September 2006
2006-09
WGA-premie in 2007
Taskforce jeugdwerkloosheid
Levensloopregeling en pensioenopbouw
OVA 2006 vastgesteld
Geen bezwaar tegen vervallen VUT-CAO per 1.1.2006
WOB bezoekt nieuwe werkgevers
Nieuwe versie SalaCarte
Rectificatie loongerelateerde uitkering van 3 maanden
OR en levensloopregeling
Mes in regels voor onkostenvergoedingen
Datum ALV 8 december
In deze septemberaflevering de volgende onderwerpen: WGA-premie in 2007, Taskforce Jeugdwerkloosheid, levensloopregeling en pensioenopbouw, OVA 2006, geen bezwaar tegen vervallen VUT-CAO per 1.12006 en de WOB bezoekt nieuwe werkgevers.
In de marge berichten over: de nieuwe versie van SalaCarte, rectificatie
loongerelateerde uitkering van 3 maanden, OR en levensloopregeling, het mes
in regels voor onkostenvergoedingen en de ALV vindt plaats op vrijdag 8 december.
WGA-premie in 2007
UWV heeft de basispremie voor de Werkhervattingsregeling Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA) voor 2007 vastgesteld op 0,28%. Het gaat om een gemiddelde lastendekkende premie, die wordt opgehoogd met een vaste opslag van 0,47% (de zogeheten rentehobbel). Vervolgens wordt er een opslag of korting toegepast, afhankelijk van het arbeidsongeschiktheidsrisico bij de individuele werkgever. De rentehobbel van 0,47% is door het kabinet vastgesteld en bedoeld om concurrentie van de verzekeringsmaatschappijen met UWV mogelijk te maken. Werkgevers worden hiervoor via een verlaging van de basispremie WAO/WIA gecompenseerd.
Ook voor de jaren 2008-2012 is er nog een opslag op de publieke premie nodig. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zal het percentage van de premieopslag jaarlijks vaststellen op basis van berekeningen van het Centraal Planbureau. Werkgevers worden voor deze hogere premies in de aanloopfase overigens gecompenseerd door een extra verlaging van de basispremie voor WAO/WIA.
De basispremie WGA en rentehobbel samen worden verhoogd met een opslag of verlaagd met een korting, afhankelijk van het arbeidson-geschiktheidsrisico bij de individuele werkgever. Werkgevers van wie de afgelopen jaren relatief veel werknemers in de WAO terechtkwamen, betalen een opslag. Werkgevers die juist weinig instroom in de WAO kenden, krijgen een korting op de basispremie. De uiteindelijke premie kent wel een maximum en een minimum. Voor grote werkgevers is de maximumpremie 2,80%, voor kleine werkgevers (met een loonsom tot * 675.000) is maximumpremie 2,10%. De minimumpremie voor grote werkgevers is 0,05% en voor kleine werkgevers 0,40%.
UWV is bij de berekening van de basispremie en de opslagen en kortingen uitgegaan van het omslagprincipe: de premie-inkomsten in een bepaald jaar moeten voldoende zijn om de uitkeringslasten in dat jaar te kunnen dekken.
De WGA-premie is een deel van de premies die moeten worden betaald voor de nieuwe WIA (Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen). Daarnaast wordt er ook premie afgedragen voor de IVA (Regeling inkomensvoorziening volledig arbeidsongeschikten). Ook voor de WAO worden nog premies afgedragen. De hoogte van IVA- en WAO-premies voor 2007 wordt dit najaar vastgesteld.
Eigen risico dragen
De bovengenoemde premiepercentages gelden voor werkgevers die het WGA-risico van hun werknemers bij UWV verzekeren. Werkgevers kunnen echter ook besluiten om Eigen Risicodrager voor de WGA te worden. Hiertoe hebben zij twee keer per jaar de mogelijkheid: per 1 januari en per 1 juli. Aanvragen kunnen tot 3 maanden van te voren (dus vóór 1 oktober en vóór 1 april) worden ingediend bij de Belastingdienst. UWV is deze week een campagne gestart over het Eigen Risicodragen. Doel hiervan is werkgevers van de informatie te voorzien die zij nodig hebben om een weloverwogen keuze te kunnen maken of zij Eigen Risicodrager willen worden of niet.
Kiest een werkgever voor om het WGA-risico voor eigen rekening te nemen,
dan betekent dat dat hij de uitkering voor een gedeeltelijk arbeidsgeschikte
werknemer 10 jaar (inclusief de eerste twee ziektejaren) lang zelf gaat betalen
of dit risico verzekert bij een particuliere verzekeraar.
Meer informatie
Op de wobsite staat de praktijkinfo *Eigenrisicodragerschap in de WGA* van MKB-Nederland. Deze duidelijke compacte informatie over WGA en eigenrisicodragerschap bevelen wij zeer aan.
