2001: 1 2 3 4 5 6 7/8 9 10 11 12
1996, 1997, 1998, 1999, 2000, 2001, 2002, 2003, 2004, 2005 ...
januari 2001
2001- 01
in dit nummer:
CAO-akkoord met enkele kanttekeningen ...
stand van zaken
nog eenmaal aan het woord
VNG-ledenbrief aanpassing subsidie
verantwoording ESF/ADAPT
meer rechten en plichten
eerste ziektejaar
index 2000
in de marge
In het eerste nummer van 2001 berichten uit de ALV van 29 januari,
een dankwoord van de heer Swarte, een passage uit de VNG-brief, de resultaten
van de ESF/ADAPT-projecten, meer rechten en plichten eerste ziektejaar en de
index van WOBberichten 2000. In de marge: interim voortaan maandelijks, internetregels
op maat en aankondiging bijlage over het nieuwe belastingstelsel.
cao-akkoord door ledenvergadering goedgekeurd met enkele kanttekeningen
Op maandag 29 januari jl. is het CAO-akkoord dat CAO-partijen op 19 december
2000 hadden bereikt,goedgekeurd door de Algemene Ledenvergadering
met enkele kanttekeningen. Op of direct na 8 februari zal bekend zijn of de
achterban van de andere partijen in het COAOB, de bonden, ermee akkoord gaat.
Uiteraard houden we u op de hoogte en zal dit op de website (
www.wobsite.nl ) onder 'laatste nieuws' te lezen zijn.
stand van zaken
Zodra vast staat dat de nieuwe CAO een feit is kunt u een editie van de WOBberichten
verwachten. In dit nummer zal ook de gebruikelijke 'stand van zaken'-informatie
staan over salarissen, sociale premies etc..
Ook deze editie komt natuurlijk weer op de wobsite, waar u nu al 'links' kunt
vinden naar o.a. het minimumloon. In afwachting van eigen woonruimte zijn deze
links tijdelijk ingekwartierd bij 'wetsteksten' onder de noemer 'andere websites'.
nog een keer aan het woord: de heer Swarte
Op 15 december van het achter ons liggende jaar heb ik afscheid genomen als
bestuurslid van de WOB nadat ik reeds op 1 mei het voorzitterschap had overgedragen
aan Marius Boom.
Als vereniging heeft u mij een buitengewoon afscheid bereid en ik wil u laten weten dat ik dit zeer heb gewaardeerd. Ook degenen die niet persoonlijk aanwezig konden zijn maar wel blijk van hun belangstelling hebben gegeven, dank ik hartelijk voor de brieven, de bloemen (vaak beide) en de telefoontjes. In de loop der jaren heb ik velen van u mogen ontmoeten en tijdens de WOB-vergaderingen met u mogen discussiëren over het materiële wel en wee van de bibliotheken en het personeel. Soms waren we het met elkaar eens, soms ook niet, maar gezien mijn ervaringen tijdens de afscheidsreceptie hebben de verschillende meningen de persoonlijke verhoudingen kennelijk niet geschaad. Ik ben u daar dankbaar voor. Ik heb het werk met liefde en enthousiasme gedaan en ik heb ook altijd waardering gehad voor het verantwoordelijkheidsgevoel en de zorg die u als werkgever ten aanzien van het personeel toonde.
U gaat een periode met -naar het zich laat aanzien- belangrijke organisatorische
veranderingen tegemoet. Ik wens u daarbij veel wijsheid en inzicht toe en ik
hoop en vertrouw dat we daarover in de nabije toekomst nog wel eens met elkaar
kunnen praten.
Het ga u allen goed.
Joop Swarte
VNG-brief aanpassing subsidies bibliotheken
Jaarlijks bespreken de VNG en de werkgevers in de gedecentraliseerde en gesubsidieerde
sectoren, waaronder de WOB, de ontwikkeling van de arbeidsvoorwaarden in deze
sectoren. Ook de subsidies aan die sectoren zijn onderwerp van gesprek. Dit
gesprek heeft in het najaar plaats gevonden. Via een brief informeert de VNG
haar leden over de loonkostenontwikkeling in deze sectoren voor de jaren 2000
en 2001. De complete brief met bijlagen kunt u vinden op www.vng.nl.
Hieronder volgt een samenvatting en de passage uit de brief over de bibliotheken.
samenvatting
De loonkostenontwikkeling in de sectoren welzijn, kinderopvang, kunstzinnige vormingen bibliotheken kent het volgende verloop:
CAO bibliotheken
In de bibliotheeksector is per 1 januari 1999 een tweejarige CAO afgesloten.
Dat betekent dat die CAO op 1 januari 2001 afloopt.
Openbare bibliotheken 1999 2000 2001 2002
schrappen diverse verlofbepalingen en
leeftijdsdagen (0,75%) -0,07%
initiële loonstijging 1-7-1998 (1%) 0,5%
initiële loonstijging 1-1-1999 2,5%
zorgverlof 1-7-1999 p.m.
initiële loonstijging 1-1-2000) 2,25%
initiële eindejaarsuitkering 0,50%
_____ _____ _____ _____
Totaal 2,93% 2,75% p.m. p.m.
+p.m.
2000
Ten opzichte van de vorige ledenbrief is er geen verandering opgetreden in de loonkostenontwikkeling in de bibliotheeksector voor het jaar 2000. De salarissen zijn met 2,75% gestegen ten opzichte van het jaar 1999.
In onze vorige ledenbrief hebben wij ook geschreven over de vervanging van
vrijwilligers die werkzaam zijn in de reguliere CAO-functies in het bibliotheekwezen
door 'gewone' betaalde arbeidskrachten. Toen hebben wij erop gewezen dat indien
een bibliotheek nieuwe vrijwilligers wil laten toetreden zonder dat er sprake
is van verdringing van betaalde krachten, de nieuwe CAO daar geen beletsel voor
vormt. Wij wijzen er hier nogmaals op. De branche streeft ernaar om op termijn
de vrijwilligers in het bibliotheekwezen te vervangen door betaalde arbeidskrachten.
Dat betekent echter niet dat indien een bepaalde 'vrijwilligersplaats' opgevuld
kan worden door een andere vrijwilliger, dit verboden is. De ruimte om vrijwilligers
te vervangen door vrijwilligers blijft bestaan.
2001 en 2002
De huidige CAO loopt af per 1 januari 2001. Er is nog geen nieuwe CAO afgesloten.
De onderhandelingen hiervoor zijn gaande. Bij de onderhandelingen is de contractloonstijging
in de marktsector het uitgangspunt. Deze bedraagt ongeveer 3,5%. Naar verwachting
is de loonkostenstijging dus minimaal 3,5%. Daarnaast is de bibliotheeksector
zich momenteel aan het beraden over haar positie als werkgever, ten opzichte
van andere werkgevers. Geïnventariseerd wordt welke mogelijkheden de bibliotheeksector
heeft om zich als 'goede werkgever' te profileren. Dit gebeurt mede met het
oog op de grote mate van vergrijzing binnen het bibliotheekwezen. Door middel
van een aantal acties, die waarschijnlijk (opwaartse) effecten hebben op de
loonkostenontwikkeling wordt de aantrekkelijkheid van de bibliotheek als werkgever
vergroot. De kans bestaat dus dat de loonkostenstijging in het jaar 2001 hoger
wordt dan 3,5%. Het is overigens de bedoeling dat de nieuwe CAO wederom een
looptijd kent van twee jaar. Of dit ook lukt is nog niet zeker. Op dit moment
zijn daar nog weinig zinnige uitspraken over te doen. De verwachting is dat
de loonkosten ook in 2002 met minimaal 3% zullen stijgen. Zodra er een CAO-akkoord
gesloten is, zullen wij u daarover informeren middels onze website.
resultaten ESF/ADAPT-project
De opbrengsten zijn allereerst in enkele cijfers en feiten samengevat. Daaruit
blijken resultaten die voor zichzelf spreken. In het tweede en derde deel van
dit overzicht gaat het over de resultaten in termen van positie en beleid van
de Nederlandse bibliotheken, en rol en beleid van de WOB.
Een Bijlage, alleen gepubliceerd op de wobsite, bevat informatie over het resultaat
van de projecten, meer in detail en gespecificeerd. De bijzonder geïnteresseerden
verwijzen wij kortheidshalve naar de site.
I. PROJECTRESULTATEN IN CIJFERS EN TREFWOORDEN.
Bijscholing nieuwe media: ca. 640 deelnemers.
Bijscholing diverse vernieuwende cursussen: ca. 1750 deelnemers.
Rapport uitgebracht arbeidsmarkt en personeelsbehoefte tot het jaar 2010.
Videoproductie gemaakt "het Centrum van de wereld".
Arbeidsmobiliteit: bewustmaking van noodzaak en eerste aanzetten praktische aanpak; instrument IP+ binnengehaald als model voor nieuwe functieprofielen en organisatorische vernieuwing in lijn branche-strategie. Prototype aangeboden aan WOB.
Transnationale samenwerking: Europese aanbeveling beroepsprofielen culturele
werkers in de "new economy";
II. OPBRENGSTEN PER ONDERDEEL.
*Bijscholing nieuwe media.
Grote impuls om digitale technologie te maken tot dagelijkse, maatschappelijk erkende functie van de openbare bibliotheek;
Grote impuls tot modernisering functievervulling bibliotheeksector;
Praktische, massale pendant van veelal relatief onbekend blijvende vernieuwingen aan de top van het stelsel, theorie-ontwikkeling en experimenten.
Verrijking van functies van vele medewerkers, vergroting van hun employability.
*Bijscholing diverse andere vernieuwende opleidingen en cursussen.
Grote impuls naar vergroting van de deskundigheid van het zittende personeel.
Deskundigheidsbevordering planmatig en grootschalig, inhoudelijk in lijn met de branchestrategie.
Stimulering van gelijke, herkenbare beleidsontwikkelingen overal in de branche.
Van mbo-opleidingaanbod:
experimentele MBO-opleiding gemaakt tot structureel aanbod, draagvlak aangetoond;
doorstroomkansen geboden aan zittend administratief personeel in LBO-functies, op den duur bedreigd door technische ontwikkeling lendomat.
Door creëren specifiek cursusaanbod bijdrage aan uitbouw relaties bibliotheken met onderwijs (Studiehuis) en overheden (Publieksinformatie)
Grote impuls tot modernisering functievervulling bibliotheeksector. (marketing, klantgerichtheid).
Verrijking van functies van vele medewerkers, vergroting van hun employability.
Impuls aan ontwikkeling beleid opleiding en scholing van de individuele bibliotheken.
*Arbeidsmarktonderzoek en personeelsprognose.
Onderbouwing voor arbeidsmarkt-situatie en bestaan van ernstige dreigingen door lage instroom, geringe mobiliteit, vergrijzing en werving. Voor langere termijn solide basis voor landelijk arbeidsmarktbeleid geleverd.
In de tijd samenvallen met omslag/reorganisatiebeleid bibliotheken leverde
een gunstig moment voor personeelsprognose op. Daartoe lopende het project extra
middelen door budgetuitbreiding aangetrokken.
Hechte samenwerking met andere bibliotheeksectoren tijdens de voorbereiding en evaluatie. Goede basis gelegd voor verdere samenwerking in toekomst over arbeidsmarkt-beleid.
Aanzet voor verbetering samenwerking met Hoger Onderwijs door evaluatie en
commentaar op onderzoeksrapport.
*Videoproductie "het Centrum van de wereld".
Zichtbaar product, gericht op verbetering van de imago van het werken in een bibliotheek.
Zeer goede ontvangst in veld geeft vertrouwen van werkelijk positief effect in de richting van de doelgroep van het product: de jonge schoolverlaters.
Behalve voor deze doelgroep ook ondersteunend in positief imago naar allerlei
andere betrokken groepen: beeld van vernieuwing en verandering kan ook positieve
motivatie geven aan andere potentiële instroomgroepen: herintreders, en
aan huidige personeel, opleidingsinstellingen, beleidsmakers.
*Arbeidsmobiliteit.
Op het moeilijke onderwerp "bevordering van arbeidsmobiliteit" zijn grote aantallen belangstellenden afgekomen bij de twee presentaties in september 1998 en juni 2000. Bijna de totale WOB-ledenpopulatie is daar verschenen. Een groep van enthousiaste deelnemers aan werkgroepen en pilots heeft zich als voortrekkers diepgaander in de materie ingewerkt. Bereikt is, dat het onderwerp fors op de agenda is geplaatst. Op het onderwerp arbeidsmobiliteit is de werkgeversorganisatie primair aanspreekbaar. Dit is in het overleg met het NBLC en eerdere workshops rond arbeidsmarktonderzoek bevestigd.
De koppeling aan thema's van regionale en lokale vernieuwing, in het kielzog van de branche-strategie, heeft het uit de sfeer van theorie en vrijblijvendheid gehaald.
Binnenhalen van IP+ verhoogde nog extra de praktijkgerichtheid van dit WOB-beleid.
Er is binnen bereik dat met IP+ de bibliotheken gebruiksvriendelijk en personeelsvriendelijk zullen worden gesteund bij de grote organisatievernieuwing van de sector die nodig is en waarover ieder praat. Met IP+ kan men er praktisch mee aan de slag.
Basis is gelegd voor boven-lokaal, landelijk loopbaanbeleid, ter verhoging van de mobiliteit.
IP+ geeft uitbouwmogelijkheden van dit beleid naar bijvoorbeeld arbo-beleid en reïntegratie van arbeidsongeschikten, en naar andere, aangrenzende arbeidsmarkten.
De WOB heeft de eerste commitment met IP+voor dit doel aangegaan. Daarmee loopt
onze sector voorop. We profiteren door lage prijsstelling en grote motivatie
bij het aanbiedende bedrijf MAO/MTD. Bijvoorbeeld de welzijnssector en diverse
gemeenten zijn in de fase van eerste contacten.
*Transnationale samenwerking.
Een vorm van internationale samenwerking is werkelijk tot stand gebracht. Deze is nodig voor benutting van ieder putten uit Europese fondsen, nu en in de toekomst.
De direct aanwijsbare voordelen zijn beperkt. Het beroepsprofiel voor de "cultural worker in the digital environment", profit en non-profit, komt misschien ooit in Europees beleid tot uiting, dat voor ons van belang is. De forse deelname uit Nederland, behalve van ons project ook via een Nederlands zuster-project van de Hoge School Amsterdam aan het afsluitende symposium in Straatsburg, leverde ten minste diverse contacten en kennismaking met ideeën en werkwijzen op die hun weg hebben gevonden.
III. ALGEMENE POSITIEVE EFFECTEN.
Versterking van de branche, belangrijke delen van branchevernieuwing feitelijk
gerealiseerd of mogelijk gemaakt.
Perspectief op behoud van werkgelegenheid in de sector verbeterd.
Employability personeel verbeterd.
Praktische en vruchtbare samenwerking tussen WOB en NBLC.
Dit volgens het recept dat samenwerking heel goed in de praktijk kan groeien,
zonder dat theoretische verklaringen en constructies vooraf worden gemaakt.
Activiteit van de WOB op terreinen als opleiding, scholing, loopbaanbeleid en
fondsenverwerving versterkt haar positie in het overleg met de CAO-partners.
Een beleid van actieve ondersteuning en initiëring van positieve ontwikkelingen
voor sector én medewerkers is een goed middel tegen overmatige regelzucht,
tegen een vlucht in landelijke "papieren" regelingen.
IV. MINPUNT.
Het onder de Europese regels begeleiden en uitvoeren van een grootscheeps project
met diverse activiteiten en grote aantallen deelnemers als het beschrevene vergt
een enorme investering in tijd en geld. De verhouding tussen overheadkosten
(projectleiding, -administratie en cursusbureau) en merkbaar effect in de sector
zal naar schatting niet gunstig zijn. Dit komt door de overmaat van Europese
regels en voorschriften, en de onzekerheid over de betekenis en de toepassing
ervan. Weliswaar wordt veel van door de WOB bestede tijd ten laste van het project
als overhead vergoed, maar toch blijft het een minpunt in de beoordeling van
het totaal.
bijlage:
Nog
niet meegeteld hier en in het vervolg van deelname-gegevens: bepaalde hier en
daar (te) laat aan de administratie gemelde deelnemingen.
Bijscholing nieuwe media:
Dit onderwerp is uitgewerkt in de volgende basiscursussen:
Introductie Internet en CD-ROM;
Zoeken naar informatie op Internet;
Basiskennis onderhoud en beheer van nieuwe media.
Daarnaast zijn er vervolgcursussen/specialistische cursussen opgezet:
Zoeken naar informatie in catalogi, CD-ROM en Internet;
Publiceren op Internet;
Specialist onderhoud en beheer van nieuwe media en Internet.
Deelneming aan de scholingsprogramma's op het terrein der nieuwe media kwam wat aarzelend op gang. Met name de deelneming in het jaar 1998 bleef achter bij de oorspronkelijk ingediende begroting. Dit was ten dele een gevolg van het late tijdstip van de goedkeuring van het project: in januari 1998. Eerst in maart 1998 kon de aanmeldingsprocedure worden gestart. Het bleek echter ten aanzien van de nieuwe media ook te maken te hebben met de programmering. Met enige verschuiving in de programmering op onderdelen (minder algemene introductie digitale media) bleek het mogelijk om beter aan de behoeften te voldoen. Bibliotheekorganisaties bleken in diverse gevallen reeds zelf in algemene introductie te hebben voorzien.
Feitelijke deelneming t/m 1999: 250 (basiscursussen) en 290 (vervolgcursussen).
Bron: deelnemersoverzicht van 5 september 2000.
Verlenging en begrotingsuitbreiding 2000:
Feitelijke deelneming, laatste overzicht 22 mei 2000 98 deelnemers..
TOTAAL DEELNAME NIEUWE MEDIA: 640 deelnemers.
De projectbegroting van de verdere bijscholing buiten nieuwe media bevatte een indeling in drie categorieën: LBO-opgeleiden, MBO-opgeleiden en HBO-opgeleiden.
Deze categorieën zijn vervolgens leidraad geweest voor de aanbieding van een aantal cursussen met de volgende thema's:
Categorie LBO-opgeleiden:
MBO-opleiding tot assistent-bibliothecaris in 2 jaren.
Twee groepen van 26 deelnemers hebben de opleiding gevolgd. Dankzij de projectverlenging en budgetverhoging tot 1 juli 2000 konden deze groepen volledig met de geboden verlaagde, gesubsidieerde cursusprijs studeren. De met de toegekende budgetverlenging gefaciliteerde derde cursus, begroot op 25 cursisten bleef beperkt tot een deelname van 9 cursisten. De doelstelling van het continueren van deze voor de bibliotheekpraktijk zeer belangrijke nieuwe opleiding werd hiermee nog juist waargemaakt.
MBO-opleiding tot assistent-bibliothecaris, modulair aanbod.
In een herziene begroting over 1999 werd op veelvuldig verzoek uit de markt de aanbieding van een per module te volgen MBO-opleiding opgenomen.
Aan de in 1999 aangeboden modulen werd deelgenomen door:
Informatica 38 deelnemers;
Inlichtingenwerk 62 deelnemers;
Collectievorming 37 deelnemers.
Dit waren de meest gevraagde modules.
Gezien de grote vraag en de behoefte ook in het modulaire aanbod continuïteit te brengen werd voor 2000 budget verkregen om door te gaan:
Informatica: 50 deelnemers;
Inlichtingenwerk: 76 deelnemers;
Collectievorming: 13 deelnemers;
Culturele en maatschappelijke vorming: 63 deelnemers;
Coördineren en leidinggeven: 11 deelnemers.
Dit betreft vijf modules van de in totaal uit acht modules bestaande MBO-opleiding.
Categorie MBO-opgeleiden:
Twee cursussen:
Publieksinformatie: 85 deelnemers;
Media-educatie: 313 deelnemers.
De grote vraag naar de cursussen media-educatie onderstreepte de omslag naar de meer centrale plaats van digitale informatie in de bibliotheken. De cursussen leren de bibliothecaris om gebruikersgroepen van de bibliotheek wegwijs te maken in media als Internet.
In de budgetverhoging 2000 is gevraagd om continuering van de cursus Publieksinformatie. Het gaat hierbij om materiekennis als bijv. loopbaaninformatie en gezondheidsinformatie.
De deelname was 141 deelnemers.
Een in de budgetuitbreiding geplande cursus Cultuureducatie, begroot 36 deelnemers, moest worden geschrapt c.q. uitgesteld, omdat het cursusmateriaal niet tijdig kon worden geproduceerd.
Categorie HBO-opgeleiden:
Drie cursussen:
Marketing voor bibliotheken: 283 deelnemers;
Introductie marketing "Kijken naar buiten": 56 deelnemers.
OB en Studiehuis: 60 deelnemers.
In de budget uitbreiding 2000 is rekening gehouden met continueren van de aanslaande cursussen op het gebied van de cliëntgerichtheid van de bibliotheek:
Marketing voor bibliotheken: 112 deelnemers;
Kijken naar buiten: 84 deelnemers.
TOTALE DEELNEMING BIJSCHOLING EXCLUSIEF NIEUWE MEDIA.
Bron: Overzicht deelnemersadministratie per 5 september 2000.
Een totaal van minimaal ca. 1750 personen.
Arbeidsmobiliteit:
Inventarisatie en bevordering arbeidsmogelijkheden.
In de eerste fase van dit project zijn de beroepsmogelijkheden van bibliotheekmedewerkers in kaart gebracht. Er is na een door ca. 90 deelnemers bezochte landelijke presentatie in september 1998 een set informatie geproduceerd, in de vorm van een brochure en interviews met succesvol mobiel geworden medewerkers uit de sector. In twee pilot-regio's, de provincies Noord- en Zuid-Holland en provincie Gelderland zijn functionarissen ondersteund bij het opbouwen van een netwerk om de arbeidsmobiliteit in hun regio te bevorderen. Voorts is de relatie met de Regionale Bureaus Arbeidsvoorziening aan de orde gesteld via een enquête bij bibliothecarissen en RBA's over wederzijdse bekendheid en verwachtingen. Grote lacunes bleken er te bestaan in de kennis van RBA's van het werken in bibliotheken en van bibliothecarissen van de mogelijkheden buiten de eigen sector. De deelnemers aan de werkgroep zijn geïnformeerd en getraind in het effectief overbrengen van de boodschap van bevordering van arbeidsmobiliteit volgens actuele inzichten en aanpak, dit in hun eigen organisatie en naar hun collega's daarbuiten. Ervaringen en inzichten zijn vervolgens in een landelijke presentatiedag uitgedragen. De dag trok zoveel belangstelling, en lokte zovee l positieve reacties uit dat mag worden geconcludeerd dat de noodzaak en het prettige van arbeidsmobiliteit op positieve wijze breed op de kaart van aandacht vragend beleid zijn gezet. De aanbeveling is aan de W.O.B. gedaan om haar relatie met de organen van de arbeidsvoorziening te verbeteren.
Tweede fase project.
Na die mijlpaal is besloten om het vervolg niet te gieten in een herhaling van informatie en training in andere regio's, zoals in het oorspronkelijk ingediende plan. Er ging zich inmiddels een trend naar organisatievernieuwing en verandering in tal van bibliotheken aftekenen, geheel in lijn met de strategie-nota van de branche. Besloten is daarop aan te sluiten en het item van bevordering van arbeidsmobiliteit te koppelen aan zich locaal en regionaal ontwikkelend beleid op een aantal thema's als markt- en cliëntgericht werken, functievernieuwing van bibliothecarissenfuncties, regionale, bovenlokale samenhang tussen voorzieningen, en gemeentelijke herindelingen. Zonder deze aansluiting op de actuele praktijk zou de animo beperkt zijn gebleven.
Een drietal nieuwe pilots meldde zich aan met een plan. Een tweede belangrijk nieuw ingrediënt was de introductie van het instrument voor Integraal Personeelsmanagement IP+. Dit instrument werd door de exploiterende vennootschap MAO/MTD aan groepen uit de sector gedemonstreerd, en met veel enthousiasme ontvangen. Het systeem genereert een aanpak en opzet van loopbaanbeleid, opleidingsplannen en agenda's voor loopbaangesprekken. Besloten is in het kader van het project een "model-invulling" voor de sector te maken, aan de hand van de branchestrategie, en de wensen, ervaringen en expertise in de drie pilotsituaties. De WOB heeft voor de bibliotheeksector een (sub)licentie verworven en ambieert deze tegen aantrekkelijke voorwaarden aan de bibliotheken te kunnen aanbieden. De aanbieding impliceert dat uit de opbrengsten een goed begeleide updating kan worden bekostigd aan nieuwe ontwikkelingen in actuele en nagestreefde situatie. Hierbij hoort ook een gedegen helpdesk-ondersteuning met benutting van de opgebouwde expertise in de sector en (technische) ondersteuning aan de top door MAO/MTD.
Overigens zullen de licentienemende bibliotheken geheel vrij zijn om de door hen gewenste wijzigingen ten opzichte van de landelijke model-invulling aan te brengen. De techniek van het instrument is zeer flexibel.
De projectactiviteiten in de tweede fase zijn op 20 juni 2000 in een tweede landelijke bijeenkomst gepresenteerd. Verslag werd uitgebracht door de drie pilots. Daarbij konden tastbare resultaten worden getoond op het gebied van ontwikkeld organisatie- en mobiliteitsbeleid, en werden ook ondervonden moeilijkheden in de start van samenwerking t.a.v. het loopbaanbeleid van diverse werkgevers beschreven. De pilots leverden voorts nieuwe functieprofielen op van bibliothecarissen, passend bij de nieuwe branchevisie, opleidings- en bijscholingskaders en een set nieuwe gevraagde persoonlijke kenmerken van de bibliothecaris van de naaste toekomst. Het ontwikkelde 'prototype' van de model-invulling van IP+ werd gedemonstreerd en aan de WOB aangeboden.
Ook deze tweede afsluitende bijeenkomst was zeer succesvol en uitermate goed bezocht.
Arbeidsmarktonderzoek; Onderzoek toekomstige personeelsbehoefte.
Er is in opdracht van de W.O.B. en de Vereniging NBLC door IVA Tilburg, instituut voor sociaal-wetenschappelijk beleidsonderzoek en advies, een arbeidsmarktonderzoek verricht, waarin opgenomen een gevraagde prognose omtrent de personeelsbehoefte op een termijn van vijf en tien jaren. Het onderzoeksrapport, verschenen onder de titel "Succes Boeken", is met instemming ontvangen door de opdrachtgevers en de andere betrokken sectoren der wetenschappelijke en bedrijfsbibliotheken. Het onderzoek heeft zich mede tot hun sectoren uitgestrekt. Ook door de voor bibliotheken relevante opleidingsinstellingen van Hoger en Middelbaar Beroepsonderwijs is het onderzoekrapport verwelkomd als een bron van belangrijke en bruikbare informatie. Behalve aan de bibliotheken zelf is het rapport ook verspreid aan de regionale en centrale organen van de arbeidsvoorziening. Kansen en bedreigingen op het gebied van de arbeidsmarkt zijn op objectieve en heldere wijze onderzocht en gerapporteerd. Dit betekent, dat de sector nu over de beoogde onderbouwing beschikt voor de komende stappen in de richting van arbeidsmarktbeleid en opleidingenbeleid. Een gelukkige omstandigheid was dat men in de bibliotheekorganisaties ondertussen werkelijk is begonnen met het in de branchestrategie omschreven omslagproces. Daarom was het zinvol vragen voor te leggen over de in de organisaties voorziene ontwikkeling van de personeelsbehoefte, nl. in een stadium dat de antwoorden van reële betekenis zijn, voorbij de theoretische bespiegeling. Ook in dit geval is het rapport gezien de positieve ontvangst en de brede verspreiding en aanvaarding te beschouwen als een geslaagd eindproduct van het project.
Videoproductie "Het centrum van de wereld".
Een videoproductie is in opdracht van W.O.B. en NBLC door Marten Toonder Studio's vervaardigd. Er is beoogd het veranderende beroepsbeeld van de bibliothecaris op een voor jonge schoolverlaters pakkende wijze te presenteren. Er is daarbij bewust op deze groep ingespeeld. Afstemming op meerdere doelgroepen tegelijk (oudere herintreders, huidige bibliotheekmedewerkers) is ons met klem ontraden. Titel is "Het centrum van de wereld.". De reacties op diverse demonstraties waren ongemeen positief. De band is, vergezeld van een informatietekst over bibliotheekopleidingen, in een oplage van 1200 verspreid onder met name scholen, arbeidsbureaus en de bibliotheken. De première vond plaats tijdens het afsluitende symposium van de transnationale samenwerking in Straatsburg in februari 2000.
Transnationale samenwerking.
Het project heeft transnationaal samengewerkt met een zevental partners:
de Hogeschool van Amsterdam;
het Hauptverband des Österreichischen Buchhandels (Oostenrijk);
Universiteit van Tampere (Finland);
École Nationale Supérieure des Sciences de l'Information et des Bibliothèques (ENSSIB) (Frankrijk);
Bundesvereinigung Deutscher Bibliotheksverbande (BOB) en International Book Agency te Berlijn (Duitsland, 1 e project);
Akademie für neue Medien, Ludwigsburg (Duitsland, 2 e project);
Kongliga biblioteket (Zweden).
Zij hebben de gezamenlijke, bovennationale taken opgedragen aan een internationaal coördinator en diens secretariaat, verbonden aan de Raad van Europa te Straatsburg. De internationaal coördinator functioneerde als uitvoerder en coördinator van de internationale activiteiten in het kader van de samenwerking. De resultaten per januari 2000 zijn gepresenteerd in een symposium onder de titel New Book Economy - Building up the Information Society (Bis) Symposium; Presentation of the Final and Interim Results. Er waren als internationale partners vertegenwoordigers, alle op landelijk representatief niveau, van de bibliotheken, de uitgevers/producenten, de boekhandelaren en het onderwijs. Daarbij waren vertegenwoordigers uit de sfeer van overheid en collectieve sector, en uit organisaties uit de marktsector.
