WOBberichten 2005-06

WOBberichten

juli-augustus 2005

2005-07/08

Rappel ALV op dinsdag 30 augustus

Waar blijven de betaalde WAO-hiaatpremies?

Landelijke ontwikkelingen OBIP+

Doe mee aan onderzoek organisatieklimaat

OCW stelt overheidsbijdrage vast

Welke medewerkers tellen mee voor OR, WVT of PVT

Spaarloon vrijgegeven

Wiska 2004 goed ingeleverd

Reistijd woon-werkverkeer niet gauw werktijd

In ieder geval in 2005 nog 40-dienstjarenprepensioen

In deze aflevering leest u: een rappel voor de ALV op 30 augustus, een toelichting op het verdwijnen van het WAO-hiaat, informatie over landelijke ontwikkelingen OBIP+, een oproep mee te doen aan onderzoek organisatieklimaat, hoe hoog de overheidsbijdrage voor 2005 is en welke medewerkers meetellen voor OR, WVT of PVT.

Korte berichten zijn er over het spaarloon dat vrijgegeven wordt, de goede response op de Wiska 2004, de reistijd woon-werkverkeer, die niet gauw werktijd is en het prepensioen bij 40 dienstjaren.

ALV op dinsdag 30 augustus

In deze ledenvergadering wordt het CAO-onderhandelaarsakkoord voorgelegd aan de leden van de WOB. De vergadering vindt plaats in het Jaarbeursgebouw te Utrecht, aanvang 14.00 uur. De stukken zijn eind juni verzonden.

Waar blijven de betaalde WAO-hiaatpremies?

Sinds de Tweede Kamer heeft ingestemd met de WIA wordt het weer wat waarschijnlijker dat de WAO en daarmee het 'WAO-hiaatrisico' verdwijnen. Volledige zekerheid is niet eerder dan in oktober te verwachten, als de plenaire behandeling door de Eerste Kamer is afgerond.

Werknemers hebben vanaf 1 januari 2004 premie betaald voor een risico waarvan zij nu al dikwijls redeneren dat het niet heeft bestaan en willen daarom hun premie terug.

Vragen daarover zijn ook bij het secretariaat binnengekomen.

Is de premie dan voor niets betaald?

Vooropgesteld zij dat alle werknemers in ieder geval al iets voor hun premies hebben gekregen: zij zijn namelijk, gedurende de periode dat nog niet vast stond dat de WAO zou verdwijnen, verzekerd geweest. Die periode loopt nog steeds! Voor verreweg de meesten is dit gelukkig ook de normale situatie: men weet zich verzekerd, maar blijft gezond en hoeft dus op de verzekering geen beroep te doen.

In de periode vóór 2004 waarin de calamiteiten waartegen de verzekering dekt zich hebben voorgedaan, zijn de premies ongeveer kostendekkend geweest: in het begin bleef er iets over, waarna de premie werd verlaagd, daarna bleef er niets over.

De vanaf 1 januari 2004 geheven premie zal waarschijnlijk niet voor uitkeringen gebruikt worden - kunnen de bibliotheken of hun werknemers het betaalde terugvorderen?

Nee, wel is door de CAO-onderhandelaars afgesproken dat de betaalde premies niet door het Pensioenfonds Openbare Bibliotheken (POB) in kas gehouden zullen worden. Zij zullen worden teruggegeven aan de instellingen. Hoe dat zo efficiënt mogelijk kan gebeuren is nu nog onderwerp van studie. Te denken valt aan een korting op de totale pensioenpremie (lees: een minder grote stijging dan anders nodig zou zijn) c.q. het werkgeversdeel daarvan.

Daarmee wordt voor dit jaar een klein stukje financiering gecreëerd in de kostenstijging die het onderhandelaarsakkoord impliceert. Zo krijgen de werknemers de premie dus langs indirecte weg terug.

Landelijke ontwikkelingen OBIP+ in het eerste halfjaar van 2005.

Gestaag toenemende deelneming

Het aantal deelnemende bibliotheken is nog steeds gestaag aan het stijgen. Hadden we bij het begin van het jaar 54 ingeschreven werkgevers, inmiddels zijn het er 66.