Op de site van het UWV is uitvoerige informatie te vinden over het eigenrisicodragerschap en een WIA eigenrisicodragerwijzer: www.uwv.nl. > sociale verzekering en premies > (middelste kader) Vanaf 2006; belastingdienst int premies > (onderaan in kader) Eigenrisicodragen eigenrisicodragen voor de WIA: hier is onderaan de pagina een doorklik te vinden naar de WIA ERD wijzer te vinden. De WIA ERD-wijzer biedt een hulpmiddel om inzicht te krijgen in de verschillende aspecten van het eigenrisicodragerschap en om een indicatie van uw WGA-premie kunnen krijgen.
verschil ERD en niet-ERD WIA: een kort overzicht van de verschillen.
handleiding Eigenrisicodrager WIA.
Advies WOB
Werkgevers moeten vóór 1 oktober beslissen of zij per 1 januari
2007 eigenrisicodrager willen worden of verzekerd blijven bij het UWV. Gelet
op het feit dat pas kort geleden de premies van private verzekeraars bekend
zijn geworden adviseren wij onze leden voor dit moment bij het UWV te blijven.
Daarna kan dan in alle rust het eigenrisicodragerschap overwogen worden en
de diverse verzekeringen worden vergeleken. Als u nu toch al besluit om eigenrisicodrager
te worden en een aanvraag daartoe heeft ingediend bij de belastingdienst,
dan heeft u nog tot vijf weken na 1 oktober de tijd om de benodigde aanvullende
papieren in te sturen. Voor advies over verzekeraars kunt u contact opnemen
met de heer W. Feelders van De Keijzer Assurantien 010-2511251. Overstap
naar het eigenrisicodragerschap blijft ook na 1 januari 2006 twee keer per
jaar mogelijk: per 1 januari en per 1 juli, aanmelding steeds 3 maanden ervoor.
Taskforce jeugdwerkloosheid
In Nederland verlaten jaarlijks zo*n 60.000 jongeren voortijdig het onderwijs. Daardoor komen ze moeilijk aan een baan. Om deze jongeren de kans te bieden een positieve draai te geven aan hun toekomst, heeft de Taskforce Jeugdwerkloosheid met een groot aantal bondgenoten, waaronder MKB-Nederland, het project 2e Kans Onderwijs opgezet.
Met het 2e Kans Onderwijs krijgen werkzoekende jongeren een BBL-opleiding: 4 dagen in de week werken, 1 dag in de week naar school. Zij kunnen zo al werkend een diploma halen. Werkgevers kunnen hen daarbij helpen. Bijvoorbeeld door stageplaatsen of (leer)banen aan te bieden en te melden bij het CWI. Dat levert werkgevers meer op dan alleen leergierige en gemotiveerde jongeren. Door een intensieve lobby ontvangen werkgevers daarvoor * 5500 en een no-risk polis. Dus financieel en in termen van risico wordt uw inspanning aantrekkelijker. Welke mogelijkheden er precies zijn en van welke financiële regelingen gebruik kan worden gemaakt, leest u in de bijlage bij deze WOBberichten.
Wilt u meer weten, dan kunt u contact opnemen met de Taskforce Jeugdwerkloosheid,
telefoonnummer 070 333 5060, jeugdwerkloosheid@minszw.nl
Levensloopregeling en pensioenopbouw
Hoewel de levensloopregeling ook in onze sector bij lange na niet zo geliefd is als de spaarloonregeling komen er toch af en toe vragen over binnen, bijvoorbeeld hoe het zit met de pensioenopbouw tijdens een periode van verlof.
In principe vindt gedurende een periode van verlof uit de levensloopregeling geen pensioenopbouw plaats. Wel kan er inderdaad voor worden gekozen dat gedurende de periode van verlof door het voldoen van de pensioenpremie (zowel werkgevers- als werknemersdeel) pensioen wordt opgebouwd. Hoe de verdeling van de betaling van de premie plaats dient te vinden wordt niet door het pensioenreglement voorgeschreven, hierin wordt enkel en alleen weergegeven dat de werknemer zelf ervoor dient zorg te dragen dat een en ander wordt geregeld. Uitgangspunten voor de premiebetaling zijn dan het pensioengevend salaris per 1 januari en de omvang van het dienstverband voorafgaand aan de periode van verlof.
Op een andere vraag die wel eens opkomt is het antwoord het spiegelbeeld
van het bovenstaande: ook over het in de levensloopregeling gespaarde deel
van het loon moet, hoewel dat stukje loon niet meteen wordt uitbetaald, pensioenpremie
ingehouden en afgedragen. Er wordt dus op dat moment al pensioen opgebouwd,
zodat het bovengenoemde opbouwen tijdens verlof eigenlijk niet nodig is.