Het belangrijkste onderwerp van transnationale samenwerking voor ons project was de opzet van nieuwe beroepsprofielen van beroepsbeoefenaren van diverse beroepen op cultureel terrein, tegen de achtergrond van de digitalisering van informatie. Dit terrein omvat behalve de bibliothecaris ook de uitgever/producent van informatie, tekst en audiovisueel, de designer van media en nieuwe beroepen in de sfeer van toegang, beheer en ontwerp van databases, Internet en websites. In de discussie over de breedte en de ontwikkelingsrichting van de beroepsprofielen is vruchtbaar informatie uitgewisseld. Dit betrof met name de mate, waarin deze beroepen zouden evolueren in de richting van "kenniswerker" en de onderscheiding van twee niveaus van beroepsuitoefening: MBO- en HBO-niveau. Het resultaat is neergelegd in een (Concept-) Aanbeveling van de Raad van Europa. De lijn naar de Raad van Europa via de internationaal coördinator van het project is op deze wijze maximaal benut. De Raad heeft met name een taak op het gebied van de culturele eenwording van Europa. Het resultaat van de transnationale samenwerking is hier vrijwel maximaal geweest. Het zal in Nederland ook van waarde zijn bij een actualisering van het reeds in 1993/1994 vastgestelde beroepsprofiel van de bibliothecaris in openbare bibliotheken.
Het tweede speciaal voor ons van belang zijnde onderwerp was de "Copyright-issue". De goede samenwerking op transnationaal niveau tussen de diverse betrokkenen bij het boek: uitgevers, boekhandelaren en bibliothecarissen kwam tot uiting in het besluit samen te werken op het ons verenigende thema dat het auteursrecht in de naaste toekomst van veel meer belang zal worden voor de beroepsbeoefenaren in het brede culturele veld. Zij dienen over kennis, vaardigheden en attitudes te beschikken om de digitale mogelijkheden van het werken met beeld en tekst te kunnen toepassen in hun beroep. Tot hun beroepsbagage moet niet alleen bepaalde passieve kennis van het auteursrecht behoren, maar praktische kennis voor de dagelijkse actieve toepassing, en inzicht in culturele en economische effecten van hun beroepshandelen. Als start van een aanpak is een inventariserend onderzoek gedaan naar het voorkomen van het auteursrecht in de studieprogramma's van instellingen van hoger beroepsonderwijs in Europa. Dit eerste onderzoek kon voor eind 1999 niet meer worden geëvalueerd met het oog op verdere stappen.
Voor de andere resultaten worden gemeld 1) printing on demand als werkbare formule voor bedrijfsmatige exploitatie (evt. door boekhandels, uitgevers en bibliotheken), 2) ontwerp en productie van digitale leermiddelen en toepassing van digitale leermiddelen in het onderwijs en leermethoden van zelfwerkzaamheid studenten mede met digitale hulpmiddelen (studiehuisgedachte), 3) uitvoering van een branchestrategie met inbegrip van opleidingenbeleid, ondersteunend onderzoek, voorlichting en promotie rond de effecten van de informatiesamenleving in de sectoren uitgeverij, boekhandel, en bibliotheken, 4) ontwikkeling van systemen van onderwijs op afstand met behulp van Internet via een (deels) geïntegreerd geheel van onderwijsfaciliteiten (virtueel klaslokaal, inschrijving en tests.)
Op de bovengenoemde gebieden zijn de transnationale aspecten van het project redelijk tot goed tot hun recht gekomen.
Vanwege de niet-gelijklopendheid
van projecten (verschillen in de tijdstippen van aanvang en beëindiging),
mede door nationaal verschillende voorschriften, is het nut, bestaande in uitwisseling
van actuele aspecten en probleempunten, beperkter gebleven dan had gekund.
meer rechten en plichten voor werkgever en werknemer in eerste ziektejaar
Het kabinet is van plan werkgever en werknemer meer verplichtingen op te leggen
ter bevordering van de reïntegratie van een zieke werknemer.
Een vroegtijdige ziekmelding bij de uitvoeringsinstelling (na zes in plaats van 13 weken) moeten werkgever en werknemer bewegen eerder in actie te komen en zo te bevorderen dat een zieke werknemer weer zo snel mogelijk aan zijn werk hervat. In plaats van de reïntegratieplanen komt er een reïntegratieverslag. In dit verslag beschrijven werkgever en werknemer welke reïntegratie-inspanningen zij hebben geleverd gedurende het eerste ziektejaar dus welke activiteiten werkgever en werknemer hebben ondernomen om te bevorderen dat de werknemer weer kan terug keren in het werkproces. De reïntegratie-inspanningen moeten aantoonbaar voldoende zijn. ook de werknemer krijgt een verantwoordelijkheid en het is ook de werknemer die het verslag moet kunnen overleggen als onderbouwing voor zijn WAO-aanvraag.
De WAO-uitkering gaat niet meer automatisch na een jaar in. Werkgever en werknemer kunnen uitstel vragen als ze verwachten dat de werknemer binnen afzienbare tijd het werk weer zal hervatten. Maar ook de uitvoeringsinstelling kan tot uitstel van de keuring besluiten als de inspanningen te beperkt zijn of de onderbouwing van de aanvraag onvoldoende is. De uitvoeringsinstelling kan in dat geval de werkgever verplichten het loon maximaal een half jaar door te betalen. Als de werknemer weigert mee te werken aan zijn reïntegratie kan de werkgever omgekeerd ook de loondoorbetaling opschorten.
Het wetsvoorstel is voor advies naar de Raad Van State gestuurd en zal daarna
bij de Tweede Kamer worden ingediend. We houden u op de hoogte.
index WOBberichten 2000
alle artikelen zijn gerangschikt per rubriek, daarbinnen op alfabet naar trefwoord(en)
in de titel. In juli en augustus is een dubbelnummer verschenen: 2000-07/08.
Artikelen uit dit nummer zijn aangeduid met 07
Algemene informatie
index 1999 01
nieuwe ABVAKABO-bestuurder 01
sollicitatiecode 05, 06
scholing met subsidie 01
vakantiewerk 06
wegwijzer voor de werkgever 02
ledeninformatie aanbieding arbeidsmarktonderzoek 05
aanpassing arbeidsduur 12
afdrachtvermindering kinderopvang 12
afdrachtvermindering scholing 12
afkortingen op wobsite 11
ALV in Den Helder 11
arboconvenant, praten over 02
arbo-onderzoek van start 07
avondopenstelling 4 mei 05
BASOB-III vernieuwd 01
BASOB-III niet genoeg? 01
besluiten ALV 15-12 12
bedrijfshulpverlening 10
bevoegd tot stemmen in ALV 10
bevoegdheden werknemersvertegenwoordiging 04
branche-rapportage ArboNed 10
CAO à la carte 11
CAO à la carte-dag succes 12
CAO-bevoegdheden OR 02
checklist BASOB-III 01
compensatie WAO-kosten bij ongeval 10
1 en 15 december 10
fictieve opzegtermijn en oudere werknemers 04
fiets voor woon-werkverkeer 07
gastcolumn 02
handleiding verlofplanner 04
indirecte dienstverlening 10
intentieverklaring arboconvenant 05
'interim'parttimers 01
IP+ -dag succes 06
2 juni WOB-bureau roostervrij 05
kerstsluiting 11
kortere beslistermijnen 10
loopbaanperspectief en brancheontwikkeling 05
mantelcontract ArboNed verlengd 09
nieuw op de wobsite 09
nieuwe voorzitter WOB 05
ontbinding arb.overeenkomst en opzegverboden 03, 07
opzegtermijn in tijdelijk contract 10
opzegtermijn voor 45-jarigen 10
opzegtermijn voor zorgverlof 10
ova 2000 06
presentatie werkdrukmethode 05
rappel Wiska 04
Saskia Strobos weg bij WOB 07
schema sociale zekerheid 06
seminar roostervormgeving 04
sheets Farida Farhadpour 01
stimuleringsregeling Dagindeling 04
storing op mail 11
tekst BASOB-III 01
termijn voor aanvraag subsidies arbeidsgehandicapten 03
teruggaaf energiebelasting 12
themadag CAO à la carte 07, 09
tip voor korting op WAO-premie 07
uitbetalen vakantiedagen i.v.m. pc-privéregeling 07
uitslag roosterinventarisatie 02
vakbeurs P&O 04
vast dienstverband door Flexwet 06
VerlofPlanner op 29 april 02
VerlofPlanner 2001 11
vertrouwelijk e-mailen en faxen 06
voorspoedig 2001 12
voortgang IP+ 09
voortgang project inventarisatie arbeidsmogelijkheden 03
Wet aanpassing arbeidsduur 03
Wet BOL 11
WAA nadere toelichting 09
Wiska Service Sectie 05
Wiska gaat sluiten 06
WOBhype 03
wobsite de lucht in 06
WOB en gemeentelijke bibliotheken 02
workshop 'Validatie' 04
seminar roosterplanning 02
CAO
CAO-cursus 03
CAO-overleg van start 09
eindejaarsuitkering 12
nieuws van de onderhandeltafel 11
telling buitengewoon verlof 09
toelichting art. 33 09
toelichting artt. 65A en 81 03
PC-privéregeling 02
voorbereiding CAO 2001 02
pensioen, VUT en FlexTOP
bestuurders pensioenfonds deskundig en betrouwbaar 11
pensioenfonds bijna bekeurd 07
pensioenfondsnieuws 11
pensioenreglement verklaard 06
uitje pensioenfonds 11
VUT-CAO verlengd 01
wat is dat, franchise? 11
wijzigingen in pensioenfondsbestuur 07
Salarisinformatie
aanpassing wettelijk minimumloon 05
bevriezing interimbedragen 04
brutering overhevelingstoeslag 10
loongrens Zfw 10
stand van zaken per 1.1.2000 10
wetgeving op komst
belasting vakantiedagen 02
vakantiewetgeving 12
wetsontwerp arbeid en zorg 07
wetsvoorstel gelijke behandeling 03
wijziging wetsvoorstel vakantie- en ouderschapsverlof 06
zwangerschapsverlof en WAO 10
jurisprudentie
CAO geldt als wet 09
geen uitkering ziektewet ontslagen alcoholist 06
olympische medaille snelle werkgever 12
privatisering werkplek 09
vervanging zieke werknemer 12
werkgever en personeelsuitje 03
tegemoetkoming ziektekosten (interim) voortaan maandelijks uit te betalen
In het najaar van 2000 heeft de rijksoverheid besloten de tegemoetkoming ziektekosten in plaats van halfjaarlijks voortaan maandelijks uit te betalen.
Al eerder was door het rijk besloten dat de tegemoetkoming is bevroren op het niveau van 1999 tot deze het niveau zou hebben bereikt van het totaal van de helft van de MOOZ-bijdrage, de helft van de WTZ-bijdrage en 50% van de component 'polis', zoals deze door het CPB wordt geraamd.
De CAO volgt het rijk hierin.
Het bedrag van de tegemoetkoming bedraagt vanaf 1 januari 2001 per maand:
voor (mede)betrokkenen: 143,82
voor één medebetrokken kind jonger dan 16 jaar: 71,91
voor medebetrokken kinderen van 16 tot en met 26 jaar: 85,36.
Meer over de bevriezing in WOBberichten 2000-04, natuurlijk ook te vinden op de website.
Pas tegen het eind van het jaar uitbetalen heeft waarschijnlijk geen zin meer,
nu de overhevelingstoeslag (OHT) is afgeschaft.
internetregels moeten maatwerk zijn
In WOBberichten 2000-09 vermeldden wij een uitspraak van een kantonrechter over privé-gebruik van e-mail op het werk.
Inmiddels heeft de Registratiekamer in het rapport 'Goed werken naar netwerken' de resultaten neergelegd van een studie naar de controle op e-mail- en internetgebruik op het werk. Doel van de studie is de abstracte privacywetgeving te vertalen naar vuistregels voor een behoorlijk beleid binnen een organisatie.
Controle van e-mail is op zichzelf niet verboden. Een werkgever mag voorwaarden stellen aan het gebruik van e-mail of bepaalde soorten gebruik verbieden. Anderzijds moet werknemers de ruimte hebben om naar eigen inzicht hun werk te doen zonder dat de baas constant over hun schouder meekijkt. Het is normaal dat werknemers privé-zaken afhandelen via e-mail op het werk. Wat dat betreft is het net als met de telefoon. De privacy is echter niet absoluut en de controle is niet absoluut. Het gaat om een evenwicht tussen werkgever en werknemer.
Ten eerste, zo stelt de Registratiekamer, moeten er heldere en eenduidige regels zijn voor het gedrag van werknemers. De ondernemingsraad (c.q. de werknemersvertegenwoordiging) heeft daarbij instemmingsrecht. Deze regels hebben betrekking op de mate waarin privé-gebruik van internet en e-mail is toegestaan.
Uitgangspunt bij de controle is dat maatregelen in 'een redelijke verhouding moeten staan tot de belangen van de werknemer', zo wordt het geformuleerd in het rapport en dat geldt ook voor de controle.
De Kamer vindt het raadzaam bepaalde internetsites via software af te sluiten
De Registratiekamer vindt het raadzaam dat werkgevers niet meteen controleren of de regels worden overtreden. Beter is om te kijken of er een probleem is, en om je dan pas af te vragen hoe dat op te lossen is. Een werkgever kan bijvoorbeeld kijken of een afdeling veel meer e-mails verstuurt dan de andere, maar dan ga je nog niet meteen controleren op individueel niveau.
(Staatscourant, maandag 8 januari 2001)
het nieuwe belastingstelsel
Per 1 januari 2001 is het nieuwe belastingstelsel ingevoerd. De invoering van dit stelsel zal voor iedereen gevolgen hebben.
In een bijlage bij deze WOBberichten treft u een artikel aan over de veranderingen voor de werkgever, die als inhoudingsplichtige voor de loonbelasting met het nieuwe stelsel te maken krijgt.
Het stuk is met enkele aanpassingen overgenomen uit VOG Signalering, nummer
15, december 2000.
het nieuwe belastingstelsel
Per 1 januari 2001 is het nieuwe belastingstelsel ingevoerd. De invoering van dit stelsel zal voor iedereen gevolgen hebben.
In een bijlage bij deze WOBberichten treft u een artikel aan over de veranderingen voor de werkgever, die als inhoudingsplichtige voor de loonbelasting met het nieuwe stelsel te maken krijgt.
Het stuk is met enkele aanpassingen overgenomen uit VOG Signalering, nummer
15, december 2000.
bijlage:
Het nieuwe belastingstelsel
Nog enkele weken dan wordt het nieuwe belastingstelsel ingevoerd.
De invoering van dit stelsel zal voor iedereen gevolgen hebben.
Het is een compleet vernieuwd stelsel waarbij de verschillende inkomensbestanddelen in drie "boxen" tegen verschillende tarieven afzonderlijk worden belast. Een ander belangrijk aspect is dat arbeid goedkoper wordt door een accentverschuiving van de belastingheffing op inkomsten uit arbeid (lagere IB tarieven) naar belastingheffing terzake verbruik (o.a. een hoger BTW-tarief.
Het nieuw belastingstelsel zal echter ook bepaalde groepen specifiek
raken. Voorbeelden zijn de bezitters van een tweede woning die minder aftrekmogelijkheden
krijgen, alsmede particuliere beleggers die te maken krijgen met een heffing
over fictief rendement.
In dit artikel laten we veranderingen voor de werkgever die als inhoudingsplichtige voor de loonbelasting met het nieuw stelsel te maken krijgt de revue passeren.
De veranderingen worden in grote lijnen besproken. In die zin heeft
dit artikel een signaalfunctie ten aanzien van de onderwerpen die mogelijk voor
werkgevers als inhoudingsplichtige voor loonheffing van belang zijn.
Dit artikel is in vijf paragrafen ingedeeld:
1. Het loonbegrip, loonheffingskorting, tabellen, overhevelingstoeslag, tarieven en vrijwilligers in de loonbelasting.
2. Aftrekposten, vergoedingen en verstrekkingen.
3. De afdrachtverminderingen.
4. Enkele aanvullende onderwerpen.
5. De CAO.
1. Het loonbegrip, loonheffingskorting, tabellen, overhevelingstoeslag,
tarieven en vrijwilligers in de loonbelasting
De inhouding van loonbelasting, door velen gezien als een taak die
de overheid zelf zou moeten uitvoeren, blijft een verantwoordelijkheid van de
werkgever.
Loonbegrip
Het loonbegrip is in het nieuwe stelsel gewijzigd. Wat onder het oude stelsel als loon moest worden aangemerkt was volledig en duidelijk in de wet op de loonbelasting geregeld. Het belang van een duidelijk loonbegrip is natuurlijk dat de werkgever weet over welk bedrag hij loonbelasting moet inhouden.
Met het nieuwe stelsel wordt een vage norm ingevoerd. Vergoedingen
die naar algemeen erkende maatschappelijke opvattingen niet als loon worden
ervaren, worden ook niet langer tot het loon gerekend. Voorbeelden zijn vergoedingen
van uitgaven gedaan door de werknemer die deze gelet op de aard van zijn dienstbetrekking
daarvoor in redelijkheid heeft gedaan. Het gaat om loonbestanddelen die naar
algemeen maatschappelijke opvattingen niet als arbeidsopbrengst worden gevoeld.
In dat geval hebben deze het karakter van een 'vrije vergoeding' of een 'vrije
verstrekking' (zie onder 2: aftrekposten, vrije vergoedingen en verstrekkingen).
Door beleidspublicaties en richtlijnen van het ministerie van Financiën
en door jurisprudentie zal de betekenis van het nieuwe loonbegrip zich de komende
jaren hopelijk voldoende uitkristalliseren.
Loonheffingskorting
Zowel de overhevelingstoeslag als de belastingvrije sommen vervallen.
De basis waarover loonbelasting wordt berekend, wordt daarom iets eenvoudiger.
De norm loon voor overhevelingstoeslag en de vraag in welke tariefgroep iemand
moet worden ingedeeld verdwijnt eveneens. De belastingvrije sommen en tariefgroepen
worden vervangen door heffingskortingen. De heffingskortingen waarop een belastingplichtige
aanspraak kan maken worden in mindering gebracht op het totaalbedrag van de
verschuldigde belasting en premies voor volksverzekeringen. Afhankelijk van
de persoonlijke situatie kan de werknemer recht hebben op verschillende heffingskortingen.De
loonheffingskorting voor de loonbelasting bestaat uit de volgende heffingskortingen:
a. De algemene heffingskorting
Deze vervangt vanaf 2001 de basisaftrek en de bovenbasisaftrek. Alle
werknemers en uitkeringsgerechtigden hebben recht op de algemene heffingskorting.
Deze bedraagt 3.321,--.
b. De arbeidskorting
Werknemers met loon uit tegenwoordige arbeid hebben recht op arbeidskorting.
Deze wordt berekend over het loon uit tegenwoordige arbeid en bedraagt 1,811%
van de eerste 15.183,--. Over het loon daarboven wordt 9,840% berekend. De
korting bedraagt maximaal 1.770,--.
c. De ouderenkorting
De ouderenkorting vervangt de ouderenaftrek. Een werknemer of uitkeringsgerechtigde heeft recht op de ouderenkorting van
443,-- als hij aan het eind van de maand waarin de loonheffing moet
worden 65 jaar of ouder is, en het loon op jaarbasis niet hoger is dan 58.004,--.
d. De aanvullende ouderenkorting
De aanvullende ouderenkorting bedraagt 529,--.
e. De jonggehandicaptenkorting
De jonggehandicaptenkorting vervangt de jonggehandicaptenaftrek.
Witte en groene tabellen
Het recht op heffingskorting voor de loonbelasting hoeft niet per heffingskorting te worden bepaald.
Hiervoor zijn tabellen ontwikkeld. Met de bij de werkgever bekend zijnde gegevens over de hoogte van het loon en de leeftijd van de werknemer hoeft alleen bepaald te worden welke tabel voor loonbelasting van toepassing is. Evenals onder het oude belastingstelsel wordt gesproken van witte tabellen voor loon uit tegenwoordige arbeid en van groene tabellen voor loon uit vroegere arbeid.
In de tabellen is rekening gehouden met het effect van de aan de orde
zijnde heffingskortingen. Met ingang van 2001 wordt het tarief voor de heffing
van loonbelasting / premie volksverzekeringen verlaagd. De berekende loonheffing
wordt vervolgens verminderd met het bedrag van de loonheffingskorting. De nieuwe
tarieven zijn eveneens in de toe te passen witte en groene tabellen verwerkt.
Overhevelingstoeslag
Vanaf 1 januari bent u geen overhevelingstoeslag meer verschuldigd.
In plaats daarvan bent u wettelijk verplicht het brutoloon te verhogen met 1.9%
van het loon van de werknemers. CAO-partijen in de bibliotheeksector hebben
deze verhoging in de lonen doorgevoerd zonder plafond.
Tarieven
De nieuwe tarieven voor loonbelasting en sociale premies (BOX 1) zijn als volgt:
Jonger dan 65 65+
Nul tot 32.769 32.35 % 14.45 %
32.769 tot 59.520 37.60 % 19.70 %
59.520 tot 102.052 42.00 % 42.00 %
Meer dan 102.052 52.00 % 52.00 %
Vrijwilligers in de loonheffing (opting in)
Bij elke arbeidsrelatie moet de werkgever vaststellen of hij ter zake
loonheffing moet inhouden. Personen die geen dienstverband hebben, bijvoorbeeld
een interim directeur of een docent, maar een opdrachtovereenkomst uitvoeren
kunnen per 1 januari 2001 toch in de loonbelastingadministratie worden ondergebracht.
Daartoe dient een gezamenlijk verzoek te worden gedaan aan de inspecteur loonheffing.
Het gevolg van instemming van de inspecteur is dat de betrokken perso(o)nen
'voor de toepassing van de loonheffing' als werknemer (pseudo-werknemers) worden
beschouwd. Dit betekent dat eveneens bepaalde onkostenvergoedingen kunnen worden
verstrekt en alle fiscale regelingen toegepast kunnen worden die ook van toepassing
zijn op 'echte' werknemers. Een voorbeeld is een spaarloonregeling.
f. Aftrekposten, vergoedingen en verstrekkingen
Het uitgangspunt van het oude belastingstelsel dat de door de werknemer werkelijk gemaakte kosten aftrekbaar zijn, wordt verlaten. Daarentegen worden de begrippen 'vrije vergoedingen' en 'vrije verstrekkingen' ingevoerd. Verstrekkingen zijn de zaken die door de werkgever in natura worden gegeven. Met in gang van 2001 bestaat voor werknemers niet meer de mogelijkheid om kosten dieverband houden met hun loon (verwervingskosten) af te trekken in de inkomstenbelasting. Het arbeidskostenforfait wordt eveneens afgeschaft. Werknemers zullen dus vaker een beroep moeten doen op hun werkgever met het oog op een kostenvergoeding of een verstrekking.
Ook onder het nieuwe belastingstelsel kunnen bepaalde vergoedingen of verstrekkingen (gedeeltelijk) vrijgesteld zijn van loonbelasting. Deze vallen dan buiten het loonbegrip.
Bij de overgang naar het nieuwe stelsel zal de beoordeling van vergoeding (voorzover niet expliciet anders geregeld) tot dezelfde resultaten leiden als onder het oude stelsel. In het algemeen geldt dat met ingang van 2001 vergoedingen en verstrekkingen zoveel mogelijk op dezelfde manier worden behandeld. Als bepaalde zaken onbelast verstrekt mogen worden, mogen deze veelal ook onbelast worden vergoed.
Als een vergoeding of verstrekking niet volledig vrij is, geldt vaak
een normbedrag dat u tot het loon moet rekenen. Het niet vrije gedeelte van
de vergoeding of de waarde van de verstrekking wordt met loonheffing belast.
De volgende vergoedingen of verstrekkingen zullen onder het nieuw stelsel
in ieder geval wijzigen:
- bedrijfsfitness
De verstrekte of vergoede bedrijfsfitness moet openstaan voor 90% of
meer van uw werknemers.
- fiets voor woon-werkverkeer
Als de werkgever niet vaker dan eens in de drie jaar een fiets verstrekt voor woon-werkverkeer en de werknemer eigenaar wordt van de fiets moet een normbedrag van f 150,-- tot het loon worden gerekend. Dit bedrag kan niet onbelast worden vergoed. Dit geldt als de catalogusprijs van de fiets f 1.650,-- of minder bedraagt. Vanaf 2001 geldt deze regeling voortaan ook voor de vergoeding voor de aanschaf van een fiets.
Als u met de fiets samenhangende zaken vrij wilt vergoeden of verstrekken
dan geldt daarvoor vanaf 2001 de voorwaarde dat het moet gaan om zaken die bij
uitstek bij woon-werkverkeer op de fiets van pas komen, zoals de benodigde reparatie,
een extra slot, eens steun voor de aktetas en het regenpak dat praktisch alleen
op de fiets wordt gebruikt. Dit laatste kan tot een bedrag van f 550,-- per
drie jaren.
- telefoonabonnementen
Vanaf 2001 kan een tweede telefoon zowel vrij verstrekt als vergoed
worden. Daarbij wordt de voorwaarde gesteld dat de tweede telefoon geheel of
nagenoeg geheel gebruikt wordt ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking.
Het abonnement van de tweede telefoon kunt u onbelast vergoeden of verstrekken
als het zakelijk karakter van meer dan bijkomend belang is.
- Het vergoeden of verstrekken van maaltijden
Bij de verstrekking van maaltijden gelden normbedragen die bij het loon moeten worden geteld. Vanaf 2001 is een vergoeding of verstrekking van de eerste 80 maaltijden per kalenderjaar onbelast, als deze primair in het zakelijk belang plaatsvinden.
- openbaar vervoer en voordeelurenkaart
Voor verstrekte openbaarvervoerkaarten voor vrij reizen met het Nederlandse openbaar vervoer geldt een normbedrag van f 120,-- per jaar (eerste klas f 180,--) .Verstrekte voordeelurenkaarten en ov-kaarten die alleen op een vast traject en voor woon-werkverkeer worden gebruikt, worden niet tot het loon gerekend.
Deze regeling geldt ingaande 2001 ook voor vergoedingen van dergelijke
kaarten.
- outplacement
Door de werkgever verstrekte outplacementfaciliteiten worden niet tot
het loon gerekend. Vanaf 2001 geldt dit ook voor vergoedingen van outplacementkosten.
- personeelsfeesten, -reizen en dergelijke
De waarde van personeelsfeesten, reizen en dergelijke die u aan de
werknemers verstrekt mag worden gesteld op het bedrag van de kosten die daarmee
rechtstreeks verband houden. Voor zover de kosten niet hoger zijn dan 750,--
per kalenderjaar is sprake van een vrije verstrekking. Bij een jubileum van
de werkgever wordt dit bedrag verhoogd tot f 1.000,--. Deze regeling geldt vanaf
1 januari 2001 ook voor de vergoeding van dergelijke evenementen.
- personeelsleningen
Rente en kostenvoordelen die voortvloeien uit renteloze of laagrentende
personeelsleningen die u aan werknemers heeft verstrekt, hoeven onder bepaalde
voorwaarden niet tot het loon gerekend worden. Tot de vrije verstrekkingen behoort
voor 2001 ook het rentevoordeel ter zake van een aan de werknemer verstrekte
lening voor zover de werknemer het geleende bedrag heeft aangewend voor zaken
waarvoor u geheel of nagenoeg geheel een vrije vergoeding of verstrekking had
kunnen geven. Een voorbeeld is de aanschaf van een ov-kaart door de werknemer.
De werkgever had de kaart vrijwel geheel belastingvrij aan de werknemer kunnen
vergoeden. Als daartoe echter een renteloze lening wordt verleend, dan hoeft
het rentevoordeel niet als loon te worden belast. Voor de jaren 2001 en 2002
is geregeld dat personeelsleningen tot een gezamenlijk bedrag van f 7.500,--
worden geacht op deze wijze te zijn aangewend. Voor dergelijke leningen hoeven
u en uw werknemer in deze jaren dus geen aanvullend bewijs te leveren.
- premie ongevallenverzekering
Vanaf 1 januari 2001 wordt een vergoeding van de premie voor een ongevallenverzekering
als een vrije vergoeding aangemerkt. Voorwaarde daarbij is dat de verzekering
(zowel bij overlijden als bij invaliditeit) alleen voorziet in een uitkering
ter zake van ongevallen tijdens het werk. De uitkering van zo'n verzekering
behoort in beginsel tot het loon.
- producten uit eigen bedrijf
Bij de verstrekking van branche-eigen producten van de werkgever aan
de werknemer wordt de integrale kostprijs tot het loon gerekend, maar alleen
voor zover de hoeveelheid niet uitgaat boven hetgeen in een gezin als dat van
de werknemer pleegt te worden gebruikt. Deze regeling geldt vanaf 2001 ook voor
vergoedingen. Een vergoeding van het bedrag boven de integrale kostprijs is
dan vrij.
g. De afdrachtverminderingen
Bij een aftrekpost wordt het belastbare loon verminderd alvorens, met
inachtneming van de tariefstructuur, de verschuldigde loonheffing wordt vastgesteld.
De progressie in die structuur komt daarmee tot uiting. De afdrachtverminderingen
daarentegen worden toegepast nadat vastgesteld is hoeveel loonheffing de inhoudingsplichtige
is verschuldigd. De progressie in de tariefstructuur heeft daarbij geen effect
op de vermindering.
