wegwijzer voor de werkgever 02

ledeninformatie aanbieding arbeidsmarktonderzoek 05

aanpassing arbeidsduur 12

afdrachtvermindering kinderopvang 12

afdrachtvermindering scholing 12

afkortingen op wobsite 11

ALV in Den Helder 11

arboconvenant, praten over 02

arbo-onderzoek van start 07

avondopenstelling 4 mei 05

BASOB-III vernieuwd 01

BASOB-III niet genoeg? 01

besluiten ALV 15-12 12

bedrijfshulpverlening 10

bevoegd tot stemmen in ALV 10

bevoegdheden werknemersvertegenwoordiging 04

branche-rapportage ArboNed 10

CAO à la carte 11

CAO à la carte-dag succes 12

CAO-bevoegdheden OR 02

checklist BASOB-III 01

compensatie WAO-kosten bij ongeval 10

1 en 15 december 10

fictieve opzegtermijn en oudere werknemers 04

fiets voor woon-werkverkeer 07

gastcolumn 02

handleiding verlofplanner 04

indirecte dienstverlening 10

intentieverklaring arboconvenant 05

'interim'parttimers 01

IP+ -dag succes 06

2 juni WOB-bureau roostervrij 05

kerstsluiting 11

kortere beslistermijnen 10

loopbaanperspectief en brancheontwikkeling 05

mantelcontract ArboNed verlengd 09

nieuw op de wobsite 09

nieuwe voorzitter WOB 05

ontbinding arb.overeenkomst en opzegverboden 03, 07

opzegtermijn in tijdelijk contract 10

opzegtermijn voor 45-jarigen 10

opzegtermijn voor zorgverlof 10

ova 2000 06

presentatie werkdrukmethode 05

rappel Wiska 04

Saskia Strobos weg bij WOB 07

schema sociale zekerheid 06

seminar roostervormgeving 04

sheets Farida Farhadpour 01

stimuleringsregeling Dagindeling 04

storing op mail 11

tekst BASOB-III 01

termijn voor aanvraag subsidies arbeidsgehandicapten 03

teruggaaf energiebelasting 12

themadag CAO à la carte 07, 09

tip voor korting op WAO-premie 07

uitbetalen vakantiedagen i.v.m. pc-privéregeling 07

uitslag roosterinventarisatie 02

vakbeurs P&O 04

vast dienstverband door Flexwet 06

VerlofPlanner op 29 april 02

VerlofPlanner 2001 11

vertrouwelijk e-mailen en faxen 06

voorspoedig 2001 12

voortgang IP+ 09

voortgang project inventarisatie arbeidsmogelijkheden 03

Wet aanpassing arbeidsduur 03

Wet BOL 11

WAA nadere toelichting 09

Wiska Service Sectie 05

Wiska gaat sluiten 06

WOBhype 03

wobsite de lucht in 06

WOB en gemeentelijke bibliotheken 02

workshop 'Validatie' 04

seminar roosterplanning 02

CAO

CAO-cursus 03

CAO-overleg van start 09

eindejaarsuitkering 12

nieuws van de onderhandeltafel 11

telling buitengewoon verlof 09

toelichting art. 33 09

toelichting artt. 65A en 81 03

PC-privéregeling 02

voorbereiding CAO 2001 02

pensioen, VUT en FlexTOP

bestuurders pensioenfonds deskundig en betrouwbaar 11

pensioenfonds bijna bekeurd 07

pensioenfondsnieuws 11

pensioenreglement verklaard 06

uitje pensioenfonds 11

VUT-CAO verlengd 01

wat is dat, franchise? 11

wijzigingen in pensioenfondsbestuur 07

Salarisinformatie

aanpassing wettelijk minimumloon 05

bevriezing interimbedragen 04

brutering overhevelingstoeslag 10

loongrens Zfw 10

stand van zaken per 1.1.2000 10

wetgeving op komst

belasting vakantiedagen 02

vakantiewetgeving 12

wetsontwerp arbeid en zorg 07

wetsvoorstel gelijke behandeling 03

wijziging wetsvoorstel vakantie- en ouderschapsverlof 06

zwangerschapsverlof en WAO 10

jurisprudentie

CAO geldt als wet 09

geen uitkering ziektewet ontslagen alcoholist 06

olympische medaille snelle werkgever 12

privatisering werkplek 09

vervanging zieke werknemer 12