OVA 2006 vastgesteld
OCW heeft de overheidsbijdrage in de arbeidsvoorwaarden (ova-2006) vastgesteld voor de door OCW gesubsidieerde culturele instellingen.
Op 22 juni heeft overleg plaatsgevonden over de vaststelling van de ova-2006, de indexering van de subsidie in het loongevoelige deel van de kosten.
De WOB neemt aan dit overleg deel tezamen met een aantal werkgeversorganisaties uit de sector cultuur. Het is van belang voor de landelijk gesubsidieerde instellingen in onze sector.
Nadere toelichting is in het overleg gevraagd op de door OCW gegeven onderbouwing van de aangeboden overheidsbijdrage. Op 24 augustus hebben we nadere schriftelijke toelichting ontvangen, die meer duidelijkheid heeft gebracht. De WOB is akkoord gegaan met de bijdrage.
Voor de landelijk gesubsidieerde instellingen is de ova-2006 als volgt samengesteld:
| contractloonontwikkeling | 1,50 % |
| incidentele loonontwikkeling | 0,00 % |
| ontwikkeling sociale zekerheid en pensioenen | 0,16 % |
| incidentele compensatie 2006 voor rijksambtenaren | 0,29 % |
| extra compensatie voor CAO*s overheidssectoren | 0,81 % |
| technische correctie invoering Zorgverzekeringswet (ZVW) | 0,87 % |
| TOTAAL | 1,89 % |
De technische correctie invoering ZVW is voor wat betreft de 0,87% kostendaling door schrappen van de werkgeversbijdragen in particuliere verzekeringen (als in onze CAO) hier zichtbaar. Dit is echter niet het totale effect van de ZVW-operatie. De kostenstijging door instellen van een verplichting van 6,5% , te betalen voor het werkgeversdeel ZVW-verzekeringspremie in plaats van het Zfw-premie-werkgeversdeel, 1,3%-punt, is verdisconteerd in de ontwikkeling van de sociale premies en pensioenen (de derde post van bovengenoemd lijstje). Dit komt uit op een kostenstijging van ca. 0,4% als gevolg van de ZVW- operatie, in de cijfers van de totale markt.
De derde post van bovengenoemd rijtje 0,16%, is het saldo van onder andere een daling van 0,6% van de pensioenlasten (een marktgegeven), een stijging van de lasten door de verlengde loondoorbetaling Wulbz/VLZ (0,20%), en een stijging van de werkgeverslasten werknemersverzekeringen (0,8%), waarin behalve de ZVW ook daling van de WAO-premie (-/- 0,5%) is meegenomen.
De landelijk gesubsidieerde bibliotheken delen mee in de extra compensaties die aan overheidssectoren zijn toegekend. Het totaalpercentage van 1,89% is echter ten enenmale onvoldoende voor bekostiging van de kostenstijgingen in 2006 als gevolg van de 2% salarisverhoging en de 1,64% stijging van de werkgeverslasten als gevolg van de 2,5% pensioenpremiestijging in 2006.
De instellingen die het aangaat zullen per brief door OCW worden geïnformeerd.
Geen bezwaar tegen vervallen VUT-CAO per 1.1.2006
In de ledenbrief van 21 augustus 2006, WOB 5493, hebben wij de leden gevraagd te reageren, als zij na de in de brief gegeven uitleg bezwaar zouden hebben tegen het vervallen van de VUT-CAO. In de brief is uitgelegd dat * heel kort samengevat * voor het schrappen van de VUT-CAO in wezen geen alternatief bestaat, omdat de nieuwe fiscale wetgeving bij handhaving aan alle werkgevers en belanghebbende werknemers zware sancties zou opleggen. De reeds in het pensioenreglement verwerkte wijzigingen hielden wel een wijziging ten nadele in voor een zeer kleine groep werknemers, ter zake van het recht op vrijwillig uittreden na 40 jaar dienstverband. Voor deze nuancering van het effect * aanvankelijk is gesteld: geen effect - heeft de WOB zich in de ledenbrief verontschuldigd, de wijziging was echter op zichzelf onvermijdelijk.
De leden zijn er in de circulaire op attent gemaakt dat zij tot 30 augustus gelegenheid hadden bezwaar aan te tekenen. Zij zouden kunnen vragen om een bestuursvoorstel tot intrekking van de VUT-CAO, te bespreken in de algemene ledenvergadering. Het bestuur zou aan een dergelijke wens gevolg geven.
Bij deze delen wij mede dat geen bezwaren zijn ontvangen.
Dit betekent dat de VUT-CAO per 1 januari 2006 is vervallen en dat, met dit vervallen, de parallelle wijzigingen van het pensioenreglement gelden, zonder dat daarover twijfel kan bestaan. Het gevaar van wettelijke fiscale sancties is afgewend.