Diverse in het proces van vorming van basisbibliotheken nieuw ontstane werkgevers hebben onmiddellijk de OBIP+-licentie genomen, een goede gedachte, want OBIP+ richt zich juist op veranderingen in organisaties en wat dat betekent voor management en medewerkers.

We hebben noodzakelijke activiteiten verricht die bij het "volwassen worden" van de licentie horen.

Zo is de licentie in al haar aspecten door middel van een schriftelijke enquête geëvalueerd, is de licentieovereenkomst geüpdatet, en is de communicatie rond OBIP+ verder uitgebouwd. Gewerkt wordt aan een aantal geconstateerde prioriteiten van doorontwikkeling. En tenslotte is de kwaliteit van het besturen van de licentie door de WOB verrijkt door het instellen van een klankbordgroep van licentienemers.

Evaluatie OBIP+licentie

Het enquêterapport leverde een redelijk hoge bemoedigende waardering van de licentie op. Het belangrijkste verbeterpunt was met name de gebruiksvriendelijkheid van de werking van de ondersteunende software. Doorontwikkeling is gevraagd op de gebieden beoordeling van personeel, genereren van managementinformatie over kosten van producten en diensten en sorteermogelijkheden van in OBIP+ geregistreerde personele gegevens, en goede koppeling met het Virtueel Loopbaan Centrum.

Instelling klankbordgroep

Er is een klankbordgroep van OBIP+-licentienemers ingesteld. Deze wordt betrokken bij het besturen en ontwikkelen van de licentie. Vanuit de bij de leden ontstane kennis en ervaring van het werken met de licentie levert zij aan de WOB, c.q. ondergetekende, waardevolle bijdragen. De frequentie van vergaderingen van de Gebruikersraad blijft tweemaal per jaar.

De klankbordgroep bestaat momenteel uit:

Els Brons (ob Hilversum), Petra Jellema (Probiblio), Lieke Poel (O.B.D.), Chris Peeters (ob Amsterdam) en Perry de Wit (Biblioservice Gelderland). We zoeken nog een belangstellende van een (middel)grote bibliotheek.

Verbeteringen gebruiksvriendelijkheid software en trainingen

Diverse technische verbeteringen zijn inmiddels uitgewerkt, en zullen in deze maand operationeel worden. Aan de precisering en evaluatie van de uitwerking heeft de klankbordgroep reeds een belangrijke bijdrage geleverd - ook al voor haar officiële instelling in de gebruikersraad van 15 juni jl.

Er is ook centraal trainingsaanbod in het werken met de licentie gerealiseerd. Het aanbod is bedoeld voor nieuwe leidinggevenden, maar ook als opfriscursus. Sprake is, na de succesvolle startperiode van vele implementaties, van enige verschuiving in aandacht naar de dagelijkse praktijk van het werken met OBIP+. Gebruiksvriendelijkheid en waar nodig (meer) training in het werken met OBIP+ gaan in onze opzet hand in hand.

Update licentie-overeenkomsten en overeenkomsten met de uitvoerders-opdrachtnemers

De licentienemers hebben een geüpdatete versie van de licentieovereenkomst ontvangen, waarin een aantal verbeteringen en uitbreidingen van functionaliteit is opgenomen.

Deze updating is uiteraard ook verwerkt in de overeenkomsten met de uitvoerders Indynamix en MAO/MTD resp. IPPLUS. In deze overeenkomsten is de genoemde verschuiving naar training in de dagelijkse praktijk weerspiegeld. Er is contractueel meer ruimte vooraf gecreëerd voor onderhoud en updating van de technologie.

Communicatie uitgebreid

Op verzoek van de gebruikers zijn ook de communicatielijnen over OBIP+ uitgebreid. Er is een speciaal OBIP+-nieuwsbulletin gecreëerd. De licentienemers ontvangen het op een of meer door hen opgegeven e-mailadressen. Ook voor andere informatieve boodschappen wordt deze e-maillijst gebruikt.

Het Fuwa-instrument

Bijna operationeel is het instrument voor functiewaardering. Dit is na een goed verlopen pilot-proef bij drie bibliotheekorganisaties ook door de bonden van een positief signaal voorzien. Het instrument biedt de mogelijkheid om - voorafgaand aan de herziening van de CAO-salarisregeling - verantwoord functies in te schalen die niet in de CAO zijn terug te vinden. Toepassen van het instrument maakt training in het hanteren ervan nodig. Ook deze training kan in opdracht van de WOB worden aangeboden. Over het dragen van de ontwikkelkosten van de training wordt het WOB-bestuur binnenkort om een uitspraak gevraagd.