werkgever en personeelsuitje 03



tegemoetkoming ziektekosten (interim) voortaan maandelijks uit te betalen

In het najaar van 2000 heeft de rijksoverheid besloten de tegemoetkoming ziektekosten in plaats van halfjaarlijks voortaan maandelijks uit te betalen.

Al eerder was door het rijk besloten dat de tegemoetkoming is bevroren op het niveau van 1999 tot deze het niveau zou hebben bereikt van het totaal van de helft van de MOOZ-bijdrage, de helft van de WTZ-bijdrage en 50% van de component 'polis', zoals deze door het CPB wordt geraamd.

De CAO volgt het rijk hierin.

Het bedrag van de tegemoetkoming bedraagt vanaf 1 januari 2001 per maand:

voor (mede)betrokkenen: ƒ 143,82

voor één medebetrokken kind jonger dan 16 jaar: ƒ 71,91

voor medebetrokken kinderen van 16 tot en met 26 jaar: ƒ 85,36.

Meer over de bevriezing in WOBberichten 2000-04, natuurlijk ook te vinden op de website.

Pas tegen het eind van het jaar uitbetalen heeft waarschijnlijk geen zin meer, nu de overhevelingstoeslag (OHT) is afgeschaft.

internetregels moeten maatwerk zijn

In WOBberichten 2000-09 vermeldden wij een uitspraak van een kantonrechter over privé-gebruik van e-mail op het werk.

Inmiddels heeft de Registratiekamer in het rapport 'Goed werken naar netwerken' de resultaten neergelegd van een studie naar de controle op e-mail- en internetgebruik op het werk. Doel van de studie is de abstracte privacywetgeving te vertalen naar vuistregels voor een behoorlijk beleid binnen een organisatie.

Controle van e-mail is op zichzelf niet verboden. Een werkgever mag voorwaarden stellen aan het gebruik van e-mail of bepaalde soorten gebruik verbieden. Anderzijds moet werknemers de ruimte hebben om naar eigen inzicht hun werk te doen zonder dat de baas constant over hun schouder meekijkt. Het is normaal dat werknemers privé-zaken afhandelen via e-mail op het werk. Wat dat betreft is het net als met de telefoon. De privacy is echter niet absoluut en de controle is niet absoluut. Het gaat om een evenwicht tussen werkgever en werknemer.

Ten eerste, zo stelt de Registratiekamer, moeten er heldere en eenduidige regels zijn voor het gedrag van werknemers. De ondernemingsraad (c.q. de werknemersvertegenwoordiging) heeft daarbij instemmingsrecht. Deze regels hebben betrekking op de mate waarin privé-gebruik van internet en e-mail is toegestaan.

Uitgangspunt bij de controle is dat maatregelen in 'een redelijke verhouding moeten staan tot de belangen van de werknemer', zo wordt het geformuleerd in het rapport en dat geldt ook voor de controle.

De Kamer vindt het raadzaam bepaalde internetsites via software af te sluiten

De Registratiekamer vindt het raadzaam dat werkgevers niet meteen controleren of de regels worden overtreden. Beter is om te kijken of er een probleem is, en om je dan pas af te vragen hoe dat op te lossen is. Een werkgever kan bijvoorbeeld kijken of een afdeling veel meer e-mails verstuurt dan de andere, maar dan ga je nog niet meteen controleren op individueel niveau.

(Staatscourant, maandag 8 januari 2001)

het nieuwe belastingstelsel

Per 1 januari 2001 is het nieuwe belastingstelsel ingevoerd. De invoering van dit stelsel zal voor iedereen gevolgen hebben.

In een bijlage bij deze WOBberichten treft u een artikel aan over de veranderingen voor de werkgever, die als inhoudingsplichtige voor de loonbelasting met het nieuwe stelsel te maken krijgt.