- Afdrachtvermindering lage lonen
Deze regeling is onder het nieuwe belastingstelsel niet veranderd en
biedt de werkgever de mogelijkheid om voor werknemers met een inkomen net boven
het minimumloon minder loonbelasting af te dragen.
- Afdrachtvermindering langdurige werklozen
Voor werknemers die langdurig werkloos zijn geweest, hoeven werkgevers minder loonbelasting af te dragen. De vermindering is afhankelijk van de leeftijd en het loon in een bepaald tijdvak.
Bij een zogenaamd toetsloon voor de werknemer van 35.721,-- bedraagt de maximale vermindering 4.080,--
- Afdrachtvermindering onderwijs
Voor werknemers die vallen onder het leerlingenwezen en voor werknemers die een leer of werkplaats hebben in het kader van een zogenoemde initiële HBO-opleiding, hoeven werkgevers minder loonbelasting af te dragen.
- Vermindering speur- en ontwikkelingswerk
Als uw organisatie innovatieve projecten op technologisch gebied onderneemt, komt u in aanmerking voor een vermindering van te betalen loonheffing. De vermindering is een percentage van de loonsom van het personeel dat betrokken is bij het speur en ontwikkelingswerk.
- Afdrachtvermindering kinderopvang
Werkgevers hoeven minder loonbelasting af te dragen in verband met de opvang van kinderen van hun werknemers.
Het gaat om de opvang van eigen kinderen, stiefkinderen en/ of pleegkinderen van de werknemer op de afdrachtvermindering kinderaftrek in drie situaties:
a. de werkgever betaalt zelf de kosten van de kinderopvang aan een instelling of aan natuurlijke personen die de opvang verzorgen of de werkgever vergoedt de kosten aan de werknemer.
b. De werkgever betaalt de kosten voor beroepsmatige kinderopvang aan een fonds dat zich geheel of nagenoeg geheel bezighoudt met de financiering van kinderopvang, en de CAO van de werknemer voorziet hierin.
c. De werkgever verzorgt zelf de kinderopvang.
De afdrachtvermindering bedraagt per aangiftetijdvak 30% van de kosten die de werkgever in het aangiftetijdvak heeft gemaakt of aan vergoeding heeft betaald. Van de kosten die de werkgever heeft gemaakt of het bedrag dat de werkgever heeft betaald, trekt u eerst eventuele bijdragen (bijvoorbeeld van de werknemer) af.
Als de kinderopvang bij de werknemer thuis plaatsvindt, is er een maximum
gesteld aan het bedrag van de door de werkgever gemaakte kosten waarover de
werkgever de vermindering berekent. Dit maximum is 19.050,-- per kind per
kalenderjaar. Als de werknemer een bijdrage betaalt in de kosten, moet deze
eerst worden afgetrokken van dit maximumbedrag, voordat de vermindering wordt
berekend.
1.3 Samenloop afdrachtverminderingen
Bij de toepassing van de afdrachtverminderingen is het van belang te beseffen dat de afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk niet kan samengaan met de afdrachtvermindering lage lonen. Voorts dat bij samenloop van de afdrachtvermindering lage lonen en de afdrachtvermindering onderwijs het totaal aan een maximum is verbonden. Tenslotte dat de afdrachtvermindering onderwijs en de afdrachtvermindering langdurige werklozen tegelijk voor dezelfde werknemer kunnen worden toegepast.
3.2 Nieuwe afdrachtverminderingen
Bij de Tweede Kamer is een wetsvoorstel ingediend op grond waarvan de doorstroom afdrachtvermindering wordt afgeschaft. Daarnaast worden twee nieuwe afdrachtverminderingen geïntroduceerd namelijk:
- de afdrachtvermindering voor betaald ouderschapsverlof
De afdrachtvermindering betaald ouderschapsverlof zal van toepassing zijn met betrekking tot het loon dat wordt doorbetaald tijdens het ouderschapsverlof van de werknemer.
- de afdrachtvermindering arbo-non profit
De afdrachtvermindering non-profit is van toepassing op de aanschaf-,
verbeterings- of voortbrengingskosten van arbo- bedrijfsmiddelen voor werknemers.
Deze afdrachtvermindering is alleen voor werkgevers die niet zijn onderworpen
aan de inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting.
4. Aanvullende onderwerpen
4.1 PC-privé
Evenals onder het oude kan onder het nieuwe belastingstelsel een werkgever
computers en bijbehorende apparatuur met een maximale waarde van 5.000,--
ineens vergoeden of te verstrekken.
4.2 Cafetariasysteem
Onder het cafetariasysteem wordt de mogelijkheid verstaan beloningsbestanddelen te ruilen. Dit is
toegestaan voor zover de wet of een CAO zich er niet tegen verzet.
In de CAO Openbare Bibliotheken is bijvoorbeeld geregeld dat brutoloon of vakantiedagen
geruild kunnen worden tegen computerapparatuur. Hierbij dient in acht genomen
te worden dat het minimumloon en de minimumvakantiedagen moeten worden gerespecteerd
en buiten een ruil moeten blijven.
4.3 Spaarloon en premiesparen
De maximale bedragen die op grond van een premiespaarregeling of een spaarregeling kunnen worden gespaard of toegekend worden met ingang van 1 januari 2001 niet meer jaarlijks geïndexeerd.
De eindheffing van 10% die de werkgever tot dusver moet toepassen op spaarloon, wordt verhoogd naar 15%. Voor definitieve toegekende premies ingevolge en premiespaarregeling wordt met ingang van
1 januari 2001 eveneens een eindheffing van 15% ingevoerd. Deze geldt niet voor spaarpremies die zijn toegekend ter zake van vóór 1 januari 2001 ingehouden spaargelden.
De premiespaarregeling en de spaarloonregeling zullen worden uitgebreid
met de volgende drie deblokkeringmogelijkheden:
1. deblokkering voor de start van een voor eigen rekening gedreven onderneming
2. deblokkering voor de opname van verlof
3. deblokkering in verband met de financiering van scholingsuitgaven
5. Collectieve arbeidsovereenkomst
De volgende CAO-bepalingen verdienen, gelet op het nieuwe belastingstelsel,
aandacht:
1. salarisschalen brutering overhevelingstoeslag
De salarisschalen worden verhoogd met 1.9% in de CAO-Openbare Bibliotheken.
2. verhuiskostenvergoeding en tegemoetkoming woon/ werkverkeer
De fiscale behandeling van een verhuiskostenvergoeding blijft ongewijzigd.
De werkelijke kosten voor woon/ werkverkeer met openbaar vervoer mogen
door de werkgever volledig onbelast worden vergoed. CAO-partijen hebben in het
onderhandelakkoord hierover nadere afspraken gemaakt.
3. reis en verblijfkostenvergoeding
De onbelaste kilometervergoeding blijft, voor zover nu bekend, gelijk.
4. telefoonkosten
Vanaf 2001 kan een tweede telefoon zowel vrij verstrekt als vergoed worden. Daarbij wordt de voorwaarde gesteld dat de tweede telefoon geheel of nagenoeg geheel gebruikt wordt ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking. Het abonnement van de tweede telefoon kunt u onbelast vergoeden of verstrekken als het zakelijk karakter van meer dan bijkomend belang is.
Voor meer gedetailleerde informatie:
1. De Nieuwsbrief die elke werkgever/ inhoudingsplichtige automatisch toegezonden krijgt van de belastingdienst.
2. De website van de Belastingdienst (www.belastingdienst.nl/2001.
3. De belastingtelefoon voor ondernemers (0800-0443).
4. De brochures die over de verschillende onderwerpen door de Belastingdienst zijn uitgegeven en te verkrijgen bij het belastingkantoor.
bron: VOG Signalering, nr 15, december 2000
februari 2001
2001-02
in dit nummer:
bericht over de CAO
vorderingen met IP+
In dit verlate februarinummer toch nog geen definitief bericht over de CAO. Grote teleurstelling. Daardoor ook geen salariscirculaire, alias 'stand van zaken per begin van het jaar'. Wel een overzicht van de vorderingen met IP+, jurisprudentie over ontslag tijdens proeftijd en een vooraankondiging van de WISKA.
bericht over de CAO
Tot onze grote teleurstelling heeft de ABVAKABO laten weten het onderhandelaarsakkoord niet te kunnen tekenen conform de afgesproken procedure. De ABVAKABO heeft medegedeeld dat nog een plenaire ledenvergadering van de ABVAKABO nodig is, die zal plaatsvinden op woensdag 14 maart a.s.
De door de WOB beoogde invoering en verwerking van het onderhandelaarsakkoord in de salarissen van maart is daardoor helaas onmogelijk geworden.
Bij deze mededeling werd van ABVAKABO-zijde een voorstel tot inhoudelijke wijziging van het akkoord gevoegd, betreffende uitstel van het tijdstip van inwerkingtreding van de nieuwe ORT-regeling tot 1 april a.s.
Het bestuur zal zich beraden over zijn verdere gedragslijn.
Herhaald wordt ons advies de salarissen nog niet te verhogen.
vorderingen met IP+
In de afgelopen maanden is zeer intensief gewerkt aan het gereedmaken van de op 20 juni van het vorige jaar gepresenteerde 'model-vulling' van IP+ voor aanbieding aan de bibliotheken. Voor doel en werking van IP+ verwijs ik naar eerdere berichten in WOBberichten 2000-09 en 2001-01.
Het bleek een zware klus die niet als gehoopt nog in het najaar van 2000 kon worden afgewerkt.
wat te doen na 20 juni 2000
Om het geheugen op te frissen: op 20 juni is de model-vulling van IP+ aan de WOB aangeboden als sluitstuk van het project Inventarisatie arbeidsmogelijkheden.
Daarna moesten nog diverse activiteiten worden ondernomen om het zo enthousiast ontvangen projectresultaat tot een exploitatie-waardig product te maken. De inhoud zou nog moeten worden verrijkt en aangevuld met functieprofielen van de niet-bibliotheektechnische functies, de content van beschrijving van opleidingsniveaus van functies en relevante opleidingen en cursussen moest worden voltooid, en het uitvoerige apparaat van bij functieprofielen behorende individuele persoonskenmerken moest flink worden ingekort en toegesneden op onze functies.
Andere losse einden waren de financiering van na afloop van het project Inventarisatie arbeidsmogelijkheden te maken ontwikkelkosten en de behoefte een breder, landelijk draagvlak te verwerven voor de ingevulde functieprofielen dan dat van de drie pilot-locaties Overijssel, Amsterdam en Utrecht.
Een nieuw fenomeen diende zich ook aan ten aanzien van het technische format van IP+. Het aanbiedende bedrijf MAO/MTD deed de suggestie 'onze' IP+ het format van een Internet-database te geven, in plaats van op CD-Rom gezette software.
Dit zou het aan te bieden product veel gebruiksvriendelijker en functioneler maken, maar kostte een niet gering bedrag meer op het gebied van herbouw van het technische format.
Het zou updating vereenvoudigen tot een enkelvoudige centraal te verrichten handeling, in plaats van een tijdrovende procedure van inname en uitgifte van CD-schijfjes bij alle licentienemers. Het zou gebruikers de mogelijkheid bieden het te gebruiken op ieder Internet-pc station van de organisatie, zonder gesleep met CD-Romschijfjes en kopieën daarvan. Bovendien verschafte het Internet-format een 'prachtig vergezicht' van door-ontwikkeling naar een virtueel loopbaancentrum van de branche. Het CD-Rom-format was ook door MAO/MTD onderschat voor wat betreft de licentiekosten per exemplaar.
Tenslotte moest ook gemakkelijke communicatie met het door de Vereniging NBLC aangeboden systeem voor salaris- en personeelsadministratie PION mogelijk worden gemaakt. Vermijden van dubbele invoer van gegevens is daarbij het parool.
gemaakte vorderingen
Min of meer tegelijkertijd wordt aan de realisatie van al deze zaken gewerkt.
De externe (AWO)-middelen werden in overleg met de bonden gevoteerd. Met name de inpassing van een bonds-AWO-project over individuele scholingsplannen en employability is onderwerp van overleg geweest. Het blijven gescheiden projecten, maar de bonden hebben een positief standpunt over IP+ ingenomen, en weten dat er kansen zijn op een zekere koppeling waar ieder mee gebaat is.
Een behoorlijk brede groep van direct betrokkenen bij functie-ontwikkelingsprojecten in enige grote organisaties werd bereid gevonden samen met de pilots en de projectleiding de content door te werken voor het beoogde brede draagvlak. Ook het NBLC, in de persoon van de beleidsmedewerker opleidingen en scholing, werkte mee.
Dit kostte echter veel tijd en moeite. Niet eerder dan op 5 december was het mogelijk een bijeenkomst van een hele dag te houden. Ook deze was niet voldoende, zodat een tweede dagbijeenkomst werd belegd op 8 februari jl.
Het resultaat van beide bijeenkomsten is dat de eindstreep van de inhoudelijke vulling in zicht is. Deze zal functieprofielen omvatten van de bibliotheekinhoudelijke en de niet-bibliotheekinhoudelijke functies, en een consistente vermelding van opleidingsniveaus, met landelijk relevante opleidingen, opleidingsmodules en cursussen om die opleidingsniveaus te bereiken. Ook zal er een vereenvoudigde reeks in te vullen individuele persoonskenmerken worden opgenomen.
Momenteel worden de laatste inhoudelijke bijdragen opgesteld.
MAO/MTD heeft eind januari een offerte uitgebracht voor de herbouw van IP+ naar het beoogde Internet-format. De voorbereidende werkzaamheden zijn overigens al veel langer in gang. Concretisering in contractsvorm is door de WOB gevraagd.
De koppelbaarheid aan PION was reeds eerder rond gemaakt in consensus van de beide systeem-aanbieders. Het nieuwe Internet-format vraagt hier enige extra aandacht.
toekomstperspectief
In de toekomst biedt zoals gezegd het 'IP+ in Internet-database-format' zeer aantrekkelijke perspectieven naar ontwikkeling tot een virtueel loopbaancentrum voor de branche. Ook leent het zich goed voor toevoeging van functionaliteit op het gebied van arbeidsomstandigheden (vergelijk het in voorbereiding zijnde Arbo-convenant met normen voor fysieke werkbelasting), werkdruk-monitoring en verbreding en uitbreiding van arbeidsmarktinformatie in wisselwerking met andere branches.
De WOB tracht dit perspectief beter binnen bereik te krijgen via een aanvrage van subsidiëring in het kader van de nieuwe Europese regeling EQUAL. Hierover hoort u binnenkort meer.
wanneer aanbieding
We trachten de aanbieding van een 'IP+ in database-format' medio dit jaar, uiterlijk eind juni, te realiseren. De oorspronkelijk gedachte aanbieding in najaar 2000 bleek helaas niet reëel.
opzegging in proeftijd soms wanprestatie
Vlak voor iemand in zijn nieuwe baan zou beginnen kreeg hij te horen - met een beroep op de afgesproken proeftijd - dat hij meteen weer zou worden ontslagen.
Dat pikte hij niet, want volgens hem dient de proeftijd ervoor dat men elkaar leert kennen. Maar het ontslag had niets te maken met zijn kwaliteiten, maar alleen met ontwikkelingen binnen het bedrijf.
Volgens de president van de rechtbank in Haarlem kan een werkgever misbruik maken van zijn bevoegdheid tijdens de proeftijd op te zeggen. Maar de rechter mag niet onderzoeken of de werkgever deze bevoegdheid voor een ander dan het beoogde doel heeft gebruikt: het ontslag blijft dus in stand. Maar voor de eis tot schadevergoeding ligt dat anders: de werknemer heeft een andere baan laten lopen en de werkgever heeft geen enkele compensatie aangeboden, terwijl de opzegging alleen bedrijfsinterne oorzaken heeft. Dus, vindt hij, moet de werkgever het salaris doorbetalen tot de werknemer een andere baan heeft, terwijl de werknemer zich om die te vinden maximaal moet inspannen.
WISKA komt in maart
Op dit moment wordt de laatste hand gelegd aan de jaarlijkse enquête ten behoeve van het W erkgevers I nformatie S ysteem K osten A rbeidsvoorwaarden (WISKA).
De WISKA-antwoorden moeten half mei binnen zijn bij onderzoeksadviesburo 'Plan'.
Let op: in de ledenvergadering van december is besloten tot een extra contributieheffing die kan oplopen tot 50% voor de leden die niet of te laat met hun gegevens op de proppen komen.
Een gedetailleerde bonus/malusregeling zal met de formulieren worden meegestuurd, zodat u precies weet waar u aan toe bent, mocht tijdig inzenden niet lukken.
Wij adviseren u graag voor het invullen alvast tijd vrij te maken.
maart 2001 verbeterde versie
2001-03
in dit nummer:
bericht over de CAO
stand van zaken
salaristabellen volwassenen
Dit nummer van WOBberichten is geheel gewijd aan het CAO-akkoord en
de daarmee samenhangende veranderingen van de salarissen, de toeslagen onregelmatige
dienst en dergelijke. De langverbeide 'stand van zaken' per 1 januari 2001,
die wij u in januari hebben onthouden, om verwarring te voorkomen.
CAO-akkoord rond
Na ultiem beraad over de laatste knelpunten tussen WOB, CFO en ABVAKABO heeft
ook de ABVAKABO het groene licht gegeven voor het CAO-akkoord 1.1.2001 tot 1.1.2003.
De WOB is hiermee tevreden, omdat de door het misverstand bij de ABVAKABO opgelopen
vertraging niet heeft geleid tot (meer) uitputtende en tijdrovende discussie
over compensatie voor het financiële gevolg voor de kostenconsequenties
van het akkoord.
Terugbetaling c.q. verrekening van de over de eerste drie maanden van 2001 te
veel betaalde ORT, namelijk de hogere percentages van de vroeger geldende -tot
1.1.2001- regeling, vloeit hieruit voort. Deze verrekening is niet nader gespecificeerd
en zal dus op een door de werkgever te bepalen wijze en termijn plaatsvinden.
De werkgever is ook gerechtigd hiervan af te zien. Een bepaling van deze laatste
strekking is in het CAO-akkoord opgenomen: "De werkgever kan afzien van het
laten terugbetalen van de over de eerste drie maanden van 2001, bij vergelijking
van de oude en de nieuwe regeling, te veel betaalde Toelage Onregelmatige Dienst".
De overeengekomen nieuwe ORT-percentages zijn conform de door de bonden voorgestelde amendering, waarover door de WOB bij haar leden is geënquêteerd.
De regeling luidt vanaf 1.1.2001 als volgt:
Overleg in verband met de kanttekeningen die de WOB-ledenvergadering aan de onderhandelaars had meegegeven heeft geleid tot de volgende afspraken:
De doelstelling van snelle afronding zonder moeizame invoering met terugwerkende
kracht is helaas niet bereikt. Ook de start van het afgesproken overleg over
CAO à la carte en vereenvoudiging van de CAO, dat bedoeld is te leiden
tot tussentijdse bijstellingen, heeft enige vertraging opgelopen.
stand van zaken per 1.1'2001
salarissen
De definitieve salarissen per 1 januari 2001 vindt u in de tabellen verderop
in dit nummer. Ze zijn samengesteld uit een 1,9% verhoging in verband met de
brutering van de overhevelingstoeslag per 1.1 van dit jaar en een generieke
verhoging van 4%. Beide verhogingen volgen op elkaar en worden volgens het systeem
van het overlegsecretariaat afgerond op hele guldens.
vakantiegeld
De vakantie-uitkering is 8%, met als minimum voor werknemers van 18 jaar en ouder 262 per maand, voor 15-, 16- en 17- jarigen respectievelijk 142, 163 en 184.
Voor part-timers geldt een evenredig gedeelte van de minimumvakantietoeslag.
Wellicht ten overvloede: er wordt geen OHT meer gegeven, ook hierover niet.
eindejaarsuitkering
De eindejaarsuitkering (CAO-artikel 81) wordt 1% (was 0,5%) van het brutosalaris
inclusief vakantietoeslag; het minimumbedrag van 290 blijft ongewijzigd. De
eindejaarsuitkering telt, als deel van het uiteindelijke jaarsalaris, mee voor
de pensioenpremieberekening.
toeslag onregelmatige dienst (ORT)
In de bepalingen aangaande de ORT zijn belangrijke wijzigingen overeengekomen. Deze wijzigingen gelden vanaf 1 januari 2001 en kunnen daarom leiden tot terugbetalingsverplichtingen voor werknemers die nog ORT hebben ontvangen volgens het tot en met 31 december 2000 geldende systeem. De werkgever kan, bijvoorbeeld om efficiencyredenen, besluiten om niet te laten terugbetalen. Neemt hij zo'n besluit niet, dan is hij daarover uiteraard geen verantwoording schuldig aan OR, werknemersvertegenwoordiging of individuele werknemers.
De ORT voor werken op avonden, voorheen 40%, wordt 25%; geen ORT is verschuldigd over de eerste gewerkte avond (was: eerste 3 aaneengesloten uren) per kalenderweek, mits tijdig ingeroosterd.
Ook de ORT voor werken op zaterdagen, voorheen 50%, wordt 25%; geen ORT is verschuldigd over de eerste gewerkte zaterdag (was: eerste 3 periodes van 3 aaneengesloten gewerkte zaterdaguren) per tijdvak van 3 weken (was: 13 weken), ook weer: mits tijdig ingeroosterd.
Voor invalhulpen wordt de ORT 10% voor avonden (was 20%) én zaterdagen
(was 30%).
salariëring en aanvullingen tijdens arbeidsongschiktheid
In de CAO stond vanouds 'aanvulling tot 100%, resp. 75% van het netto-salaris.
In het betreffende CAO-artikel 33 worden alle woorden netto geschrapt, hetgeen
het lastige 'terugbruteren' voortaan overbodig maakt. Materieel heeft deze wijziging
naar verwachting nauwelijks effect.
vergoeding waarneming hogere functie
De vergoeding uit CAO-artikel 13 is niet meer aan een maximum gebonden en kan
ook worden overeengekomen voor andere -niet per se tot een hoger gesalarieerde
functie behorende- tijdelijk vervulde taken.
minimumloon
De brutobedragen van het wettelijk minimumloon en het minimumjeugdloon zijn per 1 januari 2001 met 3,93% verhoogd. Dit is het gevolg van de aanpassing van het wettelijk minimumloon aan de gemiddelde ontwikkeling van de cao-lonen én de brutering van de overhevelingstoeslag, ook per 1 januari 2001. Het onafgeronde reguliere aanpassingspercentage bedraagt 1,99%.
Voor een werknemer van 23 jaar of ouder is het bruto minimumloon bij een volledig dienstverband per 1 januari 2001 2544,10 per maand.
Ook het minimumjeugdloon is verhoogd.
pensioenpremies
De franchise voor het berekenen van de in te houden pensioenpremie is per 1 januari
2001 gehandhaafd op 26.300 per jaar. In WOBberichten 2000-11 heeft u kunnen
lezen dat de bedoeling is de franchise voorlopig niet te verhogen en zo de pensioenregeling
geleidelijk aan om te bouwen van een regeling die aanvult op de AOW voor alleenstaanden
naar een die al begint vanaf het niveau van de AOW voor één gehuwde.
De deelnemersbijdrage wordt voortaan anders opgebouwd, meer analoog aan de opbouw:
het FlexTOP-recht, dat in de plaats komt van het gehele salaris en het ouderdomspensioen
dat, zoals gezegd, aanvult op AOW.
Het premieverhaal op de deelnemers wordt daarom 0,8% over het gehele salaris plus 2,1% over het salaris boven de franchise.
De totale premie-afdracht aan het pensioenfonds wordt 6,1% (was 5,6%) van het
gehele salaris. Deze 6,1% is inclusief de 0,1% premie IP-pakket, die, anders
dan in WOBberichten 2000-11 stond, vanouds ook over het gehele salaris geldt.
Van de door deelnemers verschuldigde WAO-hiaatpensioenbijdrage blijft het percentage
gelijk, maar wordt de verhaalsvrije voet (WAZ-franchise) hoger.
De bijdrage is 1,4% van het in artikel 21a, lid 3 Pensioenreglement bedoelde
salaris (derhalve met inbegrip van onregelmatigheidstoeslag) minus de per 1 januari
2001 gewijzigde verhaalsvrije voet van 32.972(was: 31.187) op jaarbasis.
Deze franchise wordt, anders dan die voor het OP-pakket, voor parttimers nietverminderd
naar rato van de omvang van het dienstverband.
Bij elke salariswijziging moet de in te houden pensioenpremie gebaseerd zijn
op het nieuwe salarisbedrag. Voor de premie-afdracht geldt sinds 1992: afrekening
naar de stand van zaken per ultimo jaar.
De in te houden pensioenpremie wordt berekend over het salaris inclusief de
toepasselijke vakantietoeslag, verminderd met het franchisebedrag.
Ziekenfondswet
De loongrens om verplicht verzekerd te zijn is per 1 januari 2001 vastgesteld op 65.700 (was: 64.600).
Naast de proportionele premie van 1,70% is de werknemer een nominale premie verschuldigd, die buiten de werkgever om wordt geïncasseerd.
Het werkgeversdeel van de premie, dit jaar 6,25% (was 6,35%), wordt over het gehele loon berekend.
Degene wiens vast overeengekomen maandloon op 1 november 2000 of bij indiensttreding daarna meer dan 5.069,44 exclusief vakantietoeslag bedraagt, is voor de Ziekenfondswet niet verplicht verzekerd.
Loon dat als spaarloon wordt uitbetaald, telt niet mee voor de berekening van het 'vast overeengekomen loon'.
Deelnemen aan een spaarloonregeling kan daarom gevolgen hebben voor al dan niet verplicht verzekerd zijn, met andere woorden: vóór de peildatum beginnen of ophouden met sparen kan leiden tot het overschrijden van de loongrens.
Indien onregelmatigheidstoeslag (ORT) wordt uitbetaald voor een rooster dat van tevoren voor een zeer lange periode (langer dan één maand) is vastgesteld, dan wordt het ORT-bedrag op de peildatum 1 november tot het vast overeengekomen loon gerekend.
Voor de toetsing van de loongrens voor de Ziekenfondsverzekering worden alle
inkomens uit dienstbetrekking, en/of andere, zoals uitkering krachtens de WAO,
aanvulling op de WAO, VUT-uitkering, Weduwenpensioen etc., bij elkaar geteld.
premieloongrens sociale verzekeringen
Voor de berekening van het loon dat bij de premieheffing in aanmerking wordt genomen, gelden de volgende maximale bedragen voor de premieberekening:
| per jaar: | per dag: | |
| Ziekenfondswet (ZFW): | 58.986 | 226 |
| Wachtgeldverzekering: | 87.957 | 337 |
| Werkloosheidswet (WW) | 87.957 | 337 |
| Wet op de Arbeidsongeschiktheids-
verzekering (WAO) |
87.957 | 337 |
| premies sociale verzekering | werkgever | werknemer |
| ZFW | 6,25% | 1,70% |
| Wachtgeld | 2,60% | 0% |
| WW | 3,65% | 5,25% |
| WAO-basis | 6,10%* | 0% |
* bij de WAO-basispremie komt een per werkgever gedifferentieerde premie.
Bovengenoemde percentages van de sociale lasten betreffen de sector Cultuur en Audiovisueel.
Voor leden buiten die sector kunnen andere percentages gelden. Die vindt u in het door uw sectorraad of uitvoeringsinstelling verstrekte materiaal.
Ook voor 2001 geldt bij de WW een franchise in de premieheffing bij werkgevers,
nu van 117 per dag. De werknemersfranchise is gelijk.
overhevelingstoeslag afgeschaft
Omdat met ingang van 1 januari 1990 de premies van de volksverzekeringen (AOW,
AWW, AAW, AWBZ) bij de werknemer worden ingehouden, werd ter compensatie van
deze premies een overhevelingstoeslag (OHT) gegeven van gemiddeld 2% van het
salaris onder aftrek van pensioenpremie en werknemersaandeel WW/WAO en bijtelling
van het werkgeversaandeel ZFW. De OHT is per 1 januari 2001 afgeschaft; om het
nadeel dat werknemers daarvan zouden kunnen ondervinden is een wettelijke verhoging
van de brutosalarissen van 1,9% met een maximum ingesteld. Bij CAO is overeen-gekomen
dat dit maximum niet zou worden gehanteerd, zulks om bepaalde groepen part-timers
geen inkomensnadeel te laten lijden.
reiskosten woon-/werkverkeer
Per 1 januari 2001 gelden de volgende bedragen in Bijlage J, Regeling Vergoeding
Verhuiskosten en Bijlage J, Regeling Tegemoetkoming Woon-/Werkverkeer van de
CAO:
Bijlage I,
artikel 2 lid 2: 205 wordt 212
artikel 2 lid 4: 205 wordt 212
Bijlage J,
artikel 2 lid 2: 205 wordt 212 en 96,25 wordt 100,35
artikel 5 lid 1: 96,25 wordt 100,35
Het normbedrag voor de belastingvrije autokilometervergoeding is voor 2001
wederom niet verhoogd (blijft 0,60).
andere wijzigingen van belang
spaarloonregeling
Het bedrag dat in 2001 maximaal geblokkeerd mag worden gespaard is bevroren op 1.736. De werkgever betaalt daar nu 15% (was 10%) loonbelasting over.
Ook over het werkgeversdeel van de veel zeldzamer voorkomende premiespaarregeling
dient nu loonbelasting te worden betaald: 15%.
afdrachtvermindering
De doorstroomafdrachtvermindering lage lonen voor personen van 23 jaar en ouder verdwijnt, en wel zonder overgangsregeling. Het daarmee vrijkomende geld wordt ingezet voor de bestrijding van de armoedeval door middel van de arbeidskorting, onderdeel van het nieuwe belastingstelsel.