WOB bezoekt nieuwe werkgevers
De vorming van nieuwe basisbibliotheken heeft geleid tot veel nieuwe werkgevers in de sector. Veel van deze nieuwe werkgevers zijn lid geworden van de WOB.
Reden voor de WOB om deze nieuwe leden te bezoeken. Twee medewerkers van de WOB maken in een persoonlijk gesprek kennis met directie en een of meer medewerkers van het nieuwe lid en vertellen wat de WOB is, wat zij doet voor haar leden en wat zij kan betekenen voor individuele leden.
De gesprekken vinden plaats in oktober en november in een van de bibliotheken die deel uit maken van de basisbibliotheek van de nieuwe werkgever. Later zullen ook basisbibliotheken worden bezocht die nog geen lid zijn van de WOB.
N nieuwe versie SalaCarte
Binnenkort ontvangen de leden die eerder het programma SalaCarte hebben besteld, een update.
De update voor SalaCarte, het programma waarmee werknemers de consequenties van hun keuze op grond van artikel 14 CAO kunnen bekijken, is zo goed als gereed en zal via een uploadadres ter beschikking worden gesteld.
Leden die het programma nog niet hebben, kunnen inlichtingen vragen via wob@wobsite.nl.
Rectificatie loongerelateerde uitkering van 3 maanden
Dankzij een oplettende lezer werden wij attent gemaakt op het volgende:
In de vorige WOBberichten werd u op bladzijde 5 geïnformeerd over de wijziging van de WW per 1-10-2006. Geschreven staat dat voor werknemers die niet aan de weken-eis voldoen de kortlopende uitkering van 70% van het minimumloon wordt vervangen door een loongerelateerd uitkering van 3 maanden. Dit is niet juist.
Deze vervanging door een loongerelateerde uitkering van 3 maanden geldt juist voor werknemers die wél aan de weken-eis voldoen, maar niet aan de eis dat zij in minimaal vier van de laatste vijf kalenderjaren over minimaal 52 dagen loon hebben ontvangen.
OR en de levensloopregeling
Wat is de rol van de OR bij de levensloopregeling?
Bij het beantwoorden van die vraag moet onderscheid worden gemaakt tussen het spaardeel (inleg) en het verlofdeel.
Spaardeel
In principe heeft iedere werknemer het individuele recht deel te nemen aan de levensloopregeling. De werkgever is wettelijk verplicht mee te werken aan de uitvoering van de levensloopregeling (via de loonadministratie). De OR heeft ten aanzien van het spaardeel van de levensloopregeling alleen instemmingsrecht (artikel 27, lid 1 sub a WOR), als de werkgever besluit tot het aangaan van een collectief contract met een financiële instelling.
Verlofdeel
Ten aanzien van het verlofdeel: heeft de OR geen instemmingsrecht over de toekenning van (onbetaald) verlof: de duur en de frequentie van opname van levensloopverlof.
Stelt de werkgever echter een regeling op voor de organisatorische kant van het opnemen van levensloopverlof en afspraken over de verlofperiode zelf (levensloopreglement) dan heeft de OR daarover wel instemmingsrecht.
Een voorbeeld van een levensloopreglement is te vinden op www.wobsite.nl onder Abeschikbare documenten@.
Mes in regels voor onkostenvergoedingen
Als het aan de ministerraad ligt mag er vanaf 1 januari 2007 weer worden gegeten en gebeld op kosten van de baas. De Tweede Kamer gaat een wetsvoorstel (Wijzigingsplan Paarse Krokodil) behandelen dat een einde maakt aan allerlei fiscale regels op het gebeid van onkostenvergoedingen en loon in natura.
Geschrapt wordt onder meer de regel dat per jaar slechts tachtig zakelijke maaltijden mogen worden vergoed. Nu moeten werkgevers nog van elke werknemer het aantal zakelijke maaltijden bijhouden. In het voorstel staat ook dat de werkgever voortaan alle telefoon- en internetkosten van de werknemer mag vergoeden, als die voor meer dan 10% zakelijk zijn. Geschenken tot 70 euro (vroeger 35 euro) worden belast met een heffing van 20%. De regeling bewaarplicht OV-bewijzen wordt vereenvoudigd. En werknemers met een OV-kaart van de baas hoeven geen 54 euro per jaar meer bij hun inkomen op te tellen. Bedrijfsfitness mag ook worden vergoed als die buiten het bedrijf en buiten werktijd plaatsvindt. Het kerstpakket kan wat royaler uitvallen en het personeelsuitje hoeft de werknemer niets meer te kosten.
Als het wetsvoorstel wordt aangenomen dalen de administratieve lasten en ergernissen van werkgevers aanzienlijk.
(Bron: VNT nieuws)
Datum ALV: 8 december
De eindejaars-ALV zal dit jaar plaats vinden op vrijdag 8 december om 10.00 uur in het Jaarbeursgebouw te Utrecht.