Het stuk is met enkele aanpassingen overgenomen uit VOG Signalering, nummer 15, december 2000.

het nieuwe belastingstelsel

Per 1 januari 2001 is het nieuwe belastingstelsel ingevoerd. De invoering van dit stelsel zal voor iedereen gevolgen hebben.

In een bijlage bij deze WOBberichten treft u een artikel aan over de veranderingen voor de werkgever, die als inhoudingsplichtige voor de loonbelasting met het nieuwe stelsel te maken krijgt.

Het stuk is met enkele aanpassingen overgenomen uit VOG Signalering, nummer 15, december 2000.

bijlage:

Het nieuwe belastingstelsel

Nog enkele weken dan wordt het nieuwe belastingstelsel ingevoerd.

De invoering van dit stelsel zal voor iedereen gevolgen hebben.

Het is een compleet vernieuwd stelsel waarbij de verschillende inkomensbestanddelen in drie "boxen" tegen verschillende tarieven afzonderlijk worden belast. Een ander belangrijk aspect is dat arbeid goedkoper wordt door een accentverschuiving van de belastingheffing op inkomsten uit arbeid (lagere IB tarieven) naar belastingheffing terzake verbruik (o.a. een hoger BTW-tarief.

Het nieuw belastingstelsel zal echter ook bepaalde groepen specifiek raken. Voorbeelden zijn de bezitters van een tweede woning die minder aftrekmogelijkheden krijgen, alsmede particuliere beleggers die te maken krijgen met een heffing over fictief rendement.

In dit artikel laten we veranderingen voor de werkgever die als inhoudingsplichtige voor de loonbelasting met het nieuw stelsel te maken krijgt de revue passeren.

De veranderingen worden in grote lijnen besproken. In die zin heeft dit artikel een signaalfunctie ten aanzien van de onderwerpen die mogelijk voor werkgevers als inhoudingsplichtige voor loonheffing van belang zijn.

Dit artikel is in vijf paragrafen ingedeeld:

1. Het loonbegrip, loonheffingskorting, tabellen, overhevelingstoeslag, tarieven en vrijwilligers in de loonbelasting.

2. Aftrekposten, vergoedingen en verstrekkingen.

3. De afdrachtverminderingen.

4. Enkele aanvullende onderwerpen.

5. De CAO.



1. Het loonbegrip, loonheffingskorting, tabellen, overhevelingstoeslag, tarieven en vrijwilligers in de loonbelasting

De inhouding van loonbelasting, door velen gezien als een taak die de overheid zelf zou moeten uitvoeren, blijft een verantwoordelijkheid van de werkgever.

Loonbegrip

Het loonbegrip is in het nieuwe stelsel gewijzigd. Wat onder het oude stelsel als loon moest worden aangemerkt was volledig en duidelijk in de wet op de loonbelasting geregeld. Het belang van een duidelijk loonbegrip is natuurlijk dat de werkgever weet over welk bedrag hij loonbelasting moet inhouden.

Met het nieuwe stelsel wordt een vage norm ingevoerd. Vergoedingen die naar algemeen erkende maatschappelijke opvattingen niet als loon worden ervaren, worden ook niet langer tot het loon gerekend. Voorbeelden zijn vergoedingen van uitgaven gedaan door de werknemer die deze gelet op de aard van zijn dienstbetrekking daarvoor in redelijkheid heeft gedaan. Het gaat om loonbestanddelen die naar algemeen maatschappelijke opvattingen niet als arbeidsopbrengst worden gevoeld. In dat geval hebben deze het karakter van een 'vrije vergoeding' of een 'vrije verstrekking' (zie onder 2: aftrekposten, vrije vergoedingen en verstrekkingen). Door beleidspublicaties en richtlijnen van het ministerie van Financiën en door jurisprudentie zal de betekenis van het nieuwe loonbegrip zich de komende jaren hopelijk voldoende uitkristalliseren.

