januari 2006

2006-01

Hogere WW-premies culturele sector

Wijzigingen in ontslagrecht

Vragen over zorgverzekering

Geen opvolger voor interim

Teruggave WAO-hiaatpremie

CAO-boekje verkrijgbaar

ontslag in proeftijd wegens zwangerschap

informatie van het POB

VNG-ledenbrief 2005-2006

In deze eerste aflevering van 2006 vindt u informatie over de variabele premies voor de WW, over de zorgverzekering van Aevitae / VGZ, de wijzigingen in het ontslagrecht, dat er geen opvolger komt voor de interimregeling alias btzr en over de teruggave van de WAO-hiaatpremie.

Korte berichten over waar u het CAO-boekje kunt bestellen, een uitspraak over ontslag bij zwangerschap tijdens de proeftijd, informatie van het POB en de melding dat de nieuwe ledenbrief van de VNG over aanpassing van subsidies 2005-2006 is verschenen.

Hogere WW-premie voor werkgevers culturele sector

Werkgevers in de culturele sector (en ook in de agrarische sector, de bouw, het schildersbedrijf en de horeca) krijgen per 1 januari 2006 te maken met variabele WW-premies. Als er bij een werkgever veel mensen met kortdurende contracten werken, dan stijgt de WW-premie die deze werkgever moet betalen. Dit moet ertoe leiden dat werkgevers arbeidscontracten met een langere looptijd afsluiten en seizoenswerkloosheid wordt voorkomen.

De bibliotheken vallen onder de culturele sector.

Dit staat in een ministeriële regeling van minister De Geus van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De Sociaal-Economische Raad heeft op 29 juni 2005 geadviseerd om variabele premies voor de wachtgeldfondsen in te voeren. De minister heeft ook de hoogte van de verschillende variabele premies voor de sectoren bekend gemaakt. De Geus heeft de premies gebaseerd op een advies van de Stichting van de Arbeid hierover.

Culturele instellingen betalen 11,37% voor korte en 1,47% voor langdurige contracten.

Het kabinet verwacht dat de lagere WW-premie bij langdurige contracten er toe zal leiden dat werkgevers meer dan nu zullen proberen om het werk beter over het hele jaar te verspreiden en zo continuïteit in de werkzaamheden aan te brengen. Dit moet leiden tot een beperking van de terugkerende instroom in de WW als gevolg van seizoenwerkloosheid, aldus het kabinet. In de betreffende sectoren komt nu nog veel seizoens- of andere regelmatig terugkerende werkloosheid voor. Dit laatste komt vooral voor in de branche van de podiumkunsten. In deze sectoren maken werknemers en werkgevers elk jaar volgens een vast patroon in meer of mindere mate gebruik van de Werkloosheidswet.

MKB en de WOB hebben bij het kabinet gepleit voor differentiatie in premie, zodat in deze sectoren niet langer met dit tijdelijk gebruik van de WW normale bedrijfsrisico's op de WW worden afgewenteld.

De nieuwe regeling koppelt de duur van het dienstverband aan de hoogte van de premie. Voor werknemers met een contract korter dan een jaar moet de hogere premie worden betaald, voor werknemers met een jaarcontract of een contract voor onbepaalde tijd wordt een lagere premie betaald. Eindigt het dienstverband binnen een jaar na aanvang en heeft de werknemer recht op een WW-uitkering, dan moet alsnog de hoge premie worden betaald met terugwerkende kracht.

Als een werknemer al vóór 2006 in dienst is getreden, is de lage premie van toepassing zolang het dienstverband loopt.

Voor studenten en scholieren betaalt de werkgever ook de lage WW-premie, als zij per kalenderjaar maximaal acht weken aaneengesloten bij de werkgever in dienst zijn. Dit moet uiteraard wel schriftelijk aangetoond kunnen worden. De lage premie geldt ook voor werknemers die een beroepspraktijkopleiding volgen.

Praktisch advies WOB

Heeft u op of na 1 januari een werknemer in dienst genomen voor minder dan een jaar dan kunt u aan de hoge premie ontkomen door het contract te verlengen met een jaar. Dit jaar begint te lopen op de dag van ondertekening van deze wijziging van de contractsduur. U bent dan met terugwerkende kracht tot de datum van ingang van het contract tot aan het einde van dit toegevoegde jaar de lage premie verschuldigd.