Toevoegen van een model-beoordelingsmodule

Het beschikken over beoordelingsmodule is een bij de evaluatie genoemde kans op doorontwikkeling van OBIP+. De ontwikkellijn in HRM van de introductie van functioneringsgesprekken naar het ondersteund door de OBIP+-methode en -techniek uitvoeren van beoordelingen ligt voor de hand. Vanwege deze wens - de Overijsselse Bibliotheek Dienst heeft een inhoudelijk voorstel ingediend - is reeds door MAO MTD een aanbieding voorgelegd.

Er zijn vele logische samenhangen met het Fuwa-instrument. Het beoordelen wordt sterk vergemakkelijkt door, ja vereist een methodisch tot stand gekomen functiebeschrijving en inschaling. Ook op dit gebied wordt binnenkort aan het WOB-bestuur een uitspraak gevraagd over het dragen van de ontwikkelkosten van de zogenaamde beoordelingsmodule. Binnen de OBIP+-licentie zijn hiervoor hoe dan ook onvoldoende middelen beschikbaar. Denkbaar is aanbieding binnen en buiten de OBIP+-licentie, in combinatie met het Fuwa-instrument.

Samenhang OBIP+ en andere landelijke instrumenten als INK, Richtlijnen, Rekeningschema, benchmarking etc.

Ondanks veel inspanningen kunnen we nog geen verheldering in tastbare vorm aanreiken. Met de VOB is samengewerkt in een initiatief om de expertise van het Procesbureau bibliotheekvernieuwing in te roepen voor een transparantie brengende publicatie. De concepten die tot nu toe bekend zijn gemaakt, zijn echter in de WOB niet positief ontvangen. Het werd te zeer gezien als nóg een ingewikkelde theoretische uiteenzetting. De besturen van WOB en VOB hebben over het thema daarna van gedachten gewisseld. De huiver voor nog meer instrumenten werd gedeeld. Op gebieden is afgesproken nadien nadere gesprekken te voeren. Wat betreft de diverse activiteiten rond managementinformatie is een gesprek geweest, en beraadt de VOB zich intern over de diverse instrumenten, waar zij bij betrokken is.

In het overleg van VOB en WOB is de gedachte gevormd een themadag te beleggen, waarin geslaagde, integrale aanpak van OBIP+ en INK door betrokkenen wordt toegelicht.

Bibliotheken die overwegen met OBIP+ en /of INK te starten, of bepaalde zaken met OBIP+ verder te ontwikkelen, kunnen we als secretariaat wel van dienst zijn met praktische tips. De WOB is betrokken bij diverse projecten, waarin gecoördineerd met OBIP+ en INK wordt gewerkt.

Doe mee aan onderzoek organisatieklimaat

De arbeidsvoorwaarden zijn in orde, maar hoe is het organisatieklimaat in de openbare bibliotheken?

Recent onderzoek van Hay Group in opdracht van WOB en VOB heeft aangetoond dat de arbeidsvoorwaarden bij de openbare bibliotheken adequaat zijn en voldoende concurrerend in vergelijking met het bedrijfsleven. Deze hoeven het werven van nieuw personeel niet in de weg te staan. Bij het onderzoek is de beloning ook in breder perspectief geplaatst. Er is ook gekeken naar de meer emotionele aspecten, zoals de balans werk/privé, toekomstperspectief, arbeidsomstandigheden, kwaliteit van het werk e.d. Bij de onderzoekers en vertegenwoordigers van de sector bestond het gevoel dat het prettig is om te werken in de bibliotheeksector. Dat willen we graag onderbouwen.

Zo ontstond het idee om een onderzoek uit te voeren naar het organisatieklimaat in de bibliotheeksector. Het organisatieklimaat is de waarneming of ervaring van medewerkers en leidinggevenden, hoe het voelt om in een bepaalde omgeving te werken. De uitkomsten van de bibliotheeksector worden vergeleken met die in het bedrijfsleven. De sterke punten kunnen worden gebruikt om nieuwe medewerkers over de streep te trekken. Bekendheid met de zwakke punten maakt het mogelijk doelgericht te gaan werken aan verbetering.