Loonheffingskorting

Zowel de overhevelingstoeslag als de belastingvrije sommen vervallen. De basis waarover loonbelasting wordt berekend, wordt daarom iets eenvoudiger. De norm loon voor overhevelingstoeslag en de vraag in welke tariefgroep iemand moet worden ingedeeld verdwijnt eveneens. De belastingvrije sommen en tariefgroepen worden vervangen door heffingskortingen. De heffingskortingen waarop een belastingplichtige aanspraak kan maken worden in mindering gebracht op het totaalbedrag van de verschuldigde belasting en premies voor volksverzekeringen. Afhankelijk van de persoonlijke situatie kan de werknemer recht hebben op verschillende heffingskortingen.De loonheffingskorting voor de loonbelasting bestaat uit de volgende heffingskortingen:

a. De algemene heffingskorting

Deze vervangt vanaf 2001 de basisaftrek en de bovenbasisaftrek. Alle werknemers en uitkeringsgerechtigden hebben recht op de algemene heffingskorting. Deze bedraagt ƒ 3.321,--.

b. De arbeidskorting

Werknemers met loon uit tegenwoordige arbeid hebben recht op arbeidskorting. Deze wordt berekend over het loon uit tegenwoordige arbeid en bedraagt 1,811% van de eerste ƒ 15.183,--. Over het loon daarboven wordt 9,840% berekend. De korting bedraagt maximaal ƒ 1.770,--.

c. De ouderenkorting

De ouderenkorting vervangt de ouderenaftrek. Een werknemer of uitkeringsgerechtigde heeft recht op de ouderenkorting van

ƒ 443,-- als hij aan het eind van de maand waarin de loonheffing moet worden 65 jaar of ouder is, en het loon op jaarbasis niet hoger is dan ƒ 58.004,--.

d. De aanvullende ouderenkorting

De aanvullende ouderenkorting bedraagt ƒ 529,--.

e. De jonggehandicaptenkorting

De jonggehandicaptenkorting vervangt de jonggehandicaptenaftrek.

Witte en groene tabellen

Het recht op heffingskorting voor de loonbelasting hoeft niet per heffingskorting te worden bepaald.

Hiervoor zijn tabellen ontwikkeld. Met de bij de werkgever bekend zijnde gegevens over de hoogte van het loon en de leeftijd van de werknemer hoeft alleen bepaald te worden welke tabel voor loonbelasting van toepassing is. Evenals onder het oude belastingstelsel wordt gesproken van witte tabellen voor loon uit tegenwoordige arbeid en van groene tabellen voor loon uit vroegere arbeid.

In de tabellen is rekening gehouden met het effect van de aan de orde zijnde heffingskortingen. Met ingang van 2001 wordt het tarief voor de heffing van loonbelasting / premie volksverzekeringen verlaagd. De berekende loonheffing wordt vervolgens verminderd met het bedrag van de loonheffingskorting. De nieuwe tarieven zijn eveneens in de toe te passen witte en groene tabellen verwerkt.

Overhevelingstoeslag

Vanaf 1 januari bent u geen overhevelingstoeslag meer verschuldigd. In plaats daarvan bent u wettelijk verplicht het brutoloon te verhogen met 1.9% van het loon van de werknemers. CAO-partijen in de bibliotheeksector hebben deze verhoging in de lonen doorgevoerd zonder plafond.

Tarieven

De nieuwe tarieven voor loonbelasting en sociale premies (BOX 1) zijn als volgt:

Jonger dan 65 65+

Nul tot 32.769 32.35 % 14.45 %

32.769 tot 59.520 37.60 % 19.70 %

59.520 tot 102.052 42.00 % 42.00 %

Meer dan 102.052 52.00 % 52.00 %

Vrijwilligers in de loonheffing (opting in)