(bron: nieuwsbrief SZW Nr 05/12 19 december 2005)

Wijzigingen in het ontslagrecht in 2006

Het kabinet heeft diverse maatregelen gepresenteerd die moeten leiden tot meer dynamiek op de arbeidsmarkt en flexibiliteit in het personeelsbeleid.

Daarvoor wordt het Ontslagbesluit gewijzigd.

Hieronder volgt een korte toelichting bij de voorgenomen wijzigingen in het ontslagrecht, onder vermelding van de aangekondigde datum van ingang.

Wijziging per 1 januari 2006

Herplaatsing door middel van scholing

Bij een ontslagaanvraag wegens ziekte of gebrek gold tot 1 januari 2006 dat de werkgever onder meer aannemelijk moest maken dat herplaatsing van de werknemer in een aangepaste dan wel andere passende functie binnen de onderneming niet mogelijk was.

Vanaf 1 januari 2006 is de toets op herplaatsingsmogelijkheden uitgebreid. Werkgever dient aannemelijk te maken dat herplaatsing in een aangepaste dan wel andere passende functie binnen de onderneming de komende 26 weken, indien nodig door middel van scholing, niet mogelijk is. Of het aanbieden van scholing redelijkerwijs van werkgever kan worden gevergd, hangt mede af van de duur en de kosten van scholing.

Overgangsrecht

De aanvullende toetsing bij ziekte of gebrek (of herplaatsing door middel van scholing mogelijk is) geldt alleen voor ontslagaanvragen die op of na 1 januari 2006 bij CWI worden ingediend.

Wijzigingen per 1 maart 2006

Het afspiegelingsbeginsel is verplicht

Voor alle ontslagaanvragen wegens bedrijfseconomische redenen die op of na 1 maart 2006 worden ingediend, geldt dat toepassing van het afspiegelingsbeginsel verplicht is voor het bepalen van de ontslagvolgorde. Het anciënniteitsbeginsel (last-in, first-out) is daarmee niet langer het uitgangspunt.

Het afspiegelingsbeginsel wordt toegepast per categorie uitwisselbare functies van de bedrijfsvestiging op basis van de leeftijdsopbouw binnen de betreffende categorie uitwisselbare functies. Het personeel van de categorie uitwisselbare functies wordt ingedeeld in vijf leeftijdsgroepen, te weten van 15 tot 25 jaar, van 25 tot 35 jaar, van 35 tot 45 jaar, van 45 tot 55 jaar en van 55 jaar en ouder. De verdeling van de ontslagen over de leeftijdsgroepen dient zo plaats te vinden dat de leeftijdsopbouw binnen de categorie uitwisselbare functies vóór en na de inkrimping verhoudingsgewijs zoveel mogelijk gelijk is. Vervolgens wordt binnen elke leeftijdsgroep de werknemer met het kortste dienstverband als eerste voor ontslag voorgedragen.

Onder bedrijfsvestiging wordt verstaan elk in de maatschappij als zelfstandige eenheid optredende organisatorisch verband. Hoofdcriteria voor de vaststelling van de bedrijfsvestiging zijn de formele werkgever, de locatie van de vestiging en de bedrijfsorganisatorische eenheid. Indien en voor zover vaststelling van de bedrijfsvestiging op grond van deze hoofdcriteria tot onduidelijke of onredelijke situaties leidt, moet gekeken worden naar de aansturing en de bedrijfsvoering van de vestiging om te beoordelen of deze te beschouwen is als én bedrijfsvestiging.

Overgangsrecht

De verplichte toepassing van het afspiegelingsbeginsel is alleen van toepassing op ontslagaanvragen wegens bedrijfseconomische redenen die op of na 1 maart 2006 bij CWI worden ingediend.

Ontslagaanvragen die op of na 1 maart 2006 maar vóór 1 oktober 2006 worden ingediend én die voortvloeien uit een vóór 1 maart 2006 gemeld collectief ontslag, worden echter afgehandeld op grond van de ontslagselectiecriteria die vóór 1 maart 2006 golden.