Organisatieklimaat vergeleken met het bedrijfsleven

Een stimulerend werkklimaat is essentieel voor elke organisatie. Dit bepaalt of medewerkers bereid zijn om hun werk net iets beter te doen dan ze anders zouden doen. Organisaties met een stimulerend werkklimaat prikkelen juist deze onderscheidende inspanning bij hun mensen. Organisatieklimaat wordt daarmee indicatief voor in hoeverre de organisatie haar volledig potentieel realiseert.

Motivatieonderzoeken hebben het belang aangetoond van omgevingsfactoren en situatiefactoren voor het motiveren van medewerkers. Hay Group hanteert in dit kader het concept 'organisatieklimaat'. Dit concept koppelt motivatietheorieën aan menselijk gedrag in organisaties, afdelingen of teams.

Uit onderzoek blijkt dat het organisatieklimaat ongeveer 30% voorspelt van de variantie in prestaties van een organisatie op langere termijn.

Daarom vragen we alle medewerkers en leidinggevenden in de bibliotheken de elektronische vragenlijst op de wobsite in te vullen. De resultaten uit de bibliotheken worden vergeleken met die uit het bedrijfsleven. Op deze manier komen we te weten of en hoe de bibliotheken zich qua organisatieklimaat onderscheiden van het bedrijfsleven.

Klimaatdimensies

Het organisatieklimaat betreft de percepties van medewerkers over de sfeer in de organisatie, uitgedrukt op een zestal dimensies die van invloed zijn op prestaties en tevens beïnvloedbaar zijn door leidinggevenden. Het onderzoek laat zien hoe het huidige klimaat wordt ervaren en hoe het ideale klimaat er uit moet zien volgens de respondenten. Met name lage scores op een klimaatdimensie, maar ook een groot verschil tussen de huidig en gewenste situatie wijzen op organisatieproblemen en bieden hiermee aanknopingspunten voor organisatieverbeteringen.

Flexibiliteit

De mate waarin procedures en regels tot het hoogst nodige zijn gereduceerd en de mate waarin medewerkers zich vrij of aangemoedigd voelen om nieuwe ideeën te ontwikkelen.

Verantwoordelijkheid

Het gevoel van medewerkers dat veel gedelegeerd is; de mate waarin zij hun functie kunnen vervullen zonder alles af te stemmen met hun baas en zich volledig verantwoordelijk voelen voor het resultaat.

Maatstaven

Het accent dat volgens medewerkers ligt op presteren inclusief de mate waarin men vindt dat er uitdagende, maar haalbare doelstellingen zijn vastgesteld door de organisatie en de medewerkers.

Beloning

De mate waarin medewerkers zich erkend en beloond voelen voor prestaties, en de mate waarin deze erkenning direct en herkenbaar is gerelateerd aan het prestatieniveau.

Duidelijkheid

Het gevoel dat medewerkers weten wat van hen verwacht wordt en hoe dat past in de hogere doelstellingen van de organisatie.

Teamgeest

Het gevoel dat mensen er trots op zijn om bij deze organisatie te horen; elkaar vertrouwen en waar nodig helpen; het geloof dat een ieder hetzelfde doel nastreeft.

De deadline voor het invullen van de vragenlijst is 1 oktober 2005. U kunt de lijst vinden op de wobsite, onder laatste nieuws 2005-07-21.

OCW stelt overheidsbijdrage in de arbeidsvoorwaarden (ova-2005) vast voor de door OCW gesubsidieerde culturele instellingen.

Op 27 juni heeft overleg plaatsgevonden over de vaststelling van de ova-2005, de indexering van de subsidie in het loongevoelige deel van de kosten.

De WOB neemt aan dit overleg deel tezamen met een aantal werkgeversorganisaties uit de sector cultuur. Het is van belang voor de landelijk gesubsidieerde instellingen in onze sector.

Het overleg is in feite niet meer dan een mededeling en toelichting door OCW van de door het kabinet beschikbaar gestelde ruimte.