Bij elke arbeidsrelatie moet de werkgever vaststellen of hij ter zake loonheffing moet inhouden. Personen die geen dienstverband hebben, bijvoorbeeld een interim directeur of een docent, maar een opdrachtovereenkomst uitvoeren kunnen per 1 januari 2001 toch in de loonbelastingadministratie worden ondergebracht. Daartoe dient een gezamenlijk verzoek te worden gedaan aan de inspecteur loonheffing. Het gevolg van instemming van de inspecteur is dat de betrokken perso(o)nen 'voor de toepassing van de loonheffing' als werknemer (pseudo-werknemers) worden beschouwd. Dit betekent dat eveneens bepaalde onkostenvergoedingen kunnen worden verstrekt en alle fiscale regelingen toegepast kunnen worden die ook van toepassing zijn op 'echte' werknemers. Een voorbeeld is een spaarloonregeling.

f. Aftrekposten, vergoedingen en verstrekkingen

Het uitgangspunt van het oude belastingstelsel dat de door de werknemer werkelijk gemaakte kosten aftrekbaar zijn, wordt verlaten. Daarentegen worden de begrippen 'vrije vergoedingen' en 'vrije verstrekkingen' ingevoerd. Verstrekkingen zijn de zaken die door de werkgever in natura worden gegeven. Met in gang van 2001 bestaat voor werknemers niet meer de mogelijkheid om kosten dieverband houden met hun loon (verwervingskosten) af te trekken in de inkomstenbelasting. Het arbeidskostenforfait wordt eveneens afgeschaft. Werknemers zullen dus vaker een beroep moeten doen op hun werkgever met het oog op een kostenvergoeding of een verstrekking.

Ook onder het nieuwe belastingstelsel kunnen bepaalde vergoedingen of verstrekkingen (gedeeltelijk) vrijgesteld zijn van loonbelasting. Deze vallen dan buiten het loonbegrip.

Bij de overgang naar het nieuwe stelsel zal de beoordeling van vergoeding (voorzover niet expliciet anders geregeld) tot dezelfde resultaten leiden als onder het oude stelsel. In het algemeen geldt dat met ingang van 2001 vergoedingen en verstrekkingen zoveel mogelijk op dezelfde manier worden behandeld. Als bepaalde zaken onbelast verstrekt mogen worden, mogen deze veelal ook onbelast worden vergoed.

Als een vergoeding of verstrekking niet volledig vrij is, geldt vaak een normbedrag dat u tot het loon moet rekenen. Het niet vrije gedeelte van de vergoeding of de waarde van de verstrekking wordt met loonheffing belast.

De volgende vergoedingen of verstrekkingen zullen onder het nieuw stelsel in ieder geval wijzigen:

- bedrijfsfitness

De verstrekte of vergoede bedrijfsfitness moet openstaan voor 90% of meer van uw werknemers.

- fiets voor woon-werkverkeer

Als de werkgever niet vaker dan eens in de drie jaar een fiets verstrekt voor woon-werkverkeer en de werknemer eigenaar wordt van de fiets moet een normbedrag van f 150,-- tot het loon worden gerekend. Dit bedrag kan niet onbelast worden vergoed. Dit geldt als de catalogusprijs van de fiets f 1.650,-- of minder bedraagt. Vanaf 2001 geldt deze regeling voortaan ook voor de vergoeding voor de aanschaf van een fiets.

Als u met de fiets samenhangende zaken vrij wilt vergoeden of verstrekken dan geldt daarvoor vanaf 2001 de voorwaarde dat het moet gaan om zaken die bij uitstek bij woon-werkverkeer op de fiets van pas komen, zoals de benodigde reparatie, een extra slot, eens steun voor de aktetas en het regenpak dat praktisch alleen op de fiets wordt gebruikt. Dit laatste kan tot een bedrag van f 550,-- per drie jaren.

- telefoonabonnementen

Vanaf 2001 kan een tweede telefoon zowel vrij verstrekt als vergoed worden. Daarbij wordt de voorwaarde gesteld dat de tweede telefoon geheel of nagenoeg geheel gebruikt wordt ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking. Het abonnement van de tweede telefoon kunt u onbelast vergoeden of verstrekken als het zakelijk karakter van meer dan bijkomend belang is.