Eveneens worden ontslagaanvragen afgehandeld op grond van de ontslagselectiecriteria die golden vóór 1 maart 2006, indien zij zijn ingediend op of na 1 oktober 2006 maar vóór 1 januari 2007 én voortvloeien uit een op of na 1 maart 2006 maar vóór 1 oktober 2006 gemeld collectief ontslag, mits de werkgever vóór 1 maart 2006 met de belanghebbende vakbonden de toepassing van de ontslagselectiecriteria zoals die golden vóór 1 maart 2006 is overeengekomen. (Belanghebbende vakbonden zijn de belanghebbende verenigingen van werknemers zoals genoemd in artikel 3 lid 4 van de Wet melding collectief ontslag).

Toetsing bedrijfseconomische redenen

CWI zal vanaf 1 maart 2006 bij een collectief ontslag (20 of meer werknemers) de bedrijfseconomische redenen niet meer toetsen indien de werkgever een verklaring overlegt van de belanghebbende vakbonden, inhoudende dat de door de werkgever aangevoerde redenen leiden tot het vervallen van het door werkgever voorgestelde aantal arbeidsplaatsen.

Het voorgaande laat echter onverlet dat CWI bezwaren van individu-ele werknemers met betrekking tot de bedrijfseconomische redenen, die gebaseerd zijn op nieuwe feiten en/of omstandigheden die zich voordoen ná indiening van de ontslagaanvraag, voor een reactie aan de werkgever kan voorleggen.

Overgangsrecht

CWI toetst zelf in alle gevallen de bedrijfseconomische reden van ontslagaanvragen die vóór 1 maart 2006 worden ingediend. Indien ontslagaanvragen op of na 1 maart 2006 worden ingediend en werkgever de bedoelde verklaring van de vakbonden bijvoegt, vervalt de toetsing door CWI van de bedrijfseconomische reden. De toets van CWI zal in dergelijke gevallen beperkt blijven tot het toetsen van de ontslagvolgorde (afspiegeling) en het beoordelen van de mogelijkheden tot herplaatsing.

(bron brochure CWI)

Een 'Handleiding afspiegeling', waarin is opgenomen een stappenplan voor de bepaling van de ontslagvolgorde, is te vinden op www.cwinet.nl. Onder 'werkgever' - 'ontslag geven', staat rechts onder 'meer informatie' de handleiding.

Vragen over zorgverzekering

Heeft u vragen over de zorgverzekering van Aevitae/VGZ, dan kunt u rechtstreeks bellen met Aevitae, tel.: 040 - 265 77 00, of mailen naar ron.meerhoff@aevitae.com.

De polisvoorwaarden en een aanvraagformulier voor de zorgverzekering en voor de tandartsverzekering zijn te vinden op de wobsite onder 'varia', 'beschikbare documenten'. Hier vindt u ook algemene informatie over het nieuwe zorgstelsel, een akkoordverklaring van de bibliotheek en een model-opzegkaart voor de oude verzekering.

Veelgestelde vraag

Wat is het aansluitnummer van de sector?

Op de plaats waar de werknemer het aansluitnummer moet invullen is voorlopig voldoende om de naam van de werkgever in te vullen. Te zijner tijd wordt een aansluitnummer toegekend en bekend gemaakt.

 

Geen opvolger voor interim

Artikel 40 (voorheen artikel 37) van de CAO zegt in lid 2 dat het gestelde in lid 1 geldt tot 1 januari 2006, en in lid 3 dat CAO-partijen over een eventuele regeling daarna overleg zullen voeren.

Dat overleg is inmiddels gevoerd, waarbij is vastgesteld dat het nieuwe zorgverzekeringsstelsel geen financiële ruimte biedt voor extra's - integendeel, de kosten van het nieuwe stelsel voor de werkgever zijn hoger dan die van het oude.

Er komt dus geen nieuwe regeling: alle werknemers vallen onder dezelfde, wettelijke regeling.



Teruggave WAO-hiaatpremie

Onderdeel van het CAO-akkoord was dat de over 2004 en 2005 aan het Pensioenfonds Openbare Bibliotheken (POB) betaalde premies WAO-hiaat ten goede zouden komen aan de werkgevers, als eenmalige financieringshulp voor de structurele CAO-kostenverhogingen.

Regelmatig komen nu vragen binnen over het tijdstip en de manier waarop deze premies ter beschikking van de werkgevers zullen komen.