Voor deze landelijk gesubsidieerde instellingen is de ova-2005 als volgt samengesteld:
contractloonontwikkeling 0,0%
incidentele loonontwikkeling 0,0%
ontwikkeling sociale zekerheid en pensioenen 0,24%
incidentele compensatie voor de pensioenkosten 1,11%
TOTAAL 1,35%

Dit percentage is te laag om er de in 2005 uitwerkende consequenties mee te bekostigen van het aan de ALV van 30 augustus a.s. voorgelegde CAO-onderhandelaarsakkoord voor een CAO-2005-2006. We verwijzen de leden naar de bij de vergaderstukken gevoegde toelichting en berekening.

Voor het tweede achtereenvolgende jaar is de ova-vaststelling verworden tot een bezuinigingsmaatregel.De instellingen die het aangaat zullen per brief door OCW worden geïnformeerd.

Welke medewerkers tellen mee voor OR, WVT of PVT?

CAO

In artikel 67 (instellen ondernemingsraad - OR) en 69 (werknemersvertegenwoordiging - WVT) wordt gesproken over het aantal werknemers dat in de regel in de instelling werkzaam is. Een WVT is verplicht bij tenminste zulke 10 werknemers, een OR vanaf 35.

De CAO verstaat onder een werknemer (artikel 1 lid 1 sub f ): degene die een arbeidsovereenkomst heeft aangegaan met een werkgever. In hetzelfde lid 1, sub c staat dat een werkgever de privaatrechtelijke instelling is waarop deze CAO van toepassing is.

Conclusie: volgens de CAO telt iedereen mee die een arbeidsovereenkomst heeft met een instelling die onder de CAO Openbare Bibliotheken valt. Dus, als er in een bibliotheek medewerkers ingehuurd zijn van andere bibliotheek die onder de CAO valt, dan tellen deze mee.

WOR

In artikel 1 van de WOR wordt niet van het begrip werknemer, maar van "in de onderneming werkzame personen" gesproken: degenen die in een onderneming werkzaam zijn krachtens een publiekrechtelijke aanstelling bij dan wel krachtens een arbeidsovereenkomst met de ondernemer die de onderneming in stand houdt. Daarbij worden ook verstaan degenen die minstens 24 maanden krachtens een uitzendovereenkomst werkzaam zijn in de onderneming en degenen met een arbeidsovereenkomst die uitgeleend zijn aan een andere onderneming.

In artikel 2 van de WOR staat de verplichting om bij een onderneming waarin in de regel tenminste 50 personen werkzaam zijn een ondernemingsraad in te stellen.

In artikel 35c van de WOR staat de verplichting om bij een onderneming waarin in de regel tenminste 10 personen werkzaam zijn een personeelsvertegenwoordiging (PVT) in te stellen. De PVT is formeel niet hetzelfde als de WVT, die immers meer bevoegdheden heeft. Het is wel toegestaan de PVT die extra's ook te geven, en haar dus als WVT te behandelen.

Hoe te tellen voor de CAO

In de praktijk zal meestal de grens van de CAO het eerst worden bereikt. Die ligt voor het instellen van een WVT bij tenminste 10 werknemers en voor de OR bij minimaal 35 werknemers. Op basis van de CAO moet iedereen met een arbeidsovereenkomst met de eigen of een uitlenende (CAO-)werkgever meegeteld worden.

Uitzondering: degenen die "in de regel" niet in de eigen bibliotheekinstelling, maar elders werken en alleen maar bij de bibliotheekinstelling op de loonlijst staan. Let op het verschil met de telling voor de WOR.

Als met deze werknemers geen grens wordt overschreden, maar er wel meer dan 9 respectievelijk 49 personen regelmatig op een of andere manier in het bedrijf werken, dan is het zinvol ook volgens de WOR te tellen.

Hoe te tellen voor de WOR

Volgens de WOR moeten naast de eigen werknemers ook medewerkers die op basis van een uitzendovereenkomst langer dan 24 maanden in de onderneming werkzaam zijn meegeteld worden. Wel moeten ze gewerkt hebben in het kader van de werkzaamheden van de onderneming, d.w.z. dat hun werk moet hebben bijgedragen aan de ondernemingsactiviteiten.

Zo wordt een van het uitzendbureau ingehuurde medewerker klanten- en leenservice na 24 maanden wel meegeteld, maar iemand die door uw cateraar of schoonmaakbedrijf (misschien wel van hetzelfde uitzendbureau) is ingehuurd niet, ook al catert of reinigt hij al meer dan twee jaar in de bibliotheek.