- Het vergoeden of verstrekken van maaltijden

Bij de verstrekking van maaltijden gelden normbedragen die bij het loon moeten worden geteld. Vanaf 2001 is een vergoeding of verstrekking van de eerste 80 maaltijden per kalenderjaar onbelast, als deze primair in het zakelijk belang plaatsvinden.

- openbaar vervoer en voordeelurenkaart

Voor verstrekte openbaarvervoerkaarten voor vrij reizen met het Nederlandse openbaar vervoer geldt een normbedrag van f 120,-- per jaar (eerste klas f 180,--) .Verstrekte voordeelurenkaarten en ov-kaarten die alleen op een vast traject en voor woon-werkverkeer worden gebruikt, worden niet tot het loon gerekend.

Deze regeling geldt ingaande 2001 ook voor vergoedingen van dergelijke kaarten.

- outplacement

Door de werkgever verstrekte outplacementfaciliteiten worden niet tot het loon gerekend. Vanaf 2001 geldt dit ook voor vergoedingen van outplacementkosten.

- personeelsfeesten, -reizen en dergelijke

De waarde van personeelsfeesten, reizen en dergelijke die u aan de werknemers verstrekt mag worden gesteld op het bedrag van de kosten die daarmee rechtstreeks verband houden. Voor zover de kosten niet hoger zijn dan ƒ 750,-- per kalenderjaar is sprake van een vrije verstrekking. Bij een jubileum van de werkgever wordt dit bedrag verhoogd tot f 1.000,--. Deze regeling geldt vanaf 1 januari 2001 ook voor de vergoeding van dergelijke evenementen.

- personeelsleningen

Rente en kostenvoordelen die voortvloeien uit renteloze of laagrentende personeelsleningen die u aan werknemers heeft verstrekt, hoeven onder bepaalde voorwaarden niet tot het loon gerekend worden. Tot de vrije verstrekkingen behoort voor 2001 ook het rentevoordeel ter zake van een aan de werknemer verstrekte lening voor zover de werknemer het geleende bedrag heeft aangewend voor zaken waarvoor u geheel of nagenoeg geheel een vrije vergoeding of verstrekking had kunnen geven. Een voorbeeld is de aanschaf van een ov-kaart door de werknemer. De werkgever had de kaart vrijwel geheel belastingvrij aan de werknemer kunnen vergoeden. Als daartoe echter een renteloze lening wordt verleend, dan hoeft het rentevoordeel niet als loon te worden belast. Voor de jaren 2001 en 2002 is geregeld dat personeelsleningen tot een gezamenlijk bedrag van f 7.500,-- worden geacht op deze wijze te zijn aangewend. Voor dergelijke leningen hoeven u en uw werknemer in deze jaren dus geen aanvullend bewijs te leveren.

- premie ongevallenverzekering

Vanaf 1 januari 2001 wordt een vergoeding van de premie voor een ongevallenverzekering als een vrije vergoeding aangemerkt. Voorwaarde daarbij is dat de verzekering (zowel bij overlijden als bij invaliditeit) alleen voorziet in een uitkering ter zake van ongevallen tijdens het werk. De uitkering van zo'n verzekering behoort in beginsel tot het loon.

- producten uit eigen bedrijf

Bij de verstrekking van branche-eigen producten van de werkgever aan de werknemer wordt de integrale kostprijs tot het loon gerekend, maar alleen voor zover de hoeveelheid niet uitgaat boven hetgeen in een gezin als dat van de werknemer pleegt te worden gebruikt. Deze regeling geldt vanaf 2001 ook voor vergoedingen. Een vergoeding van het bedrag boven de integrale kostprijs is dan vrij.

g. De afdrachtverminderingen

Bij een aftrekpost wordt het belastbare loon verminderd alvorens, met inachtneming van de tariefstructuur, de verschuldigde loonheffing wordt vastgesteld. De progressie in die structuur komt daarmee tot uiting. De afdrachtverminderingen daarentegen worden toegepast nadat vastgesteld is hoeveel loonheffing de inhoudingsplichtige is verschuldigd. De progressie in de tariefstructuur heeft daarbij geen effect op de vermindering.