Medio 2006 zullen de definitieve premiebedragen die de bibliotheken over 2005 aan het POB moesten betalen vast staan. Vanaf dat moment staan dus ook per werkgever de betaalde premies WAO-hiaat vast, die het POB dan zal terugbetalen of verrekenen met openstaande posten. Indien een werkgever, bijvoorbeeld bij de vorming van een basisbibliotheek, is opgeheven en is opgegaan in een andere werkgever, dan wordt uitbetaald aan de rechtsopvolger. Indien slechts een gedeelte van een werkgever is afgesplitst, dan is de oorspronkelijke werkgever degene die ook het afgesplitste gedeelte ontvangt.

CAO-boekjes verkrijgbaar

Het tekstboekje CAO Openbare Bibliotheken 2005-2006 kost € 6,25 incl. btw (5,87 excl.) en is te bestellen bij NBD|Biblion BV (bestelnummer 51375), telefonisch 070-33 777 33 of per e-mail klantenservice@nbdbiblion.nl en dus niet bij de WOB of het CAOP.

Ontslag wegens zwangerschap in proeftijd

Een werkneemster had kort na haar indiensttreding desgevraagd bevestigd zwanger te zijn. Een week later werd ze tijdens de proeftijd ontslagen met als reden dat ze niet in staat was om op haar eigen gedrag te reflecteren. Volgens de werkneemster was de feitelijke ontslagreden haar zwangerschap. Zij eiste in kort geding wedertewerkstelling en loondoorbetaling.

Volgens de rechtbank is niet gebleken dat de bezwaren tegen haar functioneren voor het ontslag met haar zijn besproken. Het is dan ook aannemelijk dat er tussen haar zwangerschap en het proeftijdontslag zodanig rechtstreeks verband bestaat dat er sprake is van ongelijke behandeling tussen mannen en vrouwen. Dit betekent dat de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig is beëindigd.

Informatie van het POB

Een dezer dagen ontvangen alle deelnemers, ex-deelnemers en gepensioneerden op hun huisadres een brief waarin zij uitvoerig worden geïnformeerd over de reglementswijzigingen. Een samenvatting van die brief is nu al te vinden in de rubriek 'nieuws' op www.spob.info. Ook de nieuwe reglementen zelf (één voor geboortejaren tot 1950 en één voor geboortejaren na 1949) staan op de website van het POB, en wel onder 'documenten'.

De nieuwe premies bereikt u door 'wegwijs' aan te klikken en dan '2006', onder 'premies'.

In de loop van het jaar zal een uitvoerige toelichting verschijnen, in een vorm als die van de populaire versie van het eerdere reglement.

Voor organisaties die behoefte hebben aan een toelichting op locatie kan POB-bestuurslid Van Duijnen, bij voldoende belangstelling, een presentatie geven. Nadere inlichtingen daarover bij het POB-bureau, telefonisch 045 - 57 63 262 of per mail: pob@azl-group.com.

Ledenbrief VNG 2005-2006

Op www.vng.nl is onder 'VNG brieven' - 'ledenbrieven' - '2006' de nieuwste ledenbrief van de VNG te vinden: Lbr06/03 van 23-01-2006.

In deze brief informeert de VNG haar leden over de loonkostenontwikkelingen in o.m. de sector openbare bibliotheken. Tevens wordt geadviseerd bij de bepaling van de subsidie ook de incidentele loonontwikkeling te betrekken en daarbij dezelfde gedragslijn te volgen als voor het eigen gemeentepersoneel en voorts om daarbij ook de pensioenpremieontwikkelingen te betrekken.

Verder kunnen meegenomen worden de ontwikkelingen op het gebied van wachtgelden en privatisering. Tot slot wordt gesuggereerd dat door de gemeente prestatieafspraken met de gesubsidieerde instellingen gemaakt kunnen worden, waarbij een afweging gemaakt wordt tussen de 'producten' die de gemeente aan haar burgers wil aanbieden en de hoeveelheid 'werk' die daarvoor bij de gesubsidieerde instellingen moet worden ingekocht.

Voor de sector openbare bibliotheken wordt in een tabel een overzicht gegeven van de ontwikkeling van de loonkosten: 2005: 0,92% - 2006: 1,95%.

Op verzoek van de WOB zijn ook de overige gevolgen van het CAO-akkoord beschreven in de brief, met daarbij een berekening van de werkelijke stijging van de loonkosten.