Een nieuwe afdrachtvermindering wordt echter geïntroduceerd voor betaald
ouderschapsverlof. De afdrachtvermindering bedraagt 70% van het doorbetaalde
loon, maar ten hoogste 70% van het voor de werknemer geldende minimumloon, op
voorwaarde dat tenminste 70% van dat minimumloon door de werkgever wordt doorbetaald.
Dit maakt, met de huidige CAO-bepaling, die in 25% doorbetaling van het feitelijke
loon voorziet, dat deze afdrachtkorting zeker niet voor alle werknemers zal
gelden
Een tweede afdrachtvermindering kan worden verkregen op arbo-investeringen
van tenminste 1000. De afdrachtkorting bedraagt 3,5% van de in de FARBO-regeling
genoemde investeringen, en komt, zoals de andere kortingen, in mindering op
de af te dragen loonbelasting. Er gelden speciale voorwaarden.
minimumjeugdloon per 1 januari 2001
bedragen per maand
22 jaar: 2162,50
21 jaar: 1844,50
20 jaar: 1564,60
19 jaar: 1335,70
18 jaar: 1157,60
17 jaar: 1004,90
16 jaar: 877,70
15 jaar: 763,20
jeugdschalen per 1 januari 2001
bedragen per maand
15 jaar:
schaal 1 1465
schaal 2 1501
16 jaar:
schaal 1: 1668
schaal 2: 1705
schaal 3: 1786
schaal 4: 1826
17 jaar:
schaal 1: 1867
schaal 2: 1912
schaal 3: 2001
schaal 4: 2044
schaal 5: 2088
schaal 6: 2318
De Amersfoortse
Wij zijn in gesprek om een aantal onduidelijkheden, ja zelfs klachten over de ziekteverzuimrisicoverzekering op te helderen en liefst op te lossen.
Ondertussen kan het zijn dat niet iedereen rekening heeft gehouden met de hogere salarisbedragen die in 2001 gaan gelden.
Zo nodig zullen de leden die bij De Amersfoortse verzekerd zijn nader bericht krijgen met een keuzeformulier.
Let u op de rubriek 'laatste nieuws' op de wobsite. Daarin zullen wij begin
april nadere informatie geven.
salaristabel volwassenen 2000-2001-2002
| volg- | maandbedrag per | schaal / anciënniteit | ||||||||
| nummer | 1-jan-00 | 1-jan-01 | 1-jan-02 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 |
| 1 | 2516 | 2667 | 2774 | 0 | ||||||
| 2 | 2577 | 2731 | 2840 | 0 | ||||||
| 3 | 2637 | 2794 | 2906 | 1 | ||||||
| 4 | 2695 | 2856 | 2970 | 1 | 0 | |||||
| 5 | 2757 | 2921 | 3038 | 2 | 0 | |||||
| 6 | 2815 | 2983 | 3102 | 3 | 2 | 1 | 0 | |||
| 7 | 2879 | 3051 | 3173 | 4 | 1 | |||||
| 8 | 2946 | 3122 | 3247 | 5 | 3 | 2 | 1 | |||
| 9 | 3031 | 3213 | 3342 | 6 | 4 | 2 | ||||
| 10 | 3125 | 3311 | 3443 | 7 | 5 | 3 | 2 | 0 | ||
| 11 | 3230 | 3423 | 3560 | 6 | 4 | 3 | ||||
| 12 | 3335 | 3534 | 3675 | 7 | 5 | 4 | 3 | 1 | ||
| 13 | 3434 | 3639 | 3785 | 6 | 5 | 4 | ||||
| 14 | 3541 | 3752 | 3902 | 7 | 6 | 5 | 2 | 0 | ||
| 15 | 3646 | 3864 | 4019 | 8 | 7 | 6 | 3 | |||
| 16 | 3751 | 3975 | 4134 | 8 | 7 | 4 | 1 | |||
| 17 | 3847 | 4077 | 4240 | 9 | 8 | 5 | ||||
| 18 | 3954 | 4190 | 4358 | 9 | 6 | 2 | ||||
| 19 | 4056 | 4298 | 4470 | 10 | 7 | 3 | ||||
| 20 | 4156 | 4404 | 4580 | 0 | 8 | 4 | ||||
| 21 | 4260 | 4515 | 4696 | 9 | 5 | |||||
| 22 | 4360 | 4621 | 4806 | 1 | 6 | |||||
| 23 | 4466 | 4733 | 4922 | 7 | ||||||
| 24 | 4579 | 4853 | 5047 | 2 | 8 | |||||
| 25 | 4691 | 4971 | 5170 | 3 | 9 | |||||
| 26 | 4789 | 5075 | 5278 | 4 | 0 | |||||
| 27 | 4901 | 5194 | 5402 | 5 | ||||||
| 28 | 5012 | 5311 | 5523 | 6 | 1 | |||||
| 29 | 5119 | 5425 | 5642 | 7 | ||||||
| 30 | 5220 | 5532 | 5753 | 8 | 2 | 0 | ||||
| 31 | 5328 | 5646 | 5872 | 9 | ||||||
| 32 | 5495 | 5823 | 6056 | 3 | 1 | |||||
| 34 | 5700 | 6040 | 6282 | 4 | 2 | |||||
| 36 | 5942 | 6297 | 6549 | 5 | 3 | |||||
| 38 | 6168 | 6536 | 6797 | 6 | 4 | 0 | ||||
| 40 | 6409 | 6792 | 7064 | 5 | 1 | |||||
| 42 | 6672 | 7071 | 7354 | 6 | 2 | |||||
| 44 | 6888 | 7300 | 7592 | 7 | 3 | |||||
| 46 | 7122 | 7547 | 7849 | 4 | ||||||
| 48 | 7353 | 7793 | 8105 | 5 | ||||||
| 50 | 7586 | 8039 | 8361 | 6 | 0 | |||||
| 52 | 7817 | 8285 | 8616 | 7 | 1 | |||||
| 54 | 8036 | 8517 | 8858 | 8 | 2 | |||||
| 56 | 8253 | 8746 | 9096 | 3 | 0 | |||||
| 58 | 8480 | 8987 | 9346 | 4 | 1 | |||||
| 60 | 8697 | 9216 | 9585 | 5 | 2 | 0 | ||||
| 62 | 8917 | 9449 | 9827 | 6 | 3 | 1 | ||||
| 64 | 9191 | 9741 | 10131 | 7 | 4 | 2 | ||||
| 66 | 9484 | 10051 | 10453 | 5 | 3 | |||||
| 68 | 9758 | 10341 | 10755 | 6 | 4 | |||||
| 70 | 10,033 | 10633 | 11058 | 7 | 5 | |||||
| 72 | 10,347 | 10966 | 11405 | 6 | ||||||
| 74 | 10,623 | 11258 | 11708 | 7 | ||||||
| 76 | 10,917 | 11569 | 12032 | 8 | ||||||
| 78 | 11,235 | 11906 | 12382 | |||||||
| 80 | 11,551 | 12241 | 12731 | |||||||
| 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | ||||
april 2001 nogmaals verbeterde versie
2001-04
in dit nummer:
onderscheiding Swarte
nieuwe vakantiewetgeving
verlofsparen
inhouding pensioenpremie
laatste oproep inzenden WISKA
advocaten met ervaring in arbeidsrecht
In het aprilnummer vermelding van de onderscheiding van de heer Swarte, de nieuwe
vakantiewetgeving en de regeling om verlof te sparen worden toegelicht. In de marge
leest u loonbelastingtips, dat pensioenvoorlichting voortaan voor een vast bedrag
gebeurt en de voortgang van het IP+project.
de heer Swarte ridder in de orde van Oranje Nassau
Vrijdag 27 april ( als de post goed werkt vandaag) wordt de heer dr J.L. Swarte als ridder in de orde van Oranje Nassau onderscheiden . Het lintje zal hem worden uitgereikt door de burgemeester van Den Helder.
De onderscheiding volgt mede op voordracht van het WOB-bestuur vanwege zijn grote
verdiensten voor het bibliotheekwerk in de afgelopen jaren als voorzitter van het bestuur van
de WOB.
nieuwe vakantiewetgeving
In het laatste nummer van 2000 van WOBberichten hebben wij kort aangegeven dat er met ingang van 1 februari 2001 nieuwe regels zijn met betrekking tot het opnemen van vakantieverlof. Inmiddels kennen wij de tekst van de nieuwe regelgeving en willen we in dit artikel verder en gedetailleerder op dit onderwerp ingaan.
De nieuwe vakantiewetgeving geeft werkgevers en werknemers meer ruimte om samen afspraken te maken over vakantiedagen. Vrije dagen kunnen zo beter worden afgestemd op individuele wensen en behoeften.
Uitgangspunt blijft dat de werknemer recht heeft op vakantie met behoud van loon. De wettelijke minimumaanspraak is vier keer het aantal werkdagen per week.
Vakantiedagen worden door het jaar heen opgebouwd. Parttimers bouwen naar evenredigheid vakantiedagen op, hetzelfde geldt voor een werknemer die slechts een gedeelte van een jaar in dienst was. Ook tijdens zwangerschaps- en bevallingsverlof of ziekte bouwt een werknemer vakantierechten op. Bij ziekte over maximaal de laatste 6 maanden.
vakantieplanning
De werknemer moet ieder jaar in de gelegenheid worden gesteld om zoveel vakantie op te nemen waar hij minimaal recht op heeft (20 dagen).
De werkgever stelt in overleg met de werknemer de tijdstippen van aanvang en einde van de vakantie vast, rekening houdend met de wensen van de werknemer. Dit geeft de werkgever ook de mogelijkheid (met instemming van de medezeggenschapsraad) om een collectieve vrije dag of een collectieve vakantie in te plannen. Volgens de CAO wordt de vakantie op verzoek van de werknemer in elk geval zodanig verleend, dat de werknemer een periode van drie aaneengesloten weken vakantie kan genieten.
Nieuw is dat de werkgever na ontvangst van de vakantiewensen van de werknemer twee weken de tijd heeft om eventuele bezwaren schriftelijk kenbaar te maken. Doet hij dat niet dan is na afloop van die twee weken de vakantie overeenkomstig de wensen van de werknemer vastgesteld. Heeft de werkgever om gewichtige redenen bezwaar tegen de voorgestelde vakantie dan moet de werknemer in de gelegenheid worden gesteld op een ander tijdstip drie aaneengesloten weken vakantie op te nemen. Een gewichtige reden kan zijn het feit dat een collectieve vakantie is afgesproken.
verjaringstermijn van 2 naar 5 jaar
Vakantiedagen kunnen langer opgespaard worden. Vakantierechten blijven voortaan 5 jaar, na het jaar waarin ze zijn opgebouwd, staan.
Deze langere verjaringstermijn staat overigens niet in de weg om, zoals tot nu toe ook al veel gebeurde, een interne regeling te maken waarin afspraken worden opgenomen over welk deel van de vakantie in een bepaald jaar moeten worden opgenomen en hoeveel dagen mee mogen worden genomen naar het volgende jaar. Tevens kan worden afgesproken dat alle dagen in het jaar waarin ze worden opgebouwd ook moeten worden opgenomen. De werkgever moet naleving van dergelijke afspraken in de gaten houden en zo nodig na overleg met de werknemer verlofdagen aanwijzen. Dagen die ondanks dergelijke afspraken niet worden opgenomen, raakt de werknemer niet kwijt. Het bewaken van de naleving van interne regels en afspraken is dus essentieel.
'overige vakantiedagen' in uren opnemen
De vakantieaanspraken die de werknemer overhoudt buiten het vastgestelde tijdvak van vakantie mogen opgenomen worden in dagen of uren tenzij de werkgever aangeeft dat gewichtige redenen zich daartegen verzetten.
afkopen van vakantiedagen nog niet toegestaan in onze sector
In de toekomst mogen bovenwettelijke vakantiedagen worden afgekocht, mits dit schriftelijk is vastgelegd. Bovenwettelijke dagen die voortvloeien uit een CAO-bepaling kunnen echter volgens een overgangsbepaling tot
1.2.2004 alleen worden afgekocht indien de CAO daartoe de mogelijkheid geeft.
De CAO Openbare Bibliotheken kent een dergelijke bepaling op dit moment (nog) niet.
Hoe dan ook wordt het in de toekomst dus mogelijk bovenwettelijke vakantiedagen af te kopen. Het is dus van groot belang de tegoeden aan vakantiedagen van werknemers boven de wettelijke dagen (20) als dit nog niet gebruikelijk is om deze alsnog te kapitaliseren en in de begroting op te nemen, zodat voor dergelijke claims geld gereserveerd wordt. Helemaal nu de verjaringstermijn is verlengd tot vijf jaar kunnen deze claims aardig oplopen.
ruilen van ziektedagen tegen vakantiedagen
Het ruilen van ziektedagen tegen vakantiedagen is toegestaan mits hierover schriftelijk tevoren een afspraak is gemaakt, bijvoorbeeld bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst. Zo'n afspraak kan alleen maar gaan over de bovenwettelijke dagen van het lopende jaar.
Ad hoc ruilen van bijzonder verlof of ziektedagen tegen vakantiedagen kan ook. De werkgever kan als het verzuim of het bijzonder verlof zich voordoet, voorstellen om bijzonder verlof (b.v. buitengewoon verlof) te ruilen tegen vakantiedagen. De werknemer moet hier dan wel mee instemmen. Voor deze ruil ad hoc mogen naast de bovenwettelijke dagen van het lopende jaar ook de opgespaarde dagen van het voorgaande jaar worden gebruikt.
bepaling over kwijtraken vakantiedagen bij opzegging na ziekte is vervallen
De aanspraak op vakantieverlof die de werknemer tijdens ziekte of zwangerschaps- en bevallingsverlof had opgebouwd, verviel in het verleden op het moment dat de werknemer de arbeidsovereenkomst door opzegging beëindigde, alvorens hij zij het werk had hervat. Deze bepaling is in de nieuwe wetgeving komen te vervallen.
vakantierechten bij een nieuwe baan
Volgens het huidige artikel 641BW kan een werknemer die van baan verandert aan het einde
van zijn dienstverband de niet genoten vakantiedagen laten uitbetalen. Bij zijn nieuwe
werkgever kan de werknemer evenveel onbetaalde vakantiedagen claimen als door zijn vorige
werkgever zijn uitbetaald. Nieuw is dat hiervan bij schriftelijke overeenkomst (tussen
werknemer en nieuwe werkgever) kan worden afgeweken, mits de werknemer nog wel recht
houdt op het wettelijk minimum.
verlofsparen
De mogelijkheid om verlof te sparen is vooral een fiscaal verhaal. De regeling is te vinden in artikel 11 van de Wet op de loonbelasting. Toepassing in de praktijk vergt zoals verderop zal blijken een nadere regeling per organisatie. Door de WOB wordt bekeken of een voorbeeld voor een regeling op instellingsniveau kan worden gemaakt.
De mogelijkheden van het verlofsparen zullen door de WOB betrokken worden bij de voorbereiding van een CAO à la carte-systeem.
Regeling voor verlofsparen
Eventuele nadelige gevolgen (voor de werknemers) voor het niet verzekerd zijn voor de WAO of de Ziektewet tijdens het onbetaalde verlof worden na afloop gerepareerd.
Artikel 11, lid 1, sub 5, onderdeel x Wet op de loonbelasting geeft aan welke aanspraken op verlof niet tot het loon behoren. Op deze aanspraken is de omkeerregel van toepassing, d.w.z.: de ze aanspraken zijn vrijgesteld op het moment dat ze worden toegekend, maar de uitkeringen behoren later wel tot het loon en worden dan dus in de belastingheffing betrokken.
De volgende aanspraken behoren niet tot het loon:
inhouding pensioenpremie
Op verzoek van enkele leden treft u aan de achterzijde van deze WOBberichten de tabel
inhouding pensioenpremie per 1 januari 2001.
laatste oproep inzenden WISKA
De uiterste verzenddatum WISKA 2000 is vrijdag 11mei. Bij ontvangst na 12 mei treed de
malus in werking van de bonus-malus regeling, waartoe in de ledenvergadering van december
2000 is besloten.
advocaten met ervaring in het arbeidsrecht
Af en toe krijgt het bureau van de WOB van een van de leden de vraag of wij een in het
arbeidsrecht gespecialiseerde advocaat kunnen aanbevelen. Helaas kennen wij alleen
advocaten in Den Haag. We willen daarom een oproep doen aan leden die (goede) ervaring
hebben met arbeidsrecht-advocaten om dit door te geven aan het WOB-bureau zodat wij
daarmee wellicht in de toekomst andere leden van dienst kunnen zijn.
loonbelastingtips: lunchen en lenen
Bent u zo'n werkgever die gratis viersterrenlunches verstrekt in de kantine? Als u uw medewerkers echt in de watten wilt leggen kunt u beter een kleine bijdrage vragen.
Per 1 januari worden die maaltijden namelijk als loon in natura belast voor de 'waarde in het economische verkeer', ofwel wat u er buiten de deur voor zou moeten betalen.
Als u echter de 'rechtstreekse kosten' (minimaal 3,04 voor een lunch) in rekening brengt, hoeft over het meerdere geen belasting te worden betaald.
Ook belast vanaf januari: het rentevoordeel dat iemand heeft uit een (bijna) renteloze lening
van de zaak, tenzij het gaat om leningen voor aanschaf, verbetering of onderhoud van de
'eigen woning die tot hoofdverblijf dient' of zaken die de werkgever belastingvrij mag
vergoeden, bijvoorbeeld voor een PC-privé-regeling. Belasting wordt geheven over het
verschil tussen de betaalde rente en wat normaal zou zijn. Er is een overgangsregeling.
pensioenvoorlichting met korting
De heer Van Duijnen, waarschijnlijk het langst zittende bestuurslid van het pensioenfonds, geeft op verzoek op locatie voorlichting over de diverse pensioen- en Flex TOP-regelingen.
Bij deze presentaties wordt hij ondersteund door een deskundige van de administrateur, AZL, uit Heerlen.
Voor bibliotheken die een flink eind van Heerlen vandaan zitten kunnen de kosten door de reisuren flink oplopen.
Besloten is daarom steeds hetzelfde bedrag f 1000 excl. BTW per presentatie te rekenen - en
dat is zelfs voor bibliotheken onder de rook van Heerlen voordeliger dan het was.
voorbereiding aanbieding IP+
In WOBberichten van februari gaven we een overzicht van de vorderingen tot de aanbieding van IP+ in licentie. De redactionele afronding van de inhoudelijke vulling staat geprogrammeerd op 21 mei a.s.
Door treinstakingen moest een geplande bijeenkomst op 12 april worden afgelast. Het
betreffende contract met aanbieder MAO/MTD voor met name herbouw van "onze"
IP+-vulling tot een internet-database format nadert ook de voltooiing. Nog steeds is ons
voornemen om eind juni een aanbieding aan de leden te doen. Voor concrete invoering door
bibliotheken zien we geen eerdere mogelijkheid dan na de zomerperiode.
inhouding pensioenpremie - nogmaals verbeterde tabel
| inhouding pensioenpremie | 1 januari 2001 | ||
| franchise OP + (excedent) IP | 26,300.00 | ||
| inhouding OP | boven franchise |
2.1% | |
| inhouding Flex | zonder franchise | 0.8% | |
| franchise WAO-hiaatreparatie | 32,972.00 | ||
| inhouding WAO-hiaatreparatie | 1.4% | ||
| minimum vakantietoeslag | 262 | ||
| vakantietoeslag | 8% | ||
| eindejaarsuitkering | 1% | ||
| schaal- | pensioen- | inhouding OP/IP- | inhouding |
| salaris | grondslag | pensioenpremie | wao-hiaatpremie |
| 2667 | 35,499.48 | 39.77 | 2.95 |
| 2731 | 36,275.16 | 41.64 | 3.85 |
| 2794 | 37,038.72 | 43.49 | 4.74 |
| 2856 | 37,790.16 | 45.30 | 5.62 |
| 2921 | 38,577.96 | 47.21 | 6.54 |
| 2983 | 39,329.40 | 49.02 | 7.42 |
| 3051 | 40,153.56 | 51.01 | 8.38 |
| 3122 | 41,014.08 | 53.09 | 9.38 |
| 3213 | 42,117.00 | 55.76 | 10.67 |
| 3311 | 43,339.67 | 58.71 | 12.10 |
| 3423 | 44,805.70 | 62.26 | 13.81 |
| 3534 | 46,258.65 | 65.77 | 15.50 |
| 3639 | 47,633.05 | 69.09 | 17.10 |
| 3752 | 49,112.18 | 72.66 | 18.83 |
| 3864 | 50,578.21 | 76.21 | 20.54 |
| 3975 | 52,031.16 | 79.72 | 22.24 |
| 4077 | 53,366.30 | 82.94 | 23.79 |
| 4190 | 54,845.42 | 86.52 | 25.52 |
| 4298 | 56,259.10 | 89.93 | 27.17 |
| 4404 | 57,646.60 | 93.29 | 28.79 |
| 4515 | 59,099.54 | 96.80 | 30.48 |
| 4621 | 60,487.04 | 100.15 | 32.10 |
| 4733 | 61,953.08 | 103.69 | 33.81 |
| 4853 | 63,523.83 | 107.49 | 35.64 |
| 4971 | 65,068.40 | 111.22 | 37.45 |
| 5075 | 66,429.72 | 114.51 | 39.03 |
| 5194 | 67,987.38 | 118.28 | 40.85 |
| 5311 | 69,518.87 | 121.98 | 42.64 |
| 5425 | 71,011.08 | 125.59 | 44.38 |
| 5532 | 72,411.67 | 128.97 | 46.01 |
| 5646 | 73,903.88 | 132.58 | 47.75 |
| 5823 | 76,220.74 | 138.18 | 50.46 |
| 6040 | 79,061.18 | 145.04 | 53.77 |
| 6297 | 82,425.21 | 153.17 | 57.70 |
| 6536 | 85,553.63 | 160.73 | 61.35 |
| 6792 | 88,904.56 | 168.83 | 65.25 |
| 7071 | 92,556.56 | 177.65 | 69.52 |
| 7300 | 95,554.08 | 184.90 | 73.01 |
| 7547 | 98,787.21 | 192.71 | 76.78 |
| 7793 | 102,007.25 | 200.49 | 80.54 |
| 8039 | 105,227.29 | 208.27 | 84.30 |
| 8285 | 108,447.34 | 216.06 | 88.05 |
| 8517 | 111,484.12 | 223.39 | 91.60 |
| 8746 | 114,481.64 | 230.64 | 95.09 |
| 8987 | 117,636.24 | 238.26 | 98.77 |
| 9216 | 120,633.75 | 245.51 | 102.27 |
| 9449 | 123,683.63 | 252.88 | 105.83 |
| 9741 | 127,505.79 | 262.11 | 110.29 |
| 10051 | 131,563.57 | 271.92 | 115.02 |
| 10341 | 135,359.55 | 281.09 | 119.45 |
| 10633 | 139,181.72 | 290.33 | 123.91 |
| 10966 | 143,540.55 | 300.86 | 129.00 |
| 11258 | 147,362.72 | 310.10 | 133.46 |
| 11569 | 151,433.58 | 319.94 | 138.21 |
| 11906 | 155,844.78 | 330.60 | 143.35 |
| 12241 | 160,229.79 | 341.20 | 148.47 |
| 10000 | 130,896.00 | 270.31 | 114.24 |
LET OP! Inhouding WAO-hiaatpremie kent een ander franchisebedrag; bovendien wordt premie slechts berekend over het salaris boven de franchise waarbij de franchise wordt bepaald ongeacht de omvang van de betrekking.
mei 2001
2001- 05
arboconvenant in zicht
werkgeversbijdrage bij ontslag oudere werknemer
btzr voor parttimer met eigen zaak
fiets voor de zaak
CAO boekje bijna klaar
weer dat antwoordapparaat
Dit meinummer van WOBberichten doet verslag van de voortgang van het arboconvenant-traject. Verder kunt u lezen dat werkgevers in de toekomst bij moeten dragen aan de WW bij ontslag van een oudere werknemer en over het recht op een interim-uitkering van een werknemer met een eigen zaak. Het CAO boekje is bijna klaar en het antwoordapparaat van de WOB wacht op u.
In de marge leest u dat ook dit jaar de interimbedragen bevroren blijven op het niveau van 1999 en dat de
WISKA-response dit jaar goed is.
arboconvenant in zicht
Een jaar geleden hebben we u in WOBberichten 2000-05 laten weten dat CAO-partijen en een vertegenwoordiger van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) een intentieverklaring hebben ondertekend om gezamenlijk te komen tot een arboconvenant.
Aandachtspunten in de intentieverklaring waren fysieke belasting en werkdruk.
Met subsidie van SZW is daarna ter voorbereiding van dit convenant door bureau VHP-adviseurs onderzoek gedaan naar de fysieke en ergonomische belasting van werknemers in de bibliotheken en naar mogelijke oplossingen. Een aantal bibliotheken is bezocht en er is twee keer een enquête rondgestuurd met een voldoende respons.
Het onderzoek heeft een lijvig rapport opgeleverd. Het bevat een verslag van het onderzoek en de resultaten. Tevens zijn voor de knelpunten mogelijke oplossingen aangegeven. Voorts is er een aantal maatregelen uitgekomen waarover afspraken in het convenant worden gemaakt. Uitvoering van de maatregelen wordt voor een deel door SZW (max. 50%) betaald, de sector zal zelf ook moeten bijdragen in de kosten.
Een van de afspraken is de fysieke belasting te beperken door het invoeren van taakroulatie in het werk dat wil zeggen dat het werk zo wordt ingericht dat regelmatig afgewisseld wordt tussen staan, zitten en lopen tijdens het werk.
Een andere afspraak in het convenant is om het personeel dat betrokken is bij de uitleen, inname en het opbergen van boeken te trainen op de werkplek in gezond werktechnieken. Hiervoor is een training ontwikkeld die op dit moment getest wordt in een aantal bibliotheken. Vervolgens is het de bedoeling dat deze training in alle bibliotheken en middelgrote en grote filialen op de werkplekken worden gegeven. De kosten per training worden geraamd op ca. 4000,-, waarvan SZW de helft betaalt, de andere helft moet de bibliotheek zelf betalen. Aan een training kunnen 8 personen deelnemen. De training duurt een dagdeel.
Verder worden afspraken gemaakt over het beperken van de reikhoogte en bukdiepte door het aanpassen van de hoogte van de bovenste en de onderste plank van de kasten en de boekenkar.
Voorts zullen er aanbevelingen in het convenant worden opgenomen om de leners bepaalde logistieke taken te laten
uitvoeren en de schuifbalies op den duur te vervangen door balies uitgevoerd met een barcode scanner.
Op dit moment wordt door de Begeleidingscommissie nog onderzocht of en in hoeverre in het convenant afspraken
worden gemaakt over de invoering van een werkdrukmeter, de actualisering van de branche-specifieke risico-inventarisatie
en -evaluatie (RIE) en de terugdringing van het ziekteverzuim.
Volgens de planning zal begin oktober een landelijke presentatie worden gegeven van de resultaten van het onderzoek en
wordt tijdens deze bijeen-komst het arboconvenant getekend. Tijdens deze presentatie zullen de afspraken en
aanbevelingen uitvoerig worden toegelicht
ww-bijdrage werkgever bij ontslag oudere werknemer
Ontslag van werknemers van 57,5 jaar en ouder is volgens de plannen van de regering vanaf 11 mei jongstleden duurder geworden voor werkgevers. Zij betalen dan namelijk een deel van de werkloosheidslasten in de vorm van een werkgeversbijdrage. Deze bijdrage neemt toe met de bedrijfsgrootte.
Een bedrijf met meer dan 50 werknemers in dienst betaalt 30% van de
werkloosheidslasten, maar nooit meer dan 3% van alle lonen die dat bedrijf aan alle werknemers tezamen betaalt. Een
werkgever betaalt de bijdrage zolang de werkloosheid voortduurt, dus maximaal 7,5 jaar.
btzr-bijdrage voor part-timer met eigen zaak?
Laatst kregen wij een vraag over een part-timemedewerker met eigen bedrijf en een aanvraag voor een 'interim'-uitkering (zoals de BTZR nog steeds wordt genoemd).
Voor zijn werk bij de bibliotheek zou hij verplicht Ziekenfondsverzekerd zijn, maar -naar hij meldde- met zijn inkomen uit onderneming juist niet.
Om te beoordelen of deze werknemer inderdaad recht heeft op een 'interim'-uitkering (naar rato van zijn part-timefactor) moet worden vastgesteld dat hij inderdaad als zelfstandige niet verplicht verzekerd is.
Dat kan de werkgever doen door het Landelijk punt uitvoering heffing Ziekenfondswet voor zelfstandigen in Enschede te bellen, op 0800 0047. Aan de hand van het SoFinummer van de werknemer kan men daar checken of de werknemer wel of niet als verplicht Zfw-verzekerde is aangemerkt.
Ten onrechte niet inhouden van premie kan u op akelige navorderingen komen te staan. Daarom: vraag de naam van
degene die u in Enschede helpt en houdt aantekening van tijd en datum van het gesprek, laat de werknemer tekenen dat hij
veranderingen direct meldt, maar bel zelf ook als u meer dan een jaar niets gehoord heeft.
fiets voor de zaak
In het CAO-akkoord is een afspraak gemaakt tussen CAO-partijen om in de CAO een regeling voor 'fiets-privé' op te nemen vergelijkbaar met de pc-privéregeling. Deze fiets-privéregeling is in de maak en zal als die klaar is in het Handboek Arbeidsvoorwaarden worden opgenomen.