- Afdrachtvermindering lage lonen

Deze regeling is onder het nieuwe belastingstelsel niet veranderd en biedt de werkgever de mogelijkheid om voor werknemers met een inkomen net boven het minimumloon minder loonbelasting af te dragen.

- Afdrachtvermindering langdurige werklozen

Voor werknemers die langdurig werkloos zijn geweest, hoeven werkgevers minder loonbelasting af te dragen. De vermindering is afhankelijk van de leeftijd en het loon in een bepaald tijdvak.

Bij een zogenaamd toetsloon voor de werknemer van ƒ 35.721,-- bedraagt de maximale vermindering ƒ 4.080,--

- Afdrachtvermindering onderwijs

Voor werknemers die vallen onder het leerlingenwezen en voor werknemers die een leer of werkplaats hebben in het kader van een zogenoemde initiële HBO-opleiding, hoeven werkgevers minder loonbelasting af te dragen.

- Vermindering speur- en ontwikkelingswerk

Als uw organisatie innovatieve projecten op technologisch gebied onderneemt, komt u in aanmerking voor een vermindering van te betalen loonheffing. De vermindering is een percentage van de loonsom van het personeel dat betrokken is bij het speur en ontwikkelingswerk.

- Afdrachtvermindering kinderopvang

Werkgevers hoeven minder loonbelasting af te dragen in verband met de opvang van kinderen van hun werknemers.

Het gaat om de opvang van eigen kinderen, stiefkinderen en/ of pleegkinderen van de werknemer op de afdrachtvermindering kinderaftrek in drie situaties:

a. de werkgever betaalt zelf de kosten van de kinderopvang aan een instelling of aan natuurlijke personen die de opvang verzorgen of de werkgever vergoedt de kosten aan de werknemer.

b. De werkgever betaalt de kosten voor beroepsmatige kinderopvang aan een fonds dat zich geheel of nagenoeg geheel bezighoudt met de financiering van kinderopvang, en de CAO van de werknemer voorziet hierin.

c. De werkgever verzorgt zelf de kinderopvang.

De afdrachtvermindering bedraagt per aangiftetijdvak 30% van de kosten die de werkgever in het aangiftetijdvak heeft gemaakt of aan vergoeding heeft betaald. Van de kosten die de werkgever heeft gemaakt of het bedrag dat de werkgever heeft betaald, trekt u eerst eventuele bijdragen (bijvoorbeeld van de werknemer) af.

Als de kinderopvang bij de werknemer thuis plaatsvindt, is er een maximum gesteld aan het bedrag van de door de werkgever gemaakte kosten waarover de werkgever de vermindering berekent. Dit maximum is ƒ 19.050,-- per kind per kalenderjaar. Als de werknemer een bijdrage betaalt in de kosten, moet deze eerst worden afgetrokken van dit maximumbedrag, voordat de vermindering wordt berekend.

1.3 Samenloop afdrachtverminderingen

Bij de toepassing van de afdrachtverminderingen is het van belang te beseffen dat de afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk niet kan samengaan met de afdrachtvermindering lage lonen. Voorts dat bij samenloop van de afdrachtvermindering lage lonen en de afdrachtvermindering onderwijs het totaal aan een maximum is verbonden. Tenslotte dat de afdrachtvermindering onderwijs en de afdrachtvermindering langdurige werklozen tegelijk voor dezelfde werknemer kunnen worden toegepast.

3.2 Nieuwe afdrachtverminderingen

Bij de Tweede Kamer is een wetsvoorstel ingediend op grond waarvan de doorstroom afdrachtvermindering wordt afgeschaft. Daarnaast worden twee nieuwe afdrachtverminderingen geïntroduceerd namelijk:

- de afdrachtvermindering voor betaald ouderschapsverlof

De afdrachtvermindering betaald ouderschapsverlof zal van toepassing zijn met betrekking tot het loon dat wordt doorbetaald tijdens het ouderschapsverlof van de werknemer.