Let op: volgens de WOR tellen de van een andere bibliotheekinstelling ingehuurde werknemers juist weer niet mee - die tellen alleen bij hun eigen werkgever.

In de regel werkzaam

CAO noch WOR tellen kortstondige grensoverschrijdingen.

Bijvoorbeeld: voor een CD-beveiligingsproject worden voor de duur van twee weken in de grote vakantie vijf scholieren aangenomen. Het aantal werknemers stijgt daardoor tijdelijk van 33 naar 38. De bibliotheek hoeft geen OR in te stellen.

Aan de andere kant mag de werkgever normaal gesproken het ontstaan van een vacature niet aangrijpen om de instelling van een OR weer af te blazen, of een OR met het eind van zijn zittingsperiode op te heffen.

Is er steeds een aantal mensen op projectbasis aan het werk, dan weer voor het ene, dan weer voor het andere project, dan kan natuurlijk niet meer van een kortstondige overschrijding worden gesproken.

Spaarloon vrijgegeven

Onlangs heeft de regering op aandrang van de Tweede Kamer besloten om het geblokkeerde spaarloon van de jaren 2001 tot en met 2004 per 1 september 2005 vrij te geven.

Dit betekent dat het spaarloon over die jaren vervroegd door uw werknemers kan worden opgenomen, zonder fiscale consequenties.

Het daartoe benodigde wetsvoorstel is door de Tweede Kamer geaccordeerd maar moet nog in de Eerste Kamer worden behandeld. Die behandeling zal niet voor 1 september plaatsvinden. Pas op 6 september spreekt de vaste commissie voor Financiën van de Eerste Kamer over het voorstel. De plenaire behandeling in de Eerste Kamer is nog niet vastgesteld, maar zal naar verwachting half september plaatsvinden.

Wiska 2004 goed ingeleverd

De respons op de WISKA is dit jaar bijzonder goed geweest: slechts twee bibliotheken hebben niet ingeleverd. Dat is des te opmerkelijker omdat veel organisaties de slag naar de basisbibliotheek hebben gemaakt. Het is onderzoeker Dr. J. Landsheer van 'Buro Plan' opgevallen dat ook deze nieuwe organisaties veel moeite hebben gedaan om alle gegevens zo goed mogelijk aan te leveren.

Reistijd woon-werkverkeer niet gauw werktijd

Volgens de definitie van werktijd in CAO-artikel 1, lid 1, sub h worden in de werktijd inbegrepen 'de reis- en wachttijden die hun oorzaak vinden in de door de werkgever opgedragen werkzaamheden'.

Een werknemer bij een van onze leden, die op verschillende weekdagen moest werken op verschillende standplaatsen van de bibliobus, claimde daarom, voor de dagen dat hij niet op zijn vaste plek werkte, zijn reistijd als werktijd.

Dat zou hem ruim drie kwartier per dag aan vrije tijd opleveren, ware het niet dat verderop in het bewuste artikellid is bepaald dat het eerste half uur van het traject voor eigen rekening van de werknemer is. De door CAO-partijen opgestelde toelichting zegt het als volgt:

'Voor zover de werkzaamheden op wisselende plaatsen worden verricht, geldt ook reistijd voor woon-werkverkeer als werktijd, en wel de tijd die aan het einde en/of aan het begin van het werk meer dan een halfuur moet worden gereisd. Anders wordt reistijd voor woon-werkverkeer -de dagelijkse reizen van en naar het werk- nooit tot de werktijd gerekend.

In ieder geval in 2005 nog 40-dienstjarenprepensioen

In de ALV-stukken staat bij het CAO-voorstel als flankerend beleid het verhogen van de spilleeftijd voor prepensioen, gecombineerd met een overgangsregeling.

Met het oog daarop worden aanvragen voor (vervroegd) prepensioen door de uitvoerder, AZL in Heerlen, sinds 20 juni tijdelijk vastgehouden.

Over een verandering van de regel dat prepensioen mogelijk is bij 40 dienstjaren is nog niet gesproken door de CAO-onderhandelaars.

Inmiddels staat in ieder geval vast dat voor degenen die daarvoor in het kalenderjaar 2005 in aanmerking zouden komen, de regeling op dit punt niet zal veranderen.

AZL heeft dienovereenkomstig instructie gehad van het pensioenfondsbestuur.