Omdat we geregeld vragen over het onderwerp 'fiets' krijgen willen we u nog een keer wijzen op het artikel met als titel 'fiets voor woon-werkverkeer' in WOBberichten 2000-07-08.
Voorts kunt u bij ons informatie krijgen over NFP: Nationale Fiets Projecten.
Dit is een organisatie die zich bezig houdt met advies, realisatie en administratie van fietsprojecten voor bedrijven en instellingen.
Uitgangspunten bij deze projecten zijn:
U kunt zich natuurlijk ook rechtstreeks wenden tot het NFP: tel:0513-653033,
Postbus 594, 8440 AN Heerenveen
het CAO boekje is bijna klaar
De eerste drukproef wordt volgende week verwacht. Dus we verwachten dat het CAO-boekje eind juni verkrijgbaar is.
weer dat antwoordapparaat!
Wie het secretariaat belt krijgt nogal eens in plaats van een menselijke medewerker het antwoordapparaat aan de lijn.
Buitengewoon frustrerend, vooral als u op vrijdag om half vijf belt. 'Zijn ze nu al naar huis?' zult u denken.
In de regel niet, want als het antwoordapparaat opneemt, betekent dit meestal dat tenminste een van de medewerkers weliswaar in gesprek, maar wel aanwezig is. Leg dus niet neer, maar spreek duidelijk uw naam en telefoonnummer in, dan wordt u binnen een half uur teruggebeld. Meestal is een van de medewerkers tot na vijven aanwezig en anders wordt u de volgende ochtend teruggebeld.
Tip: als u de tekst van ons apparaat zo langzamerhand wel kent, dan kunt u door op de 5 te drukken de rest van het verhaal over laten slaan en direct inspreken.
tegemoetkoming ziektekosten
In navolging van de rijksoverheid blijven ook dit jaar de bedragen tegemoet-koming ziektekosten, alias BTZR, alias 'interim', gehandhaafd op het niveau van 1999. Dit betekent dat het bedrag vanaf 1 januari 2001 blijft:
a. voor (mede)betrokkenen: 143,82
b. voor één medebetrokken kind jonger dan 16 jaar: 71,91
c. voor medebetrokken kinderen van 16 tot en met 26 jaar: 85,36
WISKA-response goed
Een zonnig bericht uit Utrecht van Dr. Landsheer van Onderzoeksadviesbureau 'Plan': er zijn dit jaar meer dan twee keer zoveel ingevulde enquêteformulieren op tijd teruggekomen als vorig jaar.
Dit betekent natuurlijk wel dat de 'bonuspot' niet overmatig gevuld zal zijn - wat misschien een troost kan zijn voor de
leden die de deadline van 13 mei niet hebben gehaald en dus wel bijdragen maar niet meedelen in de pot.
hierna de pensioentabellen met de juiste salarissen voor 2001 - op de tabellen in het vorige nummer stonden de
bedragen van 2002, waarop overigens wel de correcte berekening voor dit jaar was losgelaten.
inhouding pensioenpremie - verbeterde tabel
| inhouding pensioenpremie | 1 januari 2001 | ||
| franchise OP + (excedent) IP | 26,300.00 | ||
| inhouding OP | boven franchise |
2.1% | |
| inhouding Flex | zonder franchise | 0.8% | |
| franchise WAO-hiaatreparatie | 32,972.00 | ||
| inhouding WAO-hiaatreparatie | 1.4% | ||
| minimum vakantietoeslag | 262 | ||
| vakantietoeslag | 8% | ||
| schaal- | pensioen- | inhouding OP/IP- | inhouding |
| salaris | grondslag | pensioenpremie | wao-hiaatpremie |
| 2667 | 35,148.00 | 38.92 | 2.54 |
| 2731 | 35,916.00 | 40.77 | 3.43 |
| 2794 | 36,672.00 | 42.60 | 4.32 |
| 2856 | 37,416.00 | 44.40 | 5.18 |
| 2921 | 38,196.00 | 46.28 | 6.09 |
| 2983 | 38,940.00 | 48.08 | 6.96 |
| 3051 | 39,756.00 | 50.05 | 7.91 |
| 3122 | 40,608.00 | 52.11 | 8.91 |
| 3213 | 41,700.00 | 54.75 | 10.18 |
| 3311 | 42,910.56 | 57.68 | 11.59 |
| 3423 | 44,362.08 | 61.18 | 13.29 |
| 3534 | 45,800.64 | 64.66 | 14.97 |
| 3639 | 47,161.44 | 67.95 | 16.55 |
| 3752 | 48,625.92 | 71.49 | 18.26 |
| 3864 | 50,077.44 | 75.00 | 19.96 |
| 3975 | 51,516.00 | 78.47 | 21.63 |
| 4077 | 52,837.92 | 81.67 | 23.18 |
| 4190 | 54,302.40 | 85.21 | 24.89 |
| 4298 | 55,702.08 | 88.59 | 26.52 |
| 4404 | 57,075.84 | 91.91 | 28.12 |
| 4515 | 58,514.40 | 95.38 | 29.80 |
| 4621 | 59,888.16 | 98.70 | 31.40 |
| 4733 | 61,339.68 | 102.21 | 33.10 |
| 4853 | 62,894.88 | 105.97 | 34.91 |
| 4971 | 64,424.16 | 109.67 | 36.69 |
| 5075 | 65,772.00 | 112.92 | 38.27 |
| 5194 | 67,314.24 | 116.65 | 40.07 |
| 5311 | 68,830.56 | 120.32 | 41.83 |
| 5425 | 70,308.00 | 123.89 | 43.56 |
| 5532 | 71,694.72 | 127.24 | 45.18 |
| 5646 | 73,172.16 | 130.81 | 46.90 |
| 5823 | 75,466.08 | 136.35 | 49.58 |
| 6040 | 78,278.40 | 143.15 | 52.86 |
| 6297 | 81,609.12 | 151.20 | 56.74 |
| 6536 | 84,706.56 | 158.68 | 60.36 |
| 6792 | 88,024.32 | 166.70 | 64.23 |
| 7071 | 91,640.16 | 175.44 | 68.45 |
| 7300 | 94,608.00 | 182.61 | 71.91 |
| 7547 | 97,809.12 | 190.35 | 75.64 |
| 7793 | 100,997.28 | 198.05 | 79.36 |
| 8039 | 104,185.44 | 205.76 | 83.08 |
| 8285 | 107,373.60 | 213.46 | 86.80 |
| 8517 | 110,380.32 | 220.73 | 90.31 |
| 8746 | 113,348.16 | 227.90 | 93.77 |
| 8987 | 116,471.52 | 235.45 | 97.42 |
| 9216 | 119,439.36 | 242.62 | 100.88 |
| 9449 | 122,459.04 | 249.92 | 104.40 |
| 9741 | 126,243.36 | 259.06 | 108.82 |
| 10051 | 130,260.96 | 268.77 | 113.50 |
| 10341 | 134,019.36 | 277.86 | 117.89 |
| 10633 | 137,803.68 | 287.00 | 122.30 |
| 10966 | 142,119.36 | 297.43 | 127.34 |
| 11258 | 135,096.00 | 280.46 | 119.14 |
| 11569 | 138,828.00 | 289.48 | 123.50 |
| 11906 | 142,872.00 | 299.25 | 128.22 |
| 12241 | 146,892.00 | 308.96 | 132.91 |
LET OP!
Inhouding WAO-hiaatpremie kent een ander franchisebedrag; bovendien wordt premie
slechts berekend over het salaris boven de franchise waarbij de franchise wordt
bepaald ongeacht de omvang van de betrekking.
juni 2001
2001- 06
in dit nummer:
OBIP+ binnenkort verkrijgbaar
BASOB IV en BASOB V
presentatie arboconvenant
9 oktober a.s.
vakantiewetgeving
in de marge
Dit nummer van WOBberichten is voor een belangrijk deel gewijd aan OBIP+, we willen graag uw belangstelling peilen, en aan BASOB IV en BASOB V. Op 9 oktober wordt het arboconvenant gesloten en gepresenteerd. In de marge wordt uw geheugen opgefrist: wat u
ook weer kunt met OBIP+ en verder: het CAO boekje binnenkort verkrijgbaar, brancherapportage Arboned verkrijgbaar, rechtspraak over verzwijgen operatie bij verleging van tijdelijk contract. De volgende twee WOBberichten worden gecombineerd.
De WOB vraagt van alle leden attentie voor de hierna volgende aankondiging.
OBIP+ BINNENKORT BESCHIKBAAR
PEILING DER BELANGSTELLING.
Op vele fronten wordt gewerkt aan de vernieuwing van de branche. In de NBLC-ledenvergadering van 7 juni was veel waardering voor het actieprogramma Strategische personeelsplanning, opgesteld door de pas ingestelde task-force van WOB en NBLC. Vanuit de zaal werd met nadruk gesteld dat in het stuk feitelijk de enige ontbrekende schakel de grote benodigde eigen inspanning van de bibliotheken was. Gevraagd werd om een implementatieplan voor locale bibliotheken, landelijke coördinatie en tijdsfasering.
Wanneer het gaat om loopbaanontwikkeling, het totstandbrengen van beweging van mensen, instroom, doorstroom, en opleidingsplanning, omslag van organisaties in hun personeelsmanagement, is het voornaamste beleidsinstrument van de WOB haar IP+- project.
Met veel genoegen maken wij het volgende bekend.
Behalve aan de deskundigheid van de betrokkenen bij de drie pilotstudies (OB Amsterdam, Overijssel en provincie Utrecht) is de gedegen vulling en inhoudelijke redactie te danken aan de deskundigheid en inzet van grote bibliotheekorganisaties als Biblioservice, Probiblio en PBC Noord-Brabant, en de Vereniging NBLC.
Het desbetreffende contract tussen WOB en MAO/MTD's dochteronderneming IP PLUS B. V. is getekend. De planning is zodanig dat in het najaar na tests het systeem operationeel zal zijn.
3. Het nemen van een licentie-abonnement op de OBIP+ is te zien als keuze voor methodische aanpak van organisatievernieuwing, in lijn met de gedachten van branchevernieuwing en modern human resource-management. De WOB heeft in haar aanbod dan ook een koppeling gemaakt tussen beschikbaarstelling van de technische faciliteiten en implementatie langs de weg van verantwoorde introductie bij management en medewerkers, alsmede een permanent aanbod van technische en inhoudelijke helpdesk.
Gemeend wordt dat we de bibliotheken een slechte dienst zouden bewijzen, als we zouden nalaten de beslissing tot gebruikmaking van IP+ in te bedden in een deugdelijk kader van ondersteuning. Hieraan is uiteraard wel een prijskaartje verbonden.
Deze vergen tevoren via OBIP+ enige investering in aandacht, tijd en kosten van met name de licentie. Met OBIP+ beschikt de werkgever over een structuur van informatie over zijn personele organisatie, functiegebouw etc. en over een structuur om op kwalitatief hoog niveau met iedere medewerker het gesprek aan te kunnen gaan over diens ontwikkeling. Het vormt tezamen een structureel platform voor de communicatie tussen werkgever en werknemer. Dit structurele platform zal met name bij in de toekomst komende organisatieveranderingen klaarliggen en zijn diensten bewijzen: hogere kwaliteit van besluiten, grotere efficiency.
Nadien zullen zij worden uitgenodigd tot een formeel besluit deel te nemen. Inzenden van het belangstellingsformulier is nog vrijblijvend.
De bij het WOB-secretariaat ontvangen respons zal echter wel in hoge mate richtinggevend zijn voor de voorbereidingen van de implementatie. Die wordt in samenwerking met Vereniging NBLC, haar Expertisecentrum
(i. o.) voor personeelsmanagement, Bureau AanBod en MAO/MTD ter hand genomen. Tot de implementatie behoren voorbereidende, introducerende activiteiten, presentaties, demonstraties etc. Uw respons is indicatie voor de daarvoor via uw licentiebijdrage beschikbare middelen.
Het tarief bestaat uit twee elementen:
Structureel tarief :
Kleine bibliotheken tot 10 fte's fl. 1200,-- per jaar excl. BTW.
10 tot 30 fte's fl. 1800,-- ,,
30 tot 50 fl. 2400,-- ,,
50 tot 70 fl. 3000,-- ,,
70 tot 90 fl. 3600,-- ,,
90 tot 110 fl. 4200,-- ,,
110 tot 130 fl. 4800,-- ,,
130 tot 150 fte's fl. 5400,-- per jaar excl. BTW.
150 tot 170 fl. 6000,-- ,,
170 en meer fl. 6600,-- ,,
Grootste bibliotheken en grote PBC's dus fl. 6600,- per jaar excl. BTW.
In het tarief is een hoeveelheid tijd voor ondersteuning bij het werken met de licentie en helpdesk opgenomen (technische en meer inhoudelijke vragen). Het loopt van ca. 4 uren per jaar (totaal fl. 600,-) tot ca. 40 uur per jaar: (totaal fl. 6.000,- per jaar). Tezamen met de vaste fl. 600,- komt men aan de genoemde bedragen.
Incidenteel tarief bij de implementatie: extra ondersteuning in het pakket.
Om een succesvolle implementatie verantwoord te kunnen begeleiden is in de licentie een eenmalige regeling voor de introductie van IP+ in de organisatie opgenomen. Deze speciale regeling geldt alleen in het eerste jaar van de licentie. In deze eerste periode is intensieve voorbereiding, demonstratie, informatie, introductie en wellicht ook training voor management, midden-kader en medewerkers nodig om op de juiste, meest succesrijke wijze met OBIP+ te kunnen gaan werken.
In het eerste jaar van de licentie:
Hostkosten: de vaste fl. 600,--
Daarbij komt:
Kleine bibliotheken tot 10 fte's fl. 6.400,-- excl. BTW.
10 tot 30 fte's fl. 8.500,-- ,,
30 tot 50 fl. 10.600,-- ,,
50 tot 70 fl. 12.700,-- ,,
70 tot 90 fl. 14.800,-- ,,
90 tot 110 fl. 16.900,-- ,,
110 tot 130 fl. 19.000,-- ,,
130 tot 150 fl. 21.100,-- ,,
150 tot 170 fl. 23.200,-- ,,
170 en meer fl. 25.300,-- ,,
Grootste bibliotheken en (grote) PBC's dus: eenmalig fl. 25.300,-- excl. BTW. In dit tarief is rekening gehouden met een deel organisatorische ondersteuning en een deel technische ondersteuning. Op deze wijze komen we, bij bepaalde geschatte volumes aan nodige ondersteuning en helpdesk bij de implementatie, aan de tarieven. Voor de kleine organisaties is het totale aantal uren geschat op ca. 35, bij de grootste op ca. 130. Licentienemers bepalen zelf welke ondersteuning zij wensen. Herhaald wordt dat met de respons als indicatie wordt bekeken, hoe we de implementatie zo goed en efficient mogelijk kunnen organiseren. Die wordt dus gefinancierd uit de Licentie. Ook in de toekomst willen we werken met een aan te bieden jaarlijks plan voor centraal aan te bieden ondersteuning.
7. Belangrijke licentiebepalingen
1 kalenderjaar.
Hopelijk mogen wij u in grote aantallen als belangstellend registreren. Dit is van belang vanwege de voorbereidingen tot een implementatieplan, waarover hierboven werd gesproken.
U kunt uw belangstelling bij ons melden met het aan de achterzijde van de bijlage bij deze WOBberichten gevoegde antwoordstrookje.
BASOB-IV en BASOB-V: inschrijving geopend
Er is een tweetal nieuwe regelingen van de Stichting BASOB. Per 1 juli as. treden de regelingen in werking.
We bevelen de leden van harte, en met enige klem aan van deze regelingen gebruik te maken. Financieringsbron is het bij de start van BASOB eenmalig ontstane overschot van ca. fl. 2,7 miljoen, dat nog steeds niet is besteed. Eerdere tijdelijke regelingen hadden niet de gewenste respons. De WOB acht zich ervoor verantwoordelijk dat dit overschot door middel van deze beide nieuwe varianten op zinvolle wijze kan worden besteed. Voor het eind van dit kalenderjaar dienen de middelen te zijn vastgelegd voor besteding. Anders is er groot risico dat het overschot wegens onderbesteding terugvloeit naar de rijkskas. Er kunnen met de nieuwe regelingen in totaal zo'n 37 arbeidsplaatsen omgerekend op 32-uursbasis worden gecreëerd. De regelingen zijn onzes inziens financieel bijzonder aantrekkelijk en passen binnen twee belangrijke beleidsdoelen: het vervangen van vrijwilligerswerk door betaalde arbeid (als het gaat om reguliere CAO-functies) en bevordering van de reguliere instroom van goede, adequaat geschoolde nieuwe krachten naar MBO-functies.
BASOB IV-regeling
In de BASOB-IV regeling wordt omzetting van vrijwilligerswerk in betaald werk vergemakkelijkt met een vierjarige subsidie van aflopend per jaar 80%, resp. 60%, 40% en 20% van de loonkosten.
Men kan zo vrijwilligerswerk vervangen door betaald werk. De subsidie is tijdelijk, maar lang van duur. U kunt met uw gemeente afspraken maken over geleidelijk, in vier jaren, overnemen van de financiële lasten.
BASOB V-regeling
De BASOB-V regeling biedt voor instroom van werknemers in een LBO-functie met zicht op doorstroming naar een MBO-functie een eenjarige subsidie van 80% van de loonkosten. Het gaat om instroom van nieuwe mensen van buiten de sector. Op deze voordelige wijze kunt u een goede nieuwe kracht werven, inwerken (en eventueel (bij)scholen) voor de vervulling van een reguliere MBO- vacature in uw organisatie.
De Stichting BASOB, bestuurd door WOB en bonden, verwacht in september a.s. de balans op te kunnen maken van de ingediende verzoeken. De bekendmaking bij deze, en het eerdere bericht op de Wobsite, onder Laatste Nieuws, hebben hopelijk het resultaat, dat de organisaties spoedig intern bekijken, of zij wensen mee te doen.
Uk kunt zich aanmelden voor een of meer plaatsen via het bij deze WOBberichten gevoegde formulier tot uiterlijk 7 september melden bij de Stichting BASOB.
Zoals we al aangaven, is er voor de behandeling van de verzoeken bepaald sprake van tijdsdruk. Indien de belangstelling groter mocht blijken dan tot waar de middelen strekken, zal het tijdstip van indiening (mede) beoordelingscriterium moeten zijn.
Zie voor een feitelijke beschrijving van de BASOB IV- en V-regelingen de bijlage bij deze WOBberichten.
presentatie arboconvenant op dinsdag 9 oktober a.s.
In de vorige Wobberichten hebben wij u op de hoogte gebracht dat het arboconvenant in zicht is.
Inmiddels is de datum van ondertekening van het convenant vastgesteld op dinsdag 9 oktober 's middags.
Deze middag zal het convenant worden toegelicht en een presentatie worden gegeven van het rapport 'Fysieke belasting in de Bibliotheek'
knelpunten, normen en oplossingen.
Iedere bibliotheek moet een arbobeleid voeren Het convenant heeft voor alle bibliotheken consequenties dus het lijkt ons van het grootste belang dat u er bij bent dus noteert u 9 oktober vast in uw agenda.
nieuwe vakantiewetgeving
Er blijken nog enkele onduidelijkheden te zijn met betrekking tot de nieuwe vakantiewetgeving. Wij zijn hierover in gesprek met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om achterliggende bedoelingen duidelijk te krijgen.
Heeft u ook nog vragen, laat het ons weten dan kunnen we die zo nodig meenemen in dit contact.
Zodra wij meer weten zullen wij u uiteraard op de hoogte brengen.
Wat kunt u (ook weer) met "OBIP+" ?
Om het geheugen op te frissen nog eens een algemene typering van het instrument voor Integraal Personeelsmanagement IP+. Dit instrument werd aan groepen uit de sector gedemonstreerd, en met veel enthousiasme ontvangen. Het instrument, waarvan IP PLUS B. V. een dochteronderneming van MAO/MTD licentiehouder is, bestaat uit software, die een visie op organisatieverandering ondersteunt. In die visie werken organisaties toe naar gestelde, maar voortdurend in een dynamisch proces veranderende doelen. Management en medewerkers worden met het instrument op een gebruiksvriendelijke en doordachte wijze gestimuleerd om methodisch naar het gestelde doel toe te werken. Drager van het instrument is een interactief programma, voor onze sector beschikbaar gemaakt in Internet-databaseformat. Het bevat een beschrijving van het heden en van de gewenste situatie, in termen van bedrijfsmissie, huidige functies en toekomstige functieprofielen, huidige gegevens over genoten opleiding, gegevens over de bij een functieprofiel behorende opleiding en persoonlijke kenmerken. Het systeem genereert vervolgens aanpak en opzet van loopbaanbeleid, opleidingsplannen en agenda's voor loopbaan-
gesprekken.
De "model-invulling" voor de sector , aan de hand van een van de branchestrategie afgeleide bedrijfsmissie, is thans gereed.
De WOB heeft voor de bibliotheeksector een permanente en exclusieve licentie verworven en kan deze tegen aantrekkelijke voorwaarden via een sublicentie aan de
bibliotheken aanbieden.
Overigens zullen de licentie-nemende bibliotheken geheel vrij zijn om de door hen gewenste wijzigingen ten opzichte van de landelijke model-invulling aan te brengen.
De gebruiksmogelijkheden zijn zeer flexibel.
Evident is dat toepassing van OBIP+ het vernieuwings-
proces in de sector kan stimuleren. Verlaging van drempels in de relatie werkgever/
werknemer, methodische helderheid en inzichtelijkheid bij het ontwikkelen en toepassen van loopbaanbeleid, meer instroom, doorstroom zijn winstpunten. Brede hantering in de sector van een uniform systeem van loopbaanbeleid bevordert extra de arbeidsmobiliteit tussen instellingen.
Er zijn zeer goede perspectieven op doorontwikkeling naar een virtueel loopbaancentrum voor de branche, naar een stmulans voor individuele loopbaan-
planning en coaching van medewerkers, en naar toevoeging van functionaliteit op het gebied van arbeidsomstandigheden en reïntegratie van arbeidsgehandicapten. Hieraan werkt de WOB thans reeds volop.
CAO-boekje
Vanaf 7 juli is het nieuwe CAO-boekje te bestellen bij de klantenservice van Biblion,
tel: 070- 30 90 300.
De prijs van een boekje is
12,50 incl. BTW.
Algemene informatie omtrent de nieuwe tijdelijke BASOB-subsidieregelingen IV en V
De Stichting Beheer Arbeidsmarktmiddelen Sector Openbare Bibliotheken (Stichting BASOB) heeft twee nieuwe subsidieregelingen in het leven geroepen. Deze zogenaamde BASOB IV en V regelingen zullen per 1 juli 2001 in werking treden. Beide regelingen zijn van tijdelijke aard en zijn loonkostensubsidies, aan te vragen door werkgevers.
Regeling IV heeft als doel het omzetten van vrijwilligerswerk in betaalde arbeidsplaatsen. Regeling V richt zich op het bevordering van de instroom in de sector Openbare Bibliotheken van mensen op een LBO-arbeidsplaats, die aantoonbaar perspectief hebben om binnen een jaar naar een reguliere MBO-arbeidsplaats door te stromen. In onderstaand overzicht staan enkele details over de regelingen.
| BASOB IV | BASOB V | |
|
Doelgroep |
Vrijwilligers |
Instromers op LBO-arbeidsplaats |
| Arbeidsovereenkomst | Onbepaalde tijd | Onbepaalde -of bepaalde duur beiden mogelijk |
| Salariëring | Maximaal schaal 4, periodiek 9 (volgnummer 17) | Maximaal schaal 4, periodiek 9 (volgnummer 17) |
| Arbeidsplaats | Mag geen reeds vacerende arbeidsplaats zijn. Dient minimaal 2 jaar voorafgaand aan benoeming BASOB IV-werknemer door één of meerdere vrijwilligers te zijn gevuld. | LBO-arbeidsplaats moet vervuld worden door een instromer in de sector Openbare Bibliotheken. Met aantoonbaar perspectief op MBO-arbeidsplaats. |
| Werkweek | 18-32 uur per week | 18-32 uur per week |
| Subsidieduur | 4 jaar | 1 jaar |
| Vergoeding |
1e jaar: 80% reële loonkosten
2e jaar: 60% reële loonkosten 3e jaar: 40% reële loonkosten 4e jaar: 20% reële loonkosten |
80% van de reële loonkosten |
Aan bovenstaand overzicht kunnen geen rechten ontleend worden
Voor nadere informatie of het opvragen van beide regelingen kunt u terecht bij mevrouw Ruigrok of mevrouw van Someren van het Centrum Arbeidsverhoudingen Overheidspersoneel (CAOP) in Den Haag, tel.nr.: 070-3765886
Subsidieaanvragen dienen te worden gericht aan:
Stichting Beheer Arbeidsmarktmiddelen Sector Openbare Bibliotheken (BASOB)
t.a.v. mevrouw E.E.M. van Someren
Postbus 556
2501 CN Den Haag
uiterste inzenddatum 7 september a.s.
Licentie IP+
U kunt uw belangstelling voor de licentie IP+ aan ons kenbaar maken door (een kopie van) onderstaand strookje te gebruiken om uw belangstelling vrijblijvend te melden en dit sturen naar:
Postbus 43300, 2504 AH Den Haag.
of faxen: 070 - 30 90 704
formulier belangstelling voor licentie IP+
instelling: ...................................................................................................................................................................
naam: .........................................................................................................................................................................
functie:........................................................................................................................................................................
werkgever van ................... fte's (aantal invullen)
datum: ................................ plaats:.....................................................................................................................
__________________________________________________________________________________________
uiterste inzenddatum 7 september a.s.
BASOB IV en V
U kunt via onderstaand strookje aan geven dat u in aanmerking wilt komen voor een of meer
BASOB IV en V-plaatsen.
Gebruik per plaats een kopie van dit strookje.
instelling: ...................................................................................................................................................................
naam: .........................................................................................................................................................................
functie: ......................................................................................................................................................................
doet het verzoek in aanmerking te komen voor:
een BASOB-plaats voor .............. uren per week in het kader van de BASOB-regeling IV / V*
* invullen voor hoeveel uur de arbeidsplaats is en doorstrepen welke regeling niet van toepassing is (zie de toelichting in deze WOBberichten en aan ommezijde).
juli/augustus 2001
2001- 07/08
in dit nummer:
voortgang voorbereiding arboconvenant
attentie voor in WOBberichten gevraagde respons via antwoordstrookjes
wet verbetering poortwachter
nadere toelichting vakantiewetgeving
in de marge
In dit dubbelnummer uitgebreide
informatie over het aanstaande arboconvenant, de wetsvoorstellen verbetering
poortwachter en vereenvoudiging loonbegrip, nog meer toelichting op de nieuwe
vakantiewetgeving en uw aandacht gevraagd voor antwoordstrookjes. In de marge
berichten over het minimumloon per 1.7.'01, door ouderschapsverlof niet aangetaste
btzr, de WISKA, over- of extra werk, wat de kantonrechter vond van een verzwegen
operatie, het bestellen van de brancherapportage en de lang verwachte CAO-cursus.
voortgang voorbereiding arboconvenant
inleiding
In de vorige WOBberichten hebben wij u globaal geïnformeerd over de inhoud van het arboconvenant dat CAO-partijen samen met het ministerie van SZW in voorbereiding hebben. We willen hier in herinnering brengen dat in 1998 en 1999 de arbeidsinspectie een uitgebreid onderzoek heeft gedaan naar de arbeidsomstandigheden in de bibliotheeksector. Daarvoor is een groot aantal bibliotheken bezocht. De conclusie van de arbeidsinspectie was dat in het algemeen de aandacht voor de arbeidsomstandigheden beneden de maat was. Zij drong er bij de WOB en de werknemersorganisaties op aan om als sector zelf met voorstellen te komen, anders zou de inspectie met concrete voorschriften komen. Goede arbeidsomstandigheden worden steeds belangrijker geacht, wat blijkt uit de steeds uitvoeriger regelgeving over dit onderwerp.
In concept-richtlijnen voor de normering van het openbaar bibliotheekwerk op basis van de Bibliotheekje uit begin '80 stonden vooral richtlijnen voor de inrichting van een bibliotheek met het oog op de dienstverlening aan het publiek.
In 1999 kwam het ministerie van SZW met de mogelijkheid voor sectoren een arboconvenant te sluiten met financiële hulp van de overheid. Ook voor de uitvoering van een convenant stelde het ministerie financiële middelen ter beschikking. CAO-partijen besloten toen een dergelijk convenantstraject te gaan volgen.
Aan VHP adviseurs werd opdracht gegeven een onderzoek in te stellen naar de fysieke en ergonomische belasting van werknemers in bibliotheken.
Dit onderzoek heeft een aantal knelpunten gesignaleerd. Sommige zijn eenvoudig te verhelpen, andere vragen meer inspanningen van de bibliotheken en van de sector.
het convenant
De knelpunten die de meeste fysieke belasting met zich mee brengen zullen nu in het convenant worden aangepakt.
Het convenant krijgt een looptijd van 3 jaar. Dat wil niet zeggen dat alle
maatregelen pas over 3 jaar moeten zijn ingevoerd. Sommige maatregelen moeten
al binnen een jaar na invoering worden ingevoerd.
1. Invoeren rouleerschema
Rouleren (afwisseling in de taakuitvoering van de medewerkers) zal worden ingevoerd in alle vestigingen. Door het invoeren van deze maatregel wordt zowel de fysieke belasting als de mentale belasting verminderd.