- de afdrachtvermindering arbo-non profit

De afdrachtvermindering non-profit is van toepassing op de aanschaf-, verbeterings- of voortbrengingskosten van arbo- bedrijfsmiddelen voor werknemers. Deze afdrachtvermindering is alleen voor werkgevers die niet zijn onderworpen aan de inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting.

4. Aanvullende onderwerpen

4.1 PC-privé

Evenals onder het oude kan onder het nieuwe belastingstelsel een werkgever computers en bijbehorende apparatuur met een maximale waarde van ƒ 5.000,-- ineens vergoeden of te verstrekken.



4.2 Cafetariasysteem

Onder het cafetariasysteem wordt de mogelijkheid verstaan beloningsbestanddelen te ruilen. Dit is

toegestaan voor zover de wet of een CAO zich er niet tegen verzet. In de CAO Openbare Bibliotheken is bijvoorbeeld geregeld dat brutoloon of vakantiedagen geruild kunnen worden tegen computerapparatuur. Hierbij dient in acht genomen te worden dat het minimumloon en de minimumvakantiedagen moeten worden gerespecteerd en buiten een ruil moeten blijven.

4.3 Spaarloon en premiesparen

De maximale bedragen die op grond van een premiespaarregeling of een spaarregeling kunnen worden gespaard of toegekend worden met ingang van 1 januari 2001 niet meer jaarlijks geïndexeerd.

De eindheffing van 10% die de werkgever tot dusver moet toepassen op spaarloon, wordt verhoogd naar 15%. Voor definitieve toegekende premies ingevolge en premiespaarregeling wordt met ingang van

1 januari 2001 eveneens een eindheffing van 15% ingevoerd. Deze geldt niet voor spaarpremies die zijn toegekend ter zake van vóór 1 januari 2001 ingehouden spaargelden.

De premiespaarregeling en de spaarloonregeling zullen worden uitgebreid met de volgende drie deblokkeringmogelijkheden:

1. deblokkering voor de start van een voor eigen rekening gedreven onderneming

2. deblokkering voor de opname van verlof

3. deblokkering in verband met de financiering van scholingsuitgaven

5. Collectieve arbeidsovereenkomst

De volgende CAO-bepalingen verdienen, gelet op het nieuwe belastingstelsel, aandacht:

1. salarisschalen brutering overhevelingstoeslag

De salarisschalen worden verhoogd met 1.9% in de CAO-Openbare Bibliotheken.

2. verhuiskostenvergoeding en tegemoetkoming woon/ werkverkeer

De fiscale behandeling van een verhuiskostenvergoeding blijft ongewijzigd.

De werkelijke kosten voor woon/ werkverkeer met openbaar vervoer mogen door de werkgever volledig onbelast worden vergoed. CAO-partijen hebben in het onderhandelakkoord hierover nadere afspraken gemaakt.

3. reis en verblijfkostenvergoeding

De onbelaste kilometervergoeding blijft, voor zover nu bekend, gelijk.

4. telefoonkosten

Vanaf 2001 kan een tweede telefoon zowel vrij verstrekt als vergoed worden. Daarbij wordt de voorwaarde gesteld dat de tweede telefoon geheel of nagenoeg geheel gebruikt wordt ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking. Het abonnement van de tweede telefoon kunt u onbelast vergoeden of verstrekken als het zakelijk karakter van meer dan bijkomend belang is.

Voor meer gedetailleerde informatie:

1. De Nieuwsbrief die elke werkgever/ inhoudingsplichtige automatisch toegezonden krijgt van de belastingdienst.

2. De website van de Belastingdienst (www.belastingdienst.nl/2001.

3. De belastingtelefoon voor ondernemers (0800-0443).

4. De brochures die over de verschillende onderwerpen door de Belastingdienst zijn uitgegeven en te verkrijgen bij het belastingkantoor.

bron: VOG Signalering, nr 15, december 2000





VNG - Ledenbrief
pag. 0
pag. 1
pag. 2
pag. 3
pag. 4
pag. 5
pag. 6
bijlage pag. 1
bijlage pag. 2
bijlage pag. 3