Deze maatregel is uitgevoerd binnen 1 jaar na ondertekening van het convenant
2. Aanpassen van hoogte van planken in kasten en boekenkar
Om bukken en hoog reiken bij het sorteren en bergen te voorkomen worden de volgende maatregelen in alle vestigingen ingevoerd:
andere mogelijke maatregelen zijn:
Invoering van deze maatregel is afgesproken binnen 3 jaar na ondertekening
van het convenant. In het geval er organisatorische of financiële bezwaren
bestaan, waardoor tijdige invoering van deze maatregel binnen 3 jaar niet mogelijk
is, dan is in het plan van aanpak aangegeven hoe en op welke termijn wel aan
de afspraken zal worden voldaan.
3. Leners bepaalde taken laten verrichten
Door bepaalde fysiek belastende taken door leners te laten verrichten hoeven de medewerkers deze taken niet meer uit te voeren. Het gaat dan met name om:
Alle bibliotheken zullen binnen de looptijd van het convenant in hun plan van
aanpak hebben aangegeven op welke wijze zij met deze maatregel zullen omgaan.
4. Werknemers trainen in gezond werken
In het convenant is als aanbeveling opgenomen om medewerkers en vrijwilligers
die logistieke taken uitvoeren in een bibliotheek en die meer dan 12 uur per
week in de bibliotheek werken, te trainen in "gezond werken". Daartoe zal een
standaard training inclusief een video beschikbaar zijn. De training is na de
vorige WOBberichten aangepast, waardoor de kosten per training een stuk lager
zijn: ca. 1120,-
5. Uitvoeren van de Quick-Scan Werkdruk
De Quick-Scan Werkdruk van de FNV, die het mogelijk maakt werkdruk te meten, wordt toegespitst op de sector. Met deze Quick-Scan Werkdruk wordt beoogd, dat de werknemer zelf zijn werkdruk kan meten en achterhalen wat de specifieke oorzaken zijn van te hoge werkdruk. Iedere instelling zal de Quick-Scan beschikbaar moeten stellen aan zijn medewerkers. Zij zal mede op basis daarvan in overleg met de OR moeten werken aan de verlaging van te hoge werkdruk, indien daarvan sprake is.
Dit onderwerp moet nog verder worden uitgewerkt
6. Schuifbalies vervangen door een balie met barcodescanner
Zowel aan de schuifbalie als aan de balie met een barcodescanner zal de medewerker repeterend werk verrichten. Bij een schuifbalie is de fysieke belasting groter door de ongunstige houdingen van armen en handen.
Vervanging van de schuifbalie door een scanbalie is gekoppeld aan de overgang van magneetcodes in de materialen door barcodes. Een dergelijke omschakeling vraagt dat alle materialen voorzien worden van barcodes en dat nieuwe automatisering wordt aangeschaft en ingevoerd.
Uiterlijk een jaar na invoering van het convenant zullen alle bibliotheken
waar nu nog wordt gewerkt met een schuifbalie een concreet plan hebben opgesteld
voor vervanging van dit systeem door een barcodescansysteem
7. Uitvoeren van een branche-specifieke RI&E
Door ArboNed zal een nieuwe branche-specifieke Risico-Inventarisatie &
-Evaluatie (RI&E) worden gemaakt. Deze zal aan alle bibliotheken ter beschikking
worden gesteld. Deze RI&E wordt modulair opgezet, zodat iedere functiegroep
alleen de voor die groep specifieke vragen hoeft te beantwoorden. De gegevens
van de afzonderlijke vragenlijsten kunnen daarna verzameld worden op een verzamelformulier.
Dit verzamelformulier kan dan gebruikt worden bij het opstellen van een plan
van aanpak en voor overleg met de arbodienst. Het convenant beveelt de bibliotheken
aan gebruik te maken van deze RI&E bij het uitvoeren van de wettelijke verplichting
eens per drie jaar een RI&E te maken.
informatieverspreiding over het convenant
Zoals gezegd zal het convenant bij aanvang in een bijeenkomst van de leden van de werkgevers- en werknemersorganisaties worden getekend en uitgebreid worden toegelicht.
Aan het einde van het convenantstraject zal in een voorlichtingsbijeenkomst een presentatie worden gegeven van de resultaten van het convenant.
Gedurende de looptijd van het convenant zal er bij de WOB, speciaal voor vragen over de uitvoering, een telefonische helpdesk worden ingericht.
Naast de tekst van het convenant en de brochure zal op de website van de WOB:
www.wobsite.nl gedurende de looptijd actuele
informatie over het convenant beschikbaar zijn.
verdere procedure en besluitvorming in de WOB
De WOB heeft in het verleden verschillende keren middels de informele groepen LDO, DOS en de ver. PBC's de leden geraadpleegd. Ook over dit onderwerp is contact gezocht met deze groepen om te bezien of voor het beschreven convenant voldoende draagvlak bestaat bij de leden.
Inmiddels hebben de WOB-vertegenwoordigers uit de begeleidingscommissie gesproken met het LDO en met een delegatie van de PBC's. De DOS-groep kwam helaas gedurende de zomermaanden niet bijeen. Vanuit de LDO-groep kwamen kritische geluiden ten aanzien van de kosten van de voorgestelde training. Daar is wat aan gedaan. De kosten van de training zijn aanzienlijk teruggebracht. De training zelf is natuurlijk ook veranderd.
Ze zal globaal worden beschreven, zodat bibliotheken die onlangs een training hebben gehad, kunnen vergelijken, maar ook is vergelijking mogelijk met andere trainingaanbieders.
Zoals u hierboven zag, is naast de training gekozen voor het maken van een videoband over gezond werken. Dit medium heeft als voordeel dat het steeds weer voor nieuwe personeelsleden kan worden gebruikt.
Daarnaast werd opgemerkt dat de aanpassing van de hoogte van de bovenste en de onderste plank voor een aantal bibliotheken een ingrijpende maatregel zal zijn, maar men kon zich voorstellen dat dit tegelijk van de knelpunten het punt was dat de meeste risico's van fysieke belasting met zich meebrengt. Het is daarom naar de mening van de convenantspartijen een wezenlijk punt dat moet worden aangepakt. Het ligt in de bedoeling in september met de DOS-groep te praten. De WOB gaat ervan uit dat na afronding van de groepen-raadpleging voldoende draagvlak bestaat voor de maatregelen om tot ondertekening van het convenant over te gaan zonder apart voorafgaande ledenvergadering.
Niet mag vergeten worden dat de situatie in de sector aanleiding was voor kritische geluiden van de Arbeidsinspectie. SZW heeft daarop de voorbereiding van het convenant geheel gesubsidieerd. SZW zal bovendien bepaalde centraal in het kader van de implementatie te maken kosten voor 50% voor zijn rekening nemen, tezamen in totaal ca. 740.000.
Leden die zich met de geschetste procedure niet kunnen verenigen wordt verzocht dit liefst zo spoedig mogelijk te melden bij het WOB-secretariaat, waarna het bestuur zich terzake kan beraden.
voorbereiding presentatie convenant
Verder wordt toegewerkt naar ondertekening van het convenant tijdens een speciale voorlichtingsbijeenkomst in aanwezigheid van WOB-leden, kaderleden van de vakbonden en (vertegenwoordigers van) de Staatssecretaris van SZW.
Deze bijeenkomst is gepland:
datum: woensdag 31 oktober 2001
plaats: Openbare Bibliotheek Zwolle (Statenzaal)
tijd: 11.00 uur - 16.00 uur
(de eerder in WOBberichten genoemde datum 9 oktober is dus gewijzigd)
U ontvangt hiervoor zo spoedig mogelijk de officiële uitnodiging met programma.
Noteert u alvast de datum!
attentie voor in WOBberichten juni gevraagde respons via antwoordstrookjes
1. OBIP+ binnenkort beschikbaar, peiling der belangstelling.
Er is een verheugend grote respons ontvangen, van tot nu toe 25 bibliotheekorganisaties, waaronder enkele zeer grote.
Enkele grote organisaties, waarvan de deelneming zeker wordt verwacht, zijn hierbij niet meegerekend.
Bibliotheken die inzending van het antwoordformulier voorbereiden, verzoeken we dat graag te doen uiterlijk op de genoemde datum van 7 september.
Aan de achterzijde van deze WOBberichten is de antwoordstrook nogmaals afgedrukt.
Op 7 september komen diverse begeleidende betrokkenen bij elkaar. Dankzij de gebleken belangstelling ligt het binnen bereik om een gedegen plan van implementatie te maken. Daarbij kunnen de in de implementatiefase in het eerste jaar geldende licentiekosten beter (efficiënter en effectiever) en meer regionaal gespreid worden besteed.
Bibliotheken die nog niet zo ver zijn dat zij zich menen te kunnen committeren, zal gelegenheid worden geboden om in een herhaalde presentatie en demonstratie met OBIP+ kennis te maken. Er wordt daarbij ook voorzien in combinatie en regionale spreiding van activiteiten.
N.B.: Op een daartoe ontvangen verzoek van belangstellende leden kunnen we aan hen een papieren kopie van bepaalde aangevraagde in OBIP+ opgenomen functieprofielen ter beschikking stellen. Hierover graag contact opnemen met het WOB-secretariaat.
2. BASOB IV- en V-regelingen
Op de oproep voor de beide nieuwe BASOB-subsidieregelingen, BASOB IV voor vervanging van vrijwilligerswerk door betaalde arbeid, en BASOB-V voor instroom naar een mbo-functie is de respons tot nu toe nog mager.
Er zijn slechts enkele opgaven ontvangen, veel te weinig om de ontstane incidentele reserve te besteden. Wel werd bij de Stichting BASOB en de WOB gevraagd om meer tijd voor voorbereiding dan de gevraagde inzending voor 7 september a.s. Ook werden speciale situaties voorgelegd, met de vraag of deze binnen de termen van de regelingen vallen.
De geïnteresseerde bibliotheken zullen tot 1 november a.s. gelegenheid hebben de formele subsidie-aanvrage, voorzien van een concept-arbeidsovereenkomst etc. in te dienen. De 7e september blijft voor ons de datum, waarop wij de respons van ontvangen antwoordformulieren van belangstellende bibliotheken graag wensen te inventariseren. Tussen dat moment en 1 november hebben bibliotheken tijd om hun voornemen in een besluit om te zetten. We zullen graag rond 7 september willen weten welke aanvragen bibliotheken in serieuze overweging hebben, maar nog niet hebben rond gekregen. Redenen van benodigd uitstel evt. bijvoegen.
Verder zal het bestuur van de Stichting BASOB op woensdag 29 augustus 2001 bijeenkomen, en kijken naar de voorgelegde speciale situaties. Wij zullen de voor allen van belang zijnde besluiten ter zake zo spoedig mogelijk daarna op de wobsite zetten.
We hebben het antwoordformulier van de BASOB IV- en V-regelingen, met de nadere informatie over de regelingen zelf en het adres van de Stichting BASOB voor de inzending van deze formulieren, nogmaals aan de achterzijde van deze WOBberichten opgenomen.
Onlangs is door de Tweede Kamer het Wetsvoorstel verbetering poortwachter aangenomen. Deze wet beoogt de regels rond het eerste ziektejaar te verbeteren.
De verbeterde regels voorzien onder meer in een reïntegratieverslag, dat de werkgever in overeenstemming met de werknemer moet opstellen. In dit verslag moeten de werkgever en de werknemer verantwoording afleggen over hun reïntegratie-inspanningen gedurende het eerste ziektejaar. Uit het verslag moet duidelijk zijn welke activiteiten de werkgever en de werknemer hebben ondernomen om de werkhervatting te bevorderen, of er aangepast werk is aangeboden, of er eventueel sprake is van een arbeidsconflict en of de werkgever en de werknemer tevreden zijn over elkaars inspanningen om werkhervatting te bevorderen. De werknemer heeft het reïntegratieverslag nodig voor het aanvragen van een WAO-uitkering.
De WAO-uitkering zal niet meer automatisch na een jaar ingaan. De werkgever en de werknemer kunnen om uitstel van maximaal een jaar van de WAO-uitkering vragen als zij verwachten dat terugkeer tot het werk nog mogelijk is. Wanneer de werkgever zonder deugdelijke grond te weinig aan reïntegratie-inspanningen heeft gedaan, kan deze worden verplicht tot maximaal 52 weken na het eerste ziektejaar het salaris van de werknemer door te betalen.
De precieze duur van deze verplichting is afhankelijk van de aard en de ernst van de nalatigheid en de periode die nodig wordt geacht om alsnog voldoende reïntegratie-inspanningen te leveren.
Wanneer de werknemer ziek is moet de werkgever dit na 13 weken melden bij de uitvoeringsinstelling. In het oorspronkelijke wetsontwerp stond hiervoor een termijn van 6 weken genoemd, maar deze termijn werd wegens de werkbelasting van de uitvoeringsinstellingen via een amendement weer teruggedraaid naar 13 weken. Eveneens door een amendement is de mogelijkheid opgenomen om de arbeidsovereenkomst op te zeggen binnen twee jaar, indien de werknemer handelt in strijd met diens verplichting al het mogelijke te doen om hervatting van de eigen of andere, passende, arbeid te realiseren.
Het wetsvoorstel is inmiddels ingediend bij de Eerste Kamer en zal na aanneming waarschijnlijk op of omstreeks 2002 worden ingevoerd.
(VOG Signalering juli 2001)
nadere toelichting vakantiewetgeving
In WOBberichten van april hebben wij u uitgebreid geïnformeerd over de nieuwe vakantiewetgeving. Enkele punten behoeven blijkens telefonische vragen nog enige toelichting.
vakantieplanning
Een medewerker vraagt nu al vakantie aan voor het volgende jaar. De werkgever moet binnen twee weken akkoord gaan met dit verzoek tenzij gewichtige redenen zich ertegen verzetten volgens de nieuwe wetgeving. De werkgever wil eigenlijk pas ingaan op verzoeken als de wensen van alle medewerkers bekend zijn. Is dit een argument om niet akkoord te gaan met het ingediende verzoek?
In onze CAO staat dat de werkgever het tijdstip van een vakantie in overleg met de werknemer vaststelt (artikel 24, lid 1CAO). Ook volgens de nieuwe vakantieregels is het zo dat de werkgever de vakantie vaststelt.
De nieuwe regelgeving laat verder onverlet de mogelijkheid om per instelling afspraken te maken met betrekking tot het opnemen van vakantie. Volgens de Wet op de ondernemingsraden heeft de o.r. daarbij instemmingsrecht en de werknemersvertegenwoordiging een adviesrecht.
Deze afspraken kunnen een sluiting van de bibliotheek in houden, maar ook afspraken over de minimale bezetting tijdens het hoogseizoen en afspraken over hoe ingediende vakantieverzoeken worden beoordeeld gelet op de benodigde bezetting en rekening houdend met de wensen van andere medewerkers.
Terugkomend op de vraag die in het begin is gesteld, betekent dit dat de werkgever op grond van de interne afspraken over vakantie het verzoek van de werknemer moet behandelen. Als er geen afspraken zijn, kan de werkgever misschien een beroep doen op een gebruikelijke gang van zaken bij de vakantieplanning. In de voorgelegde voorbeeldvraag kan de werkgever aangeven dat zo lang tevoren het belang van de organisatie en de belangen van de andere medewerkers nog niet kunnen worden afgewogen en dat om die reden het verzoek wordt afgewezen.
Dus eigenlijk verandert er niet zoveel, omdat in de CAO al steeds was aangegeven dat vakantie in overleg met de werknemer door de werkgever wordt vastgesteld. Het blijft tevens aan te raden te zorgen voor een goede interne vakantieregeling.
inruilen van ziektedagen tegen vakantiedagen
De vraag werd gesteld wat de ratio was van de bepaling die de mogelijkheid biedt ziektedagen in te ruilen voor verlofdagen.
De betreffende bepaling is destijds in het Burgerlijk Wetboek opgenomen om de werkgever een extra instrument te geven bij het terugdringen van het ziekteverzuim. De mogelijkheden om ziektedagen in te ruilen voor vakantiedagen zijn in de nieuwe wetgeving verruimd, maar tegelijk zijn er mogelijkheden gecreëerd om vakantiedagen te sparen en in de toekomst wellicht af te kopen. Veel reden voor de werknemer in onze sector is er niet om akkoord te gaan met een voorstel van de werkgever om ziektedagen tegen vakantiedagen in te ruilen.
De bepaling heeft echter wel zin voor werknemers in andere sectoren, die bij ziekte slechts 70% van hun loon doorbetaald krijgen: zij kunnen hun loon met het inruilen van ziektedagen aanvullen tot 100%. Hetzelfde geldt voor sectoren waar de werknemer tijdens een of twee wachtdagen geen loon krijgt betaald. Ook die kunnen worden ingeruild voor vakantiedagen om zo toch 100% doorbetaald te krijgen.
afkopen van bovenwettelijke dagen
In genoemde WOBberichten gaven we aan dat bovenwettelijke dagen die voortvloeien uit een CAO-bepaling, volgens een overgangsbepaling tot 1.2.2004 alleen kunnen worden afgekocht indien de CAO daartoe mogelijkheid biedt.
We hebben uitgebreid met het ministerie van SZW gesproken over hoe nu om te gaan met dagen die zijn meegenomen uit voorgaande jaren; deze zijn immers bovenwettelijk geworden. Mogen die nu al worden afgekocht of moet daarmee worden gewacht tot CAO-partijen iets regelen en anders tot 1.2.2004?
SZW meent dat ervan uitgegaan moet worden dat in een jaar eerst de wettelijke dagen en dan de bovenwettelijke dagen worden opgenomen. Heeft men in enig jaar meer dan de bovenwettelijke dagen overgehouden (dus minder dan wettelijke 20 dagen opgenomen), dan mogen deze meegenomen wettelijke dagen nu al worden uitbetaald mits schriftelijk overeengekomen, want die vallen niet onder de overgangsbepaling. De bovenwettelijke dagen uit voorgaande jaren moeten worden geparkeerd, tot CAO-partijen daar afspraken over maken en anders tot 1.2.2004.
loonbegrip SV wordt eenvoudiger
De ministerraad heeft ingestemd met het wetsvoorstel administratieve lastenverlichting en vereenvoudiging in sociale verzekeringswetten. Die vereenvoudiging moet leiden tot een aanzienlijke verlaging van de administratieve lasten van werkgevers en uitvoeringsinstellingen.
Het loon waarover de premies voor de sociale verzekeringen worden geheven, het SV-premieloon, wordt aanzienlijk eenvoudiger van samenstelling. Loonbestanddelen die incidenteel aan een werknemer worden uitbetaald zullen niet langer meetellen voor de berekening van de premieheffing. Tevens zal het premieloon gelijk zijn aan het uitkeringsdagloon waarop de uitvoeringsinstelling zich baseert, als de werknemer arbeidsongeschikt of werkloos is geworden. Het dagloon zal voor alle werknemersverzekeringen op dezelfde manier worden berekend en de ingewikkelde uitzonderingsbepalingen komen grotendeels te vervallen.
Het scheelt de werkgevers rond 360 miljoen gulden per jaar, onder andere doordat zij niet meer iedere maand voor de wisselende loonbestanddelen hoeven vast te stellen of er premie over geheven moet worden. Ook hoeven zij veel minder gegevens aan te leveren aan de uitvoeringsinstelling.
De wijzigingen zullen zorgvuldig worden afgestemd op de invoering van de reorganisatie van de sociale zekerheid (SUWI). Onderdelen van het wetsvoorstel zullen daarom pas worden doorgevoerd nadat de overgang van de huidige vijf uitvoeringsinstellingen naar één Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) is afgerond. Hiermee wordt voorkomen dat werkgever en uitvoeringsinstellingen twee maal hun administratie moeten aanpassen.
De tekst van het wetsvoorstel wordt pas openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer.
minimumloon omhoog
De brutobedragen van het wettelijk minimumloon en het minimumjeugdloon zijn per 1 juli 2001 met 2,25% verhoogd. Dit is het gevolg van de aanpassing van het wettelijk minimumloon aan de gemiddelde ontwikkeling van de cao-lonen en de brutering van de overhevelingstoeslag die eveneens per 1 juli 2001 plaatsvindt, schrijft het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op haar website en voegt daaraan toe: het onafgeronde reguliere aanpassingspercentage bedraagt 2,27%.
Voor een werknemer van 23 jaar of ouder is het bruto minimummaandloon bij full-time per 1 juli 2001 2601,30
.
De minimum-jeugdlonen vindt u op bovengenoemde SZW-website.
Die is weer te vinden via www.wobsite.nl en de keuze andere websites.
BTZR niet aangetast door ouderschapsverlof
Een interessante vraag kwam bij ons binnen: als iemand recht heeft op een BTZR-uitkering ('interim' zegt u misschien meer), wat gebeurt er dan met dat recht als hij ouderschapsverlof opneemt? Daalt de BTZR dan met hetzelfde deel als dat waarmee de werktijd wordt teruggebracht?
'Nee', zei de heer Kuiper van de rijksdienst die zich in Emmen (0591 850 350)
met niets anders dan de BTZR bezig houdt. Ouderschapsverlof opnemen betekent
voor de BTZR niet zoiets als part-time of meer part-time gaan werken.
rapport WISKA komt in augustus
De WISKA-enquête-formulieren kwamen dit jaar sneller binnen dan ooit.
78% van de leden was op tijd en komt dus in aanmerking voor een bonus, die moet worden opgebracht door de malus van 15% (13% van de leden), van 50% (2%) en 50% (de 7% die pas na 1 juli binnen kwam en waarvan de resultaten niet meer verwerkt kunnen worden).
Het rapport van Onderzoeksadviesburo 'Plan' is besproken in het bestuur en
wordt in verkorte versie vertrouwelijk verspreid onder alle leden die hebben
meegewerkt - dus inclusief degenen die na 1 juli nog hebben ingeleverd.
overwerk of extra werk?
'Wat is het verschil?' vroeg een van onze vaste vragenstellers, en, nadat de vraag was beantwoord: 'Willen jullie dat eens in ons lijfblad zetten?'.
Overwerk is werk dat de werkgever mag opdragen, ook als de werknemer er niet zo'n zin in heeft. Daarom zitten er ook beperkingen aan: maximaal 4 uur per week, 'incidenteel' en 'in bijzondere gevallen'. Bovendien moet er overwerkvergoeding worden betaald als door het overwerk de full-timegrens wordt overschreden en mogen alleen werknemers jonger dan 18 dan wel 55 jaar en ouder overwerk zonder meer weigeren.
Extra werk (alias meer-uren) wordt met de werknemer overeengekomen, bijvoorbeeld als een tijdelijke uitbreiding van het vaste contract. Hiervoor is dus instemming van beide partijen essentieel. Het verschilt niet van ander werk, dus er hoeft ook geen toeslag voor te worden betaald.
Het zal duidelijk zijn dat week-in, week-uit, jaar-in, jaar-uit overwerk opdragen niet meer voldoet aan de eis 'incidenteel' en 'in bijzondere gevallen'.
Voor zulke periodes steeds maar extra werk overeenkomen sluit voor de werk-gever
de terugweg naar het standaard aantal uren af.
verzwijgen operatie
Een werkneemster was werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst van zes maanden. Op de laatste dag van haar contract vond een gesprek plaats met haar werkgever. Daarbij werd afgesproken dat het contract met een half jaar zou worden verlengd. Een week later meldde de werkneemster zich ziek, omdat zij een operatie moest ondergaan. De werkgever staakte kort daarna de loondoorbetaling. Hij stelde zich op het standpunt dat er sprake was van dwaling en/of bedrog bij de verlenging van de tijdelijke arbeidsovereenkomst.
De vrouw had tijdens die besprekingen ten onrechte verzwegen dat zij een operatie moest ondergaan.
Zij wist toen al dat zij niet lang daarna langdurig arbeidsongeschikt zou worden.
De kantonrechter in Tilburg dacht daar anders over. Voor de stelling dat de arbeidsovereenkomst vernietigbaar is wegens dwaling of bedrog, is in de wet geen enkele steun te vinden. De werkneemster was geenszins verplicht haar werkgever op de hoogte te brengen van de op handen zijnde operatie.
Dus als de werkgever al heeft gedwaald bij de totstandkoming van de verlengde
arbeidsovereenkomst, dan moet deze dwaling in ieder geval voor zijn rekening
blijven. De kantonrechter verplicht hem dan ook het loon door te betalen totdat
het dienstverband rechtsgeldig is beëindigd.
brancherapportage
In het vorige nummer meldden wij dat de brancherapportage van ArboNed bij de WOB te bestellen is door 5,- over te maken op onze giro.
Dit is giro 53 972 38 t.n.v. Werkgeversvereniging Openbare Bibliotheken te
Delft, hetzelfde gironummer waarop ook de jaarlijkse contributie wordt overgemaakt.
pilotcursus CAO
De lang verwachte CAO-cursus komt eraan.
We beginnen met een pilot-ochtend, waarvoor we de arbeidsrechtspecialist mr. P.C. Vas Nunes hebben kunnen engageren.
Mr. Vas Nunes, partner van het Haagse advocatenkantoor Barents en Krans, is o.a. bekend door zijn publicatie '101 Valkuilen in het arbeidsrecht' (die hij zelf nu verouderd noemt!) en de al jaren lopende gelijknamige cursus (waar ons zijn heldere presentatie opviel).
Op deze ochtend, die dinsdag 13 november zal beginnen om exact 9:45 uur en om 13:30 uur zal worden gevolgd door een lunch, komen de onderwerpen 'arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd', 'oproepkrachten' en 'Flexwet' aan bod.
Er kunnen, in verband met de noodzakelijke interactie, maximaal 25 personen deelnemen, à 185 excl. btw, inclusief lunch.
Inschrijving in volgorde van binnenkomst van uw aanmeldingen, die schriftelijk (datum poststempel bepaalt), per fax of e-mail aan het WOB-bureau kunnen worden gedaan.
Het succes van de pilotochtend zal bepalend zijn voor eventuele voortzetting
en de frequentie ervan.
Algemene informatie omtrent de nieuwe tijdelijke BASOB-subsidieregelingen IV en V
De Stichting Beheer Arbeidsmarktmiddelen Sector Openbare Bibliotheken (Stichting BASOB) heeft twee nieuwe subsidieregelingen in het leven geroepen. Deze zogenaamde BASOB IV en V regelingen zullen per 1 juli 2001 in werking treden. Beide regelingen zijn van tijdelijke aard en zijn loonkostensubsidies, aan te vragen door werkgevers.
Regeling IV heeft als doel het omzetten van vrijwilligerswerk in betaalde arbeidsplaatsen.
Regeling V richt zich op het bevordering van de instroom in de sector Openbare
Bibliotheken van mensen op een LBO-arbeidsplaats, die aantoonbaar perspectief
hebben om binnen een jaar naar een reguliere MBO-arbeidsplaats door te stromen.
In onderstaand overzicht staan enkele details over de regelingen.
| BASOB IV | BASOB V | |
Doelgroep |
Vrijwilligers |
Instromers op LBO-arbeidsplaats |
| Arbeidsovereenkomst | Onbepaalde tijd | Onbepaalde -of bepaalde duur beiden mogelijk |
| Salariëring | Maximaal schaal 4, periodiek 9 (volgnummer 17) | Maximaal schaal 4, periodiek 9 (volgnummer 17) |
| Arbeidsplaats | Mag geen reeds vacerende arbeidsplaats zijn. Dient minimaal 2 jaar voorafgaand aan benoeming BASOB IV-werknemer door één of meerdere vrijwilligers te zijn gevuld. | LBO-arbeidsplaats moet vervuld worden door een instromer in de sector Openbare Bibliotheken. Met aantoonbaar perspectief op MBO-arbeidsplaats. |
| Werkweek | 18-32 uur per week | 18-32 uur per week |
| Subsidieduur | 4 jaar | 1 jaar |
| Vergoeding | 1e jaar: 80% reële loonkosten
2e jaar: 60% reële loonkosten 3e jaar: 40% reële loonkosten 4e jaar: 20% reële loonkosten |
80% van de reële loonkosten |
Aan bovenstaand overzicht kunnen geen rechten ontleend worden
Voor nadere informatie of het opvragen van beide regelingen kunt u terecht
bij mevrouw Ruigrok of mevrouw van Someren van het Centrum Arbeidsverhoudingen
Overheidspersoneel (CAOP) in Den Haag, tel.nr.: 070-3765886
Subsidieaanvragen dienen te worden gericht aan:
Stichting Beheer Arbeidsmarktmiddelen Sector Openbare Bibliotheken (BASOB)
t.a.v. mevrouw E.E.M. van Someren
Postbus 556
2501 CN Den Haag
uiterste inzenddatum 7 september a.s.
Licentie IP+
U kunt uw belangstelling voor de licentie IP+ aan ons kenbaar maken door (een kopie van) onderstaand strookje te gebruiken om uw belangstelling vrijblijvend te melden en dit sturen naar:
Postbus 43300, 2504 AH Den Haag.
of faxen: 070 - 30 90 704
formulier belangstelling voor licentie IP+
instelling: ..........................................................................................................
naam: ................................................................................................................
functie:...............................................................................................................
werkgever van ................... fte's (aantal invullen)
datum: ................................
plaats:................................................................................................................
______________________________________________________________
uiterste inzenddatum 7 september a.s.
BASOB IV en V
U kunt via onderstaand strookje aan geven dat u in aanmerking wilt komen voor een of meer
BASOB IV en V-plaatsen.
Gebruik per plaats een kopie van dit strookje
instelling: ...................................................................................................................................................................
naam: .........................................................................................................................................................................
functie: ......................................................................................................................................................................
doet het verzoek in aanmerking te komen voor:
een BASOB-plaats voor .............. uren per week in het kader van de BASOB-regeling
IV / V*
* invullen voor hoeveel uur de arbeidsplaats is en doorstrepen welke regeling niet van toepassing is (zie de toelichting in deze WOBberichten en aan ommezijde).
september 2001
2001- 09
wijziging WAO
voortgang arboconvenant
start implementatieprocedure OBIP+
respons BASOB IV en V
In het septembernummer informatie over de veranderingen in de WAO, de voortgang
van het arboconvenant, de start van de implementatieprocedure OBIP+ en de respons
op BASOB IV en V. Korte berichten over de Wet op de persoonsgegevens, het
wetsontwerp overdracht onderneming en over personeelskortingen via Quavida.
geen verhoogde wao-premie bij succesvol verhaal
Vanaf 1 januari 2002 is een werkgever onder voorwaarden niet langer verplicht de verhoogde WAO-premie te betalen. Dat is het geval als hij met succes de kosten van de loondoorbetalingsplicht gedurende het eerste ziektejaar van de betreffende arbeidsongeschikte werknemer kan verhalen op de derde die de arbeidsongeschiktheid heeft veroorzaakt. U kunt hier bijvoorbeeld denken aan een auto-ongeluk veroorzaakt door schuld van een derde.
Onlangs heeft staatssecretaris Hoogervorst van Sociale Zaken en Werkgelegenheid dit voorstel aan de ministerraad voorgelegd en de ministerraad is hiermee akkoord gegaan.
Na één jaar loopt de loondoorbetalingsplicht voor de werkgever af en heeft de arbeidsongeschikte werknemer recht op een WAO-uitkering ten laste van algemene middelen. Als een werkgever reeds met succes de kosten gedurende zijn loondoorbetalingsplicht heeft kunnen afwentelen, geldt dit in beginsel ook voor de daarop volgende WAO-uitkeringen. Tot nu toe hebben werkgevers daar geen profijt van gehad en moesten ze in voorkomende gevallen toch de verhoogde WAO-premie betalen. Het Landelijke instituut sociale verzekeringen, dat verantwoordelijk is voor de premie-inning en de uitkeringsverstrekking, had vorig jaar juli al de staatssecretaris verzocht om op dit punt verandering aan te brengen. De staatssecretaris heeft zich hiervoor gevoelig getoond.
Het voorstel van de staatssecretaris is zowel gunstig voor werkgevers die geen
eigen-risicodrager zijn voor de WAO, als voor werkgevers die dat wel zijn.
Geen eigen risico dragen voor WAO
Als een werkgever geen eigen risicodrager voor de WAO is, betaalt hij zowel de basispremie
WAO (6,1% per 1 juli 2001) en de zogeheten gedifferentieerde premie WAO. Het voorstel
leidt ertoe dat bij succesvol verhaal de gedifferentieerde premie lager kan uitvallen. Immers
het Lisv hoeft namelijk minder uitkeringen te doen. Voor kleine werkgevers geldt voor het
jaar 2001 een minimumpremie van 0,98% en een maximumpremie van 4,77%. Voor grote
werkgevers geldt een minimumpremie van 0,41% en een maximumpremie van 6,36%.
Voor de hoogte van de gedifferentieerde premie WAO zijn twee factoren van belang:
1 de indeling van een werkgever als een grote of kleine werkgever.
De grens ligt bij 15 maal het landelijk gemiddeld premieplichtig loon per werknemer in het peiljaar. Voor het jaar 2001 fungeert 1999 als peiljaar. Het gemiddeld premieplichtig loon in 1999 bedroeg f 48.400;
2 het bedrag dat in een kalenderjaar aan WAO-uitkeringen aan de werknemers van een bedrijf
is betaald. Dat wil zeggen hoe meer werknemers binnen een onderneming arbeidsongeschikt
worden hoe hoger de gedifferentieerde premie wordt. Voor de berekening van de
gedifferentieerde premie in een individueel geval geldt een bepaalde formule.
Wel eigen risico dragen voor de WAO
Vanaf 1 januari 2002 gaat ook een en ander wijzigen voor eigen risicodragers. Dit is ons
[PCW -red.] door het Lisv telefonisch bevestigd. Momenteel kan het Lisv besluiten de
WAO-uitkeringen te verhalen op de derde die de arbeidsongeschiktheid heeft veroorzaakt en
merkt de werkgever hier niets van. Vanaf 1 januari 2002 krijgt de eigenrisicodrager dat
verhaalsrecht wel.
Wat houdt dat eigen risico dragen eigenlijk in?
Een werkgever kan onder voorwaarden ervoor kiezen het risico van betaling van
arbeidsongeschiktheidsuitkering gedurende de eerste vijf jaar van arbeidsongeschiktheid van
de eigen werknemers voor eigen rekening te nemen. Het betreft de periode die aanvangt na
het eerste jaar van ziekte van de werknemer waar volgens de Wet (Burgerlijk Wetboek) de
loondoorbetalingsplicht geldt. Deze maatregel is erop gericht om het beroep op
arbeidsongeschiktheidsuitkeringen terug te dringen en richt zich daarbij op werkgevers.
Als een werkgever eigen-risicodrager voor de WAO is geworden, betaalt hij alleen de
basispremie WAO (6,1% per 1 juli 2001) en niet de zogeheten gedifferentieerde premie
WAO. Dit laatste premiedeel kan de werkgever zich dus besparen in ruil voor het eigen risico
dragen. Bij succesvol verhaal van de loondoorbetalingsplicht liggen de financiële gevolgen
van de arbeidsongeschiktheid bij die derde. Het voorstel verkleint dus de risico's van de eigen
risicodrager.
Voor zover een werkgever overweegt eigen-risicodrager te worden zijn onder meer de volgende omstandigheden van belang:
1 het WAO-risico van de onderneming ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Bij een hoger risico dan het landelijk gemiddelde zal de werkgever er in het algemeen geen belang bij hebben om eigen-risicodrager te worden;
2 de mogelijkheden binnen het bedrijf om arbeidsongeschikte werknemers aangepast werk te kunnen aanbieden. Immers als een werknemer aan-gepast werk verricht, ontvangt hij loon en geen WAO-uitkering;
3 de kosten die een werkgever moet maken om een zekerheidstelling (van bijvoorbeeld een bank) te kunnen verkrijgen dat een zieke werknemer daadwerkelijk ziekengeld krijgt uitbetaald.
4 de kosten van het zich verzekeren tegen eigen risico dragen. Voor grote ondernemingen is het vaak voordeliger om dit risico niet te verzekeren. Voor deze ondernemingen geldt de wet van de grote getallen. De hoge kosten van een bepaald individueel geval worden gecompenseerd door de meevallende kosten van een ander individueel geval.
met dank aan: nieuwsbrief Price Waterhouse Coopers
voortgang arboconvenant
Naar aanleiding van ons bericht over de voorbereiding van het arboconvenant hebben wij verschillende reacties van leden ontvangen. Inmiddels heeft ook een gesprek met DOS-vertegenwoordigers plaats gevonden.
Zoals in dat WOBberichten 07/08 was aangegeven zal het WOB-bestuur zich beraden over deze reacties en verdere aanpak.
Binnen de BBC (Begeleidingscommissie) is nog een andere discussie gaande, waardoor wij u op dit moment niet nader kunnen informeren.
Wij raden u aan regelmatig even te kijken op de WOBsite, waar wij u op de hoogte houden
van het laatste nieuws.
start implementatieprocedure OBIP+
Brieven zijn uitgegaan naar de bibliotheken die door middel van hun antwoordstrookje belangstelling hebben uitgesproken voor het nemen van een gebruikslicentie op OBIP+. Inmiddels is het aantal geregistreerde belangstellende leden gestegen naar 33.
Zij zijn in kennis gesteld van het in gang gezette implementatie-traject en uitgenodigd voor de eerste stap in de implementatie: een bijeenkomst met de thema's:
- hoe werkt OBIP+ precies en wat levert deze werking de eigen organisatie op?
- wat vraagt de implementatie van OBIP+ van een organisatie, wat is er nodig (technisch en inhoudelijk) om effectief de meerwaarde van het instrument te kunnen benutten?
Momenteel loopt de voorbereiding van een aantal bijeenkomsten. De bijeenkomsten zijn ingedeeld in bijeenkomsten voor grote organisaties en voor de minder grote en kleine.
Met de minder grote en kleine organisaties zal een viertal regionaal gespreide, voor meer
bibliotheken gecombineerde bijeenkomsten worden gehouden.
SPECIAAL VAN BELANG VOOR ANDERE GEÏNTERESSEERDEN.
Bij deze delen wij ten behoeve van de geïnteresseerden die nog geen antwoordstrook hebben ingezonden mede, dat ook zij in de gelegenheid zullen worden gesteld om aan één van deze vier bijeenkomsten deel te nemen. Tijdstippen en locaties van deze bijeenkomsten zijn nog niet vastgesteld. Men zal daarover apart worden ingelicht via de volgende WOBberichten en de rubriek Laatste nieuws van de WOBsite.
Ook andere vast betrokkenen bij de ontwikkelingen in de sector, zoals bepaalde advies- en
consultatiebureau's en landelijke functionarissen, zullen gelegenheid krijgen zo'n bijeenkomst
bij te wonen.
respons op BASOB IV en BASOB-V-regelingen
In de afgelopen periode is de aanvankelijk aarzelende respons indrukwekkend gegroeid. Er zijn thans reeds antwoordstroken ontvangen voor een totale besteding die de beschikbare middelen flink zou overschrijden. In de eerstkomende vergadering van het bestuur van de Stichting BASOB, op 10 oktober, zullen hierover besluiten worden genomen. De indieners ontvangen daarna uiteraard antwoord op hun aanvrage.
Aan de bibliotheken die het inzenden van een antwoordstrook voor een project in hun bibliotheek in voorbereiding hebben, maar nog niet waren toegekomen aan inzending, geven wij de boodschap mee, dat dat werk wellicht toch niet overbodig is gedaan. Mochten we kunnen gaan beschikken over andere geldbronnen, cq. de loonmatigingsgelden dan kunnen genoemde initiatieven mogelijk onder dat vaandel alsnog in aanmerking worden gebracht voor speciale subsidie. Zover is het echter nog niet. De bibliotheken zullen in een ander kader, samen met het NBLC, door ons hierover worden geïnformeerd en zijn daartoe uitgenodigd voor een landelijke bijeenkomst op 18 oktober as.
In bijlage bij deze WOBberichten treft u de uitnodigingsbrief aan, zoals die is verzonden naar
de directies van de Openbare Bibliotheken en Provinciale Bibliotheekcentrales.
Wet bescherming persoonsgegevens
Af en toe komen er bij de WOB vragen binnen over de Wet bescherming persoonsgegevens.
Dit onderwerp ligt echter meer op het terrein van de vereniging NBLC. U zult daarom over
dit onderwerp worden geïnformeerd in NBLC-verband.
wetsontwerp overgang van onderneming
Belangrijkste onderwerpen in dit wetsontwerp zijn:
de overgang van rechten en plichten in geval van een insolvente onderneming;
de overgang van pensioenen bij overgang van onderneming;
De regelingen zijn vooral relevant voor ondernemingen.
personeelskorting via Quavida
De WOB is in contact met een organisatie genaamd QUAVIDA, die een pakket kortingen op diverse producten als bonus voor personeel van deelnemende werkgevers aanbiedt. We hebben ons laten informeren over de inhoud van het pakket, de werkwijze. De contacten tot nu toe stemmen positief. In een proefgroep van bibliotheken zal worden nagegaan of het pakket voldoende aantrekkelijk is, en of de werkwijze (bestellen door medewerkers via internet-site met een wachtwoord) bevredigend werkt. De WOB zou een afspraak op sectorniveau kunnen maken, waaraan bibliotheken kunnen besluiten mee te doen.
We houden u op de hoogte.
bijlage: UITNODIGING VAN NBLC, MEDE NAMENS WOB
| Aan de directies van de
Openbare Bibliotheken en Provinciale Bibliotheekcentrales |
| Datum | Doorkiesnummer | Uw kenmerk |
| 24 september 2001 | 070-3090141 | |
| Ons kenmerk | ||
| 41.10/1221-1142/ES/tk | ||
| Onderwerp | ||
| uitnodiging | ||
Geachte directies,
Hierbij nodig ik u mede namens het bestuur van de WOB uit voor een bijeenkomst over de zogenaamde f 11 miljoen-regeling herstructurering openbare bibliotheken op:
donderdag 18 oktober 2001
van 10.00 - 13.00 uur
Utrecht: Jaarbeurscongrescentrum
De bedoeling van deze bijeenkomst is u te informeren over de voorwaarden en mogelijkheden die deze regeling op korte termijn biedt als impuls voor de herstructureringsoperatie en in bijzonder het het aanpakken en verbeteren van de brede personele problematiek in de branche. Indien u niet zelf in de gelegenheid bent om deze bijeenkomst bij te wonen adviseren wij u een vervanger af te vaardigen.
Toelichting
Zoals bekend zijn VNG, IPO en het Ministerie van OCenW het in principe eens over de herstructurering van het openbare bibliotheekwerk. Een en ander is neergelegd in een koepelconvenant dat door de drie partijen op 8 november a.s. zal worden ondertekend. In dit koepelconvenant is voorzien in een extra financiële impuls van f 44 miljoen over de periode 2001-2004 - dat wil zeggen f 11 miljoen per jaar - om het proces van herstructurering op gang te brengen.
In de ledenvergadering van de Vereniging op 7 juni jl. zijn bij de behandeling van het actieprogramma strategische personeelsplanning vragen gesteld over de besteding van deze
f 11 miljoen gelet op de herkomst ervan, namelijk middelen op de begroting van OCenW die door de rijksoverheid beschikbaar zijn gesteld als compensatie voor de via de zogenaamde bestekkortingen uit 1979/1981 aan onze sector opgelegde loonmatiging. Zoals tijdens de ledenvergadering is meegedeeld, vindt over de exacte besteding van de middelen nog overleg plaats waarbij ook de sociale partners WOB, ABVAKABO en CFO zijn betrokken. Hoewel na overleg alles nog niet volledig is afgerond en uitgekristalliseerd liggen wel de volgende belangrijke uitgangspunten vast:
Voor de toekenning van de beschikbare middelen wordt de komende tijd een ministeriële subsidieregeling opgesteld waarin een beperkt aantal nadere voorwaarden zijn vastgelegd.
Regeling voor 2001: spoedinformatie en aanpak
Van groot belang is dat onderscheid is gemaakt tussen de toedeling van de middelen voor 2001 en voor de periode 2002-2004. Voor 2001 wordt een snelle en korte procedure gevolgd waarin de toedeling niet rechtstreeks aan de gemeenten, maar aan de provincies plaatsvindt op basis van een zogenaamde 'bestemmingsbeschrijving'. De provincies hebben als taak om - uiteraard in overleg met de gemeenten - nog in 2001 concrete bestedingsvoorstellen in te dienen bij OCW. Een en ander betekent dat het aanvragen, besteden en verantwoorden van deze middelen in een bijzonder korte tijd moet gebeuren. Hiertoe willen wij de bibliotheken met de grootste spoed handreikingen aanbieden.
Hoewel op dit moment de regeling nog niet volledig is uitgewerk en gepubliceerd hopen wij u tijdens de bijeenkomst op 18 oktober nader te kunnen informeren over de precieze subsidievoorwaarden en te volgen procedure. Bovenal is het echter onze bedoeling om tijdens deze bijeenkomst mogelijke modellen te presenteren en te bespreken voor de aanpak van de vorming van basisbibliotheken en suggesties voor een adequate personele toerusting daarvan door middel van scholing en training, functieinnovatie en -differentiatie, loopbaanontwikkeling en -mobiliteit enz. Wij streven er naar dat vanuit de branche op korte termijn heldere, concrete en stimulerende projectbeschrijvingen en -plannen worden ontwikkeld waarmee nog dit jaar provincies kunnen worden gevoed bij het opstellen van bestedingsvoorstellen. Dat plannen en initiatieven vanuit de branche zelf voortkomen kan van groot belang zijn voor de gang van zaken in de volgende jaren.
De bijeenkomst wordt voorbereid door de gezamenlijke task force arbeidsmarktproblematiek van Vereniging en WOB.
Wilt u ons via bijgaand aanmeldingsformulier laten weten of u zult deelnemen. Aan de deelnemers zal vooraf het programma worden toegestuurd en zo mogelijkaanvullend informatiemateriaal.
Wij rekenen op uw aller komst!
Hoogachtend,
namens het bestuur
Mr. J.E. van der Putten
secretaris/directeur
oktober 2001
2001-10
gezamenlijke berichtgeving partijen COAOB
fiscaal voordeel voor herintreedsters en werkgevers
nieuwe uitvoeringsorganisatie begin 2002 van start
uitslag enquête arbodiensten en Wulbz-verzekeraars
werkgever betaalt deel WW bij ontslag ouderen
behandeling aanvragen BASOB IV en V
voortgang regeling 11 miljoen - de loonmatigingsgelden
implementatie OBIP+
Deze maand bericht uit het COAOB, en verder nieuws over fiscaal voordeel, de super-uvi, het enquêteverslag, extra kosten bij ontslag ouderen, BASOB IV en V, de 11 miljoen en OBIP+. Terzijde de loongrens, Zwolle en een nieuwe naam.
gezamenlijke berichtgeving partijen COAOB
In de CAO-afspraken voor de jaren 2001 en 2002 zijn een aantal onderwerpen opgenomen waarover werkgevers en werknemers gedurende de looptijd van de CAO nader zullen overleggen. Dit zijn de zogenoemde protocollaire afspraken. In de vergadering van 10 oktober 2001 hebben partijen in het Centraal Orgaan Arbeidsvoorwaardenoverleg Openbare Bibliotheken (COAOB), zijnde de WOB, ABVAKABO FNV en CFO CNV-Bond, de wederzijdse voorstellen over deze protocollaire afspraken besproken.
Zij hebben besloten allereerst in kleine, paritair samengestelde, informeel werkende werkgroepjes een drietal protocollaire onderwerpen in werkgroepverband te bestuderen.
Deze onderwerpen zijn: CAO à la carte, het beoordelings- en functioneringssyteem en de Regeling Toelage Onregelmatige Diensten. Per onderwerp zal een werkgroep bestaande uit twee leden namens de werknemersdelegatie en twee leden namens de werkgeversdelegatie zich buigen over verschillende modaliteiten en de kostenaspecten daarvan.
Partijen hebben afgesproken dat de drie werkgroepen in maart/april 2002 een advies uitbrengen aan het COAOB ten behoeve van de uitvoering van de bovengenoemde protocollaire afspraken bij de lopende CAO.
fiscaal voordeel voor herintreedsters en werkgevers
Herintreedsters kunnen een toetrederskorting krijgen van maximaal 2.723 en werkgevers die haar in dienst nemen een fiscaal voordeel als zij minimaal 20% van het minimumloon gaan verdienen. Daarnaast hoeven werkgevers minder belasting af te dragen als zij herintreedsters in dienst nemen die zich, terwijl ze al werken, nog bepaalde basisvaardigheden eigen moeten maken. Begin 2002 gaat een voorlichtingscampagne van start. Binnen de groep herintreedsters krijgen allochtone vrouwen speciale aandacht.
nieuwe uitvoeringsorganisatie begin 2002 van start
Begin volgend jaar gaat de nieuwe uitvoeringsorganisatie voor de sociale zekerheid van start. Het wetsvoorstel structuur uitvoering werk en inkomen (SUWI) ligt momenteel ter behandeling in de Eerste Kamer.
In dit wetsontwerp staat het belang van preventie en reïntegratie voorop. Taken als de beoordeling van het recht op een uitkering, handhaving en opsporing worden door publieke organisaties verricht. Taken die zich juist goed lenen voor concurrentie: preventie en reïntegratie, worden uitgevoerd door private instellingen.
Er komen 131 Centra voor Werk en Inkomen (CWI). Werkzoekenden kunnen daar terecht voor de aanvraag van een uitkering en voor arbeidsbemiddeling. De huidige uitvoeringsinstellingen worden samengevoegd in het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV), dat verantwoordelijk wordt voor de premie-inning, de WAO-keuring en de uitkeringsverstrekking. De gemeenten blijven verantwoordelijk voor de uitvoering van de bijstandsregelingen. De Inspectie voor Werk en Inkomen houdt toezicht op de uitvoeringsorganisaties.
Verder komt er een Raad voor Werk en Inkomen waarin werkgevers, werknemers en gemeenten bijdragen aan het beleid op het gebied van werk en inkomen.
uitslag enquête arbodiensten en Wulbz-verzekeraars
Op 17 september is de leden een korte enquête gestuurd met de vraag met welke arbodienst en verzekeraar zaken wordt gedaan en hoe tevreden men is over hun diensten.
Aanleiding voor deze enquête waren enkele negatieve geluiden die we hoorden over de partijen waarmee de WOB een mantelcontract heeft.
In totaal hebben 70 leden de vragenlijst teruggestuurd.
We hebben de reacties eerst gewoon geteld en toen gewogen naar het aantal formatieplaatsen van de respondenten. De gewogen uitkomst telt.
arbodiensten
Bij de arbodiensten leidt contractpartner ArboNed met 41 aansluitingen. Ongeveer de helft van de aangeslotenen is 'tevreden', een kwart 'neutraal', en voor de rest 'zeer tevreden', een beetje 'ontevreden' en heel weinig 'zeer ontevreden'.
Met 9 aansluitingen volgt ArboUnie, dat voor ongeveer 60% 'neutraal' scoort, geflankeerd door 20% 'tevreden' en 20% 'ontevreden'.
We vermelden ook nog Maetis/12 Provinciën, met 8 aansluitingen, flink scorend op 'ontevreden', een beetje op 'tevreden' en iets minder op 'neutraal' en 'zeer ontevreden'.
Van de andere arbodiensten kennen we te weinig aangeslotenen (niet meer dan 3) om ze apart te vermelden: goede of slechte ervaringen zouden dan in detail moeten worden verantwoord.
Het resultaat geeft geen aanleiding verandering te brengen in de relatie met ArboNed.
verzekeraars
Het tweede deel van de vragenlijst betrof de verzekering van het ziektewet-, of correcter het WULbZ-risico, waarvoor de WOB een mantelovereenkomst met De Amersfoortse heeft.
Het grootste aantal van de 57 daar verzekerden meldt 'neutraal', maar na weging van de response verandert dat: dan is de helft 'tevreden', gevolgd door twee kwarten 'neutraal' en 'ontevreden' en een kleine fractie 'zeer ontevreden'.
Er zijn te weinig leden (niet meer dan 3) klant bij enige andere verzekeraar om die apart te vermelden; een aantal leden heeft geen WULbZ-verzekering, maar draagt het risico geheel zelf - al dan niet na een afspraak gemaakt te hebben met de subsidiënt over de financiering van calamiteiten als bijvoorbeeld maandenlange ziekte van een zeer groot deel van het personeel.
Ook hier geldt dat de tevredenheidsscore voldoende reden is om met De Amersfoortse door te gaan.
werkgever betaalt deel WW bij ontslag ouderen
Werkgevers die een werknemer van 57,5 jaar of ouder ontslaan, betalen voortaan een deel van de WW-uitkering. De werkgeversbijdrage wordt echter nooit hoger dan 3 procent van de totale loonsom die de werkgever voor alle werknemers betaalt. De bijdrage aan de WW-uitkering blijft verplicht zolang de werkloosheid duurt, dus maximaal 7,5 jaar. Met deze maatregel moet de oververtegenwoordiging van ouderen in de WW worden teruggedrongen. Om te voorkomen dat oudere werknemers door deze maatregel niet meer aan de slag komen, geldt het eigen risico niet voor werknemers die na hun 50ste verjaardag in dienst zijn gekomen. De werkgever hoeft geen bijdrage aan de WW-uitkering te betalen, als de werknemer zelf ontslag heeft genomen (in uitzonderlijke gevallen hebben werknemers namelijk ook recht op een WW-uitkering als zijzelf hebben opgezegd, bijvoorbeeld omdat hun partner verhuist).
Dit staat in het aangepaste Wetsvoorstel werkgeversbijdrage werkloosheidslasten oudere werknemers waarmee de ministerraad op voorstel van staatssecretaris Hoogervorst van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft ingestemd. Het voorstel, waarvan wij al in mei (WOBberichten 2001-05) melding maakten, was op 11 mei 2001 door de ministerraad aanvaard, maar is naar aanleiding van de toets door het Landelijk instituut sociale verzekering (Lisv), het College toezicht sociale verzekeringen (CTSV) en het Adviescollege toetsing administratieve lasten op een aantal kleine punten aangepast.
De hoogte van de werkgeversbijdrage is afhankelijk van de bedrijfsgrootte. Werkgevers die meer dan vijftig werknemers in dienst hebben, betalen 30 procent van de bruto WW-uitkering (inclusief de belasting en de sociale lasten die erover worden afgedragen). Voor bedrijven met 16 tot en met 50 werknemers geldt een percentage van 25 procent. Bedrijven met 6 tot en met 15 werknemers betalen 15 procent en bedrijven met minder dan 6 mensen in dienst 10 procent van de WW-uitkering. Startende ondernemingen vallen automatisch in de laatste categorie. Van deze bedrijven zijn de gegevens over de loonsom van het afgelopen jaar nog niet bekend. Bovendien wordt op deze manier rekening gehouden met de hoge kosten in de startfase van een onderneming. De bijdragen die de werkgevers betalen, worden gestort in de fondsen waaruit de WW wordt betaald. Dit leidt weer tot een verlaging van de algemene WW-premie voor de werkgevers.
De regeling heeft onmiddellijke werking. Dat wil zeggen dat werkgevers die na de aankondiging van het wetsvoorstel op 11 mei 2001 een werknemer van 57,5 jaar of ouder ontslaan, op het moment dat de wet van kracht wordt (per 1 juli 2002) een deel van de werkloosheidslasten voor deze werknemer voor hun rekening moeten nemen. Het kabinet heeft dit besloten om te voorkomen dat werkgevers de periode voordat de wet van kracht is, zullen gebruiken om zoveel mogelijk oudere werknemers te ontslaan.
De ministerraad heeft ermee ingestemd dat het wetsvoorstel voor advies naar de Raad van State wordt gezonden. De tekst van het wetsvoorstel en van het advies van de Raad van State worden pas openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer. (bron: RVD, 12.10.2001)
behandeling aanvragen BASOB IV en V
De behandeling van de verzoeken om subsidie in het kader van de nieuwe regelingen BASOB IV en V is ver gevorderd. Er is een verheugend groot aantal verzoeken binnengekomen bij de uitvoerende Stichting BASOB. In het overleg met de CAO-partners op 10 oktober jl. zijn over enkele punten van interpretatie en volgorde van honorering van verzoeken in overeenstemming van partijen besluiten genomen. De besluiten op de verzoeken zullen door de Stichting BASOB in begin november worden bekend gemaakt. Tijd is met name gemoeid met de omzetting van voorlopige verzoeken in definitieve.
voortgang regeling 11 miljoen - de loonmatigingsgelden
De bibliotheken zullen van de Vereniging NBLC de set stukken met tekst van inleidingen en het verslag ontvangen van de op 18 oktober door WOB en NBLC samen georganiseerde bijeenkomst. Het betreft de inleidingen van de heren Boom en Van der Putten, en de presentatie door de heer J. Debeij van een visie op de vorming van basisbibliotheken met handreikingen voor de practische aanpak daarvan door de bibliotheken.
De bijeenkomst was zeer druk bezocht, en oogstte naar de indruk van WOB en NBLC alom waardering.
De ter vergadering als concept voor een regeling voor het jaar 2001 uitgereikte beschikkingsbrief is inhoudelijk ongewijzigd door de Staatssecretaris vastgesteld. De in overeenstemming daarmee te verrichten betalingen aan de provincies zijn eveneens naar ons van OCW-zijde is gemeld, de deur uit gegaan.
In dezelfde groep (OCW, VNG, IPO en sociale partners) die heeft gesproken over de regeling voor 2001, is inmiddels verder overlegd over de regeling voor de jaren 2002 tot en met 2004.
Een definitieve tekst zal hopelijk voorafgaand aan de ondertekening van het koepelconvenant op 8 november gereed zijn.
implementatie OBIP+
Er zijn hierover geen bijzonderheden te melden, anders dan dat de geplande gecombineerde voorlichtings- en presentatiebijeenkomsten zijn georganiseerd. In overleg met de betrokken responderende bibliotheken is inmiddels voor een vijftal clusters van kleinere organisaties ten huize van de bibliotheken van Hilversum (7/11), Ede (14/11), Rijswijk (15/11), Alkmaar (21/11) en Heerlen (28/11) een bijeenkomst belegd. De (nog) niet op het OBIP+-aanbod responderende bibliotheken zijn uitgenodigd om zo'n bijeenkomst bij te wonen. Ook een aantal landelijke functionarissen van het NBLC en in de sector actieve externe adviseurs is uitgenodigd om in zo'n bijeenkomst geïnformeerd te worden over OBIP+. Met de grotere bibliotheken die hebben gerespondeerd is per bibliotheek een individuele afspraak gemaakt.
Na voorlichting en presentatie volgt in die bijeenkomsten meteen ook de focus op de eigen organisatie.
Nadere berichten volgen, naar de individuele respondenten, en via WOBberichten. Voorbereiding en organisatie vergen veel tijd.
loongrens ziekenfonds
De loongrens, waaronder men verplicht verzekerd is in de zin van de Ziekenfondswet, is voor 2002 vastgesteld op 30.700.
Het loon op 1 november van dit jaar is bepalend voor de vaststelling of het bruto jaarsalaris al dan niet onder de loongrens (omgerekend in guldens 67.653,90) ligt.
De stand op de peildatum geldt zolang betrokkene niet van werkgever verandert.
Wie op 1 november 2001 een of meer salarissen van in totaal meer dan 5220,20 per maand verdient, is in 2002 in principe niet meer verplicht verzekerd.
Er zijn een paar mitsen en maren: spaarloon wordt afgetrokken van het salaris, zodat vóór 1 november ophouden met sparen iemand soms juist uit het Ziekenfonds houdt - en beginnen met sparen het omgekeerde effect kan hebben.
Ook telt een loonsverlaging als gevolg van ouderschapsverlof niet: gekeken wordt dan naar wat het normale salaris zou zijn.
waarom ALV in Zwolle?
De komende extra ledenvergadering moest op korte termijn worden belegd. Het lag daarom voor de hand de aanvankelijk voor tekening van het arboconvenant op die datum, 3 oktober, gereserveerde ruimte te benutten.
Blijft de vraag 'Waarom in Zwolle?', zoals die door verscheidene leden uit het zuiden des lands werd gesteld.
De Statenzaal in het gebouw van de Openbare Bibliotheek heeft een bijzondere allure. Voor de tekening van de convenant, waarbij ook de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aanwezig zou zijn, een bij uitstek representatieve ruimte, zoals het bibliotheekwerk er maar weinig 'in huis' heeft.
Voor alle normale bijeenkomsten zoeken wij altijd eerst naar een vergaderplaats in het centrum van het land, of -zie de bijeenkomsten voor OBIP+- direct in de regio van de betrokken leden.
nieuwe naam voor het bedrijfspensioenfonds
Vanaf 2002, als de nieuwe statuten werken, zal de Stichting Bedrijfspensioenfonds Bibliotheekpersoneel een nieuwe naam krijgen.
Een verandering was nodig, omdat het woord bedrijfspensioenfonds niet meer staat voor wat het fonds is: een bedrijfstakpensioenfonds.
Dat is een hele mond vol - te vol, vond het bestuur. Het wordt daarom gewoon Stichting Pensioenfonds Openbare Bibliotheken.
Er gaat meer veranderen, zoals het medezeggenschapskanaal, maar daarover wordt pas besloten als de deelnemersvergadering is gehoord.
november 2001
2001-11
besluiten ALV 31.10.2001
nieuw concept arboconvenant
spaarloon vroegtijdig opnemen gemakkelijker
nieuw inspraakorgaan pensioenfonds op komst
wet verbetering poortwachter
implementatie OBIP+
pilot Quavida
| In het novembernummer van WOBberichten vindt u de besluiten van de ALV, deze hebben geleid tot een nieuw arboconvenant. Verder berichten over MBO-opleiding erkend en bekostigd, spaarloon vroegtijdig opnemen gemakkelijker, nieuw inspraakorgaan pensioenfonds op komst, de wet verbetering poortwachter: reïntegratie centraal, implementatie OBIP+ en een pilot met Quavida.
In de marge: het wetsvoorstel eigenrisicodragen Ziektewet, minimumloon omhoog, pilotcursus CAO succes, sluiting WOB-bureau rond kerst en 2 februari 2002 is géén nationale feestdag. |
besluiten alv van 31 oktober jl.
In de extra ledenvergadering van 31 oktober 2001 zijn de volgende besluiten genomen.
1 de verplichting om de hoogtes van de planken van boekenkasten aan te passen zou moeten worden verangen door een dringende aanbeveling
2 het rouleerschema moet worden verduidelijkt en genuanceerd
3 ten aanzien van de trainingen zou moeten worden gesteld dat, als het plan van aanpak in een training voorziet, deze training dan voor de betrokken werknemers ook verplicht is
4 de cijfers ten aanzien van het ziekteverzuim moeten logisch en begrijpelijk zijn.
nieuw concept arboconvenant
Met bovenstaande amendementen zijn de vertegenwoordigers van de WOB teruggegaan naar de Branche Begeleidingscommissie. De voorstellen zijn voor een belangrijk deel overgenomen.
De verplichting om de hoogte van de planken aan te passen is vervangen door een dringende aanbeveling. Bibliotheken die na ondertekening van het convenant plannen gaan maken voor verhuizing c.q. nieuwbouw zijn wel verplicht in hun plannen rekening te houden met de hoogtenormen voor de planken.
Aan het convenant wordt toegevoegd de afspraak dat vanuit het convenant vroegtijdige reïntegratie wordt gestimuleerd en dat de bibliotheken daarbij ondersteuning krijgen in de vorm van het aanreiken van modellen.
Er zal een ziekmeldingsprocedure worden ontwikkeld, en een protocol verzuimbegeleiding. De bibliotheken zelf moeten zorgen voor een verzuimregistratiesysteem Met ArboNed zullen met betrekking tot dit onderwerp afspraken worden gemaakt over hun rol in het geheel.
De overige wijzigingsvoorstellen zijn geheel overgenomen.
In de stukken voor de ledenvergadering van 19 december a.s. zal de herziene concepttekst van het convenant en het Plan van Aanpak aan de leden worden voorgelegd.
mbo-opleiding erkend én bekostigd
De tweejarige vakopleiding Assistent Bibliothecaris Openbare Bibliotheken, die de afgelopen jaren is georganiseerd door de particuliere opleidingsinstituten GO en PSO, wordt met ingang van het schooljaar 2002/2003 vervangen door de vernieuwde kwalificatie Medewerker Informatiedienstverlening en Bibliotheken. Anders dan de opleiding assistent-bibliothecaris richt deze vernieuwde opleiding zich niet alleen op mbo-functies in de ob-sector, maar op alle sectoren van bibliotheek, documentatie en informatie.
De vernieuwde opleiding blijft een 2-jarige specialistenopleiding op niveau 4.
Op advies van het landelijk orgaan voor beroepsonderwijs Ecabo heeft de Minister van OCenW de nieuwe kwalificatie opengesteld voor het bekostigd onderwijs via de Regionale Opleidingscentra (ROC's). Dit betekent dat de ROC's de opleiding kunnen aanbieden als reguliere opleiding. Daardoor ontstaat de mogelijkheid om via de route van de ROC's instroom te genereren van jonge schoolverlaters uit het mbo.
Vijf jaar na 'Beroepsprofiel' en 'Functie-innovatie' beschikt het bibliotheekveld nu naast de hbo-opleiding ook over een volwaardige officieel erkende en door de overheid bekostigde mbo-opleiding.
De komende tijd zal Ecabo in samenwerking met Vereniging NBLC en WOB de branche verder informeren.
(Dit bericht is eerder verschenen op de www.wobsite.nl onder de titel "MBO-opleiding open voor het bekostigde onderwijs via de ROC's").
spaarloon vroegtijdig opnemen gemakkelijker
De bestedingsdoelen voor zowel de premiespaarregeling als de spaarloonregeling zijn uitgebreid. De nieuwe bestedingsdoelen zijn:
a de start van een onderneming;
b de opname ter compensatie van niet genoten loon als gevolg van opname van (gedeeltelijk) onbetaald verlof, mits de dienstbetrekking ten tijde van het verlof ongewijzigd blijft voortbestaan;
c de financiering van scholingsuitgaven: voor kosten van het volgen van een opleiding of studie door de werknemer, met het oog op het verwerven van inkomen uit werk en woning.
Deze nieuwe doeleinden komen bij de al bestaande bestedingsdoelen: verwerving van een eigen woning en het betalen van premies voor een levensverzekering.
Het moet gaan om kosten die uiteindelijk drukken op de werknemer. De werkgever kan op verzoek van de werknemer in plaats van het spaarloon in enige maand op de spaarloonrekening te zetten het ingehouden spaarloon besteden aan een door de werknemer gekozen doel.
Het bedrag aan ingehouden spaargelden dat mag worden aangewend ter compensatie van niet-genoten loon als gevolg van (gedeeltelijk) onbetaald verlof is vastgesteld op 50% van het bedrag waarmee het loon als gevolg van dat verlof wordt verminderd.
De werkgever kan in de interne spaarregeling deze mogelijkheden afstemmen op zijn eigen administratieve mogelijkheden. De algemene voorwaarden zoals die golden bij invoering van de spaarloonregeling blijven daarbij gelden.
Verder zijn er enkele kleine wijzigingen in de mogelijkheid ingehouden spaargelden van de premiespaarrekening aan te wenden voor levensverzekeringen. Voorzover ons bekend wordt in onze sector (bijna) geen gebruik gemaakt van de premiespaarregeling, daarom laten we die hier verder onbesproken. Wilt u toch meer weten over deze veranderingen, dan adviseren wij u contact op te nemen met de betrokken verzekeringsmaatschappij of de instelling waar de spaarrekeningen zijn ondergebracht.
Op 1 januari 2001 is deze wijziging van de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingen ingegaan; ze is te vinden op: www.overheid.nl/op , departementale regelgeving, Staatscourant, zoek op titel: wijziging uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen.
nieuw inspraakorgaan pensioenfonds op komst
De komende algemene vergadering van deelnemers (AVD) aan de pensioenregeling, op vrijdag 14 december a.s. in het Utrechtse Jaarbeurscongrescentrum wordt waarschijnlijk ook de laatste. Aan de deelnemers wordt immers een voorstel tot het instellen van een deelnemersraad voorgelegd. Deze raad krijgt veel ruimere bevoegdheden dan de AVD, waarvoor hij in de plaats zal komen.
De deelnemersraad heeft tien leden, voor de eerste keer worden dat 9 werkenden en 1 gepensioneerde, ongeveer de verhouding van de grootte van de groepen die ze vertegenwoordigen. Alle leden worden benoemd door de werknemersorganisaties.
De AVD wordt gehoord over het voorgenomen besluit, daarna wordt het besluit tot instellen
(al dan niet) genomen. Die vrijdag om 11:30 uur is dus de laatste kans voor de ongeorganiseerde deelnemer om zijn stem te laten horen.
wet verbetering poortwachter: reïntegratie centraal
Naar verwachting wordt op 1 januari 2002 de Wet verbetering poortwachter van kracht. Deze wet heeft als doel het aantal mensen dat in de WAO terecht komt terug te dringen. Sneller en effectiever ingrijpen zijn daarbij de sleutelwoorden. Met name de werknemer krijgt een actievere rol in het reïntegratieproces.
In dit artikel, dat wij van Arboned aangereikt hebben gekregen, vindt u de belangrijkste punten uit de Wet verbetering poortwachter. De Wet verbetering poortwachter stelt reïntegratie centraal en legt de primaire verantwoordelijkheid daarvoor bij werkgever én werknemer.
1 Een sneller reïntegratieproces
Zieke werknemers gaan veelal sneller weer aan het werk wanneer na de ziekmelding snel en gericht actie wordt ondernomen. Op basis van een gedegen probleemanalyse en advies van de arbodienst, wordt een plan van aanpak vastgesteld door werkgever én werknemer. De Wet verbetering poortwachter stelt uiterlijke termijnen waarop dergelijke acties moeten zijn genomen.
2 Reïntegratie-inspanningen vastleggen
Bij dreigend langdurig verzuim moet een reïntegratiedossier worden bijgehouden. Alle activiteiten in het reïntegratieproces van werkgever, werknemer en arbodienst worden hierin vastgelegd.
Wanneer reïntegratie niet mogelijk blijkt, dient de werknemer een WAO-uitkering aan te vragen. Het reïntegratiedossier is de basis voor een reïntegratieverslag, dat nodig is bij de aanvraag van een WAO-uitkering. Het reïntegratieverslag is als het ware het 'paspoort' om toegang te krijgen tot de WAO.
Werknemer en werkgever kunnen samen besluiten om uitstel te vragen voor de WAO-aanvraag. Dit is verstandig wanneer reïntegratie mogelijk lijkt, maar wellicht niet slaagt binnen de termijn van 52 weken.
3 Inspanningsverplichting en sancties
Op dit moment is de werkgever grotendeels verantwoordelijk voor het ziekteverzuim en de instroom in de WAO van zijn medewerkers. Met de nieuwe regelgeving krijgt de werknemer een grotere verantwoordelijkheid voor de eigen reïntegratie. Van werkgever én werknemer wordt verwacht dat zij zich tot het uiterste inspannen om te voorkomen dat de werknemer in de WAO terecht komt.
Na 1 januari 2002 gaan de verschillende uitvoeringsinstellingen, zoals het GAK, samen in het Uitvoeringsinstituut WerknemersVerzekeringen (UWV). Het UWV beoordeelt op basis van het reïntegratieverslag of voldoende inspanningen zijn verricht om de reïntegratie van de zieke werknemer te bewerkstelligen.
Bij onvoldoende inspanningen om reïntegratie te bewerkstelligen, kan het UWV een sanctie opleggen. De werkgever kan te maken krijgen met een verlenging van de verplichting tot loondoorbetaling, met maximaal een jaar. Bij onvoldoende inspanningen van de werknemer heeft de werkgever het recht om loondoorbetaling stop te zetten. Tevens kan het UWV de WAO-beoordeling opschorten; de werknemer heeft dan tijdelijk geen inkomsten.
Wanneer een werknemer tijdens het reïntegratieproces een aanbod voor passend werk weigert zonder gegronde reden, bestaat de mogelijkheid om de werknemer te ontslaan. Het ontslag kan pas plaatsvinden nadat het UWV getoetst heeft of het aangeboden werk daadwerkelijk passend werk is.
Het reïntegratieproces
Hieronder wordt het reïntegratieproces volgens de Wet verbetering poortwachter weergegeven. De wet kent tevens enkele algemene aandachtspunten:
- Werknemer en arbodienst overleggen periodiek over de uitvoering van het plan van aanpak en de resultaten. Waar nodig wordt het plan van aanpak bijgesteld.
- Gedurende het hele proces bestaat voor werkgever én werknemer de mogelijkheid om een second opinion aan te vragen bij het UWV. Het UWV kan toetsen of voldoende inspanningen worden geleverd tijdens het reïntegratieproces. Tevens kan het UWV toetsen of passend ander werk beschikbaar is voor een werknemer, dan wel of een werknemer aangeboden passend werk kan accepteren.
| spoedige ziekmelding
(bij voorkeur eerste ziektedag) |
werkgever meldt de zieke werknemer bij de arbodienst |
| na uiterlijk 6 weken ziekte | probleemanalyse en advies voor aanpak van arbodienst |
| na uiterlijk 8 weken ziekte | definitief plan van aanpak van werkgever en werknemer
(inclusief vastleggen casemanager, bijv. bedrijfsarts ArboNed) |
| na uiterlijk 13 weken ziekte | werkgever geeft de ziekmelding door aan UWV
(ArboNed doet dit bij alle abonnementen voor verzuimbegeleiding) |
| na uiterlijk 39 weken ziekte | werknemer vraagt WAO-uitkering aan bij UWV
(+ reïntegratieverslag), of werknemer en werkgever vragen uitstel WAO aan bij UWV |
| na 52 weken ziekte | begin eerste WAO-jaar, of
begin periode verlengde loondoorbetaling (i.v.m. uitstel WAO) |
| na 104 weken ziekte | maximum termijn voor verlengde loondoorbetaling (uitstel WAO) |
Ingangsdatum
Zoals vermeld wordt de Wet verbetering poortwachter naar verwachting van kracht op 1 januari 2002. Dit is nog afhankelijk van de behandeling van de wet door de Eerste Kamer. Deze behandeling vindt plaats in november 2001.
implementatie OBIP+
De implementatie-ronde is in volle gang. De vijf in de WOBberichten van oktober aangekondigde bijeenkomsten zijn inmiddels georganiseerd en waren goed bezocht. Diverse deelnemende bibliotheken die zich nog niet als belangstellend hadden aangemeld, hebben dit nadien gedaan.
Met de grotere organisaties die zich als belangstellend hebben aangemeld zijn door MAO/MTD afspraken gemaakt voor een '1 op 1'-bijeenkomst met een informatief karakter , maar ook een focus op de eigen organisatie. Indien bibliotheken zich hebben aangemeld en nog geen contact zouden hebben met MAO/MTD over zo'n afspraak, verzoek ik hen een seintje te geven naar de WOB omdat er dan waarschijnlijk iets niet klopt.
Het rondzenden van de licenties ter ondertekening, dat is aangekondigd aan de belangstelling tonende bibliotheken, zal helaas niet lukken voordat de implementatie-ronde voor een groot deel reeds is gestart en loopt.
In de implementatie-bijeenkomsten is daarom aan de genoemde groep bibliotheken gevraagd er rekening mee te houden dat, indien zij afzien van het gebruikmaken van OBIP+, bij hen de kosten van de organisatie van de dag in rekening zal worden gebracht: een bedrag van ca. 250 per bibliotheek. De eerste kennismaking met OBIP+ heeft voor hen onzes inziens in elk geval zijn nut en waarde. Eenzelfde regeling is noodzakelijk ten aanzien van de 1 op 1-gesprekken met grotere organisaties, voorzover die zouden plaatsvinden vóór de ondertekening van de licenties.
Wij vragen hiervoor begrip: de implementatie dient door de WOB uit de vergoedingen voor de aan te gane licenties te worden bekostigd.
Het opstellen van de licenties kost helaas door grote drukte, ziekte en computerstoringen meer tijd dan gehoopt.
samenwerking WOB met QUAVIDA; opzet pilotproject
De WOB heeft contact met de organisatie QUAVIDA. QUAVIDA biedt voor personeelsleden van aangesloten organisaties een pakket van kortingen op allerlei producten en diensten, van benzine tot toegang tot pretparken. De aankopen lopen via een met wachtwoord toegankelijke website, rechtstreeks door de werknemers en zonder administratieve last voor de werkgever.
De WOB acht de samenwerkingsmogelijkheden zeer interessant, en heeft met QUAVIDA afgesproken een pilot te doen met een groep van zes bibliotheek-organisaties.
We zijn nog op zoek naar drie leden-organisaties. Wilt u, na nadere informatie over QUAVIDA meedoen, meldt dit dan graag binnen 14 dagen bij het WOB-secretariaat. Wij kunnen mondeling en schriftelijk nadere informatie geven.
Meedoen houdt in een demonstratie ten kantore van QUAVIDA in Almere, en een informatie- en implementatiebijeekomst bij iedere deelnemende organisatie in huis.
Wij horen graag van u.
| Let op: de convocatie voor de ledenvergadering van 19 december 2001 wordt 30 november a.s. verzonden; de 2e zending vergaderstukken volgt zo kort mogelijk na 5 december. Het aanvangstijdstip van de ledenvergadering, die tot ongeveer 16:00 uur zal duren, is vervroegd naar 11:00 uur. Plaats: Hoog Brabant, Radboudkwartier, Utrecht. |
wetsvoorstel eigenrisicodragen Ziektewet
Bij de Tweede Kamer is het wetsvoorstel eigenrisicodragen Ziektewet ingediend.
Volgens deze regeling krijgen werkgevers de mogelijkheid om zelf het risico te dragen voor het uitkeren van zieken-geld aan werknemers jegens wie geen loondoorbetalingsverplichting bij ziekte bestaat. Als de werkgever daarvoor kiest betaalt hij in voorkomende gevallen ziekengeld.
Het (toekomstige) Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) blijft verantwoordelijk voor de uitvoering van de ZW en dus voor de beslissing of de belanghebbende aanspraak heeft op een ZW-uitkering.
Het gaat daarbij om werknemers met een andere arbeidsverhouding dan een arbeidsovereenkomst (zoals freelancers), werknemers van wie de arbeidsovereenkomst tijdens het ZW-jaar is geëindigd en voor ZW-uitkeringen op grond van de nawerkingsbepalingen (en dus niet voor de uitkeringen aan heringetreden arbeidsgehandicapten of voor de uitkeringen aan vrouwen van wie de arbeidsongeschiktheid haar oorzaak vindt in bevalling of zwangerschap.
De werkgever die het eigenrisico wil dragen dient hiervoor toestemming van het UWV te verkrijgen. De werkgever moet daarvoor voldoen aan voorwaarden van kredietwaardigheid en adequate verzuimbegeleiding.
minimumloon omhoog
De brutobedragen van het wettelijk minimumloon en het minimumjeugdloon worden per 1 januari 2002 met 2,22% verhoogd.
Voor een werknemer van 23 jaar of ouder is het bruto minimummaandloon bij full-time per 1 januari 1206,60.
De minimum-jeugdlonen zijn een deel van dat bedrag, lopend van
bij 15 jaar 30%, via
16 jr 34½%, 17 jr 39½%,
18 jr 45½%, 19 jr 52½%,
20 jr 61½% en 21 jr 72½% tot bij 22 jaar 85%.
pilotcursus CAO succes
De pilotcursus CAO, gegeven door mr. P.C. Vas Nunes, lijkt de deelnemers goed te zijn bevallen.
In deze eerste sessie kwamen de onderwerpen 'arbeidsovereenkomst' en 'vakantie' aan bod.
Niet alleen de leden-deelnemers, maar ook de aanwezige leden van bestuur en secretariaat konden hier genoeg van opsteken.
De neerslag daarvan vindt u in volgende WOBberichten.
Een informeel rondje leverde 'in ieder geval regelmatig voortzetten' op, zodat degenen die dit keer geen plaatsje meer konden vinden, gerust kunnen zijn.
sluiting WOBbureau rond de kerstdagen
Het bureau van de WOB is de dagen rond kerst gesloten: maandag 24, donderdag 27,
vrijdag 28 en maandag 31 december.
Voor spoedeisende zaken zijn wij op 27 en 28 december bereikbaar via de NBLC-receptie: 070-30 90 100. De telefoniste zal u dan het mobiele nummer van een van de medewerkers van de WOB doorgeven
De post, fax en e-mail blijven die week ongezien.
2-02-2002
Volgens de Rijksvoorlichtingsdienst is 2 februari 2002, de huwelijksdatum van kroonprins Willem- Alexander en Maximà géén nationale feestdag.
Dat wil zeggen dat artikel 28 niet van toepassing is en de openingstijden en het rooster ongewijzigd kunnen blijven.
december 2001
2001- 12
in dit nummer:
besluiten ALV 19.12.'01
testversie van OBIP+ vanaf 1 januari te bekijken
wet arbeid en zorg
kort nieuws pensioenfonds
In het laatste nummer van 2001 vindt u de besluiten van de ALV van 19 december en berichten over de toegang tot de testversie van OBIP, over de Wet arbeid en zorg en kort nieuws van het pensioenfonds.
In de marge leest u dat de Wet verbetering poortwachter pas op 1 april 2002 in werking zal treden, de Wet structuur uitvoering werk en inkomen (suwi) op 1 januari.
bestuur en medewerkers van de wob
wensen u prettige feestdagen
en een voorspoedig 2002
besluiten algemene ledenvergadering van 19 december
demo van OBIP+ vanaf 1 januari te bekijken op internet
Tijdens de ledenvergadering heeft Jos Metselaar van bureau MAO/MTD het personeelsmanagementsysteem OBIP+ gepresenteerd. Het was de bedoeling dat leden in de pauze de testversie zelf zouden kunnen bekijken , maar vanwege technische problemen was hiervoor geen gelegenheid.
Op verzoek van geïnteresseerde leden in OBIP+ is het vanaf 1 januari mogelijk om op internet een demo van OBIP+ te bekijken. De demo is te vinden op de website van de WOB (www.wobsite.nl).
Om toegang te krijgen tot de demo kunt u inloggegevens opvragen bij de WOB, bij voorkeur per mail (wob@wobsite.nl ).
In de demo treft u als voorbeeld de gegevens aan van een aantal functies en (fictieve) medewerkers. Let op: u kunt in de demo alleen kijken, maar niets wijzigen.
wet arbeid en zorg 1 december in werking
In november is het Wetsvoorstel arbeid en zorg aanvaard door de Tweede Kamer en is de invoeringsdatum vastgesteld op 1 december 2001.
De Wet arbeid en zorg beoogt regels vast te stellen waarin een nieuw evenwicht tot stand wordt gebracht tussen arbeid en zorg in de ruimste zin.
Het volgende is in deze wet geregeld.
zwangerschaps- en bevallingsverlof
Tot 1 december was nergens geregeld dat een vrouw recht had op verlof vanwege zwangerschap en bevalling, wel dat er aanspraak was op een uitkering krachtens de Ziektewet gedurende 16 weken. Nu legt de wet vast wat al enige jaren gebruik is, dat een vrouw rond de geboorte van een kind recht heeft op zes weken zwangerschapsverlof en tien weken bevallingsverlof. Het zwangerschapsverlof moet ingaan uiterlijk vier weken voor de dag na de vermoedelijke datum van bevalling.
adoptieverlof
Adoptie-ouders krijgen ieder recht op vier weken betaald adoptieverlof. Het adoptieverlof mag ingaan vanaf twee weken voor de overdracht van het kind aan de adoptie-ouders. Worden tegelijk twee of meer kinderen feitelijk ter adoptie opgenomen, dan bestaat het recht op verlof slechts ten aanzien van één van die kinderen.
Ook pleegouders kunnen aanspraak maken op vier weken verlof, als bij plaatsing van het kind in het gezin duidelijk is dat het kind duurzaam in het gezin wordt opgenomen.
calamiteitenverlof, kraamverlof en ander kort verzuimverlof
De werknemer heeft het recht om in onvoorziene situaties korte tijd betaald verlof op te nemen om de eerste noodzakelijke voorzieningen te treffen (bijvoorbeeld het afhalen van een ziek kind van school of het kinderdagverblijf). Wat in de Wet arbeid en zorg onder calamiteitenverlof valt, staat in onze CAO in artikel 30 onder buitengewoon verlof: verlof met behoud van loon voor een korte, naar billijkheid te berekenen tijd, wanneer de werknemer zijn werk niet kan verrichten.
kortdurend zorgverlof
Werknemers hebben recht op maximaal tien dagen zorgverlof per 12 maanden, waarbij zij hun salaris voor 70% krijgen doorbetaald. De werkgevers zijn voor de helft van de kosten gecompenseerd door middel van een lastenverlichting in de vorm van een verlaging van de overhevelingstoeslag. Het verlof geldt voor de verzorging van thuiswonende zieke kinderen, pleegkinderen, partner of voor de verzorging van zieke ouders. De werkgever kan zich tegen opnemen van het zorgverlof verzetten op grond van een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang. Bij samenloop van calamiteitenverlof met zorgverlof eindigt het calamiteitenverlof na één dag en gaat het vervolgens over in zorgverlof.
loopbaanonderbreking
De Wet financiering loopbaanonderbreking is opgenomen in de Wet arbeid en zorg. De wettelijke regels voorzien in een financiële tegemoetkoming aan werknemers die langere tijd verlof opnemen voor zorg of studie. Voorwaarde is dat de verlofganger op het werk wordt vervangen door een uitkeringsgerechtigde, arbeidsgehandicapte of herintreder (dit hoeft niet in dezelfde functie). Deze voorwaarde geldt niet als het gaat om de verzorging van iemand die op sterven ligt of bij de verzorging van kinderen met een levensbedreigende ziekte.
Om gebruik te kunnen maken van de Wet financiering loopbaanonderbreking moet minimaal een derde van de werktijd verlof worden opgenomen. Een vervanger moet worden aangesteld voor minimaal de duur van het verlof en voor minimaal 12 uur per week.
De verlofganger kan voor ieder opgenomen uur verlof per week een financiële tegemoetkoming aanvragen bij het Landelijk instituut sociale verzekeringen. Per 1.1.2002 is deze tegemoetkoming vastgesteld op 12,91per opgenomen uur verlof en maximaal 443,80 per maand.
ouderschapsverlof
Het ouderschapsverlof wordt verder geflexibiliseerd. Het wordt mogelijk om het ouderschapsverlof in maximaal drie delen van tenminste een maand op te nemen tot het kind acht jaar is. De werkgever kan zich tegen de splitsing van het verlof verzetten op grond van een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang.
Ouders die een meerling krijgen en ouders die op hetzelfde tijdstip meerdere kinderen adopteren, hebben voor elk kind recht op ouderschapsverlof.
kort pensioenfondsnieuws
Gehoord de deelnemersvergadering van 14 december 2001 heeft het pensioenfondsbestuur besloten de statuten te wijzigen, waardoor o.a. de deelnemersvergadering als medezeggenschapsorgaan wordt vervangen door een deelnemersraad en de naam van het pensioenfonds wordt veranderd in Stichting Pensioenfonds Openbare Bibliotheken.
De aangesloten werkgevers hebben al bericht ontvangen over het verhogen van de premie naar 7,2 % + 1% over het salaris min de franchise en het vaststellen van het deelnemersverhaal op 2,5% van salaris min franchise (voor het OP-pakket) plus 1% van het gehele salaris (voor het Flex-Top).
De franchise wordt per 1 januari 2002 bevroren op 11.934,42 ( 26.300).
Dit betekent bij elkaar een lichte verhoging van de premiedruk, die grosso modo voor tweederde bij de werkgevers en eenderde bij de werknemers komt.
Wet verbetering poortwachter treedt pas op 1 april in werking
Het streven was steeds de Wet verbetering poortwachter op 1 januari a.s. in te voeren.
Dit kon u ook lezen in de vorige WOBberichten.
Onlangs heeft de Eerste Kamer ingestemd met de Wet verbetering poortwachter en dat deze wet van kracht wordt op 1 april 2002.
Nieuwe organisatiestructuur sociale zekerheid gaat in per 1 januari 2002
De nieuwe organisatie-structuur sociale zekerheid en arbeidsbemiddeling gaat per 1 januari van start.
Doel van de Wet is een heldere en eenduidige structuur te bieden aan werkzoekenden en moet leiden tot een vermindering van het beroep op de uitkeringen, lagere uitvoeringskosten en minder administratieve lasten voor werkgevers.
In WOBberichten van oktober 2001 was hierover al een kort bericht opgenomen.